Sorry dokter! Hoe een arts verstrikt raakt in bureaucratie
Leve de verzekeraar. Leve marktwerking.
Ik had het niet bevroed, maar toch lijkt het waar te zijn: veel mensen geloven niet in waarheid. Ik ben er nog niet achter welke vorm van waarheid het betreft – een soort statische ‘de waarheid’, ware dingen überhaupt, of waarheid over ideologische vragen. Het lijkt steeds een beetje te verschuiven en niet iedereen denkt hetzelfde. Toch zit er aldoor iets in wat mij verwondert; met het ontkennen van ‘waarheid’ komt steevast een verwerping van rationaliteit als een zinvolle manier om over de wereld na te denken. Het leek me zo eenvoudig: je hebt de wereld. Dat is de werkelijkheid. Daar kun je een ‘belief’ over hebben, iets waarvan je denkt dat het klopt.
Leve de verzekeraar. Leve marktwerking.
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
COLUMN - Een week geleden ging de telefoon. Niet mijn mobiele toestel, maar het zwarte plastic kastje dat aan het uiteinde zit van onze vaste lijn. Ik hoor het geluid zo zelden dat ik altijd even moet nadenken welk apparaat mijn aandacht probeert te trekken.
Ik nam op en noemde mijn naam. Er volgde een korte stilte, een toon, en toen een vrouwelijke computerstem die vertelde dat iemand een sms-bericht had gestuurd naar dit nummer. Ze las het nummer op van de afzender. Ik herkende het niet, maar dat zegt weinig. Het enige nummer dat ik uit mijn hoofd ken is dat van mijn ouders, omdat ik dat al dertig jaar bel. Al bel ik het vaker niet, zo hebben mijn ouders wel eens opgemerkt.
Als twintiger belde ik ongeveer met de frequentie van de Elfstedentochten. Tijdens een van die gesprekken vroeg mijn vader of ik een foto wilde opsturen, zodat ze zouden weten hoe ik er uitzag. Dat vond ik een redelijk verzoek, maar het bleek een grapje te zijn.
De computerstem werkte hakkelend het sms-bericht af. Alleen flarden kon ik volgen. Er was een “we” die in het bos lekker aan de whisky zaten en alles was goed. Toen werd de lijn verbroken.
Ik vroeg mijn vrouw of ze iemand kende die in het bos aan de whisky zat. Ze keek me aan alsof ik haar een moord in de schoenen probeerde te schuiven.
Een paar dagen later ging weer de telefoon. Opnieuw de stilte gevolgd door de computermevrouw. Het nummer herkende ik nog steeds niet. Deze keer kon ik niets volgen van de korte boodschap. Ik voelde een lichte paniek. Iemand probeerde hier te communiceren. Waarschijnlijk niet met ons, maar toch. Ik wist echter geen manier om het bericht te laten herhalen.
Vandaag ging weer de telefoon. Nu hoorde ik: “Hallo lieverds, we zijn weer veilig geland. We zien jullie zondag bij pappa’s verjaardag.”
Dat was het dus. Ouders die hun kinderen probeerden te bereiken, vanuit een bos met whisky. Ze hebben geen antwoord van hun kinderen gehad. En dat was precies wat ze hadden verwacht, vermoed ik.
COLUMN - Als er al een typisch Nederlandse eigenschap bestaat, is het die van valse bescheidenheid. Want stel je voor dat je op nationale televisie zegt dat je ergens goed in bent.
Aan het begin van deze week zat Jeroen Krabbé aan Mathijs’ tafeltje. Ik heb wel wat met de familie Krabbé. Ik las leuke boeken van Tim, en heb mezelf er zelfs eens op betrapt te lachen om Martijn. Ook Jeroen kon mij bekoren, toen hij maandag een mooi concept presenteerde voor zijn nieuwe expositie van schilderkunst: Dum Vivimus Vivamus.
Die spreuk betekent zoveel als ‘Laat ons leven zolang we leven’, en ik denk dat er wel te stellen valt dat Jeroen Krabbé tot nog toe aardig heeft geleefd. Hij acteerde over de hele wereld, regisseerde films en theaterstukken en als hij ergens nog een gaatje had, dan vulde hij dat graag met schilderen. Best iets om trots op te zijn, en dat was Krabbé dan ook in volle glorie. Met behulp van jeugdfoto’s, herinneringen en eigen tekeningen maakte hij een, in zijn woorden, geschilderde autobiografie. Het werk ontsluiert een aparte jonge Jeroen, die Mathijs maar al te graag lanceerde tot ‘wonderkind’. Jeroen was zeker niet de eerste om dat te ontkennen.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
COLUMN - Hoe een verhaal dat ooit verlangens opriep, een half leven later troost biedt.
In de schoolbus zeiden jongens uit kleine Drentse dorpjes altijd ‘kameraad’ als ze ‘vriend’ bedoelden. ‘Vriend’ klonk te intiem, op het homofiele af. Misschien is de waarheid onschuldiger, had het enkel met hun dialect te maken, maar ik vond het altijd achterlijk klinken.
Tijdens mijn studie in Groningen noemden bekenden met wie ik wel eens een biertje dronk mij ‘vriend’. Dat leek me het andere uiterste. Het bleek slechts een tussenvorm. Mensen van andere continenten zeggen al friend of amigo als je twee minuten met ze staat te praten. Op Facebook heb ik zelfs ‘vrienden’ waarvan ik geen idee heb wie ze zijn.
Een van hen postte een filmpje waarin mensen van nul tot honderd jaar achter elkaar hun leeftijd zeggen. Hij noemde het prachtig. Ik vond het confronterend. In plaats van de vorderingen in het leven zag ik vooral de nadering van de dood.
Het voelt soms alsof mijn werkelijke leeftijd steeds verder afstand neemt van wat het gevoelsmatig zou moeten zijn. Vrienden (kameraden, bekenden, amigos) gaan voor huisje-boompje-beestje, terwijl ik me acht jaar na mijn afstuderen angstvallig blijf vastklampen aan mijn studentikoze leventje. Ik vrees soms dat ik me op mijn zestigste nog steeds gedraag alsof ik achttien ben. Toen ik daar zaterdagavond, nota bene op weg naar de kroeg, aan dacht, had ik weinig ontzag voor mijn toekomstige ik. Dat de regen met bakken uit de hemel viel, maakte het er niet veel beter op.
COLUMN - ‘Ik vraag me af hoeveel Afrikaanse kindertjes kunnen drinken van mijn douchebeurt,’ hoorde ik iemand eens zeggen. Sindsdien douchte ik drie weken niet. Pas toen mensen niet meer naast mij in de trein wilden zitten en iemand in een park me vijftig cent toewierp omdat hij dacht dat ik een zwerver was, heb ik weer gedoucht. Maar ik voelde me na elke douchebeurt viezer dan tevoren.
Het was deze week echt de week van de Twitterclaimers, in een pre-Twitteraal tijdperk ook wel de moraalridders genoemd. Deze groep zorgde er eerder al voor dat Bert Brussen zijn tweets in de wilgen hing, maar kreeg nu zelfs een recensie van de Recensiekoning aan de broek (één ster). Aanvankelijk lijkt het ze enkel te gaan om het niet tweeten tijdens minuten stilte, of tijdens persconferenties over dode kinderen, maar de Moraalridderdriehoek heeft het ook op mijn normale leventje gemunt.
Het wordt Technoviking Alexander Klöpping immers verweten dat hij over een auto tweet terwijl de broertjes net gevonden zijn. Het wordt wel heel lastig als je telkens moet nagaan of er ergens in de wereld geleden wordt. Wat blijft er dan nog over? Hoe moet ik juichen voor een voetbalfinale als ik weet dat in Oklahoma mensen hun huis kwijt zijn? Hoe moet ik nog naar college gaan als in Israël mensen gedood worden om de plek waar ze geboren zijn? Hoe moet ik nou een biertje kopen als ik weet dat er in andere landen mensen zijn die niet eens genoeg geld hebben om te studeren? Als we alles vergelijken, wordt het leven in Nederland bijna onmogelijk.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Schitterend. Gordijnen dicht. Laptop aansluiten op tv en kijken.
Korte mooie documentaire – en ja een echte tearjerker – over de jonge Zach Sobiech (17) die kanker heeft en zich geconfronteerd ziet met het feit dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft. Wat hij na wil laten is muziek.