De toekomst van box 3: manuscript zonder fundament

van Sonja Dusarduijn Wanneer we – in de geest van Dworkin – aannemen dat het recht als literatuur is, kan de wet worden gezien als een doorlopende ketenroman geschreven door wetgevers en rechters. De mooiste versie is een verhaal dat niet alleen zijn schrijvers, maar ook zijn lezers overtuigt. Als de wet zo zou zijn, zouden we ademloos luisteren. Zo zou ook de kroniek van de belastingwet geschreven moeten worden. De werkelijkheid is minder fraai. De vertelling over het belasten van particuliere vermogensrendementen is verworden tot een gerafeld manuscript, een onafgesloten novelle waarin onderliggende waarden steeds moeilijker te vinden zijn. Het verhaal start met Piersons Wet op de Vermogensbelasting 1892. De vermogensrendementsheffing 2001 weerspiegelt dat fiscale verleden. Beide stelsels zijn immers gebouwd op de gedachte dat een heffing naar verdiencapaciteit de uitvoeringsproblemen van een heffing naar werkelijk rendement kan voorkomen. In beide stelsels stoelt het inkomensbegrip daarom op een rendementspotentie van 4% over de vermogenswaarde. Back to the future luidde dan ook de leus van het wetgevende koppel Zalm en Vermeend bij de introductie van ‘hun’ box 3. Het fabelachtig forfaitaire stelsel Het forfaitaire stelsel moest de gebreken van artikel 24 Wet IB 1964 repareren. Dat toenmalige bronnenstelsel belastte alleen de vruchten van de vermogensboom, de groei van de boom zelf bleef buiten schot. Belastingplichtigen maakten massaal gebruik van deze wettelijke tweedeling. Vooral vermogensgroeifondsen waren populair: doordat ze geen belastbare rente of dividend uitkeerden, bestond hun rendement volledig uit onbelaste koerswinst. Aan het einde van de vorige eeuw was het belasten van vermogensinkomsten getransformeerd tot een bijna facultatieve heffing. Ingrijpen bleek noodzakelijk. Met het oog op eenvoud en uitvoerbaarheid koos de wetgever voor het fingeren van vermogensinkomsten. Deze rendementsfictie zou van belastingplichtigen met vermogen ‘een passende bijdrage aan de belastingmiddelen’ vragen. [1] Hoewel de economische werkelijkheid veranderde, hield de wetgever lang vast aan zijn inmiddels fabelachtige forfait van 4%. Pas in 2017 werd het stelsel herzien. Het forfait verdween echter niet, de wetgever stapelde juist veronderstellingen van verschillende forfaits en vermogensschijven. Daarmee nam de belastingwet steeds verder afstand van zowel de empirische realiteit als de belevingswereld van belastingplichtigen. Met het Kerstarrest werd dan ook terecht geoordeeld dat dit stelsel de grondrechten schond van belastingplichtigen wanneer werd geheven over een hoger voordeel dan het werkelijk behaalde rendement. [2] De rechter bood zelf rechtsherstel. Dat de Hoge Raad daarmee recht vormde, is staatsrechtelijk niet problematisch. Ook de rechter is daartoe gelegitimeerd, zowel vanwege zijn fundamentele rol in het machtsevenwicht van de trias politica als vanwege de verdragsrechtelijke aard van de rechtsvraag. Wat evenwel volgde was een aaneenschakeling van noodreparaties in onvolkomen overgangswetgeving, een tegenbewijsregeling voor uitsluitend tijdige bezwaarmakers en eindeloze politieke woordenwisselingen. Een samenhangend verhaal bleef uit. Pas na vele jaren werd het voorstel voor een reëel stelsel in box 3 door de Tweede Kamer aangenomen, zij het schoorvoetend. Rode draad van dit oorspronkelijke voorstel vormt de vermogensaanwasbenadering: vanaf 2028 worden voor het merendeel van de vermogensbestanddelen dan ook ongerealiseerde waardemutaties belast. Een krachtige lobby van beleggers en hun adviseurs bestempelde dat echter als het jaarlijks belasten van ‘papieren winsten’. Die emotioneel geladen metafoor is evenwel onjuist: ook ongerealiseerde waardestijgingen beïnvloeden de draagkracht van vermogensbezitters. En draagkracht is de norm waarop een inkomensheffing behoort te berusten. [3] Terugkeer naar het problematische verleden Daags na aanname van het wetsvoorstel dook een plotwending op. Het kabinet wenst nu op korte termijn voor al het vermogen in box 3 - ook de liquide elementen - een ombouw naar een vermogenswinstbenadering, een heffingstechniek die waardemutaties pas bij realisatie belast. De afloop laat zich raden. Banken zullen opnieuw lucratieve producten aanbieden die uitsluitend een voorlopig onbelaste waardegroei opleveren. Zelfs spaarders kunnen profiteren door zerobonds aan te schaffen met vergelijkbare renten en zekerheden. Vermogende belastingplichtigen zullen realisatie van hun waardestijgingen eindeloos uitstellen. Tot dat verre eindmoment blijft hun maatschappelijk noodzakelijke ‘passende bijdrage aan de belastingmiddelen’ uit. Juist die mogelijkheid tot belastinguitstel vormde destijds de belangrijkste reden om de wet te herzien, de rekening van dit uitstel zal immers belanden bij de niet-vermogenden. Het is bovendien de vraag of vermogensbezitters in de tussenliggende periode alle stortingen en onttrekkingen zorgvuldig bijhouden. Uitstel van heffing kan daardoor omslaan in afstel. Deze terugkeer naar het problematische verleden kost de samenleving vele miljarden. Om de keuze voor een vermogenswinstbelasting te bekostigen, is zelfs dekking gezocht in een tijdelijke verlaging van het hoge box 2-tarief. Dat fiscale instrument moet aanmerkelijkbelanghouders stimuleren tot hoge dividenduitkeringen. De gedachte dat deze faciliteit ‘extra inkomsten’ oplevert om het begrotingsgat te dichten, is echter naïef. De belastinginkomsten verschuiven slechts in de tijd, terwijl de schatkist door de tariefsverlaging ruim 1,7 miljard euro misloopt. Deze vloeipapieren dekking vergroot zodoende het budgettaire gat. [4] Geen enkele rechtsvormer ondermijnt het bestaansrecht van de door hem bepleite vermogenswinstbelasting zo vakkundig als dit kabinet. Tot slot Velen van ons zijn opgevoed met de gouden gedachte dat wetgever, rechter en uitvoerder binnen het ideaal van de machtenspreiding bijdragen aan zorgvuldige rechtsvorming. De kwaliteit van wetgeving is essentieel voor haar geloofwaardigheid. Daarom formuleerde de wetgever in 1991 eisen om die kwaliteit te kunnen waarborgen en verbeteren. [5] Rechtmatigheid, de gerichtheid op de verwerkelijking van rechtsbeginselen, geldt als het meest wezenlijke criterium. Rechtsbeginselen vormen immers de morele kern van het belastingrecht. Deze waarheden leken vanzelfsprekend maar wankelen nu door de overhaaste wijze waarop het kabinet in de herschreven vertelling over de vermogensrendementsheffing zijn rechtsvormende rol invult. Politieke paniek, de invloed van lobby’s en angst voor budgettaire derving prevaleren boven het elementaire beginsel van wetgevingskwaliteit. Als spoed het wetgevend tempo bepaalt, struikelt niet alleen de zorgvuldigheid, maar ook het langetermijndenken. Daarmee brokkelt het vertrouwen in de wetgever af. Er komt een punt waarop wij niet meer bereid zijn te luisteren naar zijn verhalen. Noten: [1] Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3. [2] HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963. [3] Draagkracht en koopkracht zijn geen synoniemen van elkaar. [4] Vgl. Vakstudie Nieuws 2026/44.4. [5] Nota Zicht op wetgeving, Kamerstukken II 1990/91, 22 008. Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Mr. dr. S.M.H. Dusarduijn (Sonja) is verbonden aan Tilburg University. Promoveerde in 2015 op ‘De rechtsfictie in de inkomstenbelasting, de fiscale kleur van het alsof’. Auteur voor onder meer Vakstudie Nieuws en Cursus Belastingrecht.

Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: De conclusie

COLUMN - Dit is het laatste deel van een korte serie over de vermogensrendementsheffing. Eerder heb ik toegelicht dat de plannen voor de wijziging van de heffing marktverstorende effecten zullen hebben en waarom ik de grondslag voor de heffing, het fictieve rendement, drie keer niets vind:

Ik zou nog vele weken kunnen doorgaan , bijvoorbeeld over de vragen waarom er geen vermogensbelasting wordt heringevoerd of hoe om te gaan met negatieve rendementen. Toch wordt het tijd voor een afsluiting. Het ministerie van Financiën probeert eigenlijk iets te berekenen wat helemaal niet te berekenen is.

Zo rond 2006 mocht ik een Speakers Academy-presentatie van Willem Vermeend bijwonen over het fictieve rendement van toen nog 4%. Hij vertelde dat hij en zijn collega’s het hadden berekend op basis van gemiddelde rentecijfers over meerdere decennia uit het verleden. Als ik het goed herinner, had hij het toen echt over rente en niet over winsten uit beleggingen of onroerende goederen. Bovendien had hij het later in zijn presentatie nog over de vergrijzing. Politiek, soms lijkt het op handel met voorkennis, maar dat is achteraf.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: de beleggingsportefeuille

COLUMN - Dit is het vijfde en op een na laatste deel van een korte serie over de vermogensrendementsheffing. Ik begon met de opmerking dat de berekening van de fictieve rendementen is gebaseerd op gemiddelden en dat  die in specifieke gevallen meestal niet kloppen. In het vierde deel ging ik dieper in op een aspect van dit punt:  de ontoereikendheid van gemiddelden uit het verleden, ofwel trends, voor de voorspelling van de toekomst.

Is het dan nu genoeg over gemiddelden? Nou, bijna.  De berekening van de fictieve rendementen maakt namelijk niet alleen gebruik van trends, maar veronderstelt ook elk jaar een gemiddeld beleggingsportefeuille. Eerder had ik het dus over gemiddelden over de jaren heen en nu gaat het met de beleggingsportefeuille over de gemiddelde belegging in een bepaald jaar.

De veronderstelde beleggingsportefeuille is als volgt: 53%  onroerende zaken, 33% aandelen en 14% obligaties, elk dan weer met rendementen die zijn berekend op basis van eigen trends. Dus, voor wie bijvoorbeeld alleen in aandelen belegt, is de berekening sowieso al niets waard vanwege het overgrote aandeel voor onroerende zaken. En obligaties zullen dan in verband met de voorgestelde wijzigingen van de heffing in 2020 moeten verdwijnen, want die leveren ongeveer net zoveel op als spaartegoeden, maar zijn dan vele malen hoger belast. Zelfs als je 1% bruto-rendement op obligaties zou behalen, zou je nog een heffing van 176% daarover moeten betalen, namelijk 33% x 5,33% = 1,76% heffing tegenover 1 % rendement. Dat maakt je een dief van je eigen portemonnee. Voor microkredieten geldt overigens hetzelfde.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: de trend

COLUMN - Het begon al te schemeren toen wij na een lange reis eindelijk de Britse kustplaats bereikten van waaruit de boot ons de volgende dag naar huis zou brengen. De hemel was bewolkt, het was koud en het waaide. Onderdak vonden wij bij Mr Reid, en sombere oudere man met een hond. De hond, zei Mr Reid, was al heel oud. In de laatste tijd ging hij wat vreemd gedrag vertonen, waaruit Mr Reid opmaakte dat het einde van het dier nabij was.

Dus, nog voordat de hond dood was, wist Mr Reid al dat het zou gebeuren. Met de aanpak van de vermogensrendementsheffing was hem dat niet gelukt. Die had de gezondheidstoestand voorspeld op basis van een gemiddelde van de laatste, laten we zeggen, vijf jaar en toen leefde de hond altijd. Daarom zou hij ook dit jaar blijven leven. Sterker nog, ook na de dood van de hond zou het nog vijf jaar duren, totdat het besef daarvan helemaal tot hem doordringt.

Ik vind het moeilijk gegevens over de berekening van de fictieve rendementen te vinden en dat is vreemd. Het enige wat ik tot nu toe kon vinden staat op de Wikipedia-pagina over box 3. Als iemand van jullie aanvullende gegevens heeft, verneem ik het graag. Maar ook nu al denk ik te kunnen stellen dat het Ministerie van Financiën de verschillende rendementen berekent op basis van gemiddelden uit het verleden en zonder een aanvullende economische analyse.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: lock me in lock me out

COLUMN - Het lock-in effect is een belangrijk argument van het Ministerie voor Financiën tegen de belasting op de werkelijk gerealiseerde vermogenswinsten en voor de handhaving van het huidige forfaitaire regeling. Het ministerie schrijft in haar eerder genoemde onderzoek “Heffing box 3 op basis van werkelijk rendement” op pagina 46:

Het lock-in effect kan tevens de allocatie van de kapitaalmarkt verstoren: hierdoor wordt niet voor de meest efficiënte portefeuilleverdeling gekozen. De fiscale component wordt weer onderdeel van de beleggingsbeslissing.

In dit verband heb ik dan maar het eerste het beste onderzoek van het internet geplukt. Het is een statistische analyse met als resultaat dat het lock-in effect ook echt bestaat. Het kan worden gemeten.

Waar gaat het om? Buiten de financiële wereld hebben bijvoorbeeld inzittenden in een gevangenis last van een lock-in effect, lijkt me duidelijk. Volgens oude, wat flauwe en afgezaagde clichés ook gehuwden. Maar het speelt ook bijvoorbeeld bij de zorgverzekering. als je naar een andere verzekeraar wilt gaan, kan dat pas begin volgend jaar en tot die tijd zit je vast aan je huidige contract. Kortom, overal waar wisselen naar een betere situatie gedoe met zich meebrengt, is sprake van een lock-in effect.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: vermogenswinst

COLUMN - “Internationaal zijn er geen landen bekend die een volledig forfaitair systeem kennen, zoals het onze”

…schrijft het Ministerie van Financiën op pagina 18 van haar voortgangsrapportage “Heffing box 3 op basis van werkelijk rendement”. Dat is vooral opmerkelijk, als het gaat om de vele problemen die een belasting op basis van werkelijk rendement met zich mee zou brengen, waar onder meer ook een reageerder op mijn laatste column een indruk van geeft. Niemand zegt dat het makkelijk is, maar het kan dus wel.

De favoriete belasting in het buitenland is die op vermogenswinsten. Belast wordt daarbij niet per jaar, maar op de momenten waarop de aandelen worden verkocht. Dan worden de winsten pas tot geld gemaakt is het idee. Eerder heb je er niets aan. Je kunt niet met je aandelenpakket naar de winkel gaan om brood te kopen.

Ik vind het een goed idee om even naar het verschil tussen de heffing op fictieve rendementen en de belasting op vermogenswinsten te kijken. Dat zal namelijk duidelijk maken dat de vermogensrendementsheffing onder meer op dit punt een nogal, ja, verbazingwekkende constructie is.

Daarvoor heb ik, het is even niet anders, een cijfervoorbeeld uitgewerkt (vmr staat voor vermogensrendementsheffing):
© G. Drios - Sargasso Rekenvoorbeeld vermogensrendementsheffing

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: mensen in een mal

COLUMN - In de troonrede zei de koning: “De levens van 17 miljoen individuele mensen passen niet in een mal.” In dit verband lijkt het mij een goed idee om ook even te kijken naar de toekomst van de omstreden vermogensrendementsheffing. Daarvoor staat een voorstel in de kamerbrief van staatssecretaris Snel van 6 september jl.

De vermogensrendementsheffing werd in 2001 ingevoerd en aanvankelijk berekend op basis van een fictief rendement van 4%. In de navolgende tijden van dalende rentes schepte deze aanpak gaandeweg een steeds oneerlijkere situatie. Zo konden spaarders dit rendement uiteindelijk helemaal niet meer halen en werd in vele gevallen de heffing hoger dan de rente zelf. Daarom heeft het Ministerie van Financiën al enkele jaren geleden een splitsing gemaakt tussen het lagere fictieve rendement op sparen en het hogere fictieve rendement op beleggen. De verhouding tussen sparen en beleggen wordt daarbij nu vooraf vastgesteld en is onafhankelijk van de individuele situatie. Wie alles spaart betaalt hetzelfde als iemand die alles belegt.

Dit laatste punt zal volgens de nieuwste plannen in 2022 veranderen.

Dan zal niet meer de fictieve, maar de daadwerkelijke, individuele verdeling tussen sparen en beleggen relevant worden, met de intentie dat de spaarder minder en de belegger meer gaat betalen. Het belangrijke punt is echter dat de fictieve rendementen van kracht blijven. Waarom?