Literatuur om naar te luisteren

COLUMN - Waarin de auteur twee voorleeswerken die hem raakten met ons deelt.

Afgelopen zaterdag keken wij  in de Utrechtse houtzaagmolen De Ster naar een optreden van de Vorlesebühne. De Vorlesebühne is een literair collectief van bekende en minder bekende schrijvers en performers die op een inspirerende manier korte en in positieve zin vreemde proza presenteren. Initiatiefnemer is Bernhard Christiansen die zich door het grote succes van de vele Berlijnse Lesebühnen heeft laten inspireren. Een aanrader voor iedereen die het gevoel heeft eindelijk een keer iets anders te willen.

De voorlezers hebben twee werken beschikbaar gesteld: ‘Lieve Ik’ en ‘Zichmoord’.

Bernhard Christiansen

Lieve Ik (…), geachte Ik, waarde Ik,

Ik,

sinds een jaar of vijf hebben wij nauwelijks nog contact met elkaar, over het waarom wil je het niet hebben. Nee, natuurlijk, het contact is niet helemaal verbroken, we zien elkaar nog soms in een of andere spiegel, we knikken naar elkaar, maar het is niet meer als vroeger. Weet je nog hoe we vroeger soms, dat wij toen zooo verdrietig konden zijn, samen? Of hoe we samen aan de haal konden gaan met wat fantasieën over de toekomst, zelfs over meisjes, hoe we elkaar toen konden opjutten met oneindige bespiegelingen? Je bent moe geworden, je wilt dat niet meer, je hebt geen belangstelling meer in mij, in jezelf, in ons, je rommelt maar wat aan. Ach, weet je, het kan me ook niets schelen, wie is Ik? Weet je dat ik sinds vier jaar een podium heb in Utrecht, in een molen? Daar heb ik het nog wel eens over jou, dan vertel ik anekdotes over Ik, over vroeger, en dat zijn niet alleen maar leuke herinneringen! Daar maak ik dan iets vreemds en grappigs van, ik moet toch wat.

Je klapte gewoon dicht en klaar, je wou voortaan alleen zijn, je afkeren van jezelf, dat leek jou kloppend, ja, kloppend, daar hadden we het altijd over, dingen moesten kloppend zijn. Als het harmonieus en fijn was, prima, als het triest en rampzalig was, ook goed, als het maar kloppend was, niet zo’n willekeurig ratjetoe. Je had genoeg van mij, het was klaar, en zo heb ik dat toen ook ervaren.

Waarom ik jou dan toch nog weer eens lastig val met deze brief? Ik weet het niet, ik zit nog met jou opgescheept in mijn hoofd. Maar goed, je hebt gelijk, je kunt niet je hele leven met jezelf bezig blijven.

Het is gewoon, soms mis ik jou. Weet je nog hoe wij toen avonturen beleefden met een tuinslang, met als personages kleine steentjes die langs het onveilige kronkelige pad van de tuinslang door het gevaarlijke oerwoud van gras en bloemen trokken, toen, toen wij nog nieuw waren, nieuw en klein, en hoe wij toen steeds maar nieuwe verhaaltjes en liedjes verzonnen? Maar intussen zijn we dik en groot en rimpelig en het idee om nu nog met jou te spelen met wat steentjes op een tuinslang, nee.

Ik hoor dat jij nu nog steeds zoiets doet, dat je de afgelopen jaren regelmatig dingen over mij vertelt, in een molen. Ik vind dat niet prettig. Waarschijnlijk zijn het weer van die verwrongen verhalen waar het volstrekt onduidelijk is wat er wel en niet van klopt. Daar ben je goed in, net als ik. Maar geen keuze kunnen maken tussen oprecht en literair willen zijn. Kinderen noem je dat. Ik is niet belangrijk maar wel jouw kinderen, je wilt graag dat niemand nog om jou maar iedereen wel om jouw kinderen geeft, net als jij.

Wij zien elkaar nog wel eens in de spiegel, knikken naar elkaar. Ik zou willen dat je consequent uit mijn leven kon verdwijnen, dat je mij voortaan met rust kon laten. Dit is in elk geval de laatste brief die ik aan jou schrijf, lees hem, lees hem voor wat mij betreft. Ik ben jou beu.

Ik

Kasper C. Jansen – Zichdoding

Steeds meer mensen hebben het over zelfdoding in plaats van zelfmoord. Ik zou nog een stap verder willen gaan. Laten we de daad zichdoding noemen. De eerste vijf jaar leggen we de klemtoon nog op de i, daarna verhuist hij naar de o. Over tien jaar noemen we het gewoon doding.

Zoals men zich de fecaliën uit de bilnaad wast, zich de apenharen van de bakkes scheert, zich in het uniform van de laatste mode hijst, zich naar zijn belachelijke baan begeeft, kan men tot het besluit komen zich bij nader inzien te doden. De toevoeging zelf, waardoor het woord zichzelf ontstaat, heeft als enige functie ten overvloede te benadrukken dat de genoemde handeling niet door een ander verricht wordt, maar door de persoon op wie de handeling ook betrekking heeft. Een normale man scheert zich. Een gehandicapte daarentegen scheert – wat knap! – zichzélf. (Daarnaast zijn er natuurlijk schrijvers die in elke situatie voor zichzelf kiezen, gewoon omdat ze dan eerder een dik boek hebben.)

De reden dat we van zelfdoding spreken – en niet van anderdoding – is dat we het ons veel beter voor kunnen stellen wanneer mensen elkaar doden, dan wanneer mensen zichzelf doden. Het woord andermoord bestaat ook al niet. Het wederkerende aspect is blijkbaar vreemd en daarom het benadrukken waard. Dat vind ik dan weer vreemd. Ik zou het veel begrijpelijker vinden, wanneer mensen met moordplannen hun messen en geweren zouden richten op de enige twee personen ter wereld die ze zonder meer om het leven mogen brengen. Zich en zichzelf.

 

 

Nadere informatie over toekomstige optredens kun je vinden op www.kortevreemdeproza.nl.