serie

De Diepte

Wat Nederland en Japan van elkaar kunnen leren

De mentaliteit tussen Nederlanders en Japanners is in veel opzichten totaal tegengesteld. Maar uit die tegenstelling komen soms opmerkelijke overeenkomsten voort. En wellicht kunnen we nog wat van elkaar leren.

Wie door Japan reist ziet een land dat niet alleen bol staat van de cultuur en de tradities, maar ook een land dat op technologisch gebied Europa in veel opzichten ver vooruit is. En tegelijkertijd is alles in Japan bijna angstwekkend efficiënt geregeld. Geen trein rijdt te laat, er ligt geen vuiltje op straat, en wanneer ergens op gewacht moet worden, wacht iedereen keurig op zijn plaats in de rij op zijn beurt.

Verschillen

Grof gezegd komt het verschil in mentaliteit tussen Japanners en Nederlanders op het volgende neer:

In het westen zijn de belangrijkste moderne waarden assertief zijn en voor jezelf opkomen. Het goede van deze mentaliteit is dat in onze moderne maatschappij werkgevers, overheden en echtgenoten die respectievelijk graag hun werknemers, burgers en vrouwen mishandelen op hun tellen moeten passen. Dit resulteert in een maatschappij met democratie en emancipatie als kernwaarden, en economisch gezien een nadruk op initiatief en creativiteit op de werkvloer. Deze mentaliteit maakt westerse samenlevingen zo sterk als ze zijn. De Nederlandse samenleving is het prototype van zo een westerse samenleving.Prachtig nietwaar? Er is echter ook een keerzijde. Assertief gedrag kan behoorlijk grof, ondiplomatiek en zelfs agressief zijn. Onafhankelijk gedrag kan makkelijk egocentrisch of zelfs egoïstisch worden. En klagen kan nuttig zijn, maar ook gewoon een uiting van nutteloos verwend gedrag.

Herkent u deze keerzijde? Dan heeft u de sleutel tot het begrijpen van de Japanse mentaliteit in handen, want dit is precies zoals een Japanner het zou zien. De Japanner ziet agressie, egoïsme en klagen als kinderlijke uitingen van zwakte. Vergeleken met een Japanner is iemand van een westerse samenleving een overhitte egocentrische huilert die excelleert in onaangepast gedrag; een mensen dat zich als een klein kind gedraagt.

Overeenkomsten

Van alle Europese volken was Nederland 250 jaar lang het enige volk waarmee Japanners handel dreven. Moet er dan niet toch iets overeenkomstig zijn in de volksaard? Ik besprak het een keer met een Japanse vriendin. Wat we misschien gemeen hebben, opperde ik, is dat Nederlanders en Japanners beide van nature een tolerant volk zijn. Het was me al opgevallen dat Japanners erg geneigd zijn zich aan te passen aan hun gasten. Japanners onderling schudden bijvoorbeeld geen handen; zij buigen naar elkaar. Maar een westerling krijgt van iedere Japanner keurig een hand.

Op deze suggestie kreeg ik een goedkeurende knik. Ja, kreeg ik als antoord, wij Japanners zijn tolerant uit trots.

Trots? Wat heeft tolerantie met trots te maken? Voor een Japanner alles, werd me uitgelegd. Door tolerant te zijn, laat je zien dat je boven iemands gedrag staat.

Een mooie gedachte, maar totaal tegengesteld aan het idee achter de Hollandse tolerantie. Hollandse tolerantie is immers eerder ontstaan uit het besef dat getwist maar slecht is voor de handel, en dat het daarom maar beter is de strijdbijl te begraven. Pure pragmatiek en winstbejag dus.

Zijn wij dan pragmatisch, en is de Japanner dan alleen maar traditioneel? Nee. Want aan de andere kant snapt mijn Japanse vriendin weer absoluut niet waarom Nederlanders klagen over het weer. Je kan er toch niets aan veranderen? Door te klagen over iets wat je niet kan veranderen onderstreep je je eigen zwakte, vindt zij. Je steekt je energie in iets waar je niets voor terug krijgt.

Soms is de Japanner meer pragmatisch dan de Hollander.

Trots

In de Japanse cultuur zijn gastvrijheid, gehoorzaamheid en tolerantie geen tekenen van zwakte, maar de manieren om macht en trots te tonen. En ook deze mentaliteit heeft zo zijn voordelen. Wie in Japan komt zal verbaasd staan over de grondigheid waarmee alles in Japan is geregeld. Japan is moderner, schoner, en beter geordend dan Zwitserland. Alles in Japan loopt stipt op tijd, met een angstwekkende precisie. De Japanner komt dan ook bij iedere afspraak altijd te vroeg.

Het probleem dat Nederlanders hebben met deze op zich zeer mooie eigenschappen als tolerantie en gehoorzaamheid, is dat hij deze dingen eigenlijk tegen wil en dank toepast, omdat hij voelt dat het botst met zijn trots.

Leren

Persoonlijk denk ik dat de Japanner nog heel veel van de Nederlander kan leren, en andersom. Wat wij hebben te brengen is een constructief-kritische houding en het stimuleren van initiatief. Wat we van de Japanner kunnen leren is trots te zijn op het rekening houden met anderen, het opbrengen van berusting bij zaken die nu eenmaal niet te veranderen zijn, en de coöperatieve instelling wanneer er gezamenlijk wat te bereiken is. En misschien de kracht trots te zijn op onze tolerantie en zaken als openheid en gastvrijheid.

Tot slot: natuurlijk zijn dit allemaal slechts gemeenplaatsen. De gemiddelde Japanner bestaat net zo min als de gemiddelde Nederlander, en de overeenkomsten zijn groter dan de verschillen, omdat we allemaal mensen zijn. Een heel groot deel van de Nederlanders is meer dociel dan de gemiddelde Japanner en zo zijn er uiteraard ook veel Japanners die een stuk brutaler zijn dan de gemiddelde Nederlander. Maar het verschil in de mentaliteit is toch duidelijk merkbaar wanneer men in Japan te gast is.

De Vrije Wil bestaat

Ondanks de aanvallen op de vrije wil zijn er nog genoeg redenen om aan te nemen dat de vrije wil bestaat. In een eerder stuk schetste ik wat beperkingen zijn aan de vrijheid van de mens. Sommige lezers maakten uit dit stuk op dat ik een pleidooi zou houden tegen het bestaan van de vrije wil. Dat is niet waar. Hieronder daarom een pleidooi vóór de vrije wil.

Het wegredeneren van de vrije wil is een hardnekkige ziekte. Onlangs bepleitte Dick Swaab in zijn boek Wij Zijn Ons Brein andermaal dat de vrije wil niet zou bestaan. Volgens zijn redenering zou onze geest niets meer zijn dan een bijproduct van chemische processen.

De oorsprong van die theorie waarin de vrije wil verdwijnt zit diep, en hangt samen met een deterministische wereldvisie. De mens heeft de neiging zijn omgeving te omschrijven door middel van oorzaak-gevolg-relaties. Het succes daarvan leidt tot de volgende gedachte: als de wereld zo goed te omschrijven is door middel van wetten, misschien zijn het dan wel die wetten waaraan de wereld volledig ondergeschikt is. De wereld inclusief de mens dus.

Deze gedachte heeft mensen van alle tijden uit het lood geslagen. Want als alles onontkoombaar is, wat moeten we dan nog met onze vrije wil? Kunnen we sowieso nog wel verantwoordelijk stellen en oordelen vellen? In de oudheid hingen met name de Stoïcijnen de deterministische filosofie aan. Volgens hen luistert de hele wereld naar één centrale natuurwet: de logos. Of de oorzaken van ons gedrag nu van binnenuit ons komen, bijvoorbeeld uit de hersenen, of dat ze van buitenaf komen; als onderdeel van dit grotere spel blijft er voor de mens als vrij wezen in de Stoïcijnse filosofie maar weinig over. Natuurlijk hebben ook de Stoïcijnen aan deze patstelling proberen te ontkomen, maar erg geloofwaardig waren ze daarin niet. Vandaar dus ook dat de grote lijn van de Stoïcijnen lijkt te zijn dat je maar beter kan berusten in de situatie waarin je bent, in plaats van je ertegen te verzetten.

Leve het polytheïstisch atheïsme

Een klassieke opvatting onder moderne ongelovigen is dat de mate van verlichting omgekeerd evenredig is aan aan het aantal goden dat in een samenleving wordt aanbeden. Ooit waren de mensen polytheïsten, daarna werden ze katholiek (drie goden plus een hele santenkraam), daarna protestant (één God) en tot slot werd ook  die laatste God nog afgeschaft. Van veel naar drie naar één naar nul: opgeruimd staat netjes.

Er is een probleem met die redenering, een probleem waarop klassieke gelovigen wel wijzen, maar meestal zonder resultaat: we kunnen niet zonder geloof in een of meer goden, ook als we die God rede noemen, of markt, of economie. We weten weinig of niets echt zeker weten. Wie kan er zeggen dat hij met zijn beperkte verstand echt kan begrijpen hoe alles (alles (alles)) werkt? Dat we uiteindelijk altijd moeten vertrouwen – dat we uiteindelijk iets moeten geloven om niet ten onder te gaan in de volkomen chaos van het absolute onbekende. Atheïsme bestaat in die zin niet, of het staat gelijk aan een waanzinnig neerstorten in het kolkende onbekende. Iedereen heeft structuur nodig en grijpt daarom naar iets onbekends – iedereen die niet ten onder wil gaan is in die zin theïst.

De geschiedenis van mijn narcisme

 

ESSAY – Onlangs werd in het programma ‘Dus ik ben’, waarin Stine Jensen op zoek gaat naar de filosofische wortels van onze identiteit, de vraag gesteld of social media ons, de westerse mens, narcistischer heeft gemaakt. Allerlei bekende en minder bekende mensen, waaronder de Engelse filosoof Alain de Botton (die ik een paar uur daarvoor nog geïnterviewd zag worden door een van de grote exponenten van het 20ste eeuwse narcisme, Ivo Niehe), lieten hierover hun licht schijnen, waar ik echter niet of nauwelijks naar heb geluisterd, omdat ik, o ironie, te veel in beslag werd genomen door mijn eigen oorverdovende gedachtes over deze vraag.

Sinds ik op regelmatige basis mijn ideeën en gedachtes over van alles en nog wat op internet gooi, in de hoop en inmiddels wetenschap dat andere mensen het willen lezen, beoordeel ik alles waarover ik nadenk op de mogelijkheid er een stukje van te maken. Vaak zit ik in mijn hoofd al hele volzinnen te formuleren die zo fraai mogelijk verwoorden wat ik denk. Of ik denk na hoe ik iets zo scherp mogelijk in 140 tekens kan gieten.

De mogelijkheid die ik dankzij internet heb om mijn gedachtes te publiceren en aan mensen te laten lezen, beïnvloedt zodoende mijn denkwijze. Ik doe dit, laat ik voor de gelegenheid maar zo eerlijk mogelijk zijn, vooral ter meerdere eer en glorie van mezelf. Dat de mensen tegen me zeggen: Goh Max, wat heb je dat toch ontzettend fraai verwoord. En dat De Volkskrant en NRC vervolgens tegen elkaar op beginnen te bieden om mijn stuk te kopen. En dat De Wereld Draait Door mij belt om te vragen of ik mijn mening in de uitzending van die dag wil komen verkondigen. Wat ik weiger, want ik heb een hekel aan Matthijs van Nieuwkerk en voel me te goed voor de Wereld Draait Door. Dat wist de redactie daar toch wel, neem ik aan? Ja, natuurlijk wist de redactie dat, maar Matthijs vond mijn mening te belangrijk en had besloten over zijn eigen schaduw heen te stappen en de redactie bevolen mij uit te nodigen.

Vrijheid anno nu: keuzestress of slavernij?

Vrijheid betekent tegenwoordig dat ieder individu zijn eigen leven kiest. Maar zij wij nu eigenlijk wel zo vrij als we denken? Is onze huidige vrijheid niet een illusie? Gastredacteur Klokwerk gaat in op deze filosofische vrijheidsvragen.

Op 18, 19 en 20 april 2012 werd de VARA-documentaire “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” uitgezonden. In die documentaire werd kortweg gesteld dat ons denken over vrijheid doorgeschoten is ten opzichte van de andere twee waarden.

In het eerste deel van de documentaire wordt een beeld geschetst van onze samenleving waarin vrijheid niet meer zomaar het zich vrijvechten van onderdrukkers is. Eerder wordt vrijheid nu opgevat als de absolute vrijheid van anderen: het individu kiest voor zichzelf het meest perfecte leven.

Dit heeft, zo beweert de documentaire, zeer nadelige gevolgen. Vrijheid is hier namelijk een examen mee geworden, en de veelheid van keuzes leidt tot keuzestress. Het gemiddelde bereiken is voor ons vrije individuen niet bevredigend genoeg: de gemiddelde burger voelt zich daarom een verliezer. Ook blijven de maatschappelijke gevolgen niet uit. Een cultuur van hoge doelstellingen en hoge beloningen aan de bovenkant van de samenleving wakkert de hebzucht aan en nodigt uit tot fraude, waardoor aan de top ruimte komt voor een gewetenloze graaicultuur: ziehier de crisis.

Europa en de verkiezingen

Het was de Amsterdamse politicoloog Meindert Fennema, die een onaantrekkelijk beeld voorzag: de oppositie van de PVV en de SP, met hun gemeenschappelijk anti-europese standpunten als voornaamste diskwalificatie. We moeten er nog even op wachten, maar als beide partijen behoorlijk scoren in september, dan dreigt een scheidingslijn in de politiek, met Europa en de euro als de grote verdelers. Dat zal de handelingsvrijheid van een nieuwe regering beperken.

Het standpunt van de PVV vat ik ruw samen: “grenzen dicht, de gulden terug, geen Brusselse dictaten.” Het is niet mijn visie, maar het heeft een zekere consistentie. Vanuit Amerika roept Wilders ons toe dat we de EU moeten verlaten. Dat is, ondanks de consistentie, een breuk met alle tradities in de Nederlandse politiek. Waarom?

Duitsland stortte Europa en de wereld in de vorige eeuw twee keer in een vernietigende oorlog. De meeste Duitse regeringen na 1945 wilden een sterk Europees verband, waarin de Duitse ambities zouden kunnen worden beteugeld.  “Met Moffen moet je Moffen vangen”, zou mijn vader zeggen. Maar het was een achtenswaardige politieke lijn.

Alleen komt  de geschiedenis altijd met verrassingen. In 1989 viel de Berlijnse Muur en stortte de DDR in elkaar. Ineens was de hereniging van de beide Duitslanden actueel. In de diverse memoires  van politici is de verrassing en improvisatie terug te vinden. De Russen en de Fransen hadden grote aarzelingen, maar de verkiezingsoverwinning van Helmuth Kohl liet maar één conclusie toe: de komst van een nieuw herenigd Duitsland.

Foto: Eric Heupel (cc)

We weten niets over de zeebodem

DATA - James Cameron die in zijn duikboot afdaalt naar ongekende diepten, de Titanic die deze week 100 jaar geleden zonk, de zeebodem is de laatste tijd meer in het nieuws dan het jaren hiervoor was. Randall Munroe, die normaal gesproken webstrips maakt op xkcd.com maar daar ook af en toe schitterende datavisualisaties plaatst, vond het tijd om eens wat overzicht in de zeebodem te scheppen. Hij tekende een mooie plaat waarop hij vooral afstanden goed weergeeft. Nieuwsgebeurtenissen uit heden (James Cameron) en verleden (de Titanic) en daar tussenin (Deepwater Horizon en Chileense mijnwerkers) heeft hij er humorvol in verwerkt.

Van de plaat leerde ik dat James Cameron een mysterieuze deur op de zeebodem heeft gezien en tot welke diepte sperm whales duiken. “They come up covered in wounds en sucker marks, so probably there are big squid doen here?” Munroe is duidelijk in zijn conclusie: “…Man, we know nothing about the ocean.”

Fascinerende alledaagse politiek

Het politieke handwerk van alledag is leerzaam, emotioneel , veeleisend en fascinerend. Het is iets totaal anders dan je uit boeken leert, iets waar getuigende fundamentalisten geen plezier aan zullen beleven. Ik schreef hier eerder over de beslissingen rond het KPMG kantoor in Amstelveen, onder de kop “Pervers Bestuur”. Wie politiek wil begrijpen, moet er aan doen. De SP begrijpt dat en het doet de partij goed. Spekman van de PvdA wil ombudsteams: dat is het zelfde inzicht.

“All politics is local”, zegt een cliché in de politicologie. Dus ik stortte mij, in de lokale politiek van mijn woonplaats O. Opwindend is dat niet, klein en dorps. Sociaal is het wel.  Maar toen het plan L. aan de orde kwam werd het spannender. Plan L. gaat over de ontwikkeling van een zeer groot landschapspark van ruim 1500 ha. De gemeente kreeg te maken met 200 bedrijven en grondeigenaren; met hun gronden en bedrijven moest iets. En met alle betrokken overheden; meer dan men zich kan voorstellen.

Overleg met betrokkenen

De sfeer was wrevelig: “ik kan het niet iedereen naar de zin maken”, zei de wethouder wat al te gemakkelijk. De ondernemers in het gebied vonden dat “bestuurdersarrogantie”. Toen in een commissievergadering een inspreker klaagde over verlies aan levensgeluk, vond ik dat ik er eens in moest duiken. Ik ging op bezoek bij een actiegroep, die zich de Ploegschaar noemde. De voorzitter was een landbouwer, de secretaris een varkens- en schapenboer. Wat zij toonden van hun bedrijven was bijzonder imponerend: landbouwmachines groter dan ik ze ooit gezien heb, inspirerende internationale contacten, innovatieve productietechniek en milieubescherming.

Foto: Eric Heupel (cc)

Machtenscheiding en politiek

Onze democratie heeft een uitvoerende, een wetgevend en een rechterlijke macht.  Is er nog een vierde macht, de bureaucratie, die ‘eigenlijk’ de baas is? Die vraag kwam bij me boven, door mijn verbazing over het verkoopplan van huurwoningen aan hun huurders. Voor het oog wanordelijk, wordt er veel geroepen over de normen voor hypotheekverstrekking (DNB, AFM, NHG) en nog meer over de HRA. Mijn beeld: het “systeem” is verhuld bezig de sociale woningbouw te verkleinen, zo niet geheel op te heffen. Dat is geen klein besluit, na ruim een eeuw woningwet.

Maar de vraag is: waarom? Geld levert het niet op voor de schatkist. De banken willen liever geen hypotheken verstrekken aan kleine verdieners en kwetsbaren. De vraag naar koopwoningen is klein tot niet bestaand. De woningmarkt is niet vlot te krijgen, door een maatregel op een deelterrein. Dus, wie wordt hier nu blij van?

In de programma’s van VVD en CDA stond het niet. Maar in het regeerakkoord staat het ineens wel. Hebben de ondersteunende ambtenaren bij de formatie een trucje uitgehaald? Bepaalt de politiek de richting of de bureaucratie?

Verhoudingen

De politieke leiding bepaalt de doelen, de ambtelijke ondersteuning levert de middelen. De doelen worden dus door de politiek gekozen, de middelen om die doelen te bereiken door ambtelijke deskundigen. Dat lijkt helderder dan het is. Doelen en middelen vormen een soort hiërarchische reeks: wat voor de één een doel is, vormt voor de ander een middel tot een hoger doel. Het doet er dus veel toe waar de aandacht precies op wordt gericht. Politiek en bureaucratie hebben hierom een soort overeenkomst over hun gedrag: de ambtenaar is in laatste instantie loyaal aan de politieke top, maar gedraagt zich ook als professioneel adviseur van die politieke top.

De Honderdjarige Oorlog , Jeanne d’Arc

600 jaar geleden werd Jeanne d’Arc geboren. De dag werd in Frankrijk groot herdacht. Ze speelde een cruciale en bijna onbegrijpelijke rol in de afloop van de honderdjarige oorlog. Een oorlog die we in Nederland bijna negeren – in ieder geval op de scholen – maar die het Europa zoals we het nu kennen sterk mede heeft gevormd. Het onderstaande stuk is een fragment uit “Niet naar Santiago en weer terug” van gastredacteur Hans Rottier. Waarheid is betrekkelijk. Zo ook in dit fragment.

De Honderdjarige Oorlog is ingewikkeld. Een van de meest inge­wikkelde periodes in de ontwikke­ling van Europa. Waar je begint is arbitrair. Ik kies voor Hugo Capet die in 987 het ko­ningschap krijgt van de feodale heersers in Frankrijk. De vor­ming van de Duitse eenheid is kinderspel verge­leken bij deze periode.

Als de Karolingers in 987 definitief hun macht afstaan aan Hugo Capet, is er nog al­lesbehalve een eenduidige staat. Hij is een gekozen koning tussen een hoeveelheid vazallen die meestal meer be­zit hebben dan hij. In een dispuut met Adelbert du Péri­gord wil hij dat die een beleg van Tours opheft. Adelbert wei­gert, waarop Hugo hem zegt dat de graven koninklijke die­naren zijn. Adelbert antwoordt dat het wel de her­togen en graven zijn die hem in het zadel hebben geholpen (Qui t’a fait comte?; Qui t’a fait roi?). De Capets moeten zeer rustig en voorzichtig te werk gaan willen ze iets van hun koningschap maken. Ze zijn zeer voorzichtig. Bijna onzichtbaar, stukje bij beetje ver­groten ze met behulp van de Kerk en slimme huwe­lijken hun invloed en gebied. Ze houden zich buiten de investi­tuurstrijd en hebben ook niets van doen met de inval in Enge­land van een van hun vazallen, Willem de Verove­raar.

Er bestonden al veel langer goede verbindingen tussen de En­gelse koningen, ex-Noormannen en de hertogen van Norman­dië en in 1002 trouwt de zuster van de hertog van Normandië – Emma – met Ethel­red II. Daarmee ontstaat een relatie tussen beide gebie­den en de zoon van Emma, Eduard de biechtvader, wordt in 1042 koning van Engeland. Hij belooft Engeland in 1051 aan zijn neef Willem van Normandië. Als Eduard dan in 1066 overlijdt wil Wil­lem zijn bezit claimen. Harold II, een zwa­ger van Eduard, en diens broer claimen echter ook het koning­schap van Enge­land. Willem neemt zeer snel actie, steekt het Kanaal over recht naar het noorden en komt bij Hastings Ha­rold II tegen in een veldslag die niet zo groot is geweest, maar die be­hoorlijke gevolgen voor Frankrijk, Enge­land en eigenlijk Europa als geheel zal heb­ben. Harold wordt verslagen en ge­dood. Willem is de Veroveraar, ko­ning van Enge­land én hertog van Normandië. Als we wat in­terne onaardigheden in het huis van Willem de Veroveraar ach­terwege laten, zien we in 1100 Henry I, zoon van Willem, op de troon van Engeland. Zijn dochter Mathilde is erf­genaam, want zijn zoon is om­gekomen bij een schipbreuk. Zij trouwt met Geoffrey Planta­genet en hun zoon is Henry II Planta­genet (1133–1189). Die naam moet je onthouden.

De Engelse koning heeft nog steeds bezittingen in Frankrijk en is nog steeds vazal van de Franse koning Lodewijk VI. Lodewijk VI heeft met succes het koningschap op een wat hoger plan gezet en kan geen insubordinatie gebruiken. Henry I bezet het fort van Gisors en weigert feodale eer te betonen aan de Franse koning. Daarop vol­gen de eerste schermutselingen die zullen ontaarden in de Honderdjarige Oorlog. De Guerre de Gisors. In 1120 moe­ten beide feodale heren van de paus vrede sluiten. De Kerk wil geen ‘christelijke oorlogen’ meer en de kruistochten zijn net begonnen. Het is het eerste verdrag in een lange reeks. Relaties, huwelijken, erfelijk bezit van land en bo­venal de wei­gering om de Franse ko­ning te aanvaarden als meerdere. Op dit mo­ment gaat het feite­lijk alleen nog om het hertogdom van Normandië.

Lodewijk VI sterft in 1137 en zijn zoon Lodewijk VII (1120–1180) neemt het over. Hij trouwt in 1137 met Aliénor[1], erfge­name van Aquitanië[2]. Zij is dan vijftien jaar. Dat gaat voorlo­pig goed en ze krijgen twee kinderen die verder geen rol van bete­kenis meer spelen. Het tweede kind is mis­schien niet van Lode­wijk. In 1146 moet Lodewijk VII op kruistocht. Het was mode, er wordt druk vanuit de Kerk uitgeoefend, het was zijn religieuze plicht: iets dergelijks moet het geweest zijn. Hij gaat en Aliénor gaat mee.

Maar Aliénor is gegroeid en is dan vierentwintig jaar. Vrijge­voch­ten? Geforceerd? Hoe het ook zij, in Antiochië is zij blijk­baar te intiem met haar oom Raymond de Poitiers. En er is ruzie over de te volgen strategie. Lodewijk is jaloers en niet blij. Hij laat het huwelijk ontbinden, waarschijnlijk op beider initiatief. Het for­mele ar­gument is dat ze familie zijn in de 4e graad (volgens het cano­niek recht). Dat is een grote fout van Lodewijk en ei­genlijk ook niet te begrijpen. Is het trots? Is het druk van de Kerk? Is Aliénor gewoon een kreng en ging ze te ver? Hoe dan ook, Aliénor neemt haar bruidsschat mee en vertrekt. Aquitanië, dat zo ele­gant deel van Frankrijk leek te worden, bungelt vrij in het feodale wereldje voor ieder dieAlié­nor kan en wil trou­wen. Dat laat Henry II Plan­tagenet zich geen twee keer zeggen. Het huwelijk met Lodewijk is in 1152 ont­bonden en in hetzelfde jaar trouwt zij met Henry II Plantage­net, de latere koning van En­geland en verbindt Aquitanië op deze wijze aan Engeland. Ze krijgen acht kinderen. Goed gere­geld. Berekend? Neemt ze wraak[3]?

Nu is een groot deel van Frankrijk in Engels koninklijk bezit.

De Honderdjarige Oorlog is nu niet meer te voorkomen met slimme huwelijken en een vazallen buiging.

De koning van Engeland buigt niet voor de koning van Frank­rijk.

De eerste Honderdjarige Oorlog begint kort na de troonsbestij­ging van Henry II in 1154. In 1159 be­gint een strijd tussen de ver­schillende koningen van Engeland en Frankrijk die in 1259 wordt be­slecht met het verdrag van Parijs. Lodewijk IX (Saint-Louis) liquideert het conflict en brengt over het geheel rust in het ko­ninkrijk. De op­lossing voor het moment is dat Aquitanië een En­gels graaf­schap wordt, waarvan de graaf vazal van de koning van Frankrijk is. Het geeft rust tot 1337. Deze eerste Hon­derd­jarige Oorlog is een conflict tussen koningen dat wordt uitgevoerd met legers. Het volk heeft er natuurlijk wel last van, maar het valt allemaal mee. De schaal is beperkt. Op last van de paus.

Alleen in 1294 gaat Philips de Schone Eduard I nog te lijf in drie campagnes en lijft Aquitanië in. Het zijn ruzies om visgronden tussen vissers uitNormandië en vissers uit Bayonne en uit La Ro­chelle. In 1299 wordt met het verdrag van Montreuil alles weer teruggegeven en de Engelse ko­ning Eduard bevestigt dat hij vazal van de Franse koning is. Alles is weer rustig.

Waarom blijft het zo relatief rustig na 1066 en vooral na 1152?

De Kerk had de kruistochten georganiseerd en een van de doe­len was om de interne ‘christelijke oorlogen’ te verhinderen en de ogen op de ongelovigen, de islam, te richten. Of omge­keerd: de ogen op de islam te richten om vrede in Europa te bren­gen. In 1272 is de laatste kruistocht afge­lopen en de ogen rich­ten zich weer he­lemaal naar binnen. In die periode tot 1300 zijn er nogal wat verdragen die door de Kerk worden afge­dwongen. De Kerk had macht. Macht gebaseerd op de preek­stoel, landbezit en bo­venal toch echt ook het geloof. Geloof in God en het hier­namaals. Dat je de Kerk te vriend moest hou­den, anders zou je branden in de hel.

Als in 1298 en 1303 de Tempeliers de laatste aanvallen op de islamitische gebieden in het Midden-Oosten hebben onderno­men komen ze met z’n allen terug naar Europa. Ze hebben een groot fort in Parijs. Daar waar de koning woont. Philips de Schone gaat de Tempeliers te lijf. De redenen zijn duister, maar ik sluit niet uit, dat hij zich gewoon bedreigd voelde door dat onafhan­kelijke leger van de paus ineens dicht bij zijn bed. Daarnaast was het duidelijk dat hij een krachtmeting met de paus uit te vechten had. Wie is de baas in Frankrijk? En, niet onbelangrijk, Philips had geld no­dig. Als de grootmeester van de Tempeliers Jacques de Molay terug is in Parijs, wordt op vrijdag 13 oktober 1307 een zeer ge­coördineerde inval gedaan bij alle tempelier­verblijven en bezittin­gen door heel Frankrijk. Alle Tempeliers worden gearres­teerd. Het proces duurt tot 1314. Op het conci­lie van 1311, voor de gele­genheid bij elkaar onder druk van Philips de Schone, wordt de orde ont­bon­den, maar niet veroordeeld zoals Philips wil. Zij die hun dwaalweg bekennen komen vrij. Zij die dat niet doen gaan op de brand­stapel. Jacques Molay als laatste in 1314. Het is een lange strijd tussen Kerk en staat. Tussen paus en koning eigenlijk. De koning wint deze keer. De Kerk heeft de kruis­tochten verloren en duidelijk minder macht. Het geloof heeft een deuk opgelo­pen. Er gaan geen koningen en andere adel meer naar het Midden-Oos­ten. Alle energie kan weer op oorlogen in het eigen gebied worden gericht. Engeland – Frankrijk dus.

De vlam gaat in de pan als Edward III in 1337 maar weer eens weigert de Franse koning te erken­nen. In 1338 verbinden de Vla­mingen zich met de Engelsen en in 1340 neemt Edward III de titel Koning van Frankrijk aan. De Franse vloot wordt bij Brugge ver­nietigd en in 1346 worden ze bijCrécy in de pan gehakt. Calais capituleert in 1347. Het gaat niet goed met Frankrijk. In 1347 wordt er dan vrede gesloten die wat uitloopt tot 1355 van­wege de pest. Ondanks die rampzalige ziekte, die ongeveer 30% van de bevolking neemt, gaat de oorlog daarna gewoon door. De Engel­sen plunderen het Franse land d.m.v. kortdurende roof­tochten. De zwarte ridder verhalen komen uit deze periode.

Het gaat verder. In 1356 worden de Fransen bij Poitiers in de pan gehakt en in 1358 wordt de dauphin vermoord. Du Gues­clin is een Frans militair die dan eindelijk wat terug weet te doen. Vechtend trekt hij 21 jaar, tot 1380, door Frankrijk en jaagt de Engelsen uit een groot deel vanZuidwest-Frankrijk in 1369/1370.

Richard II en Karel VI proberen het diplomatiek. Richard II krijgt zelfs in 1396 de dochter van Karel als vrouw. Ze is dan vijf jaar. Het mag niet baten en Henry IV gaat er weer vol in. In 1407 wordt de graaf van Orléans vermoord door de mannen van Jan Zonder Angst van Bourgondië. Er ontstaan twee par­tijen. De Ar­magnacs en de Bourgondiërs.

Als dan ook een burgeroorlog ontstaat tussen beiden is de chaos compleet. In 1419 wordt Jan Zonder Angst vermoord als hij toe­nadering met deArmagnacs zoekt. Di­rect daarna schui­ven de Bourgondiërs door naar het Engelse kamp. Samen met Isa­beau de Bavière, de vrouw van Karel VI en dus koningin van Frank­rijk. Dat is nogal wat.

Isabeau, dochter van de hertog van Beieren, was feitelijk re­gen­tes van Frankrijk met Karel VI (sinds ongeveer 1392 open­lijk) als gek aan haar zijde. Ze weet als Beierse in de krankzin­nige Franse situatie niet goed meer wat te doen binnen de open­lijke bur­ger­oorlog. Ze begaat twee doodzonden. Ten eer­ste kiest ze de kant van de Bour­gon­diërs en sluit ze het verdrag van Troyes geheel ten voordele van de Engelse ko­ning. Ten tweede onterft ze Karel VII, het enig overle­vende kind van haar en Ka­rel VI. Het wordt haar niet in dank afgenomen. Ze sterft in 1435 te­rugge­trokken in l’hôtel Saint-Pol. Veracht door ieder­een.

In 1420 wordt dan het verdrag van Troyes gesloten waarin de Koning van Engeland de titel Koning van Frankrijk krijgt. Karel VI en Henry V sterven alle twee in 1422 (toeval?). De kronen van Frank­rijk en En­geland zijn verenigd. Parijs is op de hand van de Engelsen en in 1432 wordt de Engelse koning Henry VI in Parijs in de Notre Dame gekroond. Van 1420 tot 1436 bezetten de Engel­sen Parijs. Ze lijken te hebben gewonnen en Karel VII weet eigen­lijk niet wat hij moet doen.

Ondertussen strijden de Armagnacs in de provincie door. Karel VII is dan wel Dauphin, maar het lijkt of niemand hem meer ziet staan. Ook de Duitse keizer Sigmund van Luxem­burg erkent Henry V en hij tekent een verdrag met de Engelsen te Canterbury in 1416. Het is alsof Engeland en Frank­rijk echt één ko­nink­rijk zijn. Maar dan blijkt dat de ogen van de eenen­twintig­ste eeuw vervormd kij­ken naar deze peri­ode, want niets is minder waar. Binnen een paar jaar is alles om­ge­keerd en gaat de Engelse ko­ning met de staart tussen de benen terug om nooit meer in Frankrijk te worden gezien. In elk geval niet om de troon te clai­men. De in­nerlijke werking van deze laatste jaren en de werke­lijke reden van het vertrek van Engeland zijn duister. Is het de uitputting van beide lan­den?

Plotseling is daar in 1429 een zeventienjarig boerenmeisje uit Domrémy aan de Maas, net buiten het feodale Frankrijk. Onge­letterd en gedreven door stemmen. Vermoede­lijk onderwezen door haar moeder en enkele mensen uit haar omgeving. Zij is er van overtuigd dat Karel VII de rechtmatige koning van Frankrijk is en dat de Engelsen verslagen kunnen worden. Maar eerst moet Karel VII in Reims gekroond en door de Kerk gewijd wor­den. Het gebeurt zoals zij heeft gezegd, maar bij Com­piègne gaat het fout. Ze wordt door een Fransman gevangen genomen, door een Fransman verkocht en door de Franse in­quisitie be­recht. De secu­liere rechtbank negeert haar en de vol­gende och­tend wordt het vuur aangestoken door een Engelse Beul. Het is een kort leven. Ze wordt nog geen twintig jaar.

1412 6 januari – Geboorte van Jeanne [of Jehanne] d’Arc in Domrémy [la Pucelle].

1429 Februari – Vertrek van Domrémy naar Vaucouleurs

1429 Eind februari – Vertrek naar Chinon

1429 8 Mei – Bevrijding van Orléans

1429 17 juli – Koningswijding van Karel VII te Reims

1430 april/mei – Veldtocht rond Compiègne

1430 23 mei – Jeanne wordt gevangen genomen op bevel van Jan van Luxemburg. Hij levert haar uit voor 10.000 Tour­naise ponden – enkele honderdduizenden euro’s zegt men – aan bis­schop Pierre Cauchon, die op de hand van de En­gel­sen is.

1430 mei/november – Jeanne wordt gevangen gehouden in Beaulieu en Beaurevoir

1430 november/december – Jeanne wordt overgebracht van Beaurevoir naar Rouen

1431 9 januari – Begin van het proces van de inquisitie.

1431 24 mei – Jeanne tekent de afzwering van dwalingen.

1431 28/29 mei – Jeanne wordt in mannenkleren aangetrof­fen en er wordt een te­rugval verklaard. Ze wordt over­gedra­gen aan de seculiere rechterlijke macht die haar direct doorgeeft aan de beul, zonder enige verdere rechtsgang.

1431 30 mei – Vroeg in de ochtend wordt Jeanne levend ver­brand op de oude markt van Rouen.

Ze is gebruikt en gemanipuleerd. Ze had erkend. Ze had gete­kend. Er was geen re­den meer om haar te executeren. Er is alle aanleiding om te vermoeden dat de enige kleren die ze had ge­kregen op 28 mei de bewuste mannenkleren waren en die trok ze dus aan. Ik betwijfel of ze zich gereali­seerd heeft dat het haar dood zou worden. Op weg naar het schavot en vastgebon­den op de brandstapel gaat ze geweldig tekeer in een sterk emotionele tirade die een enorme indruk op de massa maakt. Het vuur wordt aangestoken en ze is snel dood. Dan wordt de brandstapel openge­broken om de ver­branding te stoppen. Haar kleren zijn al bijna weg, de resten worden wegge­trok­ken en ze is zicht­baar in haar naaktheid. Het is aangetoond dat ze een vrouw is. Het vuur wordt weer op gang ge­bracht en blijft bran­den tot Jeanne volle­dig verast is[4].

Toch is er dan blijkbaar iets veranderd, want Philips de Goede van Bourgondië trekt zich terug uit de alliantie met de Engelsen die dan weer alleen staan. Wat er allemaal precies is gebeurd aan politiek gekonkel, is moeilijk te achterhalen. Hij krijgt daar­voor van Karel VII de graafschappenAuxerre, Mâcon en de ste­den aan de Somme. Met dit verdrag van Arras in 1435 is het einde van de oorlog nabij. In 1448 is er nog een offensief inNormandië en in 1450 is er een veldslag bij Formigny. De laat­ste schermutselingen vinden plaats bij Castillon in 1453. Alleen Ca­lais is dan nog in bezit van de Engelsen.

Direct na de inname van Rouen in 1450 wordt bevel gegeven door Karel VII voor een onderzoek naar het proces van Jeanne d’Arc. Het gaat moeizaam. De Kerk erkent dat er fouten zijn gemaakt, maar werkt het proces tegen. In 1456 wordt ze dan toch ge­reha­biliteerd. In Enge­land wordt ze nog lang als heks beschouwd. Daar komt pas ver­andering in met het verschijnen van de History of Great Britain van Speed (1611). Pas in 1909 wordt ze zalig verklaard. Op 16 mei 1920 wordt ze heilig ver­klaard[5].

Het zijn de ingrediënten van het feodale systeem die aan de wieg staan van de Hon­derdjarige Oorlog die feitelijk zal duren van 1066 tot 1435 met het verdrag van Ar­ras, of tot 1453 bij de overwin­ning van Castillon, of tot 1558 als de Fransen Calais ein­delijk terugveroveren op de Engel­sen. Toch geven de Engel­sen de claim op de Franse troon niet op en pas in 1801, als ze blijkbaar de overtui­ging hebben dat er echt geen koning meer in Frankrijk komt, geven ze die titel op. Of mis­schien ook wel om­dat het ze de kop kan kosten, of wellicht zijn ze bang voor Na­poleon, wie zal het zeggen. Waarom ze die titel wilden hou­den, maar nooit meer hebben willen effectu­eren, is een goede vraag. In zekere zin is het Europa op zijn smalst. En de Britten type­rend.

Het is voorbij. Het is ingewikkeld. De Franse en Engelse adel zijn gedecimeerd en in Engeland breekt als gevolg van het echec de war of the rosesuit. Het volk is het zat en heeft zwaar te lijden gehad. De Kerk heeft politiek grotendeels langs de zijlijn ge­staan, d.w.z. kon of wilde geen vuist maken om de partijen te laten stoppen. De pest en de oorlog laten de beide landen in een econo­mische crisis achter. Het feodale systeem bestaat niet meer en Frankrijk is nu een compleet land. De koning wordt erkend. Maar de feodale verhoudingen zijn nog niet verdwenen. Het heeft ruim 400 jaar geduurd sinds Hugo Capet. De feodale heersers geven uiteindelijk allemaal de strijd op en worden deel van Frankrijk. Ze worden veroverd zoals Bourgondië, of worden bezit door gemani­puleerde huwelijken zoals Bretagne. Het lijkt dat de konin­gen en adel wijzer uit de strijd komen. Dit soort oorlogen komt hierna niet meer voor. Men lijkt te weten dat je niet wint op deze ma­nier. De machts­strijden onderling en met de Kerk vinden vanaf nu vrijwel uit­sluitend op politieke wijze plaats. Geschil­len tussen landen zijn nog niet zo ver.

De macht van de Kerk wordt minder. Parallel aan de Honderd­ja­rige Oorlog vindt in 1414–1418 het concilie van Konstanz, plaats dat een einde maakt aan het Grote Schisma van het Westen waar pausen in Avignon, Rome en Pisa bestaan. Ofwel de grote ver­warring van de legitimiteit van de pausen…

Het is genoeg.

Wat blijft is de verbazing over het handelen van een zeventien­jarig meisje.

[1] Ik heb gekozen de naam Aliénor te gebruiken en niet Elia­nor, Eleanor, Leonore – en wat ik verder allemaal niet ben tegenge­ko­men. De naam komt van alia Aénor – een andere Aénor vol­gens Jean Flori. Ze is dus naar haar moeder ver­noemd. Daarbij vind ik Aliénor gewoon een mooie naam.

Denken over de menselijke natuur

Frits Bolkestein schreef deze week in de NRC dat de crisis de schuld was van falende overheden: geen standpunt waarmee linksere lieden het oneens zullen zijn. Hij pleit ook voor herinvoering van de Glass-Steagall act, waarmee de financiële sector in Amerika weer streng zou worden gereguleerd. Daarmee is hij in goed gezelschap: Occupy Wallstreet en Michael Moore vinden dat ook. Het verschil begint vermoedelijk als de discussie gaat over de politieke verantwoordelijkheid voor de verwildering in de financiële sector: de wildgeworden geestverwanten van Bolkestein.

Het is merkwaardig. De lichtzinnige neo-liberalen hebben een crisis veroorzaakt, maar doen het redelijk tot goed bij de kiezer. Althans, tot dusver. Ik zie een kentering in de antropologische opvattingen, die de politieke keuzen bepalen. Die verloopt niet helemaal synchroon met de economische getijden, maar zichtbaar is die wel.

Kijk uit voor degenen die je willen vertellen dat mensen “van nature” iets doen of nalaten. Het was een van de betere lessen uit mijn studietijd. Dat zijn de ideologen, die je voor een kar proberen te spannen. Ze proberen je een wijsgerige antropologie aan te smeren.

Toch  is het ook een spannend onderwerp; kun je iets over mensen beweren, dat langer meegaat dan de borreltafel? En is er verband met het algemene gevoelen van mensen over de richting waarin de cultuur zich beweegt?  De grote discussies na 1945 hebben twee hoofdlijnen: de ene is die van de moraal, het probleem van goed en kwaad na Auschwitz, de andere die van de krachtmeting tussen kapitalisme en communisme, met 1989 als eindpunt. Het gaf debat over de oorlog, het begrip “banaliteit van het kwaad”. Daarnaast werd verwoed gestreden over de inrichting van de staat en de rol van de overheid: kan de overheid een zekere ethiek afdwingen, kan de overheid een economie besturen? In crisitijd zijn dat nog steeds zinvolle vragen. De Amerikanen hebben hun politiek democratisch verlamd en leven  economisch op te grote voet. Zo goed wordt er niet gestuurd.  Europa heeft het lot van de zwakke economieën als een molensteen gehangen om de nek van de sterkere landen. Dat was niet helemaal de bedoeling. En China slaagt er in de economische vooruitgang te verkopen via een repressief autoritair bewind en ontplooit zich tot wereldmacht.

Satan in de Spits

Gastredacteur Marije Verkerk studeerde cum laude af van de master Religion Studies aan de universiteit Leiden. Haar observaties, verbazing, irritatie en fascinatie voor religie beschrijft zij op haar weblog. Hieronder een essay naar aanleiding van een artikel in Spits over satanisch misbruik.

Deze week verscheen in Sp!ts een artikel over satanisch ritueel misbruik. Het artikel stelt dat er een taboe rust op deze vorm van misbruik en dat mensen vaak ongelovig reageren op het bestaan ervan. Als gevolg hiervan kunnen de daders niet goed worden aangepakt en de slachtoffers niet goed worden geholpen, dus heeft Stichting Alternatief Beraad het haar missie gemaakt deze vorm van misbruik onder de aandacht te brengen. Een sympathieke actie, zou je zeggen. Wie is er nu tegen openheid over misbruik en ondersteuning voor slachtoffers?

Er is een aantal problemen met dit artikel en de achterliggende aannames die de moeite waard zijn nader te bekijken. De combinatie van satanisme met seksueel misbruik staat garant voor sensatie en snelle oordelen. Maar als deze oordelen berusten op verkeerde aannames of zelfs bewuste verdraaiing van de feiten is niemand daar mee geholpen, zeker slachtoffers van misbruik niet. Hieronder ga ik in op drie punten:

1. Geruchten over satanisch ritueel misbruik in een context. Dit is niet de eerste keer dat de term satanisme in verband wordt gebracht met perverse praktijken en het is nuttig om te bekijken welk licht de geschiedenis kan werpen op de huidige beschuldigingen. Bovendien kan hiermee het scepticisme over deze zaak worden verklaard.

Volgende