Pluis ook eens naar luis

COLUMN - De scholen zijn weer begonnen en dat betekent dat er ouders worden gezocht. Voor hulp bij lezen, rekenen, techniekles en decoratie van het schoolgebouw. Hartstikke leuk hoor, je krijgt eens wat mee van de lesstof die je kind moet leren en het kost maar weinig tijd. Nou blijft er een taakje over waar ik me maar eens op heb gestort. Wroeten op al die bolletjes vol haar: luizenpluizen.

Na iedere vakantie is het raak. Er zitten altijd wel één of twee kinderen te krabben in de klas en als je er niet snel genoeg bij bent, heeft iedereen het. Er is een klas die van het begin van het schooljaar tot de kerstvakantie bezig zijn geweest om al het luizenspul uit te roeien. Omdat erover werd gezwegen. Schaamte om aan andere ouders te vertellen dat je kind luizen heeft. Dat zou onderhand eens afgelopen moeten zijn. Iedereen kan luizen krijgen en met schoolgaande kinderen in de kans groot dat je zelf ook een keer de klos bent.

Je bent niet vies als je luis hebt, je bent waarschijnlijk juist veel te schoon. Luis houdt niet van bezwete bolletjes, ook niet van veel zonlicht trouwens en roos, daar rennen ze voor weg. Hoe viezer het bolletje, hoe kleiner de kans op luis. Wij maken hier vaak de grap dat de kraamhulp de haren voor het laatst heeft gewassen, want wij wassen niet al te vaak met shampoo. Komt door de kapper. Het kreng. 

Een jaar geleden liep ik met de jongens een kapperszaak binnen om ze te laten knippen. De jongste ging als eerste en daarna mocht de oudste plaatsnemen. Na 1 minuut kwam de kapper naar me toe. Ze fluisterde met een vies gezicht: “Uw zoon heeft luis. Nou moet ik de hele zaak ontsmetten.” Ik werd kwaad. Niet om het feit dat hij luis had, maar wel om de toon waarop ze mijn kind als smerig wegzette. Ik trok het ventje uit de stoel en besloot daar nooit meer heen te gaan. Na op internet te hebben gezocht naar het voorkomen van luis, las ik dat ze dol zijn op schone koppies. Hoe vaker er gewassen wordt, hoe fijner ze het er vinden. De shampoo ging in een la. Voor hoge nood. Ze ruiken nog steeds lekker hoor, alleen als het regent een klein beetje naar natte hond. Maar ik heb geen luis meer gezien.

Na een paar keer goed schrobben met luizenshampoo (daar houden de krengen dan weer niet van) en een paar gezellige kamsessies waren de kleine beestjes zo verdwenen. Ik heb wel direct de school ingelicht, alle ouders op school krijgen een mailtje dat er luis is geconstateerd en iedereen trekt de preventieve luizenshampoo en speciale kam uit de la. Zo voorkom je dat het erger wordt. Raar gedoe dat sommige ouders het niet delen als ze het zelf ontdekken. Als ouders al stiekem over luis gaan doen, wordt het nooit een dingetje waar je nou eenmaal doorheen moet op de basisschool. Je krijgt je grotemensentanden, je haalt je zwemdiploma’s, je krijgt luizen en je moet de citotoets doen. Zoiets.

Luis wandelt. Van het ene hoofd naar het andere. Kinderen zitten vaak dicht tegen elkaar aan de beestjes steken gewoon over. Je doet daar niets tegen. Misschien is het een idee dat er een lesje aan wordt gewijd op school. Dat alle kinderen weten hoe je luis krijgt, hoe het zich verspreidt en waarom je je nergens voor hoeft te schamen als je het hebt. Je bent er zo weer vanaf en je hoeft niemand te besmetten als je weet wat je moet doen. In het kinderboek van Enne Koens  ‘Sammie en Opa’ houdt de hoofdpersoon een spreekbeurt over luizen. Hilariteit alom en iedereen weet hoe het zit. Ik zal het hier eens voorstellen als ze weer door vertellen waar de jaarlijkse spreekbeurt over zal gaan.

Ik pluis naar luis dat het een lieve lust is. Ik wroet met zaklamp en potlood door lange blonde haren, korte donkere haren en haal voorzichtig staarten uit en vlecht daarna weer keurig in. Iemand moet het doen en het kind dat luis heeft, krijgt van mij vanaf nu bemoedigende woorden, een aai over de bol en de opmerking dat iedereen een keer luizen krijgt, inclusief de juf en de koningin. Eigenlijk zouden ze een luizendiploma moeten krijgen. Net zoiets als een strikdiploma. Je moet het gehaald hebben, wil je voor jezelf kunnen zorgen ooit. Dan is het leed ineens al een heel stuk minder.

  1. 5

    Luizen en schaamte, waar ken ik die combi toch van?
    Goed stuk overigens, ik zie het nut van het stiekeme niet. Angst voor stigmatisering roei je niet uit met geheimzinnig gedrag zoals dat rond luizen heerst op scholen.

  2. 9

    Maar even alle gekheid op mijn stokje mensen, “geheimzinnig gedrag rond luizen op scholen?”

    Mijn kinderen gaan allemaal naar scholen waar ieder jasje in een vacuum gezogen antiseptisch jashoesje dient te worden opgehangen en waar de luizenmoeders je wekelijks emailen over de actuele netenstand op des kroosts hoofd. Het lijkt wel een hobby, nu de eerste column.. als dat zo doorgaat denk ik dat we over een paar jaar de eerste glossy (“LICE”) kunnen verwachten.

    Luizenvaders ben ik nog nooit tegengekomen, dat is evolutionair bepaald (hoop ik).

  3. 10

    Na 2 weken luizenkammen, tierende dochters omdat het kammen pijn doet en een klein fortuin lichter aan Dubieuze shampoos, lotion en preventie rotzooi, ben ik wel klaar met die krengen. Overigens is het een fabel dat luizen niet van vies haar houden. Bijkomend probleem is de toenemende resistentie voor luizenshampoo.
    Een vermakelijk alternatief is je hoofd met mayonaise insmeren zodat ze stikken.

  4. 11

    Komen die luizenplagen nu vaker voor dan vroeger het geval was?
    In mijn lagere schooltijd (jaren ’70), hoorde je er nooit over. Er werd jaarlijks gecontroleerd, maar nooit iets gevonden. Ook op de voetbalclub hoorde je nooit iets van de jongens van andere scholen. Of hield iedereen gewoon z’n mond dicht?

  5. 12

    Mwaha, ik ken het via zoonlief, een paar keer luis opgelopen op de basisschool.
    De eerste keer was schrikken, ik kreeg ze zelf ook en had nog nooit luizen gehad.
    Die had je niet in de jaren ’70, typisch iets van nu,
    The Return of the Lice.

    (enig idee waarom de luis zo sterk is teruggekomen, iemand?)

  6. 15

    @vander F, @12

    (enig idee waarom de luis zo sterk is teruggekomen, iemand?)

    Volgens mij zijn geen cijfers bekend. Wel is (blijkbaar) bekend dat luizen vroeger meer bij paupers voorkwamen en tegenwoordig in alle sociale klassen. Mogelijke oorzaken zijn: mogelijke resistentie, grotere klassen, meer gebruik van BSO en KDV en drukkere ouders die luizen later opmerken dan vroeger.

    Bron: http://www.dewaarheidoverluizen.nl/faq/

    Waarschijnlijk zijn we onze kinderen bovendien veel vaker gaan wassen dan vroeger; veel jonge kinderen gaan dagelijks in bad, dat is in mijn beleving iets van de laatste tijd; 30 jaar geleden ging je pas als je wat ouder was dagelijks douchen.

    Maar wellicht was een dagelijks vlooi-ritueel, zoals veel andere primaten dat kennen, in de jaren ’70 ook bij de homo sapiens nog gangbaar, dat zou ook kunnen:p)