Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waar economen het wél over eens zijn

Onlangs sloten de Willem Vermeend en Rick van der Ploeg een college over de mogelijke bezuinigingen af met ‘voor eens, en dat gebeurt nooit, zeggen twee economen hetzelfde!’. Het was een knipoog naar de wanhoopskreet van president Harry S. Truman, die om een ‘eenarmige econoom’ zou hebben gevraagd: ‘All my economists say, “on the one hand… and on the other hand…”, someone give me a one-handed economist!’. Voor elke econoom is er een ander te vinden die precies het tegenovergestelde zegt, en, zo luidt de bekende ‘economen-grap’, beiden hebben het mis. Toch zijn economen het over een aantal onderwerpen gewoon in grote meerderheid eens.

De Universiteit van Chicago stelde een panel samen van ongeveer 40 economen, allen arrivées van verschillende Ivy League universiteiten, en legt hen ongeveer elke week een stelling voor. Wat blijkt is dat zij over sommige controversiële onderwerpen zowat unaniem stemmen. Het weblog van Megan McArdle maakte een overzicht. Een greep:

Geen van de 40 is het (in meer of mindere mate) oneens met de stelling dat de voordelen van vrijhandel (keuzevrijheid, efficiëntie) de nadelen (e.g. werkloosheid) ruim overtreffen. Dit wordt ook in andere onderzoeken aangetoond. Vrijhandel kent winnaars en verliezers, maar waarom het publiek at large hier niet voor is, wordt door economen raar gevonden. Paul Krugman heeft er overigens nog wel een verklaring voor.

Natuurlijke dood

De natuurlijke dood is vrijwel uitgestorven. Tegenwoordig overlijdt haast niemand doordat een ziekte zijn beloop heeft genomen. Bijna iedereen bevindt zich in zijn laatste weken – zo niet maanden – onder de hoede van medici, die hun uiterste best doen om de dood uit te stellen.

Dat is een recente ontwikkeling. Nog maar een eeuw geleden stierf bijna de helft van de bevolking zonder dat er in de laatste weken een arts aan hun bed kwam. Tot midden vorige eeuw zag een arts, zodra hij niets meer tegen een ziekte kon uitrichten, af van verder ingrijpen. Je werd ‘opgegeven’ en kreeg versterkende middelen of pijnstillers, waarna de ziekte snel zijn moordend werk kon doen.

Vandaag de dag staat ons een breed arsenaal van medische technologie ter beschikking om fatale ziektes tenminste voorlopig de kop in te drukken. Zelfs wanneer de dood onafwendbaar naderbij komt en cruciale lichamelijke functies gaan haperen, kan hij alsnog – zij het tijdelijk – op afstand worden gehouden met beademingsapparatuur, hartbewaking, voedingsinfusen en reanimatie.

Een onbedoeld effect van al die kennis en technologie is dat de weg naar de dood geplaveid is geraakt met beslissingen. Sterven is tegenwoordig opgedeeld geraakt in handelingen die elk apart uitgevoerd of nagelaten kunnen worden. Elke interventie die kan worden verricht, vergt een nieuw besluit van zowel de arts als de patiënt. Misschien nog een keer chemotherapie, wil je al dan niet die riskante operatie ondergaan, zullen we ja of nee de dosis opvoeren, misschien kunnen we nog…? Voor je het weet hang je aan tien machines.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Horlepiep als doodsbedreiging

Het zijn nogal zware beschuldigingen die Leon de Winter uit in het gedicht dat hij schreef over Günther Grass: de Nobelprijswinnaar zou een antisemiet zijn en uit zijn op de vernietiging van Israël. En daarnaast zou hij ook nog eens niet-rijmende gedichten schrijven:

Warum lässt er nicht die Wörter tanzen?
Warum nur hinter Prosa verschanzen?
Wer reimt, der geht stets hin und her,
der geht vor und auch wieder Zeilen zurück,
so wie der Tänzer in seinem Lieblingsstück.

Over de vraag of een gedicht moet rijmen, bestaat in de Nederlandse literatuur al ruim 150 jaar onenigheid. Je kunt bijvoorbeeld voor het rijm (en het metrum) zijn omdat het een teken is van vakmanschap, en je kunt er tegen zijn omdat rijmdwang je verhindert om te zeggen wat je werkelijk bedoelt. (Hugo Brandt Corstius publiceerde vorig jaar een aanval op het rijm in een boekje dat Rijmlijm heette; Kees van Kooten schreef in zijn dit jaar verschenen boek Harstochtjes een verdediging van het rijm dat Lijmrijm heette.)

De andere is: “Ik heb niets tegen verzen op zichzelf,” zegt het personage Droogstoppel in de politieke roman Max Havelaar, om daarna uiteen te zetten dat rijm wel soms de waarheid in de weg zit.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

“Rousseau en ik” van Maarten Doorman

Naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is onlangs het boek ‘Rousseau en ik – Over de erfzonde van de authenticiteit’ van Maarten Doorman verschenen over de betekenis die deze filosoof nu nog steeds heeft in het leven van ons allemaal. Die is niet gering. Rousseau bracht namelijk het verlangen naar authenticiteit en echtheid onder onze aandacht en dat is er nog steeds volop aanwezig, misschien zelfs meer dan ooit.

Rousseau ervaart de door talloze regels en voorschriften beheerste samenleving in het Frankrijk van de 18de eeuw als gecorrumpeerd en verstikkend en gaat naar authenticiteit en echtheid verlangen die hij in de natuur en in het eenvoudige leven op het platteland denkt te vinden. Een echtheid die ook kinderen nog hebben voordat zij die door hun opvoeding kwijtraken. Rousseau schrijft ook over opvoeding. Hij ziet er het nut niet van in dat schoolkinderen bijvoorbeeld geografie uit boeken moeten leren. Veel beter is dat zij een echte belangstelling voor geografie ontwikkelen door bijvoorbeeld zelf de weg terug naar het dorp te moeten vinden nadat zij in het bos zijn verdwaald.

Mij persoonlijk lijken de ideeën over authenticiteit en echtheid op een Freiheit für Wilfried-achtige overweging waarin Rousseau zegt: “Het is van mij en daarom kan het niet slecht zijn”. Daarom rijst voor mij ook de vraag of het vervolgens niet allemaal mis gaat en inderdaad, dat doet het ook. Vaak genoeg leidt het streven naar authenticiteit en echtheid naar precies het tegendeel daarvan. Doorman wordt niet moe talrijke van dergelijke paradoxen aan te halen. Het begint al bij Rousseau zelf die door zijn werk succes verwerft in de door hemzelf als zo verstikkend ervaren samenleving. Zelfs Marie-Antoinette had er oren naar. Teneinde ook een keer in het genot van het authentieke landleven te komen liet zij in Versailles een boerderij opzetten, maar dan wel met salons, een klavecimbel en met geparfumeerde schapen. Dergelijke kunstmatige constructies kennen wij tegenwoordig nog steeds. Tegenwoordig leidt ons verlangen naar de natuur en het eenvoudige leven op het platteland naar zorgvuldig in scène gezette televisieprogramma’s als Boer zoekt vrouw.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende