WW: Wie literatuur wil begrijpen moet stoppen met boeken te lezen

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland. [caption id="attachment_31770" align="alignleft" width="200" caption="Boeken (foto flickr/brewbooks)"][/caption] Wie als alpha-wetenschapper iets zinnigs over de wereldliteratuur wil zeggen staat voor een naar probleem: het te onderzoeken gebied is inmiddels zo groot geworden dat noodzakelijkerwijs iedere analyse over een miniem gedeelte van alle literatuur die in de moderne tijd is gepubliceerd. Zelfs als je je grondig beperkt en je jarenlang opsluit om bijvoorbeeld 200 Victoriaanse werken te bestuderen, dan nog zit je met het deprimerende feit dat je tienduizenden andere boeken uit die periode niet hebt gelezen.Volgens Unesco (die de boekenproductie per land als een graadmeter voor leefklimaat gebruikt) zijn er in 2011 al 611.700 boeken gepubliceerd(*). Volgens Google, die voor hun boekenproject een redelijke schatting wilden maken, zijn er in de hele geschiedenis om en nabij de 129.864.880 boeken gepubliceerd. Ars longa, vita brevis dus: de kunst is te lang, het leven te kort om alles te overzien. En wellicht mede daarom gooit een groot deel van de literatuurwetenschapper sinds de jaren zestig de armen de handoek in de ring om zich te focussen op de details. Het overheersende paradigma is al jaren dat van 'close reading', waarbij bepaalde teksten minutieus worden uitgeplozen. Vrolijk overdreven voorbeeld hiervan is het essay "Ulysses Gramophone" van Derrida, waarin hij tachtig pagina's wijdt aan het woordje 'yes' in Ulysses van James Joyce.

Door: Foto: Eric Heupel (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Boekenlui: met z’n allen de afgrond in

Gutenberg drukpers in bedrijf (Wikimedia Commons)

Stel, je kan terug in de tijd en dinosaurussen waarschuwen dat er een enorme meteoor aan komt die hen allemaal zal doden. Maar in plaats van je te bedanken en een veilig heenkomen zoeken, snauwen de dino’s je af en blijven ze suf naar de almaar groter wordende vuurbal in de lucht staren. Dat was zo ongeveer het beeld tijdens een debatavond met mensen uit de boekenindustrie, georganiseerd door de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA).

De door SLAA genodigden waren Paul Sebes (literair agentschap Sebes & Van Gelderen), Sander Ruys (Maven Publishing), Joost Nijsen (uitgeverij Podium), Valentine van der Lande (Tenpages.com), Lolies van Grunsven (Van Grunsven Creative Management) en Willem Dudok (Johnny Wonder, bureau voor publieke communicatie). Ook waren schrijvers Walter van den Berg en Nelleke Noordervliet uitgenodigd tijdens de debatavond, die de toepasselijke titel ‘Het einde van de uitgeverij?’ had meegekregen.

De centrale stelling: internet zorgt voor nieuwe, populaire uitgeefmodellen die de traditionele uitgevers zullen doen verdwijnen. Daar waren de industriemensen, en dan met name de uitgevers, het absoluut niet mee eens.

Het introductierondje was meteen al veelzeggend voor de breed gedeelde overtuiging dat internet de industrie nog niet zo raakt. Sander Ruys, een jonge kerel die pas begonnen is met zijn Maven Publishing, werd gevraagd welk soort media hij het liefst uitgeeft: ebooks, audioboeken of papieren boeken. “Papieren boeken,” zei hij, zonder na te hoeven denken. “Want daar verdien ik het meeste aan.” Maar ook persoonlijk leest hij het liefst papieren boeken, en dat geldt, zo is hij overtuigd, voor de meeste mensen en dat om nostalgische redenen: papier leest gewoon lekker, want je bent het gewend. Wel kon hij zich voorstellen dat dit waarschijnlijk anders zal zijn voor mensen die nu geboren worden en opgroeien met schermen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Eric Heupel (cc)

Mulisch en Donner: de mentopagus

Harry Mulisch in September 2006 (Foto: Flickr/ANS-online)Harry Mulisch is overleden. Ik heb het werk van Mulisch en in het bijzonder zijn ‘magnum opus’ De Ontdekking van de Hemel altijd zeer indrukwekkend gevonden. In het eerste deel van De Ontdekking van de Hemel vertelt Mulisch het verhaal van zijn eigen leven tijdens de jaren ’60 en ’70 en in het bijzonder zijn hechte vriendschap met Jan-Hein Donner, schaker, publicist en journalist.

Deze karakters heten in het boek Onno en Max. Max, gebaseerd op Mulisch zelf, is een erotomane sterrenkundige met een verwrongen Duits-Joodse achtergrond (met name in de familiegeschiedenis is de gelijkenis tussen Max en Harry zeer groot). Onno is een eigenzinnige taalkundige, uit een gereformeerde politieke familie, die voor de PvdA de politiek in gaat. Onno is deels gebaseerd op de schaker en publicist Jan-Hein Donner, het zwarte schaap uit de familie van minister Donner, alhoewel hij in zijn politieke carriere meer lijkt op Hans van Mierlo of Marcel van Dam, die ook tot de kring van Mulisch behoorden. Zij sluiten aan het begin van het boek een innige, intellectuele vriendschap. In levendige gesprekken in Amsterdam, Leiden en Cuba bespreken ze wetenschap, geschiedenis, politiek, geloof en filosofie. In dit fragment uit de verfilming (met een prachtige rol voor Stephen Fry die qua fysiek en persoonlijkheid sterk op Donner lijkt) kan je daar iets van zien. De gesprekken zijn gevuld met theorieën over de wereld, prachtige kleine beschouwingen van ontwikkelingen om hen heen, maar ook de ironisch-arrogante humor van met name Onno.

Foto: Eric Heupel (cc)

Bosma, de intellectueel achter Wilders

Boek MartinBosma (foto: boekcover)

Als zelfkastijding, en om de komst van het eerste crypto-groepuitsluitende Nederlandse kabinet sinds de invoering van het algemeen kiesrecht te gedenken heb ik het boek ‘De schijnelite van de valsemunters‘ van Martin Bosma gekocht en gelezen. Het boek verkoopt hard, ik had het besteld vóór het in de boekwinkel lag, maar mijn exemplaar was uit de tweede druk. De prijs van 19,95 was bij die tweede druk gewijzigd in 14,95. Inmiddels ligt de derde druk in de winkel.

De blurb achterop het boek kenschetst Martin Bosma onder meer als ‘Het politiek genie achter Wilders, zijn fractiegenoot en tekstschrijver’ en ‘de intellectuele kracht achter Wilders’. Zijn boek oogt als een uitgave van de kraakbeweging in de jaren 78-84: Enige slordig afgedrukte foto’s met ondubbelzinnige spandoekteksten; de auteursnaam en de boektitel in een korrelig pseudo schrijfmachinefont.

Martin Bosma weet waardoor het mis is gegaan in zijn utopistische grootvaderland dat ergens in de 20e eeuw ophield te bestaan. Links, in al zijn gedaanten, en dat zijn er nogal wat bij hem, is de oorzaak en het gevolg van alles wat er is mis in de westerse wereld.

Bosma legt een complot bloot waarin iedereen een rol speelt, tenzij men daarvan ondubbelzinnig wordt vrijgepleit door Martin en enige andere toegelaten profeten. Sinds het buiten de realiteit plaatsen van elke vorm van links denken door Reagan, Thatcher en hun epigonen hebben de ontluisterde, voorheen linkse denkers hun aandacht en energie gericht op het versterken van de opmars van de wereldwijde Islam. Martin weet in elke uiting die hij niet waardeert de fnuikende invloed van de agressieve ideologie (door kwaadwillende niet-weters nog wel eens als ‘godsdienst’ geduid) van de Islam op te sporen. Als inspiratiebron kidnapt Bosma de oude Drees en Drees-junior. In het NRCH het oordeel van een (klein)zoon van deze heren hierover.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.