Schrijvers in China: quod non
Goede schrijvers kunnen dingen zeggen die ik altijd al dacht, maar waar ik de woorden niet voor kon vinden. Hoe komt dat toch? Waarom heb ik toch telkens het nakijken bij hun mooie opmerkingen, waarvan ik me bijna inbeeld dat ik ze zelf had kunnen maken, als ik er maar op tijd om gedacht had? Wat in mij leeft blijft verborgen totdat ik het vergeet, en zij zeggen het, dat is het verschil. Zij hebben blijkbaar een innerlijke vrijheid die ik mis. Ze denken niet aan geld of status, ze zijn niet bang voor autoritaire heersers en ze identificeren zich al helemaal niet met de macht.
Echt een reden om veel goede boeken te lezen. Dat is een kans om zelf beter te worden. Van goede schrijvers leer je denken. Dat komt doordat ze niet bang en niet zelfzuchtig zijn. Daardoor hebben ze geen belang bij de leugens van alledag. Hun denken is niet verstopt. Ze leggen een heerlijke, inspirerende vrijmoedigheid aan de dag.
Daar ben ik weer eens aan herinnerd, nu Adriaan van Dis in China, in het hol van de leeuw, het vrije woord moedig en met zelfopoffering heeft verdedigd. Hij heeft daar immers gezegd:
,,Ze kunnen me nog zo’n leuk en interessant uitstapje naar een ver land bezorgen, er kan in China nog zo’n goede afzetmarkt voor mijn boeken liggen, ik ben niet te koop. Hier wordt het vrije woord gekneveld, hier worden schrijvers opgesloten. Juist nu ik hier ben, zal ik niet verhelen hoe schandelijk ik dit vind.”

