Wetenschap stoffig vinden is zó 2011

2012 was het jaar waarin de wetenschap haar stoffige imago achter zich wist te laten. Maar er gingen ook wel een paar dingen mis, betoogt Eva Teuling. Wetenschap is hot. Als zelfs De Wereld Draait Door begint met een dagelijks gesprek met een wetenschapper, als zelfs Alexander Klöpping een Universiteit van Nederland opricht, en als heel de wereld aan de TV gekluisterd zit bij de persconferentie over het ontdekte Higgs-deeltjes, dan durf ik voorzichtig te zeggen dat wetenschap het stoffige imago lijkt te verliezen. Ik sluit niet uit dat mijn positieve beeld mede veroorzaakt wordt door mijn interesse in dergelijke initiatieven en ik daardoor wat tunnelvisie heb, maar dat terzijde. Dat wetenschap populair wordt, kan mede toegeschreven worden aan wetenschapscommunicatie. Van individuele initiatieven naar professionele organisaties; van die ene wetenschapper met een twitteraccount tot hele instituten die social media omarmen: wetenschapscommunicatie lijkt volwassen te worden. In 2012 startten een aantal leuke en interessante initiatieven voor wetenschapscommunicatie (en gingen een aantal dingen goed mis). Hieronder een (beperkt, dus zeer onvolledig, en daarbij ook nog eens zeer subjectief) lijstje:

David Attenborough over het belang van publieke televisie.

As we were saying earlier, how can you be a competent member of a democratic society, with a right to vote, and have no conception of or no basis for understanding the technology on which the whole of your society is built, from the food you eat and the schools you go to, to the way you move, the way you communicate, the way you look after your kids, the way you read at night? All these decisions are fundamentally scientifically based.

Now, if a public-service broadcasting organisation has any responsibility, then it must be in these areas where it doesn’t necessarily make a financial profit to talk about it.

Science is an obvious example. We spend a lot of time saying, “Oh yes, it’s very accessible and very exciting” – but it’s not always accessible, it’s not always exciting, and it’s quite easy to be boring about. It is the job and responsibility of the broadcaster to deal with these problems and make sure it’s available to everybody. I really feel very powerfully about that. If the BBC as a public-service organisation allowed its scientific output to dwindle, then it ought to be a national scandal.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Blijf klassegrootte meten

ANALYSE - Is het nodig om de grootte van klassen in het onderwijs bij te houden? Onderwijsdeskundige Reinout van Brakel denkt van wel.

Onderstaande grafiek komt uit het mooie rapport van Pearson over onderwijsprestaties van landen (The Learning Curve). Het toont de “Pupil-Teacher” ratio op lagere scholen. Dat is niet hetzelfde als klassengrootte, omdat ondersteunend personeel ook wordt meegerekend. Volgens deze website zijn er in Nederland op iedere leerkracht 15,9 leerlingen.

learning curve

Even nadat ik deze grafiek zag, kwam er een Kamerbrief over van Sander Dekker over hetzelfde onderwerp, naar aanleiding van klachten van AOb dat de klassen weer groter worden. Scholen hebben weinig keuze als ze minder middelen hebben: je kunt de onderwijstijd wellicht beperken, als je ver boven de norm zit, maar verder is de eerste mogelijkheid het combineren of vergroten van klassen.

De brief is zeer interessant.
De experts zijn het er redelijk over eens dat klassengrootte niet veel invloed heeft op de opbrengsten en kwaliteit. Het heeft effect op de werkdruk van leraren en dat was dan ook een belangrijke reden om extra middelen voor klassenverkleining uit te trekken. Zelfs de Tweede Kamer vond het in 2006 niet meer nodig om te rapporteren over groepsgrootte: de Inspectie deed dat in de jaren ervoor wel. De overheid moet vooral sturen op kwaliteit: de beslissingen rondom groepssamenstelling kunnen prima door professionals en bestuurders genomen worden, schrijft de minister. Binnen de budgettaire kaders, dat dan weer wel (en zit daar niet de grote adder onder het gras?)

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende