Edgar Davids, een requiem

"Ja ik draag een gekke bril, maar dat doet Maarten Biesheuvel ook!"Voetballer Edgar Davids komt terug naar Nederland. Dat is heugelijk nieuws, vond sportjournalist Marcel Rözer van Goedemorgen Nederland. Hij roemde Davids vanochtend voornamelijk vanwege zijn afkomst. Davids is namelijk opgegroeid in Amsterdam-Noord. Vanuit de sloppenwijken aldaar heeft hij zich omhoog gevochten tot een speler met internationale allure. Dat is inderdaad vrij bewonderenswaardig. Iedereen die de in beton gegoten treurigheid van Amsterdam-Noord kent, weet dat er maar één uitweg is: die van de doorgesneden polsen. Davids vond echter het profvoetbal. Op karakter, zoals dat heet in voetbaltermen.

Volgens Rözer is de vechtersmentaliteit van Noord precies waar het de Ajax-selectie zo aan ontbreekt. Die is week geworden door teveel zelfgenoegzaamheid uit Zuid. Davids kan dat veranderen. Hij is het type speler dat geestelijk tot de tanden bewapend het veld betreedt en pas weer ontspant als de tegenstander al lang en breed in de bus naar huis zit. Hij zal de rest naar victorie leiden, voor de troepen uit. Vanaf nu geen verheven gefladder meer op de flanken, gebikkeld gaat er worden op het omgeploegde middenveld. Alle ballen gaan linea recta hoog voor de pot met als het even kan een paar aardkluiten er achteraan. Dat is de invloed van Davids.

Maar onder het granieten pantser van welhaast vrome volharding, schuilt een diep gevoelige ziel. Een tedere romanticus. Een erudiete filosoof. Vorig jaar veraste Davids vriend en vijand met een open brief aan Marco van Basten. Op welbespraakte wijze uitte Davids hierin zijn ongenoegen. Van Basten was te ver gegaan door hem op onfatsoenlijke wijze te minachten, dus sloeg Davids terug. De gemiddelde Ajacied slaat terug door iemand voor ‘kankerneger’ of ‘tyfushond’ uit te maken. Edgar Davids schrijft een mooie brief.

Sommigen prezen cynisch zijn ghostwriters. Het zijn waarschijnlijk dezelfde onverlaten die in een orgastische polonaise de geschriften van Ayaan Hirsi Ali binnenhaalden als het werk van een verlichte verlosser. Ik herken echter duidelijk de hand van Davids in de brief, en het is de hand van een groot denker.

De Davids zoals wij die kennen is dan ook slechts een façade. ’s Avond gaat de gekke bril af en het leeslampje aan. Dan kruipt hij onder de lakens en neemt hij de Grote Werken tot zich. Hij gniffelt om het simplisme van Plato, schudt meewarig zijn hoofd bij de literaire imperfectie van Harry Mulisch en huilt tranen van ontroering tijdens Pietje Bell. ’s Ochtends, als de materiaalman de ballen uit het net haalt, ontwaakt Davids weer in zijn zelfgeschapen bedrog. Hij zet zijn bril op, vijlt zijn tanden bij en zet koers naar het trainingsveld. Daar speelt hij de rol die men van hem verwacht. Op het veld gaat hij voluit. Van binnen sputtert hij.

Davids in een verhitte discussie over de zin van het leven

Bij het sportjournaille staat Davids nog steeds bekend als een arrogante proleet. Het sportjournaille. Omhooggevallen patjepeeërs zijn het, een stinkend hoopje smeulend populisme. Mannen die het afatische gebrabbel van Johan Cruijff beschouwen als het woord Gods. Mannen die Davids na een wedstrijd vragen wat er door hem heen gaat. Een vraag die bij elk weldenkend mens het startpunt vormt van een levenslange geestelijke queeste, die vraag werpen sportjournalisten achteloos voor de voeten van Edgar Davids. Geen wonder dat hij liever niet praat met verslaggevers. Hij heeft ze gewoon niets te melden.

Edgar Davids is zodoende onbegrepen. Nog steeds. Ook bij Tottenham Hotspur, waar hij zijn dagen op de tribune sleet, met een boek op schoot. Nu keert hij dus terug naar Ajax. Gaat hij daar voor de gewenste sportieve, maar vooral intellectuele opleving zorgen? Natuurlijk niet. Ajax is net zo’n zee van ondiepe gedachten als elke andere voetbalclub. Ook hier vormt de selectie een poel van verstandelijk verderf. Een jongen als Edgar Davids zal daar langzaam doodbloeden. En dat is precies zijn bedoeling. Want Davids vecht niet langer. Het is genoeg geweest. Davids geeft op. Dit is zijn manier van de polsen doorsnijden. Amsterdam-Noord heeft gewonnen. Het is het failliet van een individu. En wat doet het sportournaille? Dat staat erbij en juicht erom. Blind voor de tragiek. Blind voor Edgar Davids.