Griekenland: Is er ruimte voor écht linkse politiek?

Alhoewel de eenentwintigste eeuw al tien jaar begonnen is, wordt links in Griekenland nog steeds gedomineerd door communisme. Is er tussen Marx, Lenin en Trotski nog ruimte voor groene, linkse en progressieve politiek?
De Griekse geschiedenis in de twintigste eeuw wordt gekenmerkt door een wisseling van periodes van democratie en dictatuur. De laatste periode van dictatuur liep af in 1974. Sindsdien wordt Griekenland om en om geregeerd door de centrum-rechtse Nieuwe Democratie-partij en de sociaal-democratische PASOK. Belangrijke thema’s in Griekenland zijn naast binnenlandse, economische politiek, de relatie tussen Griekenland en buurlanden als Macedonië, Turkije en Cyprus. Links van PASOK zijn er twee communistische groeperingen: de KKE en de Syriza.
De KKE is een communistische partij van de oude snit. Haar geschiedenis, die teruggaat terug tot 1918, wordt gekenmerkt door onderdrukking door en verzet tegen de verschillend rechtse regimes die Griekenland heeft gekend. De KKE houdt zich aan deze geschiedenis vast; een partij van strijd en verzet tegen de dictatuur en het kapitalisme. Bijna even oud als de partij zijn het programma waar ze vanuit gaat: de partij houdt nog steeds vast aan ideeën als centrale planning van de economie en socialisatie van de productiemiddelen. Ze combineert dit met een klassieke communistische retoriek over klassenstrijd en de onvermijdelijke revolutie tegen de bourgeoisie. Ze verzet zich daarnaast hevig tegen het Griekse lidmaatschap van de NAVO en de Europese Unie. Griekenland moet zichzelf bevrijden van de imperialistische orde van de Verenigde Staten: het Griekse volk moet onder het socialisme haar eigen koers kiezen. Dat betekent ook dat de partij zich tegenover de buurlanden van Griekenland tamelijk fel opstelt. Een partij dus die is blijven hangen in de geschiedenis. Geen logische keuze voor progressieven.
Zodra iemand een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog maakt, komen de kritieken. Vaak is de kritiek terecht. Ongenuanceerde vergelijkingen, scheve vergelijkingen en onjuiste vergelijkingen zijn schering en inslag. Iedereen, van uiterst links tot uiterst rechts, houdt ervan om de Tweede Wereldoorlog erbij te slepen. Denk alleen maar aan Wilders die president Obama met Chamberlain vergelijkt. Of Herman van Veen, die op zijn beurt de PVV vergelijkt met de NSB. Ik wil het nu niet hebben over welke vergelijking getuigt van historisch inzicht: dat moet eenieder voor zichzelf maar uitmaken. Mijn vraag is de volgende: “Kan een vergelijking van een gebeurtenis uit het heden met de Tweede Wereldoorlog ooit zinvol zijn? Staat niet iedere gebeurtenis op zichzelf? Zorgt niet iedere vergelijking voor een verstoring van de werkelijkheid, in plaats van dat de vergelijking inzicht verschaft in ontwikkelingen die nu plaatsvinden?” 
Lech Walesa die als Solidarność vakbondsleider in de jaren ’80 een vreedzaam volksprotest tegen het communistische regime in Polen ontketende en daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede ontving wordt nu door president Hugo Chavez de toegang tot Venezuela ontzegd
Walesa toont zich in tegenstelling tot de recent door Groot-Brittannië geweigerde Wilders niet als een drammer en zegt zich er op te beraden of hij nog zal afreizen naar Venezuela. Wel gooit de oud-vakbondsleider wat olie op het vuur door de tegenstanders van Chavez erop te wijzen dat ze niet bang voor hem moeten zijn. Deze aansporing tot verzet komt in een tijd dat Chavez geconfronteerd wordt met
Terwijl in het Westen de kredietcrisis aanleiding is voor grondige twijfel over het (fundamentalistische) kapitalisme lijkt in het communistische China de crisis juist tot een omarming van het kapitalisme? Dit blijkt uit een voorzichtig communiqué van de top van de Chinese communistische partij over over de impact van de financiële crisis 