Nobelprijs voor de natuurkunde: Higgs

In de gangen en op de social media gonsden de namen al langer rond en vandaag werd het officieel: François Englert en Peter Higgs krijgen de Nobelprijs voor de Natuurkunde. In 1964 waren zij één van de eersten die het bestaan van de Higgs boson voorspelden, een missend stukje in de puzzel die natuurkunde heet. Alles wat we zien is opgebouwd uit kleine bouwstenen, de zogenaamde elementaire deeltjes, en verschillende krachten die deeltjes elk op een andere manier beïnvloeden. Onderzoekers bundelden deze kennis in een theorie, genaamd het Standaardmodel. Met dit model konden onderzoekers alles in de wereld uitleggen, van de vorming van sterrenstelsels tot de wisselwerkingen in atomen. Totdat in de jaren zestig bleek dat een aantal van deze elementaire deeltjes een massa had, terwijl de theorie dat niet voorspelde. Het Standaardmodel leek nog niet compleet. Higgs en Englert bedachten een theorie voor het missende puzzelstukje. Het universum zou gevuld zijn met een uniform krachtenveld. Alle deeltjes zouden door dit alom aanwezige krachtenveld bewegen. Sommige van de elementaire deeltjes, afhankelijk van hun eigenschappen, zouden extra massa krijgen dankzij het Higgs boson. Je kunt het zien als de avondvierdaagse. Stel, een vriend van je loopt mee met de avondvierdaagse. Je besluit de laatste dag langs de kant te gaan staan voor support. Als je daar aankomt, lijken meer mensen hetzelfde idee te hebben: het ziet zwart van de toeschouwers. De lange rij met toeschouwers stelt het constante Higgs veld voor. Je ziet de wandelaars gestaag voorbij komen, als een stroom elementaire deeltjes. Als je vriend langsloopt, ziet hij je in de massa staan en komt even een praatje maken. Het valt hem zwaar: het is nog een eindje en zijn laatste chocoladereep is al op. Maar jij zag dat al aankomen, dus je hebt er eentje extra meegenomen. Je geeft de reep aan je vriend. Hierbij veranderen alleen zijn eigenschappen, niet die van de andere wandelaars. In het Higgs scenario krijgen dus ook alleen bepaalde elementaire deeltjes massa.

Behandel geweld als een besmettelijke ziekte

VERSLAG - Gary Slutkin begon als in Somalische vluchtelingenkampen met het bestrijden van besmettelijke ziektes als cholera en TBC. Daarna werkte hij voor de WHO aan de bestrijding van epidemieën zoals AIDS in Oeganda.

Toen hij na jaren terugkeerde in de VS, zag hij een grote gelijkenis tussen besmettelijke ziektes en geweld in met name de achterstandsbuurten van de grote Amerikaanse steden. Vervolgens stelde hij een vergelijkbare aanpak voor de bestrijding van geweld voor als bij de bestrijding van epidemieën. Met verbluffend resultaat: in elke buurt waar zijn aanpak werd ingevoerd, daalde het geweld aanzienlijk.

Inmiddels wordt zijn model in  meer dan 15 Amerikaanse steden en in verschillende andere landen toegepast.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Na het conflict

Al sinds jaar en dag pogen universiteiten de wereld van de wetenschap dichter bij het volk te brengen door de zogeheten studium generale. Hoewel het begrip aanvankelijk stond voor een minimale verscheidenheid aan faculteiten en studies waardoor een instituut zich een universiteit mocht noemen, wordt het tegenwoordig meestal gebruikt om een verzameling lezingen en debatten aan te duiden, waarbij verschillende vakgebieden aan de orde komen. Zo biedt ook de universiteit van Utrecht zo’n reeks lezingen aan. Tijdens openbare bijeenkomsten krijgen wetenschappers een podium, waarop ze op toegankelijke manier mogen vertellen over hun onderzoek, waarna de bezoekers vragen kunnen stellen of debatteren over het thema van de avond.

Op 1 oktober was het thema ‘Na het conflict’. Tijdens het symposium, wat mede werd georganiseerd door de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen (SIB) en ontwikkelingsorganisatie Oikos, konden bezoekers aan verschillende tafels in debat gaan met wetenschappers en ervaringsdeskundigen, aan de hand van evenzovele invalshoeken – zoals de rol van kunst, journalistiek en internationaal recht in een postconflictsituatie.

Naming the Dead

De avond werd geopend door prof. dr. Beatrice de Graaf, hoogleraar “Conflict en Veiligheid in Historisch Perspectief” aan de Universiteit Leiden, bij het Centre for Terrorism and Counterterrorism. En daarnaast sinds dit jaar ook officieel Zomergast, wat zeker voor een wetenschapper een mooie “beloning” is en vooral ook een uitgelezen kans om eigen onderzoeksinteresses onder de aandacht te brengen.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Samenleving snakt naar correctie van hebzucht aan top

ANALYSE - Voor het eerst sinds begin 2008 worden Nederlanders meer in beslag genomen door economische problemen dan door de problemen van het samenleven ofwel de omgangsvormen. Hoe weten we dat en wat betekent het? Paul Dekker en Josje den Ridder van het Sociaal Cultureel Planbureau onderzochten het.

Begin 2008 startten we ons Continu Onderzoek burgerperspectieven. Sindsdien wordt elk kwartaal aan een representatieve steekproef van Nederlandstaligen gevraagd: ‘Wat vindt u op dit moment de grootste problemen in ons land? Waar bent u zeer negatief of boos over of waar schaamt u zich voor als het om de Nederlandse samenleving gaat? Wilt u met enkele trefwoorden de belangrijkste problemen aangeven?’ Door te verwijzen naar boosheid en schaamte vermijden we dat mensen de vraag als een kennisvraag gaan beantwoorden (‘wat was ook alweer het grootste probleem?’).

Negen op de tien ondervraagden kan minstens één onderwerp bedenken op de vraag naar wat goed gaat in het land. Dat lukt minder goed als de respondenten gevraagd wordt waar ze trots of blij over zijn; ongeveer twee derde geeft dan één of meer onderwerpen aan. De zorgen over omgangsvormen en samenleven groeperen we in één categorie, hetzelfde doen we met zorgen over economie en inkomen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Stalins blauwe potlood

Historica Holly Case schreef een lang, maar fascinerend stuk over Stalin als eindredacteur:

Joseph Djugashvili was a student in a theological seminary when he came across the writings of Vladimir Lenin and decided to become a Bolshevik revolutionary. Thereafter, in addition to blowing things up, robbing banks, and organizing strikes, he became an editor, working at two papers in Baku and then as editor of the first Bolshevik daily, Pravda. Lenin admired Djugashvili’s editing; Djugashvili admired Lenin, and rejected 47 articles he submitted to Pravda.

Djugashvili (later Stalin) was a ruthless person, and a serious editor. […]

Being an author is well and good, […] but [Stalin] knew that editing was a higher power. Naimark argues that editing is as much a part of Stalinist ideology as anything he said or wrote. This insight warrants amplification. Under Stalinism, anyone could speak or write, but since Stalin was the supreme gatekeeper of the censorship hierarchy and the gulag system, the power to edit was power itself. […]

“We still lack a satisfactory theory of Stalinism,” writes Slavoj Žižek. Perhaps such a theory, when it comes, should take Stalin’s editorial mania seriously, not merely as a personal tic, but as a way of seeing the world and understanding history.

Foto: Patrick Rasenberg (cc)

Sociale wetenschappen tussen retoriek en werkelijkheid

OPINIE - Een opmerkelijk interview in de Volkskrant afgelopen donderdag met de drie leden van de commissie-Baud, die onderzoek deden naar de wetenschappelijke fraude van antropoloog Mart Bax. Met name de volgende opmerking van antropoloog Peter Pels viel me op:

Enige fictie is onvermijdelijk in de sociale wetenschap. De observatie van sociaal gedrag door een onderzoeker is altijd gebaseerd op een beperkt aantal waarnemingen, die alleen met retorische middelen – met de ficties van de statistiek of van de kwalitatieve generalisatie – tot een geheel kunnen worden gesmeed. Schaf je die af, dan schaf je de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt af.

Ook natuurwetenschappers vertellen verhalen en gebruiken retoriek, met name wanneer ze een populair-wetenschappelijk verhaal schrijven. Daar is op zich niets mis mee. De vraag is echter hoever dat mag gaan. In een populair-wetenschappelijk discours worden retorische instrumenten gebruikt om de werkelijkheid die uit de wetenschappelijke data “opdoemt” meer contouren te geven, om die duidelijker te laten uitkomen.

Maar antropoloog Peter Pels lijkt iets veel sterkers te beweren, namelijk dat ‘retorische middelen’ eigenlijk tot het fundament van de sociale wetenschap behoren. Die retorische middelen zijn blijkbaar de enige manieren om de fragmentarische en beperkte kennis die er is te bundelen en tot één verhaal te maken. Het lijkt erop alsof de retorische middelen binnen de sociale wetenschappen een hele andere rol spelen, namelijk dat daarmee een werkelijkheid geschapen wordt. Er wordt een eenheid in de data gesmeed die er blijkbaar van nature niet is. Vandaar ook dat binnen de antropologie – in het interview wordt het ook genoemd – soms gebruik werd (wordt?) gemaakt van literaire fictie als stijlmiddel. Zo wordt in het interview gerefereerd naar een proefschrift van ene Daniël Meijers dat een ‘duizend jaar levende rabbi [opvoert] om de ontwikkeling van het judaïsme te beschrijven.’

Foto: Eugene Phoen (cc)

Nederlands prostitutiebeleid is mislukt

ACHTERGROND - De opheffing van het bordeelverbod heeft niet tot de verwachte resultaten geleid. Dat kan ook niet zolang de overheid de maatschappelijke werkelijkheid negeert en de sekswerkers geen stem geeft in het beleid. Het huidige emotionele debat over prostitutie helpt niet om die situatie te veranderen.

Hoe ga je om prostitutie? Met die vraag worstelt elke overheid, waar ook ter wereld. Het resultaat van die worsteling is in de westerse wereld globaal vertaald in vier beleidsregimes, die sekswerkers en klanten criminaliseren (VS, Ierland en Italië), klanten criminaliseren (Zweden, Noorwegen, Finland), seksbedrijven geheel of gedeeltelijk legaliseren (Nederland, Oostenrijk en Duitsland), of specifieke op prostitutie gerichte wetgeving afschaffen (Nieuw Zeeland, Australië). Meestal is de wetgeving van een land een mengvorm van deze ideaaltypen.

Opheffing van bordeelverbod moest misdaad en overlast bestrijden

In de vier grote steden van Nederland zijn per dag ongeveer 2200 sekswerkers actief. Dat cijfer is gebaseerd op de telling van het aantal sekswerkers dat op een bepaalde datum op een bepaalde locatie werkzaam is. Gezien de enorme mobiliteit onder sekswerkers, zowel geografisch (tussen type bedrijven, steden en landen) als beroepsmatig (tussen sectoren) en vanwege de werktijden (perioden van werken afgewisseld met niet werken), is een uitspraak over de landelijke cijfers een uiterst hachelijke zaak, waaraan wij ons niet wagen. Wel durven we te beweren dat een landelijk dagcijfer van 20 duizend sekswerkers, zoals in de internationale literatuur vaak wordt genoemd, overtrokken is.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Nederlandse taal- en rekenvaardigheid top!

Een inkomende waan van Majava: Internationaal wordt er wel veel geschreven over de pas verschenen OECD test (PIAAC). In Finland met trots, in het VK met schande. In Nederland, die daar prachtig top3 noteringen neerzet, is het opmerkelijk stil in de media. Is het dat we niet de kans hebben om weer ‘schandelijk!’ en ‘zie je wel’ te kunnen zeggen? Omdat we zo lang hebben lopen zeuren dat ons onderwijs al lange tijd in verval is en deze resultaten niet stroken met die visie? Majava vind het in elk geval opmerkelijk dat het al 2 dagen stil is.

Foto: Truus, Bob & Jan too! (cc)

Ontslag voor wetenschappers is geen enkeltje Auschwitz

OPINIE - Op donderdag 19 september verscheen er een open brief in de media, afkomstig van zes stafleden van de faculteit Geesteswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. De hoogleraar en docenten wonden zich op over het feit dat ze bij een reorganisatie hun functie kwijt gaan raken en dat ze op korte termijn in een re-integratietraject geplaatst worden. Hun nieuwe functietitel is daardoor niet langer “docent”, maar “herplaatsingskandidaat” of, kortweg, HPK.

De kwestie staat helaas niet op zichzelf. Universiteiten kampen al jaren met dalende financiering en stijgende studentenaantallen, waardoor bezuiniging op bezuiniging gestapeld wordt. En aangezien managers de dienst uitmaken in de academische wereld en marktdenken de norm is, zijn minder rendabele opleidingen en afdelingen logischerwijs de eerste en meest voor de hand liggende slachtoffers. Dat lijkt in deze zaak het geval. De stafleden in kwestie houden zich allen bezig met het bestuderen van Scandinavische talen, wat een cynicus zal doen verzuchten dat het nutteloos is om hier geld aan te besteden en dat wetenschappers zich beter kunnen bezighouden met onderzoek waar we ook daadwerkelijk iets aan hebben.

Ik ben het niet eens met de cynicus. Kleine wetenschappelijke afdelingen hebben ook – en misschien wel juist – bestaansrecht. Sterker nog, een universiteit waar alleen praktisch, toegepast onderzoek wordt gedaan, veronachtzaamt een belangrijk deel van haar maatschappelijke functie en concurreert voornamelijk met HBO-opleidingen. Nu zijn zowel toegepast onderzoek als HBO-opleidingen een vitaal element van de Nederlandse samenleving, en het onderwijssysteem in het bijzonder, maar datzelfde geldt voor afdelingen die zich bezighouden met onderzoek dat niet direct in klinkende munt om te zetten is.

Foto: copyright ok. Gecheckt 15-03-2022

Recensie | Een kleine stad bij Auschwitz

RECENSIE - De morele schuld van individuele Duitsers aan de Holocaust is al jarenlang onderwerp van verhitte discussie. Mary Fulbrook doet met haar boek ‘Een kleine stad bij Auschwitz’ een nieuwe duit in het zakje.

Ongeveer dertig kilometer van Auschwitz, in het deel van Polen dat door Nazi-Duitsland tot onderdeel van het Reich werd gemaakt, ligt het stadje Będzin. Om dit nieuwe stukje Duitsland judenrein te krijgen, werden ongeveer 85.000 Joden uit deze streek naar het nabijgelegen werk- en vernietigingskamp gedeporteerd. Het aantal overlevenden was minimaal.

In Een kleine stad bij Auschwitz. Gewone nazi’s en de Holocaust beschrijft Mary Fulbrook, hoogleraar Duitse geschiedenis aan University College London, de gebeurtenissen in Będzin tussen het begin van de Duitse bezetting en het moment in 1943 dat de stad officieel judenfrei werd verklaard. Hierbij besteedt Fulbook speciale aandacht aan de rol van Landrat Udo Klausa, een hoge civiele districtbestuurder in Będzin en omgeving. Dit is allerminst toevallig: Landrat Klausa was getrouwd met Fulbrooks latere peettante, het meisje dat ooit hartsvriendin van haar moeder was – totdat laatstgenoemde om politieke en raciale redenen halverwege de jaren dertig Duitsland moest ontvluchten.

Een kleine stad bij Auschwitz heeft zodoende een drievoudige focus. Allereerst vertelt het boek het verhaal van de Joodse gemeenschap in Będzin tussen 1939 en 1943. Ten tweede is er aandacht voor de activiteiten van het Duitse bestuur en de rol van Klausa hierin. Tenslotte besteedt Fulbrook aandacht aan de manier waarop Klausa – die na afloop van de Tweede Wereldoorlog als Landesdirektor van de regio Rijnland nog een mooie ambtelijke carrière zou hebben – zijn betrokkenheid bij de deportatie van tienduizenden Joden achteraf presenteerde.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende