Kunst op Zondag | De Kat van Toko Kim Lan

Ik zie U elke nacht, Gij zetelt aan de andere zijde, slechts gescheiden door straat en tweemaal vensterglas.

Door: Foto: Joan (cc)
Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Vanmiddag weer je graf bezocht

Leusensteeg, Deventer Foto: Maria Willems

Vanmiddag weer je graf bezocht,
Je bent daar niet, dat weet ik wel.
We hebben je lichaam daar begraven.
Jijzelf bent continu in mijn gedachten.

Ik hoop je altijd een beetje bij te praten:
die zijn gescheiden en zijn kind is ontspoord.
Je vrienden van toen, die zie ik nooit meer.
Een ervan is dit jaar overleden. Misschien
dat jullie elkaar alweer hebben ontmoet.

De stad verandert, de Lange B. was weer ‘ns
opgebroken en het Stationsplein staat op z’n kop.
De rijrichting van de Leusensteeg en de Kuiperstraat
hebben ze omgedraaid. De Tor bestaat al lang
niet meer en ook De Elegast is nu gesloten.
De tap in De Heks staat nu overdwars.

Ik heb onkruid gewied, je steen gepoetst
en lavendel geplant. Tot slot heb ik met de
gieter de plantjes begoten. De tijd staat hier
eeuwig voor je stil tussen die twee jaartallen,
ze liggen veel te dicht bij elkaar.

Soms zie ik je weer lopen op straat: een kapsel,
een zelfde postuur of motoriek. Dan herken ik
je kleding of meen ik een gelaatstrek –
maar altijd heb ik het mis, ben jij het niet,
is mijn adem weer voor niets gestokt.

Ik fiets zo meteen weer terug, jij blijft hier.
Ik zeg tot ziens, of denk het in ieder geval.
Het heeft allemaal zo godvergeten weinig zin,
mijn bezoek, het gieten en de plantjes, maar
bovenal, dat jij hier al meer dan dertig jaren ligt.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Schilderij 'Gezicht op de ruïnes van Palmyra' van Gerard Hofstede van Essen, 1693

Wonderlijk Palmyra

Museum De Waag in Deventer staat in het teken van de eeuwenoude handelsstad Palmyra. In de tentoonstelling ‘Palmyra, stad van duizend zuilen wordt aandacht geschonken aan de Europese pioniers die de ruïnes herontdekten en enkele vondsten die hier zijn gedaan. Tevens is er aandacht voor de ‘linking pin’ tussen Palmyra en Deventer: de zeventiende-eeuwse politicus en geleerde Gisbert Cuper.

Een welvarende handelsstad

Alleen wie totaal geen aandacht heeft voor de strijd tegen IS kan het zijn ontgaan dat Palmyra ligt in Syrië. Ooit vormde de oase een bufferzone tussen het Romeinse en het Parthische Rijk. Een veilige tussenstop op de zijderoute, waar een warmwaterbron het leven aangenaam maakte. Als handelsknooppunt kon Palmyra alleen schatrijk worden, zo getuigen onder andere de rijke (graf)monumenten die er zijn teruggevonden.

Gisbert Cuper

In de zeventiende eeuw werden dit soort antieke ruïnes voor het eerst door westerse geleerden verkend. Leden van de elite beleefden er plezier in zulke onbekende werelden in kaart te brengen. Tevens werden talloze curiosa verzameld, getoond en besproken met gelijkgestemden.

Een van deze hobbyisten was Gisbert Cuper, geboren in 1644 in het Duitse Hemmen als lid van de gegoede burgerij. Gisbert werd aanvankelijk thuis onderwezen en vervolgde zijn studies in Nijmegen waar hij, conform de tijd, de klassieken met de paplepel kreeg ingegoten.

Foto: Eric Heupel (cc)

Detailpolitiek (13): Windmolens in Colmschate-Zuid

Nu er zorgen bestaan over de veiligheid van kernenergie, zou je denken dat iedereen de komst van windmolens met gejuich ontvangt. Maar niets blijkt minder waar. In Colmschate-Zuid in Deventer is een actiegroep opgericht tegen de komst van drie windmolens. Een van de windmolens komt op 400 meter afstand van enkele huizen te staan. De actiegroep heeft al handtekeningen opgehaald, gaat die aan de gemeenteraad aanbieden en de raad toespreken. Bewoners vrezen geluidsoverlast, slechter uitzicht, slagschaduw en waardevermindering van hun huizen.

Bezwaarmogelijkheden

Zal het zin hebben? De actiegroep is er inmiddels achter dat een meerderheid van de gemeenteraad voor de windmolens is. Maar er is hoop, want de PVV heeft Kamervragen gesteld. Jhim van Bemmel wil van minister Verhagen van Economische Zaken weten of hij het ermee eens is dat de bewoners het plan via de media hebben moeten vernemen. Wil de minister er bij de gemeente Deventer op aandringen dat er overleg komt met de bewoners? Zou hij de gemeente willen aansporen de bewoners op de bezwaarprocedures te wijzen?

In de wereld van de detailpolitiek is het uitgangspunt dat de Tweede Kamer alle details van het maatschappelijke leven kan bepalen, en zich dus ook mag bemoeien met de windmolens in Colmschate-Zuid. Daar is natuurlijk geen enkele reden voor, aangezien de Deventer gemeenteraad bevoegd is daar beslissingen over te nemen. Er is dus een volksvertegenwoordiging dichtbij huis waar de boze Deventenaren zich toe kunnen wenden. En wat ze ook al doen. Er is alle reden voor de Tweede Kamer om dit onderwerp te negeren.