dossier

Israël/Palestina conflict

Alle artikelen die de afgelopen jaren op Sargasso verschenen zijn en betrekking hebben op het Israël-Palestina conflict.


Foto: Alireza Jalilian on Unsplash

In Israël is de doodstraf terug. Alleen niet voor iedereen (goh)

Israël kent officieel de doodstraf, maar paste deze sinds 1962 feitelijk niet meer toe. Die politieke keuze wordt nu verlaten, maar uiteraard wel selectief. Want officieel geldt de nieuwe wet voor iedereen, in de praktijk is deze uitsluitend op Palestijnen gericht. De wet maakt namelijk de doodstraf verplicht voor terrorisme die tot Israëlische doden leidt.

De kans dat Israëliërs met deze wet te maken is verwaarloosbaar, want deze is gericht op militaire rechtbanken, en laat dat nu net het ‘rechtssysteem’ zijn waar Palestijnen onder vallen. Israëlische burgers vallen – vanzelfsprekend – onder civiel recht. Daarmee ontstaat een voorspelbare uitkomst: maximale straf binnen een systeem met beperkte, zelfs afwezige bescherming.

De werking van dat systeem blijkt ook uit de cijfers. In militaire rechtbanken ligt het percentage veroordelingen rond de 96 tot 99 procent. Vrijspraak komt zelden voor. Veel zaken eindigen in schuldbekentenissen onder detentie, zogenaamde ‘plea deals’, en de uitkomst ligt daarmee in bijna alle gevallen vast.

De wet wordt – zoals altijd – gepresenteerd als afschrikking. Tegelijkertijd blijft geweld van kolonisten tegen Palestijnen zelden tot vervolging leiden. Het strafrecht markeert zo wie bescherming krijgt, en bevestigt daarmee een systeem van apartheid waarin verschillende groepen onder verschillende regels en rechten vallen.

Foto: Christoffer Horsfjord Nilsen (cc)

De Palestijn: de indringer die er altijd al was

De Israëlische claim op Palestina wordt in het westen vaak gepresenteerd als een kwestie van herstel, een terugkeer naar een land dat ooit van “hen” was, na een lange en gewelddadige onderbreking. Dat frame suggereert automatisch dat het land in de periode na het gedwongen vertrek grotendeels leeg stond, of dat de bevolking die er woonde er eigenlijk niet thuishoorde. Die aanname is feitelijk onjuist.

Want wat er gebeurde na de Romeinse onderdrukking van de Joodse opstanden was deportatie, maar geen volledige ontvolking. Een groot deel van de bevolking bleef in het gebied achter. In de eeuwen daarna veranderde de religieuze identiteit van de achterblijvers, eerst richting christendom, later richting islam. De lijn van bewoning werd niet verbroken; zij veranderde van vorm. Bovendien was er op dat moment geen staat Israël die werd ontmanteld. De politieke entiteiten die er in de oudheid hadden bestaan waren relatief kortstondig en ingebed in een lange geschiedenis van wisselende rijken en overheersers.

Palestijnen zijn dan ook geen volk dat ergens vandaan is gekomen om zich later in Palestina te vestigen, in de achtergelaten huizen van de verdreven Joden. Zij zijn, in overwegende mate, afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van het gebied en hebben er continu gewoond. Dat hun identiteit over de eeuwen veranderde, maakt hun aanwezigheid niet minder reëel en hun claim niet minder geldig.

Foto: Enric Borràs (cc)

Satellietfoto’s

COLUMN - Kijkt u eens naar onderstaande twee satellietfoto’s, met dank aan Google Earth.


Het is winter, 16 december 2019 om precies te zijn, en de mensen die in dit deel van onze planeet wonen (boven: N 31.546518 E 34.548088; onder: N 31.542875 E 34.486812), wonen te midden van behoorlijk wat groen. Tuinen waarschijnlijk, zelfs op de onderste satellietfoto – midden in een stad -beslaan ze behoorlijk wat oppervlak. En ondanks dat het winter is, oogt het allemaal behoorlijk groen. Wat wil je ook. Op 31 graden noorderbreedte zit je in de subtropen.

Op 17 augustus 2023 is dat niet heel erg veranderd. Eigenlijk is alleen de kwaliteit van de satelliet camera’s wat verbeterd.


U kunt op deze foto’s de rijen bomen, die soms op de foto’s van vier jaar daarvoor ook zichtbaar zijn, veel beter zien. Dit zijn niet zomaar tuinen, het zijn boomgaarden en akkers, zelfs in de stad.

Drie maanden later, op 24 november 2023 is op beide plekken de situatie volledig veranderd. Alle groen is verdwenen, en dat ligt niet aan het feit dat het winter is, dat had u in december 2019 al gezien.


Wat u daar ziet zijn tanktracks, op elke vierkante centimeter tussen de bebouwing heeft de rupsband van een tank gereden. Dit zijn twee plekken in Gaza, 48 dagen later. En wat u hier ziet, kunt u op Google Earth op meer plekken in Gaza zien. Een strook van 7 kilometer lang langs de kust bijvoorbeeld, vanaf de bestandslijn uit 1947 naar het zuiden, van ongeveer 600 tot 1500 m breed is op de schop gegaan. Niet alleen is alle groen er verdwenen, alle ruimte tussen de huizen, ook waar geen groen was, bestaat uit uitsluitend tanktracks van iets meer dan drie meter breed.

Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Foto: Palestinian News & Information Agency (Wafa) in contract with APAimages, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons

De genocidale ‘Vredesraad’

De ‘Vredesraad’ gaat doorpakken. Vijf miljard dollar voor de wederopbouw van Gaza. Het bedrag klinkt indrukwekkend, maar de geschatte schade ligt volgens de VN rond de 70 miljard, een druppel op een gloeiende plaat.

Wederopbouw als ritueel
Wederopbouw in Gaza is een terugkerend ritueel, alleen was de schaal van vernietiging dit keer anders. Er wordt gebombardeerd, verwoest, ontheemd. Daarna volgt een donorconferentie, beloftes, miljarden. Er wordt gebouwd, maar als het (bijna) af is begint de cyclus opnieuw en bombardeert Israël het plat. En de internationale gemeenschap roept foei, doet een plas en verder blijft alles zoals het was. En organiseert een nieuwe donorconferentie.

Ook nu zal er niets veranderen. Wie serieus gelooft in duurzame wederopbouw, moet ook de politieke condities veranderen die die verwoesting mogelijk maken. Zonder opheffing van blokkades, zonder bewegingsvrijheid, zonder soevereine zeggenschap over grenzen, luchtruim en zee, blijft wederopbouw een tijdelijke lapmiddel. Je kunt een stad ‘herbouwen’, terwijl de voorwaarden voor de volgende vernietiging intact blijven.

Vastgoedfantasieën op puin
Alsof het geheel nog cynischer moest worden, circuleren inmiddels plannen om Gaza te herontwikkelen als grootschalig vastgoedproject. Ideeën over luxe kuststroken, investeringszones en een hertekende skyline worden gepresenteerd als pragmatische toekomstvisie. In die logica verandert verwoesting in een kans, onteigening in herbestemming. De oorspronkelijke bewoners verdwijnen uit het beeld, gereduceerd tot demografische variabele. Ze mogen in ieder geval niet meepraten over hun eigen toekomst.

Foto: April Pethybridge on Unsplash

Bondi Beach als alibi

Na de verschrikkelijke aanslag in Sydney voltrok zich een bekend patroon. Rouw, solidariteit, scherpe woorden over veiligheid. Terecht ook. Geweld tegen Joodse instellingen en individuen is geen abstract probleem maar een concrete dreiging, en wie dat bagatelliseert is moreel failliet. Maar vrijwel onmiddellijk gebeurde er ook iets anders, inmiddels bijna even bekend. De aanslagen werden niet alleen veroordeeld, ze werden ingezet. Als bewijsstuk in een breder betoog over Israël, over kritiek daarop, en over wie er volgens sommigen schuld draagt aan de onveiligheid van Joden wereldwijd.

De logica was eenvoudig en werd door lokale Joodse leiders, waaronder rabbijnen in Sydney, publiek uitgesproken. Kritiek op Israël voedt antisemitisme en protesten tegen de oorlog in Gaza creëren een klimaat waarin aanslagen als die in Sydney mogelijk worden. Wie Israël bekritiseert, zo luidde de impliciete boodschap, draagt indirect verantwoordelijkheid voor geweld tegen Joden elders. Dezelfde rabbijnen die deze kritiek uitten steunen tegelijk openlijk wat Israël in Gaza en op de Westoever doet.

De eenrichtingsdefinitie van gevaar
Opvallend is wat in deze redenering als gevaarlijk wordt gezien en wat niet. Kritiek op Israël zou Joden in gevaar brengen. Openlijke steun aan Israël, ook wanneer die steun onvoorwaardelijk is en expliciet wordt gegeven terwijl dat land massaal Palestijnse burgers doodt, hele steden vernietigt en humanitaire hulp blokkeert, zou dat niet doen.

Foto: Remy Gieling on Unsplash

Het Concertgebouw en de middenweg waar niemand om vroeg

De afgelopen weken liep de spanning rond het geplande Chanukah-concert in het Concertgebouw verder op. De aangekondigde aanwezigheid van een cantor die verbonden is aan het Israëlische leger veroorzaakte protesten, bezwaren en een groeiende druk op de instelling om eindelijk kleur te bekennen. Het Concertgebouw laveerde zichtbaar. Eerst mocht de man komen, daarna werd het afgeblazen, vervolgens werd er weer geschoven met de programmering. Tegelijkertijd nam de druk toe vanuit Israël en de organisaties die nooit verlegen zitten om een telefoontje richting bestuur of directie. Uiteindelijk verscheen er een gezamenlijke verklaring waarin het Concertgebouw “nog steeds” stelt dat een vertegenwoordiger van een leger dat een genocide pleegt niet op het podium kan staan. Het compromis dat geen compromis is, kwam er toch: hij mag wél optreden, maar dan in besloten kring. Met andere woorden, het conflict is formeel opgelost, maar vooral op een manier waar de Israël-lobby geen moment wakker van ligt.

De verklaring van het Concertgebouw en de Stichting Chanukah Concert probeert een explosieve kwestie te presenteren als een kwestie van both sides. Niet de vraag of een vertegenwoordiger van een strijdkracht midden in een genocide geprogrammeerd moet worden wordt dan centraal, maar hoe je een evenement organiseert in tijden van “extreme polarisatie”. Daarmee verschuift het gesprek van inhoud naar toon, van verantwoordelijkheid naar sfeerbeheer. Het is de taal van instellingen die hopen dat iedereen ophoudt met lastige vragen. Geen woord over machtsverhoudingen. Geen woord over geweld dat niet om nuance vraagt maar om ruggengraat.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Israëls geheime wapen: taal

De genocide in Gaza gaat gewoon door, ondanks dat er een ‘wapenstilstand’ is. Israël blijft aanvallen, maar met een verschil: de aanvallen heten nu volgens Israël ‘antiterreuroperaties’. Een manier van praten die maar al te gemakkelijk wordt overgenomen door westerse media.  Zo wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk hoe ook taal een wapen is in het conflict, en dat dat wapen vaak in één richting schiet. Want als Palestijnen weerstand bieden tegen zo’n operatie heet dat ‘een inbreuk op het bestand’ en gebruikt Israël het als excuus om te reageren met bombardementen, sorry, nieuwe ‘antiterreuroperaties’ op totaal ongerelateerde doelen waarbij honderden mensen omkomen, en waarschuwt dat ‘verdere inbreuken niet worden getolereerd’.

Dit is niet nieuw, wie het nieuws volgt, ziet het al langer. Bijvoorbeeld bij een kop als: “Israëlische gijzelaars vrijgelaten, Palestijnse gevangenen uitgewisseld.” Dat lijkt neutraal, maar dat is het niet.

Een gijzelaar is iemand die onschuldig vastzit, iemand die onterecht wordt vastgehouden door barbaren. Een gevangene daarentegen, dat is iemand die  ‘iets’ heeft gedaan. Een verdachte, een misdadiger, of minstens iemand die door een rechter is veroordeeld. Maar de Palestijnse gevangenen waar hier over gesproken wordt, zijn in veel gevallen nooit aangeklaagd, laat staan berecht. Kinderen van dertien, jongeren die een spandoek vasthielden, vrouwen die bij een checkpoint werden opgepakt omdat ze de verkeerde achternaam hadden. Toch noemt het journaal hen gevangenen, alsof het allemaal keurig volgens het recht is verlopen.

Foto: Trump White House Archived (cc)

Gaza: Op naar een genocide in slow motion

Het zogenaamde vredesplan voor Gaza wordt door velen gepresenteerd als een “kans op rust” of “het begin van een nieuw tijdperk van stabiliteit”. In werkelijkheid is het niets anders dan een dictaat, een document opgesteld door de bezetter en zijn bondgenoten, zonder de stem van de Palestijnen zelf. Achter de diplomatieke taal van “veiligheid”, “heropbouw” en “staakt-het-vuren” schuilt een harde realiteit: dit plan legt  het fundament voor een nóg grotere onderwerping van het Palestijnse volk.

Onder het mom van vrede wordt Gaza omgevormd tot een gecontroleerde openluchtgevangenis. Dat was het al, maar hiermee wordt het ook officieel: Israël behoudt feitelijke controle over grenzen, veiligheid, hulp en nu ook bestuur. Palestijnse soevereiniteit, ooit een kernbelofte van het vredesproces, verdwijnt volledig uit zicht. De Palestijnen krijgen geen staat, geen recht op zelfbeschikking, geen vrijheid. Wat ze krijgen, is een leven onder toezicht, afhankelijk van de willekeur van hun onderdrukker.

Ondertussen blijven Israëlische oorlogsmisdaden onbestraft. De verwoesting van ziekenhuizen, scholen en vluchtelingenkampen wordt weggemoffeld onder de noemer van “zelfverdediging”. Geen enkele Israëlische leider hoeft rekenschap af te leggen voor het doden van tienduizenden burgers of het gebruik van uithongeringsstrategieën als oorlogswapen. Straffeloosheid wordt opnieuw de norm, en dat is precies wat dit plan bevestigt: er is vrede voor de daders, maar geen recht voor de slachtoffers.

Foto: Mark Vletter (cc)

De premier die op de verkeerde plek was

Er zijn momenten waarop symboliek meer zegt dan duizend regeringsverklaringen. ‘Premier van alle Nederlanders’ Dick Schoof zat zondag in Amsterdam, bij de herdenking van de 7-oktoberaanslag van Hamas. Op hetzelfde moment dat op een paar honderd meter meer dan een kwart miljoen mensen demonstreerden tegen de genocide die Israël sindsdien in Gaza heeft aangericht, met deze gebeurtenis als rechtvaardiging.

Het was niet zo maar een herdenking. Hij zat in het publiek in een zaal waar de vlag van genocide-Israël gebroederlijk naast die van Nederland hing, terwijl de Israëlische ambassadeur het woord voerde. Niet met een boodschap van vrede, maar met een propagandapraatje dat de aanval van Hamas gebruikte als vrijbrief voor twee jaar van moord en vernietiging. Hij koppelde opnieuw de Holocaust en het jodendom aan de staat Israël, met de impliciete boodschap dat kritiek op Israël automatisch antisemitisme is. En de premier luisterde beleefd, als een man die niet wist dat stilte in zo’n context instemming betekent. Terwijl buiten Nederlanders van alle achtergronden en leeftijden riepen om een einde aan het bloedvergieten, zat de premier binnen in een zorgvuldig geregisseerde herdenking die elke verwijzing naar Palestijns leed bewust vermeed.

Schoof, oud-topman van de veiligheidsdiensten, weet beter dan wie ook hoe macht en framing werken. Hij weet dat als hij daar zit hij zegt dat Nederland solidair is met Israël, en dat dat geen diplomatieke formaliteit is maar een politiek signaal. Hij weet dat wie blijft zitten terwijl propaganda wordt uitgesproken, meepraat zonder woorden.

Foto: "Anti-Semitism" by quinn.anya is licensed under CC BY-SA 2.0

De IHRA-definitie van antisemitisme, de last van herinnering en de definitie van kritiek

Er is een soort historische ballast die in Europa generatieslang is meegegeven. Wie hier opgroeit, krijgt de Holocaust niet als een hoofdstuk in een geschiedenisboek, maar als een erfenis die in je vezels kruipt. Het besef dat wij medeverantwoordelijk zijn voor een van de grootste georganiseerde genocides in de moderne tijd, laat zich niet van je afschudden. En terecht. Tegelijkertijd is Israël sinds de oprichting in 1948 aan ons verkocht als de uitzondering in de regio, de enige plek in het Midden-Oosten waar parlementen functioneren, kranten tegenspraak bieden en waar verkiezingen tenminste nog iets betekenen. Het is een frame dat blijft hangen, ook bij wie beter weet.

De IHRA-definitie van antisemitisme speelt hier handig op in. Whataboutism is een van de basisbeginselen: als je kritiek hebt op Israël, maar niet of minder op andere vergelijkbare landen die dingen doen, ben je een antisemiet. Ze schuift kritiek op Israël en haar beleid by design gevaarlijk dicht richting antisemitisme, alsof wie vraagtekens zet bij bezetting, apartheid of etnische hiërarchie automatisch het oude continentale gif van Jodenhaat in zich draagt, als men tegelijk niet even hard ageert tegen vergelijkbare zaken elders. Dat is een vals frame. Juist omdat wij Europeanen weten waartoe antisemitisme kan leiden, juist omdat we de Holocaust in onze morele rugzak meedragen, moeten we scherp kunnen onderscheiden: antisemitisme is een haat tegen Joden als mensen, Israël-kritiek is een oordeel over een staat die macht uitoefent. En juist omdat we weten hoe een rechtsstatelijke democratie behoort te werken en Israël die twee woorden claimt mogen we daar kritiek op hebben. En juist ook omdat we die staat mede mogelijk hebben gemaakt.

Foto: Taylor Brandon on Unsplash

Israël: het verplichte geloofsartikel

In bijna elk debat over Israël en de genocide die het pleegt komt vroeg of laat – meestal vroeg – die ene vraag: “Vind je dat Israël mag bestaan?” Het is een soort toegangsticket. Als je niet braaf ja zegt, hoef je verder niets meer te zeggen. In westerse media, parlementen of praatprogramma’s ben je meteen af. Je wordt weggezet als extremist of antisemiet. De discussie is dood voordat hij begonnen is.

Maar het is een bizarre vraag. Israël bestaat namelijk al. Het land heeft kernwapens, een van de machtigste legers ter wereld en een hecht netwerk van internationale steun. Er is geen enkele denkbare situatie waarin Israël van de kaart geveegd zou kunnen worden, waar veel interviewers zich zorgen om lijken te maken. Zelfs als elke Palestijn, elke Iraniër en elke activist ter wereld het zou willen, is het praktisch onmogelijk. Het land is dé regionale supermacht. De vraag of Israël mag bestaan is daarom niet meer dan een retorische valstrik: wie hem ontkent, diskwalificeert zichzelf. Tegelijk: wie hem bevestigt, accepteert impliciet de status quo.

Want de werkelijke vraag is niet of Israël mag bestaan, maar hoe het mag bestaan. Israël is opgericht zonder rekening te houden met de mensen die er al woonden. Het verdrijven van Palestijnen was geen bijeffect, het was een voorwaarde voor de oprichting van ‘de joodse staat’, zoals het zich sinds een aantal jaar officieel noemt. Vanaf die oprichting is dat patroon niet veranderd: annexatie, nederzettingen, militaire overheersing en een systeem dat niet anders dan apartheid genoemd kan worden.

Volgende