DVD – Diving bell and the butterfly

Diving bell and the butterfly Het beeld is troebel, alsof het onder water is gefilmd waarbij de oppervlakte steeds in zicht komt. Het zijn de pakweg eerste vijftien minuten van The diving bell and the butterfly (Le Scaphandre et le papillon) van Julian Schnabel uit 2007, een klein meesterwerk dat kort in de bioscopen heeft gedraaid en nu al enkele weken op dvd verkrijgbaar is. De openingsbeelden zijn bewust zo gedaan omdat het het perspectief is van de ontwakende hoofdpersoon die in het ziekenhuis bij komt van een beroerte. Op de achtergrond hoort hij wazige stemmen, hij probeert zelf te praten, maar merkt dat zijn stem alleen verstaanbaar is in zijn eigen hoofd. Dauby lijdt namelijk aan het locked-in syndroom waarbij hij volledig verlamd is geraakt. ‘Het is een ziekte die vrijwel niemand heeft, probeert de behandelende neuroloog nog vergoelijkend daarmee beseffend dat hij het niet cynischer kan brengen.

The diving bell and the butterfly is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Jean-Dominique Bauby, voormalig hoofdredacteur van de Franse Elle, midden jaren negentig. Nadat hij met zijn zoon naar het platteland trekt, wordt het hem ineens wazig voor zijn ogen en verliest hij het bewustzijn waarna hij geconfronteerd wordt met het drama dat uiteindelijk zijn leven zal kosten. Aanvankelijk weigert hij zijn lot te aanvaarden en is hij wars van enige vorm van behandeling, woedend over het lot dat hem heeft getroffen. Maar naarmate de tijd vordert, ontwikkelt hij een wilskracht die hem in het laatste jaar van zijn leven nog enige zin geeft. Een taaltherapeute bedenkt een systeem om te communiceren; Bauby kan namelijk alleen maar met zijn ooglid knipperen waarbij één keer ‘ja’ betekent en twee keer ‘nee’. Op basis van een lettersysteem waarbij ze één voor één worden opgenoemd in volgorde van gebruik in de Franse taal (dit rijtje begint met de letters ESARIN) kunnen ze woorden vormen en zo besluit Bauby een boek te gaan schrijven over zijn situatie dat een soort van moderne variant van Alexandre Dumas’ De Graaf van Monte Christo moet worden. Een monnikenwerk dat je tegenwoordig nog maar weinig ziet.

Het verhaal is hier al mee weggegeven, maar eigenlijk wordt dat ook al gedaan op de site van de gelijknamige film of op de achterflap van de dvd. Het is ook geen reden om de film niet meer te gaan zien, omdat Schnabel er een klein meesterwerk van heeft gemaakt dat zich voor het grootste deel afspeelt in het ziekenhuis van Berck sur Mer, een badplaatsje ongeveer veertig kilometer onder Calais. Het begin is visueel zeer sterk gedaan, maar ook de manier waarop hij de humor en de fantasie van Bauby weet weer te geven, ontstijgt het dramatische genre. Terecht won The diving bell and the butterfly de prijs voor beste regie op het filmfestival van Cannes en vele andere prijzen op kleinere festivals.

Het is de derde film van Regisseur/beeldend kunstenaar Julian Schnabel die in 1996 debuteerde met de film Basquiat over de kunstenaar die in de jaren tachtig in de voetsporen trad van Andy Warhol, maar al snel overleed aan een overdosis. In 2000 maakte hij Before night falls over het leven van de Cubaanse schrijver en dichter Reinaldo Arenas (1943-1990). Beide films werden matig ontvangen en ook Lou Reed’s Berlin (2007) die op 3 april in Nederland uitkomt, kreeg niet zo’n beste recensie, hetgeen vooral werd toegeschreven aan het humeur van de voormalige voorman van The Velvet Underground waardoor het hem onmogelijk werd gemaakt om er iets van te maken. The diving bell and the butterfly is echter zo’n film waarvan je mag hopen dat er meer worden gemaakt.

The diving bell and the butterfly

  1. 2

    @1 Dat vroeg ik me laatst ook af; waarom men mij (in Amsterdam) in het Engels replikeerde, terwijl ik toch behoorlijk ABN praat …

  2. 6

    Schitterende film inderdaad. Met een aantal verbluffend ontroerende scènes, zoals dat telefoongesprek met zijn vader en dat door zijn vrouw vertaalde telefoongesprek met de minares voor wie hij zijn vrouw verlaten heeft. Overigens, die moderne variant op De Graaf van Monte Christo is niet het boek dat Jean-Dominic knipperend dicteert, maar het boek dat hij wilde schrijven toen hij nog niet in een duikerspak zat. Het idee van die gemoderniseerde Monte Christo tekent ook de hoogmoed en de oppervlakkigheid van Jean-Dominics leven als hoofdredacteur van Elle. Het mooie aan de Diving Bell is, onder meer, dat JD juist in die laatste jaren werd wie hij was.