Netwerkneutraliteit of gereguleerde markt?
T-Mobile wil dat Google mee gaat betalen voor het dataverkeer dat ze veroorzaken met hun dataintensieve diensten, zoals YouTube. De organisatie Bits of Freedom en Consumentenbond zijn tegen, wegens de schending van “het open karakter van het internet.” Op zich is dat een goed punt, maar er zijn ook goede argumenten de andere kant op en die blijven toch vaak wat onderbelicht.
Ten eerste is het al zo dat er nu al geen sprake is van een volstrekt open internet. Het artikel op Tweakers geeft al het voorbeeld van Vodafone, dat ?5,- per maand extra vraagt voor het gebruik van VOIP-diensten. Logisch, want dat zijn gespreksminuten die Vodafone misloopt. Het is ook zo dat bij goedkope internetabonnementen al vaak geen toegang tot nieuwsgroepen zit en dat het expliciet verboden is om een FTP-server te draaien. Wie dat wel wil is aangewezen op een duurdere provider als bv XS4All.
Uiteindelijk moeten er hier wel goede afspraken over worden gemaakt, anders wordt het een rommeltje. In principe zijn er drie mogelijke modellen:
1. Netwerkneutraliteit.
Dit betekent dat alle data vrij toegang heeft tot het hele internet. Dit is waar Bits of Freedom en de Consumentenbond voor pleiten en ook iets dat veel linkse partijen in hun verkiezingsprogramma hadden staan. Dit heeft als voordeel dat het een eenvoudig en overzichtelijk systeem is. Het nadeel is dat je als consument niet kan kiezen: ook oma die alleen af en toe een mailtje wil sturen en een puzzel wil doen zit vast aan het hele internet. Als het echt volledig wordt ingevoerd – dus met iedereen verplicht ook alle nieuwsgroepen en volledige FTP- en Telnet-toegang, zou dat een fikse prijsverhoging kunnen betekenen.




