Gerommel aan de Birmees-Chinese grens

Straatbeeld in Laukkai, de hoofdstad van Kokang (Foto: Flickr/TZA)

De junta van Myanmar heeft het eindelijk voor elkaar: een publieke veroordeling door China. Het gebeurde eind augustus, toen het Birmese leger volkomen onverwacht de militie onder de voet liep van de Kokang, een volk dat aan de grens met China leeft. Tienduizenden mensen, merendeels etnische Chinezen, vluchtten de grens met China over. Het had er de schijn van dat de actie van het Birmese leger mede door racistische motieven was ingegeven.

De Birmezen beweerden deze week dat de actie ingegeven was door Chinese waarschuwingen over een illegale wapenfabriek, dus dat de relatie tussen beide landen allerhartelijkst is. Sommige analisten wagen dit te betwijfelen. Birma gaat meer en meer de kant van Noord-Korea op, het soort vriend dat China liever kwijt dan rijk is.

De rust in het gebied zou inmiddels weergekeerd zijn, maar waarnemers spreken dat tegen. Andere milities, die een jarenlange wapenstilstand genoten, vragen zich namelijk af wie de volgende op het lijstje van de junta is. De grootste militie, die van de Wa bevolking, heeft zijn kantoren in de grensstad Tachilek grotendeels ontruimd en is de jungle ingetrokken. Hun leger is 30.000 man sterk. Ook de Kachin maken zich op voor oorlog, terwijl de Karen nieuwe kansen zien na zware verliezen afgelopen zomer.

De onrust in het grensgebied dreigt ondertussen de toch al beroerde Birmese economie nog verder te ontwrichten, omdat noodzakelijke importen uit China stokken. Activisten zien dan ook de contouren van een vernieuwde etnische burgeroorlog. De vorige leidde tot wapenstilstanden, omdat niemand erin slaagde te winnen. Als de etnische legers beter samenwerken zouden ze een kans kunnen hebben, maar ze zijn wel verzwakt door het legeroffensief.

Goed nieuws voor Birma is dit niet. Een gewapend conflict is sowieso slecht voor de burgerbevolking, maar bovendien zijn de etnische milities geen haar beter dan de junta. Ze zijn vooral geïnteresseerd in controle over het land waar ze hun opium telen. Daarom lijkt het voor Birma vooral van belang hoe geïrriteerd de Chinezen zullen raken. Zij hebben de Birmese generaals weliswaar niet aan een touwtje, zoals het Kokang conflict laat zien, maar een flink aantal drukmiddelen hebben ze natuurlijk wel.

De factor waar het westen weinig acht op slaat, maar waar de Chinezen zich maar al te bewust van zijn, is India. ’s Wereld grootste democratie is ook in de race voor de gunsten van de Birmese junta (zij het halfhartiger) en zou er geen moeite mee hebben China te vervangen als belangrijkste handelspartner. Ook in New Delhi zou wel eens wat vaker een hartig woordje gesproken mogen worden over mensenrechten.

Reacties zijn uitgeschakeld