De allerlaatste dagen der mensheid (11)

    Proloog, scène 30
    In de werkkamer van de minister van Buitenlandse Zaken. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
    De minister (in zichzelf): Ach, ach… Nee, dat is verschrikkelijk…. Dat is toch werkelijk verschrikkelijk… Vreselijk, echt vreselijk… Een ramp… Een gevoelige nederlaag… Achjé, wat sneu nou weer allemaal… Potverdikke, dat gaat helemaal niet goed… Helemaal niet goed… Achejé, wat een ellende nou toch weer…Potverdikke, potverdikke… Vreselijk… Potverkaatje… Iedere per ongeluk geraakte burger levert de Taliban zo weer vijftig nieuwe sympathisanten op…
    (changement.)

    Proloog, scène 31
    In de werkkamer van de minister van Defensie. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
    De minister (in zichzelf): Het gaat nou wel erg hard… Hard tegen hard ook… Verdomme, Henk, dat loopt helemaal uit de hand. Zo komen we nooit aan wederopbouwen toe, natuurlijk. Een ramp is het. Verdomme, verdomme. Wat een desillusie. En de bevolking van Zuid-Afghanistan staat toch al, onder dreiging van marteling en gevangenschap, onder zulke grote druk om de Taliban niet tegen te werken…
    (changement.)

    Proloog, scène 32
    Het hoofdkwartier van het Regional Command South in Kandahar.
    De generaal-majoor (dromerig, tegen zichzelf): Nu komt het erop aan, Ton… 5000 vierkante kilometer, een gebied zo groot als half West-Europa… Zes maanden onder jouw commando… Klinkende namen… Nimroz! Helmand! Zaboel! Day Koendi! Kandahar! Oeroezgan! En straks het Journaal… Naar je hebt een verdomd goed verhaal. D’r tegenaan. It’s the half of the battle. Ze dachten dat wij de strijd niet aandurfden. Nou, daar hebben ze zich lelijk in vergist. Met al die jongens die zich door misleiding hebben laten recruteren. Een verloren generatie. Dankzij ons technologisch overwicht zijn die echt geen partij voor ons. Nu komt het erop aan. We moeten nu echt die slag zien te maken, het sienjaal afgeven naar de bevolking van jullie toekomst ligt bij de wederopbouw. Als we gewoon bijvoorbeeld eerst maar eens zorgen dat ze behoorlijk te vreten krijgen. De harten, hoofden en magen winnen, dan volgt de rest vanzelf. De hoogstpersoonlijke dominotheorie van generaal-majoor Ton van Loon. Die slag moeten we echt zien te maken, die slag…
    (changement.)

     Proloog, scène 33
    In Kamp Holland in Tarin Kowt.
    Een soldaat: Over wie had Van Loon het eigenlijk?
    Een andere soldaat: Hoe bedoel je?
    Een soldaat: Nou, over wie had de generaal-majoor het eigenlijk toen hij het had over die verloren generatie? Die jongens die zich door misleiding hadden laten recruteren?
    Een andere soldaat: Natuurlijk niet over ons, eikel! Meteen daarna had hij het toch over ons technologisch overwicht? Nou, dat hebben zij niet.
    Een soldaat: Ach ja, natuurlijk, dat is waar, hoe kon ik zo stom zijn?
    Een andere soldaat: Ja, hoe kon je zo stom zijn. (binnensmonds) Eikel.
    Een soldaat: Zeg, over wie heb jij het eigenlijk?
    Een eikel: Over mezelf!
    (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::

Reacties zijn uitgeschakeld