Israël is zélf antisemitisch

Ierland moet binnenkort twee keer voetballen tegen Israël. Bondscoach Heimir Hallgrímsson heeft daar begrijpelijk weinig trek in. "We spelen niet mét genocide, we spelen tégen genocide", zei hij. De Israëlische voetbalbond reageerde verontwaardigd, met een merkwaardig verweer: "We hebben op talloze gebieden bijgedragen aan de wereld en mensheid en daarbij een indrukwekkend aantal Nobelprijzen in de wacht gesleept." Vervolgens kreeg Hallgrímsson het verwijt dom, onwetend en hypocriet te zijn. Vooral dat woordje "we" verdient aandacht. Israël zelf heeft namelijk veertien Nobelprijswinnaars voortgebracht. Dat is natuurlijk niet niets, maar ook niet per se iets om jezelf zo over op de borst te kloppen. Het aantal Joodse Nobelprijswinnaars wereldwijd daarentegen ligt boven de tweehonderd, en dat is inderdaad opmerkelijk. Wanneer de Israëlische voetbalbond in reactie op kritiek op Israël begint over het "indrukwekkende aantal Nobelprijzen" dat "we" hebben gewonnen, wordt dus op zijn minst de suggestie gewekt dat de prestaties van Joden wereldwijd onderdeel zijn van een Israëlisch collectief. Dat past bij de manier waarop Israël zichzelf officieel definieert. Israël heeft geen formele grondwet. De Basiswetten hebben er constitutionele status en vormen samen het constitutionele raamwerk van de staat. Een van die wetten bepaalt sinds 2018 expliciet dat Israël de natiestaat van het Joodse volk is. Diezelfde Basiswet draagt de Israëlische staat op de banden met "leden van het Joodse volk" in de diaspora te versterken en hun culturele, historische en religieuze erfgoed te helpen bewaren. De politieke koppeling tussen Israël en Joden buiten Israël is dus formeel in de staatsinrichting vastgelegd. Daar zit ook een antisemitisch mechanisme in. Antisemitisme behandelt Joden immers als één collectief waaraan eigenschappen, belangen en verantwoordelijkheid kunnen worden toegeschreven. Israël versterkt precies dat denkbeeld wanneer het Joden buiten Israël in zijn eigen "wij" trekt. Als Joodse wetenschappers in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië of Duitsland ineens onderdeel zijn van dat Israëlische "wij" zodra hun Nobelprijzen goed uitkomen, worden zij tegelijk verbonden aan een politieke staat waarvan zij helemaal geen deel hoeven uit te maken. Daarmee worden niet alleen positieve eigenschappen gekoppeld aan alle Joden, zoals wetenschappelijke prestaties en Nobelprijzen. Via hetzelfde "wij" ontstaat ook een verbinding met de daden van de Israëlische staat. Inclusief de genocide in Gaza. Zo bezien kun je zelfs stellen dat Israël zélf antisemitisch handelt. Omdat Israël zelf een van de basale antisemitische denkbeelden reproduceert: dat Joden overal ter wereld één collectief vormen. Een Jood in Amsterdam, New York of Londen heeft natuurlijk niets te maken met besluiten van Netanyahu, het Israëlische kabinet of het Israëlische leger. Toch maakt de Israëlische staatsopvatting hem of haar voortdurend onderdeel van hetzelfde wereldwijde "Joodse volk" waarvan Israël zegt de natiestaat te zijn. De Israëlische voetbalbond laat zien waar dat toe leidt. Bij Nobelprijzen zijn de prestaties van Joden wereldwijd plotseling onderdeel van "ons". Zodra iemand vervolgens Joden aankijkt op wat Israël doet, wordt dezelfde vereenzelviging terecht als antisemitisch herkend. Het politieke nut van die vervaging is moeilijk te missen. Wie Israël presenteert als politieke vertegenwoordiger van alle Joden, kan kritiek op Israël vervolgens gemakkelijker voorstellen als een aanval op Joden en dus als antisemitisme. Dat gebeurt in de praktijk ook: mensenrechtenorganisaties hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat beschuldigingen van antisemitisme worden gebruikt om kritiek op Israël en steun voor Palestijnse rechten te delegitimeren of zelfs te onderdrukken. Zo werkt de vereenzelviging twee kanten op. Bij Nobelprijzen levert ze Israël prestige op, bij kritiek een schild.

Door: Foto: Een van de Nobelprijs-penningen voor Medicijnen, in 1950 uitgereikt aan onderzoekers van het De Mayo Clinic in Rochester (Minnesota). Foto Wikimedia Commons.
Foto: Mélodie Descoubes on Unsplash

Niet alles op Kakhiel, maar wel altijd een man

Iedere man zou Kakhiel moeten volgen. Niet omdat de grappen er altijd even goed zijn, maar omdat de site inmiddels onbedoeld een behoorlijk overtuigend dossier heeft opgebouwd ter ondersteuning van de uitspraak: “niet alle mannen, maar wel altijd een man”.

Wie Kakhiel via Instagram of de website volgt, krijgt met grote regelmaat screenshots voorgeschoteld van mislukte dates, WhatsApp-gesprekken en andersoortige DM’s. Zodra het over daten, seks of relaties gaat, is het patroon meestal hetzelfde: een vrouw zegt nee, reageert niet, toont weinig belangstelling of stelt een grens, en ergens aan de andere kant van het scherm besluit een man dat dit vooral het begin van een onderhandeling is, of erger, een scheldpartij. Zelfs de chats van Wordfeud en Marktplaats zijn niet veilig.

Natuurlijk is Kakhiel geen wetenschappelijke steekproef. Niemand stuurt screenshots in van de man die een “nee” krijgt, “jammer, fijne avond” zegt en daarna gewoon verdergaat met zijn leven. De site selecteert op ontsporing, want ontsporing is grappiger dan normaal gedrag.

Maar zelfs met die forse selectievertekening blijft één ding moeilijk over het hoofd te zien: als mensen in deze gesprekken ontsporen, zijn het opvallend vaak mannen, zeker als het om relaties en seks gaat. Vrouwen kunnen uiteraard ook stalken, manipuleren, schelden, grenzen negeren of zich volkomen krankzinnig gedragen. Alleen zie je die verhalen bij Kakhiel bijna nooit. Bij mannen lijkt er een bijna eindeloze voorraad varianten te bestaan op hetzelfde scenario: afwijzing wordt niet geaccepteerd, belangstelling wordt opgeëist en een grens wordt behandeld als iets waar nog overheen gegaan kan worden. Dat verschil is geen bewijs voor een exacte verhouding tussen mannen en vrouwen, maar het is wel opvallend genoeg om niet voortdurend weg te kunnen poetsen met “vrouwen doen dit ook”.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: AnveshPandra (cc)

Een zwarte hoogleraar faalt nooit alleen

Jason Arday is dood. De Britse socioloog, die in 2023 op 37-jarige leeftijd de jongste zwarte hoogleraar in de geschiedenis van Cambridge werd, werd donderdag dood aangetroffen in zijn woning in Londen. De politie beschouwt zijn overlijden niet als verdacht.

In de weken ervoor raakte Arday verwikkeld in een steeds breder onderzoek naar zijn academische werk en levensverhaal. Wat begon met beschuldigingen van plagiaat in zijn proefschrift, groeide uit tot vragen over publicaties, functies, fondsenwerving, sportprestaties en zelfs zijn jeugd.

De Volkskrant kopte: ‘In opspraak geraakte ex-hoogleraar aan Cambridge Jason Arday dood gevonden’.

Feitelijk klopt dat. Arday was in opspraak geraakt, en het artikel zet ‘neutraal’ neer waarvan hij beschuldigt werd. Maar de volkskrant zegt ook een hoop niet. Want wat in deze zaak niet genegeerd kan worden, is dat die opspraak zich ontwikkelde in een context waarin raciale aannames en raciale verdenking een steeds grotere rol gingen spelen. En dat begon al met de persoon die dit alles aan het licht bracht.

Wie begon te graven?
Een belangrijk deel van de recente beschuldigingen kwam van Nathan Cofnas, een filosoof die zelf aan Cambridge verbonden was en zich nadrukkelijk keert tegen diversiteitsbeleid. Cofnas noemt zichzelf een ‘rassenrealist’ en raakte eerder in opspraak met publicaties over ras en intelligentie. Hij haalde Ardays proefschrift door plagiaatsoftware en publiceerde zijn bevindingen onder de veelzeggende titel DEI Fraud and Cover-Up at Cambridge. Daarmee werd de verdenking vanaf het begin gekoppeld aan een politieke these: Arday was voor Cofnas niet alleen een wetenschapper die mogelijk plagiaat had gepleegd, maar een voorbeeld van wat er volgens hem misgaat wanneer universiteiten diversiteit nastreven. Wetenschappelijke integriteit interesseerde hem minder dan de zwarte persoon die daar niet had mogen zijn. Hij zocht gewoon een stok om hem mee te slaan, en vond deze. Vervolgens pakten onder meer Britse media de beschuldigingen op en werd ook naar andere onderdelen van Ardays cv en levensverhaal gegraven. Dat maakt de herkomst relevant: eventuele fraude moet op haar eigen merites worden beoordeeld, terwijl de campagne eromheen vanaf het begin onderdeel was van een veel bredere ideologische strijd over ras, meritocratie en DEI.

Foto: "[135/365] ● international lefthanders day" by invisible_helicopter is licensed under CC BY-NC 2.0

50 jaar Internationale Dag van de Linksen

Vandaag vieren de linksen dat ze er mogen zijn, ondanks de moeilijkheden die zij vrijwel dagelijks tegenkomen.

Nee, we hebben het niet over de laatsten der revolutionaire roden. Het is vandaag de Internationale Linkshandigendag. In 1976 werd de eerste Linkshandigen Dag gehouden in Amerika. Een initiatief van Dean R. Campbell, die een jaar eerder in de V.S. de eerste belangenvereniging van linkshandigen oprichtte.

Evolutionair gesproken is het een beetje vreemd dat er nog linksen zijn. Ondanks dat de wereld van oudsher ingericht is op rechtse dominantie, blijft het aantal linkshandigen stabiel. Een op de tien mensen gebruikt bij voorkeur hun linkerhand voor dagelijkse dingen als een boodschappenlijstje schrijven, een kop koffie vastpakken of het kammen van hun haren. Dat komt overeen met ruim 1,2 miljoen mensen van 18 jaar en ouder (bron CBS 2011, data Linkshandigheid, 2007/2009).

Internationaal gezien telt Nederland iets meer linkshandigen dan andere landen als de V.S., Canada, de UK en Frankrijk (bron Statista 2020, data 2009).

Landen met de meest linkshandigen, Statista 2020, data 2009

Een kleine groep, dus een klein probleem. In ieder geval groot genoeg om er een winkel voor te beginnen waar je bijvoorbeeld computermuizen, scharen  en kurkentrekkers kunt verkrijgen, ontworpen voor linkshandigen. Voor studenten zijn er collegeblokken met een spiraal aan de andere kant, die ze overigens slecht kwijt kunnen omdat in de collegezalen het klaptafeltje bijna altijd rechts zit.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: CC BY-SA 4.0 Stephan Okhuijsen 2023

De echte erfenis

OPINIE - Er is weer eens een politiek zwaar beladen discussie over belasten van erfenissen gaande. Voor mij is het eenvoudig: schaf alle erfbelasting gewoon af. Maar…. Laten we het dan wel even hebben over wat er precies onder “erfenis” valt.

Erven is natuurlijk sowieso een niet natuurlijke constructie. Normaal als een mens dood gaat blijft er hooguit een lichaam achter en wat herinneringen bij de overlevers. De rest is later bedacht. Zoals bijvoorbeeld titels als “koning” of “baron”.
En daarbij is dan vooral de kortste erfelijke (genetische) route meestal bepalend.
Dat laatste is evolutionair gezien nog wel een beetje te verklaren. Een mens is er op gericht voort te planten en voorkeur te geven aan de eigen genen. Dus geef je ook voor de overleving het stukje grond (erf) en de paar geiten door. Ook al hebben de geiten noch de aarde daar een stem in.

En vanuit dat evolutionaire perspectief gezien, is het ook begrijpelijk dat we het dan tegenwoordig liever over een zak met geld hebben in plaats van geiten. Hoewel je dan nog een stevige filosofische boom kan opzetten over wat meer helpt bij overleven, geld of geiten… Maar dan dwalen we af.

Als erfelijk erven mag bestaan vanuit het idee dat dit goed is voor de toekomst van jouw eigen nageslacht (of breder, iedereen die na je komt), dan moet in de erfenis alles meegenomen worden uit jouw leven dat nog lang na jouw dood effect heeft op de nabestaanden.
Net als dat het normaal is dat van je (geldelijk) bezit eerst de (geldelijke) schulden afgetrokken worden.

Foto: Towfiqu barbhuiya on Unsplash

Armoede in de aanbieding

Nederland heeft van boodschappen doen een soort laagbetaalde deeltijdbaan gemaakt. Niet aan de kassa, niet in het distributiecentrum, maar thuis aan de keukentafel, met folders, apps, bonuskaarten, hamsterweken, weekdeals, persoonlijke aanbiedingen en de vraag of het wc-papier deze week bij Albert Heijn, Jumbo of Dirk strategisch verantwoord is.

Dat wordt verkocht als voordeel voor de consument. Wie oplet, wint. Wie slim koopt, bespaart. Wie aanbiedingen volgt, houdt geld over. Het probleem is dat zo’n systeem vooral vriendelijk lijkt vanuit het perspectief van iemand die genoeg geld, tijd, opslagruimte en mentale bandbreedte heeft. Voor wie weinig geld heeft, wordt die zogenaamde keuzevrijheid al snel een extra verplichting.

De actie als rookgordijn

Het meest gunstige verhaal over aanbiedingen is simpel: supermarkten concurreren, consumenten profiteren. Dat verhaal klopt voor losse producten, op losse momenten, voor consumenten die precies kopen wat toevallig scherp geprijsd is. Op systeemniveau wordt het minder overtuigend. Korting wordt gepresenteerd als cadeau, terwijl het eigenlijk vooral een prijsmechanisme is dat eerst ruimte moet maken om daarna royaal te kunnen ogen.

Een supermarkt die structureel korting geeft, moet die korting ergens terugverdienen. Via andere producten. Via hogere reguliere prijzen. Via fabrikanten die betalen voor schapruimte, promoties of zichtbaarheid. Via klanten die geen tijd hebben om de folder uit te pluizen. Via mensen die de bonuskaart vergeten, de app niet gebruiken of het geld missen om groot in te slaan wanneer de aanbieding langskomt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Aleksandr Popov on Unsplash

Alle Duitsers behalve Helmut en alle Marokkanen behalve Mo

Toen ik het artikel van gisteren las over polarisatie en de conclusie dat de meeste mensen in het eigen leven dat weinig ervaren, moest ik onwillekeurig denken aan mijn eigen jeugd. Als kleinkind van een Nederlandse veteraan die bij de Prinses Irenebrigade had gevochten, maakte ik op zijn verjaardag een huis vol met oude strijdmakkers mee. Nederlandse mannen die via de omweg van oorlog en ballingschap weer bij de bevrijding van hun eigen land betrokken raakten. Ze kenden elkaar van uniformen, kazernes, modder, angst,  kameraadschap en trauma. En ze hadden allemaal een hekel aan Duitsers.

Alle Duitsers waren klootzakken. Dat was ongeveer de regel.

Alleen gold die regel zelden voor de Duitsers die ze daadwerkelijk kenden. De Duitse kennis viel mee. De Duitse collega was een aardige vent. De Duitse vrouw op vakantie was hartelijk. De uitzondering zat altijd dichtbij. Het stereotype bleef intact, de individuele mens werd ervan vrijgesteld.

Achteraf was dat misschien mijn eerste les in de elasticiteit van vooroordelen. Een mens kan een groep wantrouwen en tegelijk prima omgaan met de leden van die groep, zodra die een naam, gezicht, stem en adres hebben. Helaas sneuvelt het vooroordeel dan meestal niet, het wordt verplaatst. Weg van de concrete persoon, terug naar de abstracte massa.

Foto: Jametlene Reskp on Unsplash

De aaibaarheidsindex voor migranten

Kiest u migrant A of B?” was de onderzoeksvraag. Een manier om bloot te leggen welke migranten burgers eerder accepteren. Opleiding, leeftijd, taalvaardigheid, religie, gezinssituatie, vluchtreden: alles kan worden gevarieerd, gemeten en netjes in grafieken gezet. En inderdaad, zulke studies kunnen iets belangrijks laten zien. Niet wat rechtvaardig is, maar wat mensen aantrekkelijk vinden.

Maar als je weet welke migrant het best verkoopt, ontstaat de verleiding om migratiebeleid daarop af te stemmen. De jonge, werkende, goed opgeleide migrant. De migrant die onze taal al spreekt. De migrant die cultureel niet te veel schuurt. De vluchteling met het begrijpelijke verhaal, het fotogenieke kind, de herkenbare wanhoop. De migrant die geen beroep doet op solidariteit, maar op sympathie.

Wie draagvlak wil behouden, moet weten waar dat draagvlak zit. Maar draagvlak is geen moreel kompas. Het kan net zo goed registreren waar onze vooroordelen, angsten en hiërarchieën zitten. Bovendien is draagvlak geen natuurverschijnsel. Het wordt gevormd door politieke keuzes, framing, media-aandacht, beleidstaal en jarenlange campagnes waarin migratie vooral als probleem, last of dreiging is gepresenteerd. Politiek hoort dus niet simpelweg achter de publieke opinie aan te hobbelen, omdat dat een cirkeltje creëert. Het is ook de taak van politiek om draagvlak te creëren voor wat juridisch noodzakelijk en moreel verdedigbaar is.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Wendy (cc)

Toenemend racisme: gelijkwaardigheid als staatsgreep

De standaard lezing van het toenemende aantal stemmen op radicaal- en extreemrechts is dat het zou gaan om angst voor achterstand, om buurten die onder druk staan, om mensen die hun land zien veranderen. Dat het dus geen ‘echt’ racisme is. Daar is natuurlijk een hoop op af te dingen, en die lezing mist iets wezenlijks. Racisme laait namelijk niet alleen op wanneer minderheden worden gezien als last, maar ook wanneer zij zichtbaarder, succesvoller en invloedrijker worden.

Dat is geen vreemde gedachte. In onderzoek naar intergroup threat en status threat komt steeds dezelfde dynamiek terug: vooroordelen nemen toe wanneer een dominante groep een andere groep ervaart als bedreiging voor macht, status, identiteit of de vertrouwde orde. Het gaat dus niet alleen om banen of woningen, maar ook om de vraag wie zichtbaar is, wie spreekt, wie beoordeelt en wie bepaalt.

Zolang migranten en hun kinderen passen in het oude schema, is er weinig aan de hand. Ze mogen schoonmaken, koken, bezorgen, bouwen, zorgen en dankbaar zijn. De spanning ontstaat zodra ze succesvoller worden en de ruimte innemen die vroeger vanzelfsprekend aan anderen werd toegekend.

Dat zie je overal. Mensen van kleur en kinderen van immigranten zijn steeds vaker niet meer het onderwerp waarover wordt gesproken, maar degenen die spreken, presenteren, besturen en duiden. Ze zitten aan talkshowtafels, in gemeenteraden, op redacties, in rechtbanken, universiteiten, raden van bestuur en politieke panels. Ze zijn geen lijdend voorwerp meer in het nationale verhaal, maar mede-auteurs ervan. Voor wie gewend was dat “de ander” hoogstens figureerde in reportages over achterstand, integratie of overlast, is dat een forse statuscorrectie.

Foto: WenPhotos on Pixabay

Polarisatie als probleem, onrecht als bijzaak

Er bestaat een heel genre aan schrijfsels waarin polarisatie wordt behandeld als een probleem van toon, empathie en sociale omgangsvormen. De conflicten zelf verdwijnen daarin naar de achtergrond. Deze column is daar een goed voorbeeld van. Het stuk presenteert zichzelf als een pleidooi voor nuance en het hervinden van ‘het echte gesprek’, maar schuift daardoor al snel van inhoud naar omgangsvormen, alsof maatschappelijke tegenstellingen vooral ontstaan doordat mensen niet aardig genoeg met elkaar praten.

Dat begint al in de openingsscène. De zoon die over Gaza begint wordt neergezet als emotioneel, absolutistisch en sociaal agressief: “Het zijn gewoon de feiten, en wie dat niet wil zien, die bestaat voor mij niet.” Opvallend genoeg is dat soort taal, en vooral dat dramatische “bestaat niet voor mij”, een positie die ik buiten columns als deze eigenlijk nooit tegenkom. Het voelt vooral toegevoegd om het standpunt radicaler en onredelijker te laten klinken. Daar tegenover staat een uitspraak die inmiddels juist overal te horen is: “Begin bij 7 oktober. Jullie laten je inpakken door Hamas-fakenieuws.” Toch behandelt de column beide reacties als equivalent bewijs van ontsporende polarisatie. Daarna positioneert de auteur zichzelf erboven, als degene die ziet hoe “beide kanten” ontsporen en reflecteert op zichzelf. Dat is een bekende journalistieke reflex: het redelijke midden claimen. Alleen is dat midden zelden neutraal.

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

Foto: Max Kukurudziak on Unsplash

Brand als boodschap: van theorie naar lucifer

De onderstaande video uit Ontario, Canada voelt als een concrete, rauwe illustratie van wat How to Blow Up a Pipeline van Andreas Malm theoretisch probeert te duiden.

Een werknemer steekt een distributiecentrum in brand, filmt het moment van ontsteking en zet het online. Geen paniek, geen onsamenhangend geschreeuw. Eén zin: “All you had to do was pay us enough to live.” Daarna vuur en een gebouw dat verdwijnt.

Dat is geen uitbarsting zonder richting. Dit is communicatie, zij het in de meest destructieve vorm denkbaar.

Malm stelt dat sabotage van eigendom een rationele escalatie kan zijn wanneer politieke en sociale kanalen structureel falen. Hij plaatst dat buiten geweld tegen personen en probeert er een strategisch kader omheen te bouwen. Veel kritiek richt zich op de vraag of dat onderscheid houdbaar blijft. Tegelijk legt hij wel iets bloot: frustratie stapelt zich op tot het moment waarop symbolische actie plaatsmaakt voor materiële ingreep.

Wat in Ontario gebeurt, lijkt op een ongepolijste versie van die gedachte. Geen beweging, geen strategie, geen discipline. Wel dezelfde onderliggende conclusie: praten levert niets op, dus volgt een daad die niet genegeerd kan worden.

En eigenlijk is het logisch. In de VS ontvangen miljoenen mensen die voltijd werken bij bedrijven als McDonalds en Walmart bijvoorbeeld voedselbonnen van de staat, terwijl de bedrijven miljardenwinsten maken, en niemand die daar iets aan lijkt te willen doen. Wie decennia aan loonstagnatie, toenemende onzekerheid en structurele afhankelijkheid ondergaat, gaat hier anders tegenaan kijken. Dan verschuift de vraag van legitimiteit naar effectiviteit. Wat werkt nog? Wat dwingt aandacht af?

Volgende