Conformisme is handig beleidsinstrument

Psychologisch en neurowetenschappelijk onderzoek laat zien hoe en waarom mensen zich laten beïnvloeden door het gedrag van anderen. Deze kennis over de werking van het brein kan helpen bij het bepalen van overheidsbeleid. Een belangrijke rol van de overheid is om burgers ertoe te bewegen om gezonde, sociale en duurzame keuzes maken. Straffen en belonen is een veelgebruikte methode om tot zulk gedrag te motiveren. Iemand die te laat is met het invullen van z’n belastingformulier krijgt een boete en het inleveren van gloeilampen wordt beloond met een korting op spaarlampen. De dreiging van een straf of de verleiding van een korting resulteert echter niet per definitie in gedragsverandering en werkt soms zelfs averechts.1 De reden hiervoor is dat belonen of straffen de intrinsieke motivatie voor moreel gewenst gedrag doen afnemen. Dit is goed te zien in een studie in een kinderdagverblijf in Israël.2 Deze opvang besloot om ouders een boete te geven iedere keer als zij hun kind te laat ophaalden. Echter, in plaats van een vermindering van het aantal telaatkomers, leverde deze interventie een toename van het aantal kinderen op dat te laat werd opgehaald. De relatief kleine boete veranderde de intrinsieke norm van de ouders om op tijd te komen. Voor hen betekende de boete slechts dat op tijd komen eigenlijk niet zo belangrijk is: ze kunnen hun te late aankomst immers afkopen.

Foto: Alexandre Dulaunoy (cc)

Verantwoordelijk voor welvaart

INTERVIEW - Bald de Vries, universitair docent en onderzoeker rechtstheorie en staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht, over eigendom, gebruiksrecht en verantwoordelijkheid.

Hoe belangrijk is het begrip eigendom?

‘De notie van individueel eigendom is een organiserend principe van onze Westerse maatschappij. Het is de kurk waarop de marktgeoriënteerde economie drijft. Om de markteconomie goed te laten functioneren hebben we een stelsel van eigendomsrechten ontworpen. Vanuit dit perspectief kan het recht op individueel eigendom ook opgevat worden als een centraal mensenrecht dat bepalend is voor hoe de moderne, westerse samenleving functioneert.’

Verantwoordelijk?
‘Bezit impliceert een exclusief gebruiksrecht. Dat wat van jou is, daarover ben je soeverein, althans dit is het uitgangspunt. Eigendom betekent gebruik, maar ben je ook verantwoordelijkheid voor de effecten van dat gebruik?

De moderne, westerse samenleving wordt gekenmerkt door industrialisering en democratisering binnen staten. Burgers participeren in de productie van welvaart binnen de natiestaat en participeren in de verdeling van die welvaart via hun democratische rechten. De productie van welvaart, en het gebruik daarvan in de vorm van eigendom heeft echter neveneffecten die meer en meer zichtbaar worden op mondiaal niveau. In zijn klassieker The Risk Society noemt de Duitse sociaaltheoreticus Ulrich Beck deze neveneffecten ‘risico’s’. Neem jij verantwoordelijkheid voor de effecten van het gebruik van je spullen?’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Hielp het internet de Haagse Courant om zeep? – Nou nee…

In het Drieluik ‘Iedereen Journalist‘ (NTR) maakt Oud-hoofdredacteur van HP/De Tijd Henk Steenhuis een rondgang in de wereld van de journalistiek. Vooral papieren media hebben het moeilijk. Die lijken op dit moment niet goed raad met zichzelf te weten: oké, we gaan digitaal, maar hoe maak je dat aantrekkelijk en rendabel.

Dalende oplagecijfers van papieren kranten gaan gepaard met forse bedragen voor advertentieruimte op sites zoals NU.nl. In de eerste aflevering ‘Crisis‘ werd Steenhuis op sleeptouw genomen door Peter ter Horst, de laatste hoofdredacteur van de ter ziele gegane Haagse Courant. Hij toont Steenhuis de lege redactieruimtes.

Foto: Globovisión (cc)

Wetenschap en industrie hoeven niet te bijten – ook in zorg niet

ANALYSE - De gezondheidszorg is duur en dreigt straks meer dan de helft van het gezinsinkomen op te slokken. Dat er op de kosten bespaard moet worden, is evident, maar de vraag is hoe. De Health Campus  in Maastricht, een publiek-privaat samenwerkingsproject, biedt antwoord.

De kosten van de gezondheidszorg nemen almaar toe, vanaf 2000 zelfs in versnelde mate. Er zijn al verschillende ideeën geopperd om de zorgkosten te drukken. Ze variëren van gezonder leven; langer doorwerken; groter kostenbewustzijn; eigen betalingen en herziening van het basispakket. Ook betere informatievoorziening, therapietrouw worden als mogelijk oplossingen genoemd. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat het beleid de patiënten, de behandelaars, de politiek en de overheid ertoe moet zetten om ieder hun verantwoordelijkheid te nemen. Alleen op die manier kan de zorg betaalbaar blijven.

Maakt publiek-private samenwerking zorg betaalbaar?

Opvallend genoeg wordt in de meeste plannen geen melding gemaakt van de mogelijkheden om private-publieke samenwerkingsverbanden aan te gaan, terwijl er in de verschillende delen van Nederland wel mee wordt geëxperimenteerd, bijvoorbeeld in Zuid-Limburg. De Maastricht Health Campus is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Maastricht, het Maastricht Universitair Medisch Centrum, de Limburgse Development en Investment Fonds (LIOF), de gemeente Maastricht en de provincie Limburg. Op de campus worden ideeën en innovaties uit wetenschappelijk onderzoek en de zorgpraktijk (door)ontwikkeld en ‘on site’ klinisch getest. De bedoeling is dat de opgedane kennis ook daadwerkelijk de dagelijkse praktijk bereikt en ook een bijdrage levert aan de verlaging van de zorgkosten.

Foto: Robert de Veen (cc)

Nederlanders denken veel over EU te weten – maar dat valt tegen

ANALYSE - Onderzoek naar de publieke opinie over Europa gaat vaak over euroscepsis en vertrouwen. Maar hoe veel weten Nederlanders eigenlijk van Europa?

Het langlopende Eurobarometer-onderzoek stelt regelmatig vragen naar de kennis over de Europese Unie. Het figuur hieronder zet het begrip dat we denken te hebben over de Europese Unie uit tegen de feitelijke kennis erover. Die feitelijke kennis werd eind 2012 gemeten met drie basale stellingen waar ‘juist’ of ‘onjuist’ bij kon worden aangekruist:

  • De Europese Unie bestaat momenteel uit 27 lidstaten [juist]
  • De leden van het Europees Parlement worden direct verkozen door de inwoners van elke lidstaat [juist]
  • Zwitserland is lid van de EU [onjuist]

Wie minstens twee goede antwoorden aankruiste, heb ik in het figuur geteld als een respondent met kennis over de EU. De grote blauwe vlek is het gewogen gemiddelde in de Europese Unie. Nederland is de oranje vlek. Daarnaast heb ik enkele andere lidstaten weergegeven aan wie we ons spiegelen of die op ons blijken te lijken.

Drukwerk

Zelfbeeld en feitelijke kennis komen niet overeen

Nederlanders scoren bovengemiddeld hoog op de kennis die we onszelf toedichten over de EU: 55% van de Nederlanders denkt te snappen hoe de EU werkt, tegenover een Europees gemiddelde van 48%. We zijn dus niet bepaald bescheiden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Jasja Dekker (cc)

Promotor terecht co-auteur

OPINIE - Natuurlijk staat een promotor ook als co-auteur op een proefschrift. Dat hoort bij het hele proces, vindt onderzoeker Edwin Horlings.

Universitair hoofddocent Paul Nieuwenburg beklaagt zich in het NRC Handelsblad van 29 juni 2013 over promotoren die worden opgevoerd als co-auteur van een proefschrift. Een proefschrift is een individuele proeve van bekwaamheid, meent hij. Er zijn andere manieren voor promotoren om de publicatielijst op peil te houden.

In zijn oproep tot een verbod laat hij echter zien de wetenschap buiten zijn eigen vak niet te kennen. Hij verwart onderzoek met schrijven, gaat voorbij aan het feit dat onderzoek in grote delen van de wetenschap draait om teams en consortia en geeft een incorrect beeld van de rol van de promotor.

Hij verwart onderzoek met schrijven. Onderzoek is alles van het eerste idee tot de definitieve tekst. Het betreft ook het organiseren van toegang tot kostbare apparatuur, het verzamelen van geld, gegevens, patiënten en andere middelen, het organiseren en aansturen van partners in andere groepen en instituten, het ontwerpen van nieuwe methoden en technieken en uiteindelijk ook het schrijven van het artikel of boek.

Zelfstandig is niet hetzelfde als alleen. Wetenschap is steeds vaker teamwork. Het werken in teams en consortia wordt belangrijker naarmate het resultaat sterker afhangt van het samenbrengen van verschillende soorten expertise, van toegang tot onderzoeksdata en kostbare apparatuur en van gelijktijdig onderzoek door verschillende onderzoekers naar hetzelfde complexe probleem. Dat zie je bijvoorbeeld sterk in de medische wetenschappen en in de toegepaste natuurwetenschappen, maar ook steeds vaker in de sociale wetenschappen. Niet alle vakgebieden zijn zo collectief georganiseerd. In wiskunde en geschiedenis draait het nog altijd om het werk van individuele wetenschappers. En in de filosofie, natuurlijk.

Foto: Immanuel Kant - Wikipedia Commons

Islam, de Verlichting en Immanuel Kant

OPINIE - Een tijdje terug was het erg populair de tegenstellingen tussen ‘het Westen’ en ‘de Islam’ te verklaren met het argument dat de islamitische wereld de Verlichting niet had meegemaakt. Zit daar iets in?

Hoewel ‘Europa’ de functie van buitenlandse bedreiging #1 voor het moment heeft overgenomen van ‘de moslims’, valt nog regelmatig te horen dat ‘de islamitische cultuur’ (wat dat dan ook mag betekenen) wezenlijk onverenigbaar is met de westerse waarden. De reden: de islamitische wereld heeft nooit kennis mogen maken met de zegeningen van de Europese Verlichting.

Misschien wel de belangrijkste verlichtingsfilosoof was Immanuel Kant (1724-1804). Kant was met name revolutionair in zijn moraalfilosofie. Mensen, zo meende hij, mogen nooit worden gebruikt als middel om een hoger doel te bereiken: ieder afzonderlijk individu is, moreel gesproken, het hoogste doel. Met andere woorden: het is niet toegestaan andere mensen te onderwerpen of te gebruiken ter meerdere eer en glorie van jezelf, je familie, je stam, of God.

Het bovenstaande klinkt modern en westers, en is bovendien flink in tegenspraak met de traditionele waarden die in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in veel gevallen nog steeds de boventoon voeren.

Hebben wij onze moderne, vrijzinnige moraal dus te danken aan de heldere geesten van de laat-achttiende-eeuwse Verlichting? De geschiedenis van de laatste twee eeuwen suggereert van niet. Het moderne nationalisme, dat bepaalt dat het welzijn van het individu is ondergeschikt aan dat van ‘het volk’, ontstond grotendeels in de decennia na Kants dood. Ook tijdens de pogingen de socialistische heilstaat te realiseren stond het individu nadrukkelijk in dienst van een groter collectief. Nog in de twintigste eeuw werd ook in Nederland zogenaamde ‘gevallen vrouwen’ regelmatig hun vrijheid ontnomen, zodat de schande voor de familie beperkt kon blijven. Als we met zijn allen écht naar Kant hadden geluisterd, had dit natuurlijk allemaal niet gekund.

Foto: Pepijn Schmitz (cc)

Hoe gaan we om met krimpend voortgezet onderwijs?

ANALYSE - Verreweg de meeste scholen zullen krimpen. Wordt ’t niet eens tijd voor een goede discussie daarover?

Een gemiddelde middelbare school in Nederland heeft over twintig jaar zo’n 7 procent minder leerlingen dan nu. Dat blijkt uit gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De VO-Raad roept de politiek dan ook op om te anticiperen op de krimp.

De leeglopende scholen liggen vooral in de randen van Nederland, met uitschieters naar meer dan 70 procent krimp op twee scholen op Vlieland en Schiermonnikoog. Scholen die het leerlingenaantal met 30 tot 40 procent zien teruglopen zijn geen uitzondering.

Soortgelijke cijfers laten zich zien in het basisonderwijs; ook daar neemt het aantal leerlingen fors af. Een advies van de Onderwijsraad aan staatssecretaris Sander Dekker luidde om basisscholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. ‘Tot onze ergernis gaat de discussie vooral over het primair onderwijs, terwijl het probleem natuurlijk doordruppelt naar het voortgezet onderwijs,’ aldus een woordvoerder van de VO-Raad.

De gevolgen voor de 645 middelbare scholen met in totaal 1339 vestigingen in Nederland zijn, net als in het basisonderwijs, mogelijk problemen met huisvesting en financiering. ‘Dat zal per school en de omvang van die school verschillen. Het is dan ook moeilijk om één ondergrens te stellen als het aankomt op bestaansrecht,’ aldus de woordvoerder. Volgens een woordvoerster van het ministerie van onderwijs is er overigens wel een ondergrens, al verschilt die per school en is die afhankelijk van het lesaanbod op die school; bijvoorbeeld of er categoraal of breed onderwijs wordt gegeven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende