Goede doelen genoeg, maar waar heeft je geld impact?

Vorig weekend werd in de VS een lunch met Warren Buffett geveild voor 4 miljoen euro. Het volledige bedrag gaat naar het goede doel. Voor Nederlandse begrippen is dit een uitzonderlijk grote donatie, al zijn we een liefdadig volk. Kwantiteit is echter niet het enige dat telt.

Iemand die miljoenen euro’s betaalt uit liefdadigheid kom je niet snel tegen in Nederland. Het grootste terugkerende inzamelingsevenement in Nederland, Serious Request van 3FM, bracht in 2018 bijvoorbeeld ‘maar’ 1.3 miljoen euro op. Over een heel jaar gezien komen we met z’n allen een stuk verder: 90% van Nederlandse huishoudens doneert minstens een keer per jaar aan een goed doel. In totaal schenken we daarmee jaarlijks 2.5 miljard euro aan goede doelen per jaar. Dat is gemiddeld zo’n €147,- per Nederlander. Met donaties van bedrijven erbij komt dit bedrag op 4.5 miljard euro. Ten slotte leveren goede doelen-loterijen, overigens een klassiek Nederlands concept, liefdadigheidsorganisaties jaarlijks 500 miljoen op.

Impact

Het kiezen van een goed doel om aan te doneren kan moeilijk zijn. Want hoe kies je tussen het steunen van kankeronderzoek, het tegengaan van malaria of de opvang van vluchtelingen? Kijk naar effectiviteit, is het advies dat econoom dr. Kellie Liket (EUR) geeft. Want hoewel veel goede doelen oprechte intenties en mooie ideeën hebben, hebben ze lang niet altijd evenveel impact.

Om te zien welk goed doel wél effectief is, kan je volgens Liket kijken naar drie factoren. De eerste factor is het probleemgebied waar de organisatie zich op focust: e.g. doneren aan een daklozenopvang heeft vaak minder impact op de lange termijn dan doneren aan ondersteuning voor ontwikkelingsgebieden. De tweede factor is de geopperde oplossing: hoe wordt het probleem aangepakt en is dit effectief? Er zijn bijvoorbeeld veel organisaties die microkrediet verstrekken in ontwikkelingslanden, maar dit is lang niet zo positief als veel mensen denken. De derde en laatste factor is de organisatie zelf: wie gaat het aanpakken? En welke middelen worden hiervoor gebruikt? Als je met je donatie bijvoorbeeld voor voedsel wil zorgen in een hongerlijdend gebied, ben je als milieubewust persoon misschien niet aan het goede adres bij een goed doel dat blikvoedsel naar dit gebied vliegt. Een organisatie die middelen verschaft om lokaal beter voedsel te verbouwen zou dan een betere optie zijn.

Kritiek

Volgens Liket heeft je geld dus meer impact als je doneert met de drie bovenstaande factoren in je achterhoofd. Maar, omdat goede doelen voor veel mensen eerder een emotionele dan rationele betekenis hebben, valt Likets verhaal niet altijd in goede aarde. Zo was ze kritisch op de Ice Bucket Challenge – het internetfenomeen uit 2014 – omdat volgens haar de ALS-stichting per uitgegeven euro minder impact heeft dan andere goede doelen. Dat werd haar niet in dank afgenomen door een aantal ALS-patiënten en hun familieleden, vertelt Liket.

Daarnaast zijn er ook kritische wetenschappers, die zich afvragen hoe reëel het is om liefdadigheidsorganisaties met elkaar te vergelijken. Het Wereldnatuurfonds heeft namelijk op een hele andere manier impact dan de Nierstichting. Dit beseft Liket zich, maar ze stelt dat het verschil in impact van dit soort organisaties te groot is om ertussen te twijfelen: “Stel dat je met hetzelfde bedrag ofwel één zwerver in Nederland een jaar onderdak kan geven, ofwel honderd blinde kinderen in een ontwikkelingsland weer kan laten zien. Dat zal voor de meeste mensen geen dilemma zijn.”

Bekijk Likets lezing (februari 2018) om meer te horen over haar visie op goede doelen en donaties.


Dit artikel verscheen eerder op Studium Generale Utrecht
.

  1. 1

    “Iemand die miljoenen euro’s betaalt uit liefdadigheid kom je niet snel tegen in Nederland.” Dat zijn er wel aardig wat, maar die doen dat via een eigen stichting, zodat ze de effectiviteit en het doel helemaal in eigen hand hebben.

  2. 2

    @1: Dat is een interessante opmerking.

    Ik vraag mij af of in de VS gulle gevers dan minder vaak een eigen stichting oprichten.
    Blijkbaar neemt niet iedereen die moeite, of heeft iemand even goed nog 4 miljoen over om aan Warren Buffet te geven.

  3. 4

    @3: Schaf de fiscale aftrekbaarheid af en het is zo over. Vergeet ook niet dat de het geld dat in de economie ‘over’ is, steeds minder bij de arbeider/burger belandt.

    Op mijn beurt blijf ik het een bizar gegeven vinden dat je eerst iedereen het brood uit de mond moet stoten, om vervolgens op patserige gala’s de caritas uit te hangen. Zorg dan liever dat iedereen meteen zijn deel krijgt, maar dat schijnt in het kapitalisme niet te kunnen.

  4. 5

    @0
    Ik kan me ook een TED-filmpje herinneren over het runnen van liefdadigheidsinstellingen, door iemand die er eigenlijk een soort for-profit benadering van had. Door te focussen op het terugdringen van overhead, wordt de de liefdadigheidsinstelling benadeeld, en daarmee ook de mogelijke ontvangers. Stel: je hebt twee liefdadigheidsinstellingen, met een zeer vergelijkbaar doel. De ene zorgt ervoor dat 90% van de donaties naar de doelgroep gaat, en 10% aan overhead. De tweede instelling heeft 50/50. Maar de tweede instelling kan aanzienlijk groeien in hoeveel ze in donaties binnenhalen. Na 5 jaar haalt instelling 1 nog steeds 1 miljoen per jaar binnen, maar instelling 2 heeft kunnen groeien naar 2 miljoen aan donaties (en groeit nog steeds). Bij welke instelling is een doelgroep beter gebaat? (Voor de afgelopen 5 jaar komt de som, mits er lineair gegroeid is, op hetzelfde uit: 4,5 miljoen. Maar instelling 2 geeft na die 5 jaar al meer uit aan liefdadigheid, dan instelling 1 überhaupt binnenkrijgt).

  5. 6

    @5: Dat kan, maar dan ga je ervan uit dat het totaal aan donaties ook kan groeien. Als het een vaststaand bedrag is (wat me redelijk waarschijnlijk lijkt, of in ieder geval met een niet al te grote bandbreedte), dan naai je nog steeds goede doelen, omdat dat geld ontnomen wordt van andere organisaties die misschien ook 90% effectief zijn.

  6. 7

    @6
    Dat is dan ook één van de voornaamste bezwaren tegen zo’n benadering. Het komt er eigenlijk op neer dat je (het totaal aan) liefdadigheidsdonaties beschouwt als een mercantilistische markt: een zero-sum game waarbij winst voor de één verlies voor de ander betekent. De eerste vraag is dan ook: is dat zo? De tweede vraag: als dat al zo is, hoe weet je dat die hele taart (die aan goede doelen verdeeld kan worden) nu al helemaal opgegeten wordt?

  7. 8

    @3: Het is natuurlijk ook een imago-kwestie. Staat goed in het jaarverslag en op de website, en als ze het goed spelen komt het in de media. Daarnaast heb je natuurlijk ook bedrijven die serieus iets terug willen geven aan de samenleving.

  8. 9

    @4: Ja dat dus, het is ook heel ondemocratisch. De rijken in de wereld bepalen op deze manier dus welke “armen” de moeite waard zijn. Als ze nou serieus belasting zouden betalen, zou ik er minder moeite mee hebben, want dan ging er in elk geval een groter deel naar het algemene belang. Maar dat soort filantropen zijn denk ik op 1 hand te tellen.

  9. 10

    Ik geef tegenwoordig nog maar mondjesmaat. Ik vertrouw het allemaal niet meer zo, niet bij de grote clubs in elk geval. Ik help liever iemand direct, zoals Peter Breedveld laatst. En natuurlijk de plaatselijke daklozen, die er misschien wel bier van gaan kopen of zo maar als dat ze de dag door helpt…

  10. 11

    @0 Interessant artikel in Trouw. Ik las een reportage over mensen in Benin, een van de armste landen, waardoor de (kind)slavenhandel er nogal floreert. Een van de moeders die haar kind terug had, zei ook dat ze met een microkrediet een nieuw leven op ging bouwen. Ik dacht meteen: maar wat ga je doen dan? Je kan niet eens lezen… En hoe bouw je iets op in een land waar niemand een cent heeft om aan z’n reet te krabben, waar veel corruptie is, waar waarschijnlijk ook nog oneerlijke concurrentie is van westerse bedrijven…

  11. 12

    @11: [ waar niemand een cent heeft om aan z’n reet te krabben ]
    Er is altijd geld, maar vaak rolt het niet.
    Als iemand met een microkrediet een naaimachine kan aanschaffen kan die kleding maken. Vervolgens zegt de boer die dagelijks naar de stad gaat om zijn melk te verkopen, geef maar wat kleding mee om te verkopen.

    Alleen moeten wij nu eens stoppen met Afrika te bedelven onder onze oude kleding, of onverkochte voorraden, onze oude schoenen of onze oude brillen. Zo verhinderen we lokale schoenmakers en kledingmakers en brillenmakers om een bestaan op te bouwen.

  12. 13

    @12: Dat bedoelde ik o.a met oneerlijke concurrentie vanuit het westen. Zoals we ook bijvoorbeeld melkoverschotten op de markt daar dumpen, waardoor lokale boeren het nakijken hebben. En verder rolt het meeste geld sowieso onze kant op, de kapitaalvlucht is echt gigantisch. Er zijn zoveel problemen daar die gewoon door ons veroorzaakt worden.

  13. 14

    @13: Dat is geen reden om dan maar niks te doen.
    Dat een persoon niet kan lezen in een corrupte omgeving wil niet zeggen dat die persoon niks kan bereiken. Die zijn geschoold om buiten de officiële kanalen iets te bereiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren