Blogger ontdekt waar James Foley is geëxecuteerd
NIEUWS - In De Volkskrant: “De Britse blogger Eliot Higgins analyseerde alle details van de executievideo en wist zo de coördinaten van de precieze plek te achterhalen”.
Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van? Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen): Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild. Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare. Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed. Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt. Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld. Dat lijken me allemaal redelijk treffende karakteristieken (al kun je uiteraard over ieder van hen ook heel andere dingen zeggen – maar de tekstjes zijn niet onderling uitwisselbaar), en de uitgebreide rapporten (voor de meeste auteurs tellen die zo’n pagina of vier) voelen zo intiem aan dat het ongemakkelijk voelt om ze te publiceren. Tegelijkertijd kun je ze dus betrekkelijk makkelijk ook zelf laten maken. Grappig Ik heb Claude niet verteld waarop ze moest letten, maar haar alleen de opdracht gegeven die stukjes te lezen en daaruit een conclusie te trekken over de stijl. Het ging over het algemeen over de meest recente stukjes, dat heeft misschien een bias gelegd. De volledige rapporten voor al deze bloggers telden in doorsnee een pagina of vier en deden allerlei gedetailleerde observaties – over Henkes: “Henkes neemt zijn vak bloedernstig maar presenteert die ernst in een toon die zichzelf voortdurend ondermijnt. Het effect is dat de lezer de ernst meer gelooft, niet minder.”, over Van der Sijs: “Ze schrijft als iemand die een fascinerend feit heeft gevonden en dat nu stap voor stap ontvouwt voor de lezer, steeds een nieuw laagje toevoegend.”) Het leidt allemaal niet tot echt succesvolle imitaties van de auteurs in kwestie. De observaties worden dan trucjes die al heel snel gaan vervelen. Op de heel korte baan werkt het nog wel, bijvoorbeeld als ik vraag om een alinea te schrijven over Genesis 1 in de stijl van de desbetreffende blogger. Dat levert fragmenten op die als parodie nog wel vermakelijk zijn, maar waar je niets anders van moet verlangen: Marc Kregting: Het zou niet moeilijk moeten zijn om over Genesis te schrijven, het eerste boek, het begin van alles wat beweerde een begin te zijn, maar juist die ogenschijnlijke eenvoud — licht, duisternis, water, land, de hele inventaris van een wereld die zich nog niet realiseerde dat ze een wereld was — maakt het verdacht, zoals alles wat zich als oorspronkelijk presenteert verdacht is, want wie heeft ooit een echt begin meegemaakt, en bovendien, ik herinner me dat Hans Faverey ergens schreef over het niets dat aan zichzelf voorafgaat, wat misschien de eerlijkste parafrase van bereshit bara elohim is die ik ken, eerlijker in elk geval dan de theologen die er een hele dogmatiek op bouwden, een bouwwerk dat, net als de toren van Babel verderop in hetzelfde boek, gedoemd was om in te storten onder het gewicht van zijn eigen pretenties. Marita Mathijsen. Vorige week vond ik in het archief van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een prekenbundel uit 1843 waarin een Haagse dominee Genesis 1 vers voor vers behandelt — niet als theologie maar als letterkundig meesterwerk. “De stijl is verheven zonder gezwollenheid,” schrijft hij, “bondig zonder duisterheid.” Ik moest lachen. Dat is precies wat ik ook vind, tweehonderd jaar later. Die zes dagen, dat ritme, die herhaling van “en God zag dat het goed was” — het is compositorisch van een verbijsterende elegantie. En dan dat slot: God rust. Niet omdat Hij moe is, maar omdat het af is. De dominee uit 1843 begreep dat. Wij, met onze debatten over creationisme, zijn het vergeten. Soms moet je terug naar het archief om een tekst weer te kunnen lezen. Als het ook maar een beetje langer wordt dan dit, leg je de tekst volgens mij meteen terzijde, want hier wordt uiteindelijk alleen een oppervlakkige imitatie gedaan. Geen van de bloggers heeft in Claudes versie iets echt interessants te melden over Genesis 1, maar vooral: geen van de imitaties heeft uiteindelijk de soepelheid en de beweeglijkheid van het origineel. Het is alsof je iemand nadoet die af en toe met zijn handen door het haar strijkt door je handen nooit meer uit je haar te halen. Dat werkt wel grappig, maar is uiteindelijk niet écht overtuigend. De handen-door-het-haar-man wordt óók gekarakteriseerd door de momenten dat hij zijn handen niet door het haar haalt. Beschrijving Vooralsnog zijn menselijke schrijvers dus zeker niet overbodig, of in ieder geval schrijvers zoals de bovengenoemde niet. Een stukje schrijven zoals zij, dat kunnen ze alleen zelf. De stijlanalyse zelf is in die zin nuttig dat je de schrijver zelf er vast iets van kan leren. Zo vindt Claude over mij dat ik lange en korte zinnen afwissel, maar ik kan misschien ook soms in een stukje in alleen korte zinnen schrijven. De analyse geeft een wat sjabloonmatig beeld van je stijl en dat ken helpen om door dat sjabloon heen te breken. Dit is overigens wat Claude van mij vindt, en hij denkt dat ik over Genesis 1 schrijven zou. Het is het allemaal net niet, denk ik, maar dat denk ik ook altijd als ik een video van mezelf moet bekijken: Marc van Oostendorp — Essayist die taalkundige observaties opentrekt naar grotere vragen over mens, cultuur en denken, met een toon die speels en serieus tegelijk is. Verwonderd, theoretisch, licht ironisch, en altijd op zoek naar het vreemde in het gewone. Genesis 1 is een vreemde tekst. Niet vreemd in de zin van onbegrijpelijk — integendeel, het is een van de helderste stukken proza uit de oudheid — maar vreemd in de zin dat hij iets doet wat taal eigenlijk niet kan. Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt. Denk daar even over na. Vóór de schepping is er niets om woorden aan te hechten. Geen licht, geen donker, geen verschil. En dan zegt God: “Er zij licht.” Een zin. En met die zin ontstaat niet alleen het licht, maar ook het onderscheid — tussen licht en donker, tussen dit en dat, tussen het ene woord en het andere. De taal schept de wereld, en de wereld maakt de taal mogelijk. Dat is een cirkel waar je duizelig van wordt als je er te lang naar kijkt. De beschrijving is in die zin accuraat dat ik inderdaad dol ben op het vreemde in het gewone, en trouwens ook op het gewone in het vreemde. Ik zou het zelf allemaal geloof ik net iets anders doen; niet beginnen met zoiets vaags als ‘een vreemde tekst’ en dat dan meteen uit elkaar trekken en daarbij beginnen met wat iets niet betekent. Niet de lezer expliciet aanspreken met een zinnetje als ‘Denk daar over na’. Niet twee keer achter elkaar een zin beginnen met “En”. Niet zoiets vaags schrijven als ’tussen dit en dat’ als je ook nog bijvoorbeeld hemel en aarde kan noemen. Niet die overbodige laatste zin van de tweede alinea toevoegen om het allemaal te verpesten. Alleen de zin ‘Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt’ zou ik misschien laten staan. Om daarna alles wat erom heen staat te herschrijven, en dan te constateren dat die zin eigenlijk niet echt past.
NIEUWS - In De Volkskrant: “De Britse blogger Eliot Higgins analyseerde alle details van de executievideo en wist zo de coördinaten van de precieze plek te achterhalen”.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
In plaats van zich in te zetten om de wel heel erg kwakkelende economie van Italië weer op gang te helpen, want “er is niets aan de hand”, aldus onze premier, wordt momenteel de nieuwe wet op de telefoontaps besproken. Afgeluisterde telefoongesprekken vormen de basis van alle processen tegen diezelfde premier en tevens van alle grote antimaffia-onderzoeken. Een wet om deze praktijk te verbieden of in te perken, is dus op zich al geen goed idee. Maar er is meer aan de hand.
Onder komma negenentwintig wordt meteen even de vrijheid van meningsuiting op internet de nek omgedraaid. De tekst luidt als volgt:
“Voor informatieve websites, daarbij inbegrepen kranten en tijdschriften die op elektronische manier worden verspreid, worden verklaringen en rectificaties binnen achtenveertig uur na verzoek gepubliceerd met dezelfde grafische kenmerken, dezelfde toegankelijkheid als de rest van de website en met dezelfde zichtbaarheid als het bericht waaraan deze refereren.”
Dit wil zeggen dat iedereen die zich beledigd voelt door een bericht op een website, een rectificatie krijgt. Er hoeft niet te worden aangetoond dat het geschrevene onwaar is en er komt geen onafhankelijke derde aan te pas om de gevraagde rectificatie te beoordelen.
Met andere woorden: als ik morgen schrijf dat Marcello Dell’Utri, een zeer invloedrijk politicus uit de kring rond de premier, veroordeeld is wegens banden met de maffia – een feit – en Dell’Utri maakt bezwaar, dan moet ik rectificeren. Een volstrekt onwerkbare situatie dus – niet alleen voor kranten met een online editie, maar ook voor bloggers en wellicht zelfs voor encyclopedische sites.
Vannacht is de populaire Bahreinse blogger Mahmood Al Yousif van zijn bed gelicht en gearresteerd. Sargasso volgt Mahmood al sinds 2003. Mahmood is een moslim die moskee en staat graag gescheiden houdt. Mahmood weet wat er in de wereld te koop is, hij is getrouwd met een Schotse en voor zaken reist hij regelmatig naar Europa en Amerika. Hij brak internationaal door met foto’s van (lokale) pitspoezen op de Formula 1 in Bahrein en zijn persoonlijke reddingsactie van een echte poes uit een benarde situatie. Maar Mahmood is ook niet te beroerd zich te roeren in fundamentelere kwesties en dat bracht hem al vaker ‘in contact’ met de autoriteiten. Zo trekt hij de rechtspraak door mullah’s in twijfel. Tijdens de Deense cartoonrellen en de daarop volgende Arabische boycot pleitte hij voor een scheiding tussen business en religie. De overheid zette zijn website op zwart, maar kwam hier op terug toen het schrok van de internationale reactie. Tijdens de vorige (minder succesvolle) Arabische Lente uitte hij kritiek op de demonstrerende sjiietische Al-Wefaq partij die zich volgens hem sektarisch gedroeg en te veel op Iran leunde. Maar hij hield ook zijn mond niet over de in zijn ogen overdreven positieve ontvangst van ex-Guantanamo gevangenen die terugkeerden naar Bahrein. Mahmood is iemand die zich niet in een hokje laat duwen, ook letterlijk niet: zijn zoon twitterde een paar uur terug dat hij contact heeft gehad met zijn gearresteerde vader, volgens zijn zoon behandelen ze hem als gast en hoeven we ons geen zorgen te maken. Laten we hopen dat hij ook nu weer ongeschonden uit deze nieuwe aanvaring met de autoriteiten komt. Internationale aandacht heeft zich in het verleden al bewezen als probaat preventiemiddel voor erger, de rest kan de slimme Mahmood heel goed zelf oplossen.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
UPDATE 19.40: Ben Ali afgetreden

President Zine al-Abidine Ben Ali van Tunesië heeft in een speech historische hervormingen aangekondigd. Ben Ali speechte voor het eerst in Tunesisch dialect in plaats van ABA (Algemeen Beschaafd Arabisch) en beval de ordetroepen niet te schieten op de demonstranten. Hij beloofde vrije verkiezingen en het recht op het oprichten van politieke partijen en vakbonden. Alle censuur op internet en de media zal worden gestopt en hijzelf treedt af in 2014. De president zei dat hij jaren is misleid ‘door anderen’ op het gebied van politiek en vrijheid. Op de twitters vragen Tunesiërs zich ondertussen af of deze draai van Ben Ali een huichelachtige 2.0 تغيير (Change 2.0) is of echt iets voorstelt? Onder de hashtag #sidibouzid verschijnen er talloze tweets als reactie op de speech die variëren van ongeloof tot voorzichtige blijdschap, Global Voices verzamelde de tweets. Een tweet was in ieder geval heel duidelijk: de gearresteerde blogger kwam direct na de speech vrij en twitterde je suis Libre.
De bemoeienis van de overheid met het internet groeit met de dag. En dat geldt niet alleen voor landen als China, Iran of Saoedi-Arabië. Begin juli organiseerde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Verhagen samen met zijn Franse collega Kouchner een conferentie over internetvrijheid in andere landen. In een gezelschap van regeringsvertegenwoordigers van 18 landen, ngo’s en bedrijven spraken zij over het beter naleven van internationale verdragen, een gedragscode voor bedrijven die technologie leveren, hulp aan cyberdissidenten en het internationale juridische kader voor het internet. En zij wijdden mooie woorden aan de bescherming van grondrechten op het internet. Nog dit jaar krijgt de conferentie een vervolg in Nederland. Verhagen en zijn collega werken aan een gedragscode met richtlijnen voor de export van internetfilters.
Verhagen heeft kennelijk weinig contact met zijn Nederlandse collega Hirsch Ballin. Deze publiceerde niet kort daarna voor Nederland een concept-wetsontwerp Bestrijding Computercriminaliteit waarin het Openbaar Ministerie volgens Bits of Freedom een censuurknop krijgt. Zonder rechterlijke toetsing zou het OM volgens dit ontwerp straks Internetaanbieders kunnen verplichten een site te blokkeren als er een vermoeden is van een strafbaar feit. Dat is een wel erg ruime formulering waar van alles en nog wat onder kan vallen, van kinderporno tot het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal of het toegankelijk maken van gedigitaliseerde oude kranten.
De minister is ook al veel langer bezig met providers tot een afspraak te komen over het blokkeren van (voornamelijk) kinderpornosites. Maar wat er precies gebeurt is nog steeds niet duidelijk. Duidelijk is wel dat de misdadigers er niet door worden gepakt. Het blokkeren van bepaalde sites vanwege het overtreden van de wet, zeggen Bits of Freedom en ook de Europese organisatie voor digitale rechten EDRi, mag geen vervanging worden voor het opsporen en berechten van wetsovertreders.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
“I was always hoping more people would read it, and it would get a lot of comments, every once in a while I would see this thing on TV about some mommy blogger making $4,000 a month, and thought, ‘I would like that.’ ”
Maar geld verdienen met een weblog is lastig, zo ondervond Judy Nichols. De uitzonderingen op de regel daar gelaten, mag je als solo blogger blij zijn als je met Google advertenties de hosting en domeinnaam kunt betalen, mits je die hebt natuurlijk. Bovenstaande citaat komt uit een artikel in de New York Times: “When the Thrill of Blogging is Gone“, gewijd aan de miljoenen verlaten blogs die door hun teleurgestelde auteurs verlaten zijn na het uitblijven van de enorme bezoekersstromen en bijbehorende inkomsten. Soms al na een enkele post, waar iemand anders dan weer een blog mee kan vullen. De discipline van regelmatig posten is uiteraard ook niet aan iedereen besteed. En dan hebben we het nog niet eens over de onderwerpskeuze.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.