De Nibelungen (2/2)
Tot voor kort was er geen Nederlandse vertaling van het Duitse Nibelungenlied, het middeleeuwse heldendicht waarover ik hiervoor al blogde en dat ik nu bekend veronderstel. De enige leverbare tekst was die van Jan de Vriesuit de jaren vijftig, waarvan, als ik het wel heb, in het hele land maar één exemplaar uitleenbaar was (in de Koninklijke Bibliotheek).
Ik hield eerlijk gezegd wel van die vertaling. Het is immers de versie waarin ik het gedicht leerde kennen, zodat ze vertrouwd aanvoelt. Zelfs waar – of juist doordat – De Vries de in onze taal gebruikelijke woordvolgorde geweld aan deed, behield de tekst iets archaïsch en poëtisch.
In de strijd zich mengde de sterke held Gernôt:
hij sloeg van de Hunnen vele ridders dood
met het scherpe wapen, dat hem gaf Ruedegêr.
Hij stelde zich zeer grimmig tegen Etzels mannen daar te weer.
In de nieuwe vertaling van Jaap van Vredendaal klinkt het iets natuurlijker:
De sterke Gernoot zocht de strijd nu ook.
Hij sloeg heel wat helden van de Hunnen dood
met het scherpe zwaard dat Rudegeer had gegeven.
Etzels krijgers werden vreselijk in het nauw gedreven.
Het is een mooie tekst, die ik in één dag heb uitgelezen en waaraan ik veel plezier heb beleefd. Het goede van dit boek is dat het de woorden niet neergooit als “hier is de vertaling en daarmee moet u het doen”, maar ze uitgebreid inleidt en becommentarieert. Nu worden de meeste vertalingen van antieke en middeleeuwse teksten wel ingeleid, maar naar mijn smaak gebeurt dat bijna steeds te summier. Van Vredendaals boek bevat een inleiding van achtentwintig bladzijden, een annotatie bij de vertaling, een nawoord over de historische ontwikkeling van het epos, een verantwoording van de vertaling, een woordenlijst, een namenlijst, een bibliografie en illustraties die iets toevoegen. Het kan dus ook wel goed.


