Wetenschap stoffig vinden is zó 2011

2012 was het jaar waarin de wetenschap haar stoffige imago achter zich wist te laten. Maar er gingen ook wel een paar dingen mis, betoogt Eva Teuling. Wetenschap is hot. Als zelfs De Wereld Draait Door begint met een dagelijks gesprek met een wetenschapper, als zelfs Alexander Klöpping een Universiteit van Nederland opricht, en als heel de wereld aan de TV gekluisterd zit bij de persconferentie over het ontdekte Higgs-deeltjes, dan durf ik voorzichtig te zeggen dat wetenschap het stoffige imago lijkt te verliezen. Ik sluit niet uit dat mijn positieve beeld mede veroorzaakt wordt door mijn interesse in dergelijke initiatieven en ik daardoor wat tunnelvisie heb, maar dat terzijde. Dat wetenschap populair wordt, kan mede toegeschreven worden aan wetenschapscommunicatie. Van individuele initiatieven naar professionele organisaties; van die ene wetenschapper met een twitteraccount tot hele instituten die social media omarmen: wetenschapscommunicatie lijkt volwassen te worden. In 2012 startten een aantal leuke en interessante initiatieven voor wetenschapscommunicatie (en gingen een aantal dingen goed mis). Hieronder een (beperkt, dus zeer onvolledig, en daarbij ook nog eens zeer subjectief) lijstje:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Blijf klassegrootte meten

ANALYSE - Is het nodig om de grootte van klassen in het onderwijs bij te houden? Onderwijsdeskundige Reinout van Brakel denkt van wel.

Onderstaande grafiek komt uit het mooie rapport van Pearson over onderwijsprestaties van landen (The Learning Curve). Het toont de “Pupil-Teacher” ratio op lagere scholen. Dat is niet hetzelfde als klassengrootte, omdat ondersteunend personeel ook wordt meegerekend. Volgens deze website zijn er in Nederland op iedere leerkracht 15,9 leerlingen.

learning curve

Even nadat ik deze grafiek zag, kwam er een Kamerbrief over van Sander Dekker over hetzelfde onderwerp, naar aanleiding van klachten van AOb dat de klassen weer groter worden. Scholen hebben weinig keuze als ze minder middelen hebben: je kunt de onderwijstijd wellicht beperken, als je ver boven de norm zit, maar verder is de eerste mogelijkheid het combineren of vergroten van klassen.

De brief is zeer interessant.
De experts zijn het er redelijk over eens dat klassengrootte niet veel invloed heeft op de opbrengsten en kwaliteit. Het heeft effect op de werkdruk van leraren en dat was dan ook een belangrijke reden om extra middelen voor klassenverkleining uit te trekken. Zelfs de Tweede Kamer vond het in 2006 niet meer nodig om te rapporteren over groepsgrootte: de Inspectie deed dat in de jaren ervoor wel. De overheid moet vooral sturen op kwaliteit: de beslissingen rondom groepssamenstelling kunnen prima door professionals en bestuurders genomen worden, schrijft de minister. Binnen de budgettaire kaders, dat dan weer wel (en zit daar niet de grote adder onder het gras?)

De zesjescultuur in het onderwijs

DATA - Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) meldde deze week trots dat de zesjescultuur aan het verdwijnen is. Dat is nog maar de vraag.

De nieuwe staatssecretaris heeft er zin in. In de papieren versie van NRC Handelsblad meldt hij deze week dat onder zijn bewind de resultaten (vooral rekenen) zullen verbeteren, want juist daar zijn de laatste jaren flinke steken gevallen. Ook meldt hij trots dat de zesjescultuur ten einde is in het onderwijs, al een paar jaar zelfs.

Ik heb eens naar de diplomacijfers en slagingspercentages gekeken. Daar zou je toch een effect moeten zien. Het blijkt dat de Nederlandse leerlingen steeds slechter presteren. En er zit ook een aantal verrassingen in de data.

De cijfers zijn afkomstig uit de examenmonitor 2012 van Dienst Uitvoering Onderwijs, die net is verschenen.

Sinds 2007 daalt het gemiddelde diplomacijfer. Het zijn geen hele schokkende getallen, maar de trend is wel duidelijk. Afgelopen jaar kwam de dalende trend tot stilstand en er lijkt zelfs een kleine stijging te zijn. Opvallend is dat leerlingen van alle vmbo-leerwegen het beter doen dan de havisten. Maar alle gemiddelden cirkelen rond de 6,5. Opvallend is ook dat het gemiddelde diplomacijfer over de periode 2007-2012 het meest is gedaald bij de VWO-leerlingen. Dat had ik in ieder geval niet verwacht.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Vorige Volgende