Wat zou wiskunde hier überhaupt kunnen toevoegen?

Verhalen maken de biologische wetenschap Het was een goed idee van de redactie van Nederlandse letterkunde om een themanummer te maken over de manier waarop er in andere vakken wordt omgegaan met literatuur. Het leverde onder andere een pakkend artikel op van Johannes Müller over het gebruik van verhalen in de biologie. De biologie is onder de natuurwetenschappen een beetje een uitzondering. Ze komt voort uit een vak dat ‘natuurlijke historie’ werd genoemd en dus alleen al in die naam een verband legde met de geesteswetenschappen. Bovendien blijkt het veel lastiger om het gedrag van mieren of mensapen in wiskundige formules te vangen dan dat van elektronen of waterstofmoleculen. De wereld is op het niveau waarop ze tot leven komt toch net iets te rommelig voor precieze deterministische modellen. En dus, schrijft Müller, is het verhaal altijd een rol blijven spelen in de wetenschap. Een prominent recent voorbeeld is de theoretisch bioloog Stuart Kaufmann die in zijn boek A world beyond physics: the emergence and evolution of life (2019) de grenzen van de wiskundige modeleerbaarheid aanwijs. Müller: In een verhalende beschrijving van hoe de eerste levensvormen bepaalde ecologische niches veroverden en creëerden laat Kauffman de proto-cellen Sly, Gus, Patrick en Rupert optreden om uit te leggen hoe verschillende organismen op elkaar aangewezen zijn en de voorwaarde zijn voor elkaars bestaan. De verhalende vorm van deze beschrijving is voor Kauffman cruciaal: ‘The story is pretty much all you have to know. What would mathematics do here at all?’ Maar Kaufman staat in een lange traditie, laat Müller zien. Vooral biologen die werkten aan de evolutietheorie grijpen regelmatig terug op bekende verhalen. In discussies over de vraag hoe groot en hoe klein levende wezens precies kunnen zijn, wordt bijvoorbeeld verwezen naar het bijbelverhaal over Goliath (1 Samuel 17) of de lilliputters en reuzen in Gullivers reizen, of de reuzenspinnen bij Tolkien. Als het gaat om de verleidingen van teleologische verklaringen (het idee dat een staart of een extra vinger een bepaald doel dient) komt vaak Pangloss uit Voltaires Candide ter sprake, die meende dat de functie van de neus was om er een bril op te kunnen zetten. Een verhaal waarnaar vaak verwezen wordt is dat van de Rode Koningin in Alice in Wonderland, die zo hard mogelijk moest hollen om op dezelfde plaats te blijven omdat de wereld onder haar heel hard in de omgekeerde richting bewoog. Het is op een bepaalde manier het verhaal van ieder levend wezen: we verkeren allemaal in een eindeloze wedloop met onze prooien en met onze prooidieren. De prooi moet hard wegrennen of gevaarlijke krachten ontwikkelen om de prooidieren van het lijf te slaan. De prooidieren moeten daarop nog harder rennen en nog gevaarlijker krachten ontwikkelen. Zodat de prooien nog weer harder en gevaarlijker moeten. Wij levende wezens zijn ons voortdurend aan het aanpassen aan onze omgeving die zich ondertussen ook weer aan ons aanpast. Het heeft natuurlijk te maken met de aard van de evolutietheorie die een historische wetenschap is. Waar je in de volkomen ahistorische natuurkunde misschien beter kunt grijpen naar diagrammen om iets inzichtelijk te maken, heb je in de biologie intellectuele instrumenten nodig die inzicht geven in hoe zaken elkaar opvolgen en hoe tussen die gebeurtenissen complexe causale relaties bestaan. Dat is ongeveer de definitie van het verhaal. En dus kun je soms beter grijpen naar Lewis Carroll dan naar statistiek.

Door: Foto: John Tenniel, Public domain, via Wikimedia Commons Alice and the Red Queen

Quote du Jour | Grenzen aan de groei

… het is allemaal onderdeel van het herstellen van ecosystemen. Want dat is wat virussen doen

Voor De Volkskrant interviewden Evelien van Veen en Maarten Keulemans viroloog Marion Koopmans, die een onderzoek van Graig Venter aanhaalde waaruit onder andere naar voren kwam dat virussen invloed hebben op ecosystemen en bijvoorbeeld uit de hand lopende algengroei af te remmen.

In feite is dat wat er nu bij ons ook gebeurt”, zei Koopmans. “Als er steeds meer mensen en steeds meer dieren steeds dichter op elkaar komen te zitten, komt er toename van het risico op virusinfecties, wat voor een soort natuurlijk herstel van het evenwicht zorgt.”

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: DJANDYW.COM AKA NOBODY (cc)

Kunst op Zondag | Drone

En toen was er weer gedonder met drones. Een zwerm drones attaqueerde olie-installaties. Reden voor Trump om een zwerm soldaten op pad te sturen.

Maar jongens toch, jullie kunnen zoveel leukere dingen doen met drones….

Bijvoorbeeld dit werk van Daito Manabe (a.k.a. Rhizomatiks):
Elevenplay and Rhizomatiks Research – “24 drones”, 2015 (2 min 45”).

Dansen met drones is veruit te prefereren boven donderstralen met drones.


De choreografie ‘Airman” is onderdeel van de voorstelling ‘Flirt with reality’ van David Middendorp. Vanaf 7 november is de voorstelling weer in Nederland te zien.

Another kind of blue – “Airman”(the making off), 2018 (1 min. 52”).

Het Italiaanse designbureau Carlo Ratti Associati selecteerde uit duizend inzendingen een honderdtal “gedachten, verwachtingen en ideeën over hoe steden eruit moet zien”, die door computergestuurde drones tot een graffiti muurwerk werden gespoten.

CRA-Carlo Ratti Associati –  UFO-Urban Flying Opera, 2019 (1 min 05”).

Ideeën, gedachten en verwachtingen samenbrengen. Als de  Saoedi-Arabieren, de Jemenitische Houthi-rebellen en de Trumps zich daar nou eens op richten, krijg je toch een heel ander gebruik van drones.

Helaas is dat niet zo en zien kunstenaars zich genoodzaakt niet alleen ‘een weinig troost’ in de waan van de dag te brengen, maar ook daadwerkelijk acties op touw te zetten in de hoop welk tij dan ook te keren.

Foto: Mick Talbot (cc)

Een huis vol beestjes

RECENSIE - Een bioloog over onbekende medebewoners van ons huis

De Zoeloes hebben een bijzondere manier om vliegen te bestrijden. Ze halen spinnen in huis. Een grote bol spinrag, gemaakt door een sociale spinnensoort (de meeste spinnen kunnen elkaar niet luchten of zien) wordt hoog in de hut gehangen, met daaromheen wat takken waaraan ze hun webben kunnen weven. De Zuid-Afrikaanse bioloog J.J. Steyn vroeg zich af of deze methode ook in gebouwen toe te passen was, onder andere in het ziekenhuis waar hij werkte. En inderdaad. Naar eigen zeggen zorgden de spinnenkolonies ervoor dat de vliegenpopulatie in drie dagen tijd met 60 procent terugliep. Zijn conclusie luidde dat we kolonies van sociale spinnen zouden moeten ophangen in alle openbare ruimtes zoals markten, restaurants, cafés en hotelkeukens, en vooral in wc’s.

Is 60 procent genoeg? Zijn spinnen wel zo welkom op het toilet? Is het niet beter om ervoor te zorgen dat die vliegen geen voedsel meer vinden? Hoe dan ook, Steyns conclusie wordt van harte onderschreven door Rob Dunn, in zijn boek ‘Nooit allen thuis’. Dunn (hoogleraar aan North Carolina State) heeft nog wat aanvullende voorstelletjes. Bepaalde (heel kleine) wespensoorten leggen hun eitjes in kakkerlakkeneitjes en kunnen ons helpen de kakkerlakkenpopulatie in bedwang te houden. Ook die zouden we in onze huizen moeten verspreiden. En wat te denken van de zwam Beauveria bassiana? Eigenlijk zouden we in onze huizen de sporen van deze zwam moeten rondstrooien want ‘wanneer er een bedwants langskomt, hechten ze zich aan de vettige buitenlagen van diens exoskelet. Eenmaal vastgehecht groeit de zwam door het exoskelet van de wants naar binnen..’ (hierna volgen nog enige smerige details tot de dood van de wants erop volgt). Zo kunnen we volgens Dunn op natuurlijke wijze afkomen van een heleboel plaaginsecten.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Slingeraap (Wikimedia Commons | Victor Silvares)

De bioloog die niet wil deugen

Ikzelf, met mijn humboldtiaanse globale ecologische visie en onconventionele werkwijze van blootvoets het nog totaal ongestoorde oerwoud in te trekken om met eigen ogen Moeder Natuur aan het evolutionaire werk te zien, haar op mijn huid te voelen, op te snuiven en te inhaleren, ben als wetenschapper eigenlijk nooit echt au sérieux genomen door het gros van de achter hun bureau gezeten Amerikaanse salonbiologen, eigenlijk al sinds ik in de jaren zeventig van de vorige eeuw mijn eerste veldwerk uitvoerde in het toen nog geheel maagdelijke Surinaamse oerwoud. Dat komt ervan als je je niet ‘bij je leest houdt…

RECENSIE – Marc van Roosmalen is een bijzonder type bioloog. Dat weet iedereen die een beetje bekend is met zijn leven en werk in het Amazonewoud. Een man die verzet oproept, die zijn licht niet onder de korenmaat stelt en zich vergelijkt met de reus Alexander von Humboldt, met heftige overtuigingen en een pesthekel aan biologen die het van achter hun bureau beter denken te weten. Sinds een paar jaar doet Van Roosmalen zijn best om zijn bevindingen in wetenschappelijke publicaties te gieten. Of in boeken, zoals Waarom de buren nooit deugen, waaruit bovenstaand citaat afkomstig is.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Hulspas weet het | When it tastes like dogshit…

COLUMN - Dat was slecht nieuws voor vegetariërs, vorige week. Voor iedereen die vlees mijdt omdat je een dier niet mag doden voor consumptie. Want een dier heeft ook gevoel. Welnu, planten hebben ook gevoel. Misschien wel bewustzijn, zo konden we overal lezen.

De doorbraak werd half december al gepubliceerd, maar vanwege de feestdagen (en drukte bij de New York Times, die het ontdekte, vermoed ik) bereikte ze pas afgelopen weken de media. Onderzoekers hadden planten ‘behandeld’ met enige gangbare anesthetica, en constateerden dat de proefplantjes stil vielen. Ze reageerden nergens meer op. En één en één is twee. Als iets op hondenpoep lijkt, en ruikt als poep… dus als wij stilvallen en bewusteloos worden, en plantjes ook stilvallen, dan worden de plantjes ook bewusteloos. Dus plantjes hebben misschien wel bewustzijn! Niet opeten, die stakkerds!

Het was weer een mooi voorbeeld van de Eeuwige Wederkeer van het wetenschappelijke nieuws. Het fenomeen dat je planten kunt verdoven werd anderhalve eeuw geleden al ontdekt door de beroemde Franse fysioloog Claude Bernard, die een paar beweeglijke mimosaplantjes voor de grap met ether behandelde. (Ether was toen een wondermiddel, dan ga je gekke dingen doen.)

Eenmaal ‘buiten bewustzijn’ kon hij de blaadjes aanraken zoveel hij wilde, zonder dat ze zich samenvouwden. Bernard sprak niet van bewustzijn, maar van een ‘biologische essentie’ in plant en mens. Hij had gelijk. Alle cellen zijn gevoelig voor korte koolwaterstoffen, die gemakkelijk binnendringen en chemische processen verstoren. En dat brengt zelden een versnelling teweeg.

Weet wat je tekent!

Hoe mensen dankzij Dürer eeuwenlang dachten dat neushoorn een hoorn op zijn schouder had. Als wetenschappelijk illustrator moet je weten wat je tekent. Doe je dat niet dan kan dat rare gevolgen hebben!

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Hulspas weet het | Hoe de man zijn botje verloor

COLUMN - Het was de afgelopen week weer tijd voor de baculum, het penisbotje. Om de twee, drie jaar is er altijd weer even aandacht voor dit stukje anatomie van het zoogdier, en daarbij uiteraard ook voor de pijnlijke vraag waarom zo veel zoogdieren een dergelijk botje bezitten, en de mens nou juist niet. Waarom is de man dat kwijtgeraakt? Vele mannen voelen het gemis bijna dagelijks. Of denken dat te voelen. Met een complete pillenindustrie als gevolg.

De nieuwste suggestie, het baculum-nieuws van 2016 zogezegd, kwam uit Los Angeles. De onderzoekers aldaar zagen dat er een verband bestaat tussen de lengte van de penetratie (de tijdsduur, bedoel ik dan) en het bezitten van een botje. Dat klinkt logisch. Een man wil ‘m er zo lang mogelijk inhangen, en een botje is dan uiteraard een extra steuntje. Dat verlangen hangt volgens de onderzoekers op zijn beurt weer samen met de ‘postcopulatoire’ competitie, dat wil zeggen de kans dat het vrouwtje daarna door een ander wordt gedekt. Zoiets moet uiteraard voorkomen worden, en volgens de onderzoekers is een langdurige copulatie (met botje!) een van de tactieken om dat te bereiken. Kort gezegd, hoe langer de man ‘m erin houdt, hoe kleiner de kans dat een ander mannetje een kans krijgt.

Foto: jekert gwapo (cc)

Met zweet toont de mens emoties

ACHTERGROND - Wie niet helemaal okselfris is, heeft al gauw de neiging riant met een fles deodorant te spuiten. Dat is zonde, want zweetgeur is deel van onze nonverbale communicatie, volgens biologe Liyen Siaw.

Het is bekend dat mensen zowel nonverbaal als verbaal met elkaar communiceren. Bij het uiten van emoties gebruiken we woorden of maken we bepaalde gebaren, gezichtsuitdrukkingen of geluiden waardoor een ander een idee krijgt van hoe we ons op dat moment voelen.  Maar wist je dat we met de geur van zweet ook onze emoties kunnen laten zien? Sociaal psycholoog Gün Semin van de Universiteit Utrecht heeft dit tijdens zijn onderzoek aangetoond.

In de dierenwereld is al langer bekend dat het gebruik van geuren meerdere functies heeft. Zo kunnen dieren de geurstof feromoon produceren om seksuele partners te lokken, markeren dieren die een territorium hebben deze vaak met urine en gebruiken sommige dieren geur als verdedigingsmechanisme als ze zich bedreigd voelen.

Hoewel bij mensen de visueel en auditief sociale communicatie bekender is, zijn er al gevallen bekend dat ook mensen via geuren met elkaar communiceren. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat lichaamsgeuren een rol kan spelen bij de partnerkeuze. Uit het onderzoek van Clark (1988) over de invloed van parfum in een sociale en georganiseerde setting, bleken vrouwen in een theater eerder een programmaboekje mee te nemen of op een stoel te zitten die besprenkeld was met 5 α-androstenone, een geurstofje die in het okselzweet van mannen aanwezig is. Het reukzintuig is een van de meest primitieve zintuigen en is verbonden met het limbisch systeem van de hersenen. Het limbisch systeem regelt voornamelijk onze gevoelens, emoties en gedrag, wat de samenhang tussen reuk en emoties verklaard.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Alireza Teimoury (cc)

Bepalen je genen met wie je bevriend raakt?

ANALYSE - Met wie we bevriend raken, hangt af van een complexe wisselwerking tussen genen en omgeving.

Vertederd aanschouw ik hoe mijn peuterzoontje zijn vriendinnetje een knuffel geeft als we bij de crèche aankomen. Zo jong als hij is, heeft hij al een duidelijk voorkeur. Toch zullen de twee peuters zich waarschijnlijk niet verbonden voelen door hun muziekstijl of politieke kleur. Dit zette mij aan het denken: wat bepaalt eigenlijk wie onze vrienden worden? Het antwoord ligt mogelijk in de complexe wisselwerking tussen genen en omgeving, aldus een zojuist verschenen artikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het principe “soort zoekt soort”, of de mooiere Engelse uitdrukking “birds of a feather flock together”  wordt vaak gebruikt om sociale connecties tussen mensen te verklaren. Gelijksoortige mensen zoeken elkaar op. Dit kan betrekking hebben op uiteenlopende aspecten: leeftijd, ras, geslacht, religie, politieke voorkeur, etcetera.

Er is nu ook bewijs voor een biologische basis van vriendschap: vrienden vertonen overeenkomsten in genetische opmaak – ook wel genotype genoemd.

Drinking buddy

Met name het dopamine-receptorgen DRD2 blijkt van belang. Interessant genoeg is dit gen ook in verband gebracht met rook- en drinkgedrag. Een “drinking buddy” is misschien dus wel een heel natuurlijke vorm van vriendschap.

Volgende