Film over somber realisme

VERSLAG - De Oostenrijkse regisseur en schrijver Michael Haneke levert met zijn nieuwe film “Amour” een bikkelhard en ongenaakbaar werk af, zo schrijft gastredacteur Maarten Middelkoop.

‘Die film is niet te harden,’ zo waarschuwde een vriend mij in 1997 voor “Funny Games” van een zekere Oostenrijkse regisseur Michael Haneke. Ik had toen al berichten gelezen dat bioscoopzalen vroegtijdig leeg liepen, omdat het sadisme in de film ondraaglijk was.

Ik keek de film met mijn handen om de armleuning geklemd. Eindelijk een film die je niet koud liet. Het idee erachter was simpel: twee tieners terroriseren een gezin op gruwelijke wijze. De kijker leeft mee met de slachtoffers. En Haneke speelt met de kijker als een kat met een muis: met uitgeslagen klauwen. Het explosieve realisme van de film maakte een diepe indruk op me.

Met zijn nieuwste film ‘Amour’ over ouderdom en liefde, zet Haneke zijn cinematografische zegetocht voort. In mei won de film al de Gouden Palm in Cannes, Hanekes tweede in amper drie jaar.

Michael Haneke kan wat mij betreft de godfather worden genoemd van de Europese filmwereld. Dat zijn films maar een fractie van de bezoekersaantallen trekken van Engelse blockbusters als ‘Skyfall’, doet niet ter zake. Een godfather word je immers door respect af te dwingen, niet door angstvallig te hengelen naar de gunsten van de verveelde kijker.

Maar mocht je “Amour” willen kijken: pas op. Het is niet alleen een goede film, maar een harde. Bikkelhard en ongenaakbaar.

Het opent met de zware klap van brekend hout als een team politieagenten een stijlvol, Parijs appartement binnenvalt. In de dichtgetapete slaapkamer ligt een bejaarde vrouw tussen bloemblaadjes, liefdevol opgebaard. Het is Anne, de vrouw van Georges.

Haneke neemt ons daarop een paar maanden terug in de tijd. Anne en Georges zijn gelukkig en gezond, gepensioneerde docenten klassieke muziek. Ze zijn sjiek, maar zonder een zweempje snobbisme en wonen in datzelfde statige appartement tussen de hoge boekenkasten en elegante meubels.

Maar juist dit is het decor waartegen hun geluk en liefde snel zal omslaan in pijn en vervreemding. Een serie beroertes treft Anne. Ze takelt af. In vlijmscherpe scènes, lange camera-shots en hyperrealistische dialogen etst Haneke het beeld van een hulpeloze Anne, die de dood tegemoet tuimelt, en van een gepijnigde Georges, die haar harde val probeert te breken.

Eerst zijn er nog de humor en onverwachte tederheid tussen de oude geliefden. Anne kan nu nog praten en lachen. Dan, na een tweede beroerte, rest er niks dan verval en vernedering.

Als een koevoet wrikt Haneke de realiteit van het sterven open. Hij laat zien hoe Georges’ rol als Annes verzorger – hij wast haar, draagt haar, zingt voor haar, troost haar – uiteindelijk zijn liefde voor haar uitholt. En al die tijd groeit hun isolement tot het verabsoluteert in de kamers en gangen van het appartement.

In een van de sleutelmomenten zien we een verpleegster. Ze wast Anne aan huis in de douche, terwijl Georges toekijkt van een afstandje. Anne is ver heen en kermt als een dier. ‘Pijn… Pijn… Pijn.’ Steeds datzelfde woord. Dit is wat haar tweede beroerte heeft aangericht. De spanning heeft de spieren op Georges’ gezicht strak getrokken. De kwelling staat erop af te lezen. En het giert door je heen als kijker. De gruwelijke eenvoud van het lijden.

Zo dendert de film voort in somber realisme, vrij van sentiment. Enkel hier en daar tilt een vleugje surrealisme de film uit boven het hier en nu – een gitzwarte nachtmerrie, een kortstondig visioen van een gezonde Anne achter de piano. En altijd dreunt Haneke zijn vragen neer als mokerslagen. Waar liggen de uiterste grenzen van de liefde? Wanneer slaat menselijke waardigheid om in vernedering? En hoe kan ouderdom vernietigen, wat de jeugd voor vanzelfsprekend hield?

Met “Amour” bewijst Haneke zichzelf opnieuw als een onnavolgbare cineast. Dit is wat mij betreft geen gewone vijfsterrenfilm, dit is de bioscoopfilm van het jaar.

Amour draait vanaf 15 november in Nederlandse bioscopen.

 

  1. 1

    Michael Haneke kan wat mij betreft de godfather worden genoemd van de Europese filmwereld. Dat zijn films maar een fractie van de bezoekersaantallen trekken van Engelse blockbusters als ‘Skyfall’, doet niet ter zake. Een godfather word je immers door respect af te dwingen, niet door angstvallig te hengelen naar de gunsten van de verveelde kijker.

    Als je deze hele alinea er uit sloopt wordt de recensie twee keer zo goed.