Het succesverhaal van Brazilië

dasilva

Brazilië heeft onder aanvoering van President Da Silva een indrukwekkende opmars gemaakt op het wereldtoneel, zowel in economisch als in politiek opzicht. Lang werd over Brazilië gesproken als “dat land dat altijd groots potentieel zal hebben” en zette de enorme groei van China en India de Zuid-Amerikaanse kolos in de schaduw. De afgelopen jaren is de groei echter sterk toegenomen en ondanks de wereldwijde recessie loopt Brazilië voor.

Volgens de Wall Street Journal zijn tussen 2005 en begin 2008 meer dan twintig miljoen Brazilianen tot de middenklasse toegetreden waarmee nu de helft van de bevolking op een maandinkomen van 635 dollar of meer leeft—en dat heet een goed inkomen in Brazilië. “De nieuwe middenklasse heeft een verdubbeling van de binnenlandse markt voor cosmetica, thuiselektronica en computers aangedreven sinds 2002,” schrijft de krant. Wellicht nog belangrijker is dat het land rijk is aan grondstoffen en geprofiteerd heeft van de toenemende vraag naar sojabonen, ijzererts, hout en koper.

Die vraag komt voornamelijk uit China dus pleit Da Silva voor vrijhandel. Nog niet zo lang geleden wikkelde zijn land zich in protectionisme in de vorm van hoge importtarieven maar een bescheiden economische groei van 1,3% gedurende het laatste kwartaal van 2008 deed ook Da Silva inzien dat Brazilië zich niet van de rest van de wereld kan afkeren. Washington begrijpt tegelijkertijd het nut van nauwere banden met Brazilië nu het land over aanzienlijke olievoorraden blijkt te beschikken wat het een aantrekkelijk alternatief maakt voor bijvoorbeeld Venezuela.

Dat betekent echter niet dat Brazilië zich geheel overgeeft aan de vrije markt. In tegendeel, wat het land volgens Time interessant maakt is wat haar president “de financiële strategie van de toekomst” noemt; wij zouden hier wellicht “kapitalisme met een menselijk gezicht” tegen zeggen: hoge exporten en de import van multinationals enerzijds en strikte financiële regulering en inkomensverdeling anderzijds.

Ook wanneer het op buitenlands beleid aankomt stelt de voorman van de Braziliaanse sociaal-democraten zich pragmatisch op. Zo zorgde Da Silva niet alleen voor een goede verstandhouding met de Verenigde Staten maar zocht hij ook betere banden met het Venezuela van Hugo Chávez. Wanneer een Zuid-Amerikaans land in aanvaring dreigt te komen met Amerika springt Brazilië tussenbeide en toont het zich een verantwoordelijke internationale speler. In Foreign Policy wijdt David J. Rothkopf het succes van Brazilië niet alleen aan President Da Silva maar meer nog aan zijn minister van buitenlandse zaken, Celso Amorim. Hij heeft ’s lands voorsprong in duurzame energie om weten te zetten in internationale invloed en de BRIC, het losse samenwerkingsverband met Rusland, India en China, betekenis gegeven door met één stem te spreken wanneer het om handel en diplomatie gaat. Brazilië is de partner die het meest van de alliantie profiteert: de andere drie landen hebben op zich voldoende economische en militaire kracht om een plaats aan de tafel op te eisen maar Brazilië werd vaak vergeten. Niet meer.

De Financial Times riep het land daarom op geheel Latijns-Amerika “weer op de weg naar de toekomst zetten,” want geen andere mogendheid op het continent is ertoe in staat aldus de krant. Dat is erg kort door de bocht: ook Colombia en Mexico hebben, als Spaanstalige landen, grote invloed in de regio maar Brazilië is zonder meer de nieuwe supermacht van Zuid-Amerika en daar is het zich goed van bewust.

Rothkopf houdt Amorim verder verantwoordelijk voor de plaats die Brazilië in de G20 heeft weten te veroveren terwijl het binnen afzienbare tijd hoogstwaarschijnlijk meer macht binnen het IMF krijgt. Mede dankzij de intensieve handel met China weet Brazilië een hoge mate van consumentenvertrouwen te hanteren wat buitenlandse investeringen aantrekt. Ten slotte zal Brazilië in 2016, na Mexico, het tweede Zuid-Amerikaanse land worden dat de Olympische Spelen mag houden.

De interne stabiliteit en de internationale waardering die Brazilië binnen relatief korte tijd heeft vergaart is een prestatie van Amorim en Da Silva die zeker in Zuid-Amerika geen weerga kent.

  1. 2

    Correctie: Brazilië is het eerste Zuid-Amerikaanse land dat de Olympische Spelen mag organiseren. Mexico ligt namelijk in Noord-Amerika en niet in Zuid-Amerika.

  2. 6

    Niet zo gek dat de rechtse zakenkranten Wall Street Journal en FT Lula veren in de reet steken. Hij is hun reddende engel als het gaat om het tegengaan van beleid dat steeds meer naburige landen voeren om de grondstoffenvoorraden en landbouw te beschermen (‘protectionisme!’ roepen de vrije markt believers dan). Op een bevolking van (+) 190 miljoen is 20 miljoen ook niet eens zoveel. Er is intern veel kritiek op zijn beleid om zich geheel op de export te richten, waarmee veel ellende op het platteland wordt veroorzaakt (denk bijvoorbeeld aan de soja-agromulties). Dat Brazilië bij de G20 zit, komt trouwens vooral omdat het wereldwijd de 8e economie is.

  3. 7

    @keest: Pff.. jij bent pas blij als we allemaal op een houtje bijten. Wel zo goed voor het klimaat.

    @Nick: Een beetje te gemakkelijk. En BRIC is geen samenwerkingsverband maar buzzword.

  4. 8

    Doet me denken Wim Kok. Niet ideologisch, meedoen met het kapitalisme. Enz. Lula heeft zelfs een ‘Jan Pronk’ in de regering opgenomen die de linksere achterban bedient/rustig houdt.

  5. 9

    @Kookpunt; blijkt wel weer dat een groot deel van rijkdom alleen vrijgemaakt kan worden door of te lenen van toekomstige generaties, of je bodemschatten/staatsbedrijven er doorheen te jagen.

    Echte vooruitgang zit in onderwijs en medische zorg.

  6. 11

    @7: wie had het er over klimaat, ik in ieder geval niet. Waar ik het over heb is dat regeringen als die van Bolivia en Ecuador het belang benadrukken van een interne ontwikkeling en juist maatregelen nemen om de grondstoffenvoorraden te beschermen en zo duur mogelijk te verkopen, inplaats van met de wereldmarkt mee te spelen zoals Lula. Dat gaat over arme boeren, niet over klimaat. De ramp die de suikerriet- en sojamonocultuur aan het aanrichten is, voor onze goedkope veevoer en biobrandstof, is groot.

  7. 12

    keest: Protectionisme, het behoud van onze verspillende materialistische cultuur staat centraal, als dat ten koste moet gaan van Latijns-Amerika. Doe niet zo moeilijk! Zij worden er toch beter van! Dat we ze eerder arm hebben gehouden, als slaven laten werken, westerse bedrijven meer macht geven dan hun eigen regering. Nee, dat hoort bij hun economische ontwikkeling…

  8. 16

    “ook Colombia en Mexico hebben, als Spaanstalige landen, grote invloed in de regio maar Brazilië is zonder meer de nieuwe supermacht van Zuid-Amerika en daar is het zich goed van bewust”

    3x niet waar:
    – Colombia wordt niet gezien als een van de machthebbers in Zuid-Amerika, economisch is het dara te klein voor en politiek te ver weg van de rest
    – Mexico heeft heel weinig in de melk te brokkelen in Zuid-Amerika, geografisch te ver weg, is Noord Amerika!! Voor zuid-amerika is het makkelijker te werken met gringos dan met mexicanen.
    – Brazilie mag dan wel de economische grootmacht zijn in Zuid Amerika, de taal en cultuurvesrchillen maken het vrijwel onmogelijk om iets van deze macht over te dragen op de spaanstalige landen. Als je kijkt naar internationale organisaties, en dan vooral het bedrijfsleven, voor Zuid Amerika hebben ze normaal gesproken 2 hoofdkantoren: Een in Brazilie en een ander in een spaanstalig land (vaak Chili of Argentinie, afhankelijk van de branche)

  9. 19

    @19, In Zuid Amerika, alleen maar aanwezig in Brazilie. Voor de Brazilianen is dit genoeg, over het algemeen is er niet echt veel interesse om zich met het spaanstalige gedeelte te bemoeien, aan de andere kant is spaanstalige inmenging in Brazilie een onbegonnen zaak. Om terug te komen op mijn voorbeeld van 2 hoofdkantoren in Zuid Amerika: Braziliaanse bedrijven hebben over het algemeen weinig goed ervaringen met het doorbreken op het continent, vooral omdat ze het vanuit het kantoor in Sao Paolo proberen te doen. Vice versa zelfde ervaring. Europese en Noordamerikaanse bedrijven hebben de beste ervaring als ze beide markten compleet gescheiden behandelen.