De toverkunsten van een Spitfirepiloot

tourdujourTom Boonen (inmiddels niet meer in de Tour) wist het al. ‘Mark Cavendish komt nog geen brug over’, zei hij op vooravond van Milaan Sanremo. Cavendish na ruim 280 kilometer nog fris op de Poggio? Neen, Mark was geen kanshebber voor de zege. Daarvoor moest je completer zijn. Zoals Boonen. Of Freire.

Nu weet de hele wereld, waar Tom Boonen in maart dit jaar al achter kwam. Cavendish, die op onnavolgbare wijze wegspoot uit het peloton, de tien, twaalf lengten op Heinrich Haussler dichtte, derop vloog, derover vloog en de lenteklassieker voor het eerst op zijn naam schreef. Cavendish kan wél klimmen, als hij maar wil.

Vandaag was het de beurt aan de sterke Noor Thor Hushovd en de ranke aankomer Freire. Ploegmaat Menchov, toch niet de minste klimmer, reed een strak tempo op de veertien (!) kilometer lange klim op schootsafstand van de finish. Hij decimeerde het peloton. De grote groep werd uitgedund. Als hij in het algemeen klassement niet mee kon doen, kon hij allicht Freire aan een zege helpen en een verder fletse Tour nog enigszins kleuren. Hushovd grimaste, van alle sprinters, klimt hij samen met Freire het beste.

Maar Cavendish beet op de tanden. Hij kraakte zijn glazuur. Hij ging door een muur, en toen door nog een muur. ‘Laat me niet alleen’, beet hij zijn maten toe. ‘Laat me niet alleen op de klim’. En hij trapte, gegangmaakt door ijzervreter Hincapie en verbluffend talent Tony Martin. De wereld keek toe. Eigenlijk hoopte de wereld een beetje dat de Brit zou kraken. Maar de man van het eiland Man brak niet. Hij spurtte, en hij won.

De laatste man die vijf etappes in een enkele Tour de France won, was Lance Armstrong van 2004, maar daar zat een ploegentijdrit bij. En er is niemand in staat hem in een vlakke sprint te kloppen, en dus is hij topfavoriet voor de Champs Elysees – en als hij dat wint, moeten we erg goed zoeken om mensen te vinden die ooit beter deden (Freddy Maertens won er ooit acht, maar dat waren heel andere tijden).

In Humo konden we een paar weken al een interessant artikel met de jonge supercoureur lezen. Hoe hij zijn meisje mist en de hormonen opspelen als hij een paar dagen van huis is (het telefoongebaar een paar etappezeges geleden was speciaal om haar te laten weten dat ze haar telefoon in de gaten moest houden, want hij ging haar die avond bellen). Dat hij mensen wil wurgen als hij verliest. Dat hij bekrompen dopingverhalen haat.

cavDe laagvliegende topsprinter davert door Frankrijk op een speciale fiets die is geïnspireerd op een Spitfire. Compleet met mooie meid, stoere opdruk (‘Sprint Airforce’) en het aantal succesvol uitgevoerde missies (na vandaag dus vijf).

Na de koers van vandaag verklaarde hij dat het nog moeilijker was om deze etappe te winnen, dan Milaan Sanremo. Milaan Sanremo is een eendagskoers, iedereen staat fris aan de start. Dit is de derde week Tour, en hij heeft drieduizend kilometers en een slordige vijftien cols in de benen. En dan is de klim nog eens bijna vijftien kilometer lang. Hij hij had geleden en hoe moeilijk het was om door al die grenzen heen te gaan.

Het speculeren is inmiddels begonnen. Nu Cavendish heeft bewezen werkelijk elk terrein aan te kunnen, waar gaan andere coureurs hem dan nog stoppen? Kan hij de Ronde van Vlaanderen winnen? Of Parijs Roubaix? Waar ligt de grens aan het onvoorstelbare winvermogen van deze turbo?

Voor de scorebord journalisten is het sowieso een beetje een gek koersjaar. Cancellara wint de Ronde van Zwitserland, Basso en Armstrong keren terug in het profpeloton, het jonge talent Roman Kreuziger (rijdt de Tour enigszins anoniem voor Liquigas) pakt uit in Romandië en in de heuvelachtige klassiekers breekt de jeugd definitief door in de persoon van Robert Gesink (3e Amstel Goldrace, uit de Tour door een valpartij) en Andy Schleck (huidige nummer twee in de Tour, winnaar van de klimklassieker Luik Bastenaken Luik).

Wie puur naar uitslagen kijkt, zal alleen in de Ronde van Vlaanderen (Stijn Devolder – rijdt de Tour, maar daarmee is alles wel gezegd) en Parijs Roubaix (Tom Boonen, inmiddels afgestapt) vertrouwde namen tegenkomen. En daar is het dus nu ook oppassen, menen veel (vooral Vlaamse) wielervolgers. Want steeds minder mensen zien reden om aan te nemen dat Mark Cavendish (of bijvoorbeeld dat andere supertalent Edvald Boasson Hagen – dit jaar winnaar van Gent Wevelgem en enkele etappes in de Giro, niet in de Tour gestart) een koers als Vlaanderen niet zou kunnen winnen.

De exclusieve speeltjes van België, de kasseiklassiekers van het voorjaar, lopen nu officieel gevaar. Belgische/Vlaamse superhelden als Devolder, Boonen en Gilbert trekken de kar in die koersen, en met goed resultaat. Maar hoe lang nog? Waar ligt de grens voor Mark Cavendish die in elke grote ronde die hij koerst sterker lijkt te worden?

Moest hij in zijn eerste koers nog kilometers aan de wagen hangen om terug te keren, en reed hij vorig jaar na vier etappezeges de koers bewust niet uit omdat hij bang was in het hooggebergte zijn sprintbenen te verbranden, nu doet hij mee voor de groene trui en wat erger is: hij heeft de inhoud om selectieve parkoersen te overleven.

De groene trui is door extreem kunst- en vliegwerk van Thor Hushovd (die zich in een Alpenrit tot prima klimmer ontpopte en op die manier kostbare tussensprints wist te veroveren) tamelijk zeker om de schouder. Maar het is zeer goed mogelijk dat dit de laatste keer is dat een sprinter anders dan Mark Cavendish er met het tricotje vandoor gaat. En het is ook zeer wel mogelijk dat de kasseispecialisten er een geduchte concurrent bij hebben. Hij is jong, hij heeft bravoure, hij bestuurt een Spitfire en hij is de snelste man op een fiets. Pardon, een Spitfire.