Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

“Urugay” en LGBT-rechten in opkomst

NIEUWS - In Uruguay wordt deze week het homohuwelijk behandeld in het parlement. Het zou na Argentinië het tweede Latijns Amerikaanse land kunnen worden dat het homohuwelijk mogelijk maakt. Neemt de homofobie af in het continent?

Terwijl in Frankrijk boze katholieken de straat op gingen om tegen het homohuwelijk te protesteren, lijkt het klimaat in Zuid-Amerika juist steeds gay friendlier te worden. Drie opmerkelijke voorbeelden afgelopen week illustreerden die liberaler wordende Latinomentaliteit.

Allereerst de behandeling van het homohuwelijk in het Uruguayaanse congres. Als het wetsvoorstel behandeling beide houses overleeft, wordt het land na Argentinië de tweede in Zuid-Amerika met een legaal homohuwelijk. Overigens trok hier ter stede (Buenos Aires) afgelopen week de Gay Pride Parade door de straten: geweldige foto’s van Leandro Aguirre staan hier, met deze briljante Cupido als mijn persoonlijke favoriet.
Iets verder naar het noorden, in Cuba, werd deze week de eerste transseksuele vrouw verkozen in een (lokale) regeringsfunctie. Adela Hernandez, geboren als man maar van kinds af aan levend als vrouw, zat twee jaar in de gevangenis vanwege “gevaarlijk”. Haar eigen familie had de aangifte ingevuld. Haar verkiezing is het tweede teken aan de wand voor afnemende homofobie in Latijns-Amerika.

Ook The Economist heeft het pro-gay sentiment opgepikt en meent zelfs een mondiale trend naar liberalere, LGBT-equalitywetgeving waar te nemen. Hun Daily Chart toont het overzicht: elf landen met legaal huwelijk voor homokoppels, twaalf jaar nadat Nederland voor het eerst de stap zette. De verkiezing van Obama en de legalisering van het homohuwelijk in enkele staten draagt ongetwijfeld bij aan de timing van het artikel. Het belang van de Latino-stem in Obama’s herverkiezing is vaak benoemd: dat zijn steun voor LGBT-rechten bijdraagt aan die Latino-stem is wellicht minder bekend.

Gebarentaal ligt onder vuur

OPINIE - Gebarentaal was essentieel voor de emancipatie van dove mensen. Maar gebarentaal ligt onder vuur. Onterecht, constateert sociologe Anja Hiddinga.

Dat er in Nederland dove mensen wonen is de afgelopen decennia steeds zichtbaarder geworden. Wij kijken niet meer op van doven in de media, in bioscoopfilms of van gebarentaaltolken in TV programma’s. Cursussen gebarentaal zijn in trek, de tolkenopleiding gebarentaal aan de Hogeschool Utrecht loopt vol en het is in de mode om – horende – pasgeborenen ‘babygebaren’ te leren.

Maar terwijl serieuze aandacht van de horende wereld voor gebarentaal en gebarentaalgebruikers groeit, wordt nu door sommige experts het belang van gebarentaal in de opvoeding van jonge dove kinderen ter discussie gesteld. Deze kinderen, van wie de jongste generatie voor meer dan 90 procent een elektronische binnenoorprothese (CI) heeft, zouden geen baat meer hebben bij gebarentaal. Sterker nog, het gebruik van gebarentaal zou hen in de weg zitten bij het verwerven van de gesproken taal.

Wetenschappelijke publicaties met deze strekking roepen in kringen van taalkundigen en pedagogen veel kritische vragen op over de methodiek en conclusies van het onderzoek. Maar terwijl discussies daarover in de vakliteratuur volop gaande zijn, verschijnen inmiddels berichten in de media met een bepaalde strekking: de rol van gebarentaal in het leven van jonge dove kinderen in Nederland lijkt te zijn uitgespeeld.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Bij de dood van Marianne Vaatstra en de kleine Arthur Ghurahoo

Waarin de auteur door de perikelen rond Marianne Vaatstra terugblikt op de moord op Arthur Ghurahoo, waar hij zelf bij betrokken raakte en waarvan de ontknoping een bizarre wending nam.

De moord op Marianne Vaatstra is opgelost, zo lijkt het. De moordenaar zou de 45-jarige Jasper S. zijn uit Oudwoude, een dorp dichtbij de plek waar het Friese meisje in 1999 dood werd gevonden. Volgens diverse media is de verdachte een bekende van de familie. Waarschijnlijk hou je er als familie rekening mee dat de dader zich redelijk dichtbij bevindt (al wezen de beschuldigende vingers lange tijd naar het asielzoekerscentrum).

Ik moest vanochtend meteen terugdenken aan een moordzaak waarbij ik zelf als kleine jongen betrokken bij raakte, de moord op de toen 11-jarige Arthur Ghurahoo uit Utrecht.

Het was 1986 en we zaten in vijfde klas (groep zeven) van Jan Willem Gunning school in Oudwijk, Utrecht. Arthur en ik waren vriendjes die elkaar ook veel buiten school zagen. 4 mei was een zonnige dag, een vrije dag bovendien die we samen doorbrachten. We speelden, haalden rottigheid uit, zoals we meestal deden. In de namiddag gingen we naar mijn huis om te legoën. Toen ik moest eten, ging Arthur lopend richting zijn eigen huis, ongeveer twee kilometer verderop.

Het nummer van Diana

COLUMN - Afgelopen week was ik in Azerbaijan, een land op de grens van Azië, het Midden Oosten en Europa. Een soort Vaals dus, maar dan op continentale schaal.
            ‘Waar was je nou geweest?’ vroeg mijn vader.
            Het land ligt ingeklemd tussen Rusland, Georgië, Armenië, Iran. Een dictatuur met oliegeld, dat sinds het uiteenvallen van de Soviet Unie onder het bewind staat van een vader en zoon.
            In Baku, de hoofdstad, worden communistische woonbarakken worden afgewisseld met prestige-architectuur, waaronder de hoogste vlaggenmast van de wereld. Daaraan wappert een vlag van zeventig meter breed. Speciaal voor de mast is een immens plein aangelegd dat je niet mag betreden. Bij de trap naar het plein stond een zwart glanzend hokje met een intens verveelde veiligheidsbeambte. Hij zei niets, schudde slechts traag het hoofd, toen ik mijn linkervoet op de eerste trede zette. De Aziatische invloed zie je vooral ’s avonds. Dan is de stad verlicht in felle snoepkleuren.  
            Ik was in Baku voor een conferentie van de Verenigde Naties. Op een avond raakte ik verzeild in het kielzog van een Amerikaanse zakenman. Hij had een bedrijf dat handelde in IPv4-adressen. Dat zijn de internetnummers die onze computers gebruiken. Ze zijn inmiddels nagenoeg op en daardoor is er een lucratieve onderhandse markt in ontstaan. De handel is officieel niet toegestaan, maar de man had een sluiproute gevonden.
            Tijdens het diner keek de man regelmatig op zijn Blackberry. Net voor het toetje zei hij: ‘Mooi. Net een deal rondgemaakt van vijfendertig miljoen dollar. Dat betekent…’ Hij keek even peinzend in de zwoele Azerbaijaanse avondlucht. ‘… dat ik tussen de 2.3 en 2.5 miljoen dollar heb verdiend. Niet slecht voor twee uurtjes werk.’
            Later die avond trakteerde hij ons op sigaren en whisky. In ruil daarvoor luisterden het gezelschap naar zijn anekdotes en successen. Hij was een onderhoudend verteller.
            Midden in de nacht besloot hij een zakenvriend te bellen om hem een tip te vragen voor het nachtleven van Baku. De zakenvriend had veel in Azerbaijan gewerkt en zou een hechte persoonlijke band hebben met de president.
            De tip van de vriend bestond uit een telefoonnummer en een naam: Diana. Diana bleek de vrouw te zijn die het harem van de president bestierde. We hoefden maar de naam van de zakenvriend te laten vallen en Diana zou al onze wensen inlossen.
            Op dat moment besefte ik dat ik geen talent heb voor avontuur. Ik bedankte de man en ging terug naar mijn hotel.
            Twee dagen later vloog ik terug naar huis, in het besef nooit meer in Azerbaijan terug te keren. Dat was ook precies de reden om te gaan: ik zou anders nooit komen.
            Ik had er geen spijt van. Azerbaijan was een fascinerend land. Guus Hiddink gaat er vast nog eens een voetbalclub coachen. Dan krijgt ook hij het nummer van Diana.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Het innerlijke uurwerk

RECENSIE - Waarin de auteur, zelf gedreven door een afwijkende biologische klok, zich vastbijt in Het innerlijke uurwerk, een boek over het menselijke ritme.

In de laatste jaren van de vorige eeuw werkte ik in Rijswijk. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want ik woon in Amsterdam. Ik moest onzalig vroeg opstaan, kwam moe aan op kantoor, had sloten koffie nodig om de dag door te komen en kreeg weinig werk gedaan. Mijn collega’s waren allemaal stukken efficiënter. Dan volgde de treinrit naar huis, maar als ik daar eenmaal was, blaakte ik ineens van energie, tot ik om twee uur ’s nachts naar bed ging. Om kwart voor zeven ging de wekker weer, waarna de cyclus opnieuw begon. Ik was eeuwig moe. Alleen op zaterdag en zondag, als ik kon uitslapen tot een uur of twaalf, voelde ik me redelijk fit.

Wat ik destijds niet wist, was dat mijn biologische klok later loopt dan die van de ideale kantoormedewerker, die de meeste energie heeft tussen negen en vijf. Ik heb mezelf vaak mijn egoïsme verweten – waarom kon ik voor mijn collega’s niet evenveel energie opbrengen als voor mijn werk ’s avonds? – en gedacht dat ik lui was. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat mijn Delayed Sleep Phase Syndrome genetisch bepaald is, en dat het niets heeft te maken met egoïsme of gebrek aan wilskracht. Dat zijn moralistische praatjes.

Vorige Volgende