Polarisatie als probleem, onrecht als bijzaak

Er bestaat een heel genre aan schrijfsels waarin polarisatie wordt behandeld als een probleem van toon, empathie en sociale omgangsvormen. De conflicten zelf verdwijnen daarin naar de achtergrond. Deze column is daar een goed voorbeeld van. Het stuk presenteert zichzelf als een pleidooi voor nuance en het hervinden van 'het echte gesprek', maar schuift daardoor al snel van inhoud naar omgangsvormen, alsof maatschappelijke tegenstellingen vooral ontstaan doordat mensen niet aardig genoeg met elkaar praten. Dat begint al in de openingsscène. De zoon die over Gaza begint wordt neergezet als emotioneel, absolutistisch en sociaal agressief: "Het zijn gewoon de feiten, en wie dat niet wil zien, die bestaat voor mij niet." Opvallend genoeg is dat soort taal, en vooral dat dramatische "bestaat niet voor mij", een positie die ik buiten columns als deze eigenlijk nooit tegenkom. Het voelt vooral toegevoegd om het standpunt radicaler en onredelijker te laten klinken. Daar tegenover staat een uitspraak die inmiddels juist overal te horen is: "Begin bij 7 oktober. Jullie laten je inpakken door Hamas-fakenieuws." Toch behandelt de column beide reacties als equivalent bewijs van ontsporende polarisatie. Daarna positioneert de auteur zichzelf erboven, als degene die ziet hoe "beide kanten" ontsporen en reflecteert op zichzelf. Dat is een bekende journalistieke reflex: het redelijke midden claimen. Alleen is dat midden zelden neutraal. De kern van het stuk zit in de zin: "Het probleem is niet dat we het oneens zijn, maar dat we ons oordeel niet uitstellen." Dat klinkt verstandig, tegelijk verschuift het debat daarmee van inhoud naar omgangsvormen. De vraag of er daadwerkelijk sprake is van grootschalig en structureel geweld in Gaza raakt ondergeschikt aan de vraag hoe mensen daar tijdens een diner over praten. Is 'je oordeel uitstellen' in zo'n kwestie (of als het gaat om klimaatopwarming) wel zo wenselijk? Want hier sluipt false balance binnen. De column behandelt het conflict vooral als voorbeeld van "polarisatie", van "kampen", van "loopgraven waar verschillen worden uitvergroot". Machtsverhoudingen verdwijnen daarmee naar de achtergrond. Een demonstrant die genocide roept en een staat die een gebied bombardeert worden impliciet onderdeel van hetzelfde probleem: de verhitte sfeer. Dat is een vorm van morele nivellering. Bovendien doet de column alsof polarisatie symmetrisch uit de samenleving opborrelt, terwijl onderzoek juist laat zien dat georganiseerde radicalisering, complotvorming en desinformatiecampagnes sterk asymmetrisch opereren. De algoritmische ecosystemen rond extreemrechts, anti-migratiebewegingen, antivaxgroepen en reactionaire influencers zijn geen spiegelbeeld van "beide kanten", maar vormen een grotendeels rechtse infrastructuur van radicalisering en desinformatie. Ook de voorbeelden die de column zelf noemt, van de Defend-vlag in kinderhanden bij een azc-protest tot de manosfeer, wijzen vrijwel uitsluitend in die richting. Er bestaan geen grootschalige algoritmische campagnes die mensen massaal richting ecosocialisme of vakbondspolitiek duwen. Toch trekt de auteur uit zijn eigen voorbeelden geen conclusie en lost alles weer op in een algemeen verhaal over "kampen" die elkaar niet begrijpen. Dit soort centristische reflexen functioneren vaak niet als neutrale scheidsrechter, maar als stabilisator van de status quo. Zodra één partij veel meer macht heeft dan de andere, wordt "laten we het gesprek rustig houden" een manier om de bestaande verhoudingen acceptabel te houden. Wie te fel ageerde tegen apartheid, kolonialisme of structureel racisme kreeg datzelfde verwijt te polariseren. Achteraf blijkt die zogenaamd neutrale positie opvallend vaak vooral bezig geweest met vertragen. Het voorbeeld van Donald Pols illustreert dat patroon. Pols stapte over van Milieudefensie naar Tata Steel, een overstap die vanzelfsprekend inhoudelijke vragen oproept over belangen, geloofwaardigheid en de rol van activisten binnen vervuilende industrieën. De auteur noemt de reacties vervolgens vooral "oorlogstaal" en wijst op termen als "NSB'er" en "Judas". Terecht, want dat soort retoriek helpt weinig. Tegelijk slaat de suggestie dat het conflict vooral over toon en polarisatie zou gaan het hele issue plat. Daarmee raakt de inhoudelijke kritiek opnieuw uit beeld. Milieubewegingen hebben decennialang gezien hoe bedrijven kritiek absorberen, groene taal overnemen en ondertussen fundamenteel weinig veranderen. Dat wantrouwen komt ergens vandaan. Door vooral de felheid centraal te stellen, ontstaat opnieuw het frame dat "de polarisatie" het echte probleem vormt. Opvallend is ook de abstractie van het kwaad in de slotfase. "Het ware kwaad kijkt verlekkerd toe." Maar welk kwaad precies? Staatsgeweld? Nationalisme? De bombardementen? Dehumanisering? Dat blijft vaag. Alles lost op in "algoritmen", "kampen" en "de meningenarena". Daardoor hoeft de schrijver minder expliciet positie te kiezen tegenover de politieke realiteit die die emoties veroorzaakt. Wat wel overeind blijft is dat mensen elkaar tegenwoordig sneller reduceren tot karikaturen. Alleen behandelt het stuk conflict vervolgens vooral als iets dat opgelost moet worden, in plaats van serieus te onderzoeken of dat conflict voortkomt uit een valide morele tegenstelling. Soms is polarisatie geen ontsporing van het debat, maar een symptoom van een werkelijkheid die moreel en politiek onhoudbaar is geworden. Dat maakt het Israël-voorbeeld zo wrang. De standpunten die tegenover elkaar worden gezet zijn helemaal niet equivalent. Er is ook geen morele symmetrie tussen klimaatontkenning en het benoemen van klimaatverandering, tussen racisme en anti-racisme, of tussen genocide-ontkenning en verzet daartegen. Je hoeft die ideeën niet eindeloos als legitieme gesprekspartner te behandelen om de sfeer aan tafel prettig te houden. Op het moment dat zulke ideeën salonfähig blijven omdat niemand de confrontatie aan wil gaan, schuift de politieke consensus vanzelf verder naar rechts. Daar komt een praktisch probleem bij. Het debat is asymmetrisch. Wie onzin produceert hoeft alleen maar steeds nieuwe claims over de schutting te gooien, terwijl de ander iedere losse claim moet ontleden en weerleggen. Dat mechanisme staat bekend als het bullshit asymmetry principle, versterkt door de gish gallop: een eindeloze lawine van halve waarheden en verdraaiingen die onmogelijk in realtime te ontkrachten zijn. Het idee dat dit opgelost kan worden met meer empathie en rustiger praten aan de keukentafel is daarom naïef. Het probleem is niet een gebrek aan begrip, maar een informatie-ecosysteem dat systematisch leugens, radicalisering en reactionaire politiek beloont. Ook aan de keukentafel.

Door: Foto: WenPhotos on Pixabay

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Max Kukurudziak on Unsplash

Brand als boodschap: van theorie naar lucifer

De onderstaande video uit Ontario, Canada voelt als een concrete, rauwe illustratie van wat How to Blow Up a Pipeline van Andreas Malm theoretisch probeert te duiden.

Een werknemer steekt een distributiecentrum in brand, filmt het moment van ontsteking en zet het online. Geen paniek, geen onsamenhangend geschreeuw. Eén zin: “All you had to do was pay us enough to live.” Daarna vuur en een gebouw dat verdwijnt.

Dat is geen uitbarsting zonder richting. Dit is communicatie, zij het in de meest destructieve vorm denkbaar.

Malm stelt dat sabotage van eigendom een rationele escalatie kan zijn wanneer politieke en sociale kanalen structureel falen. Hij plaatst dat buiten geweld tegen personen en probeert er een strategisch kader omheen te bouwen. Veel kritiek richt zich op de vraag of dat onderscheid houdbaar blijft. Tegelijk legt hij wel iets bloot: frustratie stapelt zich op tot het moment waarop symbolische actie plaatsmaakt voor materiële ingreep.

Wat in Ontario gebeurt, lijkt op een ongepolijste versie van die gedachte. Geen beweging, geen strategie, geen discipline. Wel dezelfde onderliggende conclusie: praten levert niets op, dus volgt een daad die niet genegeerd kan worden.

En eigenlijk is het logisch. In de VS ontvangen miljoenen mensen die voltijd werken bij bedrijven als McDonalds en Walmart bijvoorbeeld voedselbonnen van de staat, terwijl de bedrijven miljardenwinsten maken, en niemand die daar iets aan lijkt te willen doen. Wie decennia aan loonstagnatie, toenemende onzekerheid en structurele afhankelijkheid ondergaat, gaat hier anders tegenaan kijken. Dan verschuift de vraag van legitimiteit naar effectiviteit. Wat werkt nog? Wat dwingt aandacht af?

Foto: "Bevrijding van Sint-Michielsgestel" by Brabant Bekijken is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De parodie die 5 mei dreigt te worden

Sef wordt geen Ambassadeur van de Vrijheid. Eerst wel in beeld, daarna toch afgevallen. Volgens hem vanwege zijn uitgesproken standpunten over de genocide in Palestina. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei weigert te reageren, maar ik geloof hem, want er is al een tijdje een tendens om de herdenking los te koppelen van het heden. Vrijheid is blijkbaar prachtig, zolang je er niet al te concreet gebruik van maakt. Die afwijzing ondergraaft het hele idee van 4 en 5 mei. Als het vieren van vrijheid niet kan verdragen dat iemand die vrijheid gebruikt om actueel onrecht te benoemen, blijft er weinig meer over dan een ritueel zonder betekenis.

In theorie herdenken we op 4 mei de slachtoffers van oorlog en onderdrukking. Op 5 mei vieren we de bevrijding. De onderliggende boodschap luidt steevast dat vrijheid meer is dan een vlag, een festival en een obligate verwijzing naar “dit nooit weer”. Juist daarom is dit zo wrang. Het probleem is niet alleen de beslissing zelf, maar wat die beslissing blootlegt: dat de lessen die op 4 mei worden uitgesproken op 5 mei alweer zijn vergeten. Of misschien eigenlijk nooit zijn geleerd. Vrijheid zou ook moeten betekenen dat mensen kunnen spreken over onrecht, juist wanneer dat politiek gevoelig ligt. Maar dan blijkt ineens dat een artiest met een uitgesproken mening over de genocide in Gaza toch net iets te ingewikkeld wordt.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Trans en sport: de uitsluiting en de wetenschap die er niet is

Het Internationaal Olympisch Comité heeft besloten dat vanaf de Olympische Spelen van 2028 alleen “biologische vrouwen” nog welkom zijn in de vrouwencategorie, vastgesteld via een genetische test. Trans vrouwen worden uitgesloten. De maatregel ruikt naar het tevreden houden van de organisator van de volgende spelen, de VS, want de grootste druk en ‘verontwaardiging’ komt daarvandaan.

Maar de officiële rechtvaardiging klinkt bekend: eerlijkheid, gelijke kansen, bescherming van de vrouwensport. Alleen, er bestaat geen robuuste wetenschappelijke consensus dat trans vrouwen structureel een doorslaggevend voordeel hebben in alle of zelfs maar de meeste sporten. Sportprestaties zijn het product van een complex samenspel van training, genetische aanleg, toegang tot faciliteiten, coaching en voeding. Het idee dat één factor, een chromosoom of een verleden, dat geheel domineert, is een simplificatie die vooral politiek bruikbaar is.

Sterker nog, voor veel trans vrouwen geldt dat een medische transitie sportief gezien eerder een nadeel oplevert dan een voordeel. Hormonale therapie verlaagt spiermassa, kracht en uithoudingsvermogen, terwijl botmassa behouden blijft. Wat overblijft is zelden een superieure atleet, eerder iemand die zich opnieuw moet aanpassen aan een lichaam dat minder presteert dan voorheen.

En zelfs de voorgestelde genetische afbakening houdt geen stand. Een XY-chromosoom maakt iemand niet automatisch “man”. Intersekse variaties bestaan en zijn onderdeel van normale menselijke diversiteit. Dat zijn geen uitzonderingen die je weg kunt modelleren; dat is biologie die zich niet laat reduceren tot een binaire aan of uit.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Waarom ik, als man, feminist ben

Wanneer een man wordt gevraagd waarom hij feminist is, volgt vaak een omweg. Er verschijnt een dochter in het verhaal. Soms een partner. Af en toe een moeder. De motivatie ligt dan ergens buiten hemzelf. Feminisme krijgt zo de vorm van een vorm van liefdadigheid. Iets wat je doet voor vrouwen, uit sympathie of zorg.

Dat antwoord vraagt weinig zelfonderzoek. Het patriarchaat blijft daarmee een systeem dat vooral vrouwen raakt, terwijl mannen er hoogstens als bondgenoot naast staan. En dat laatste moet ook gebeuren, maar voor mij werkt het toch anders. Ik ben feminist omdat ook mijn eigen leven in een patriarchale samenleving wringt.

De rol die nooit past
Het patriarchaat verkoopt een vrij smal model van mannelijkheid. De alfa. De leider. De rationele beslisser. De kostwinner die alles onder controle houdt. Emoties blijven onder de motorkap. Twijfel geldt als zwakte. Zorg en afhankelijkheid krijgen een bijrol.

In de praktijk blijkt dit een model waar bijna geen man werkelijk in past. Slechts een klein deel van de mannen kan leven als die imaginaire alfa. De rest vormt de grote stille meerderheid die voortdurend langs een meetlat wordt gelegd waar ze per definitie niet aan voldoen.

Die druk blijft vaak onzichtbaar omdat mannen geleerd krijgen die spanning naar binnen te trekken. Wie moeite heeft met die rol, concludeert al snel dat er iets mis is met hemzelf.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

De prijs van vrouw zijn

In het Verenigd Koninkrijk is een nieuwe drempel opgeworpen voor vrouwelijke atleten. Wie wil meedoen in de vrouwencompetitie kan voortaan gevraagd worden te bewijzen dat ze daadwerkelijk vrouw is. Kosten: 185 pond. Niet voor deelname, niet voor training, niet voor materiaal. Voor het ‘privilege’ om te bewijzen dat je lichaam bestaat zoals het bestaat.

De ironie is moeilijk te missen. Jarenlang werd beweerd dat sportorganisaties vooral vrouwen wilden beschermen. De competitie moest eerlijk blijven. De categorie ‘vrouw’ moest worden afgeschermd tegen indringers. Het verhaal werd geframed alsof het ging om het verdedigen van vrouwen. In feite was het vooral een manier om transvrouwen te straffen en uit te sluiten. Niet alleen in de praktijk, maar ook als maatschappelijk signaal om aan te geven dat ze er niet bij horen, een afwijking zijn die moest worden bestreden.

Maar in plaats van dat vrouwen ‘beschermd’ worden, worden ze nu administratief verdacht gemaakt. Iedere vrouwelijke atleet wordt een potentieel probleem. Iedere afwijking, ieder vermoeden, ieder gerucht kan aanleiding zijn om een test te eisen. Het probleem dat hiermee zou worden bestreden is ondertussen opvallend klein. Het aantal trans atleten op topniveau is minimaal. In veel sporten gaat het om aantallen die letterlijk op één hand te tellen zijn. Daarbij, een transitie is vaker een belemmering dan hulp bij topsport. De paniek is groot. De statistische realiteit nauwelijks zichtbaar.

Foto: Ruben Aster on Unsplash

Hypocrisie als politiek sabotagemiddel

Elke poging tot maatschappelijke verandering roept tegenwoordig dezelfde reflex op. Iemand spreekt zich uit over klimaat, arbeidsomstandigheden of ongelijkheid, en binnen seconden klinkt het verwijt: hypocrisie. Je eet vlees. Je vliegt. Je bezit een smartphone. Dus zwijg. Het is een opvallend soort kritiek. Ze komt vrijwel altijd van mensen zonder alternatief, zonder plan, zonder ambitie om iets te verbeteren. Het hypocrisie-argument fungeert als moreel veto: wie zelf onderdeel is van het systeem, verliest het recht om dat systeem te bekritiseren. Betrokkenheid wordt zo omgedraaid tot schuld.

Die redenering houdt alleen stand als je het grotere plaatje negeert. Het huidige kapitalistische systeem is zo ingericht dat vrijwel elke handeling ecologische en sociale schade veroorzaakt. Energieopwekking, voedselproductie, kleding, elektronica, vervoer: alles is doordrenkt van uitstoot, uitbuiting en externalisering van kosten. Wie leeft, participeert. Wie participeert, veroorzaakt schade.

Morele zuiverheid is in zo’n systeem geen realistische optie. Er bestaat geen levensstijl zonder voetafdruk en geen consumptie zonder gevolgen. Wie dat toch eist, stelt een onhaalbare norm en kan vervolgens iedereen afserveren die die norm onvermijdelijk overschrijdt. Dat is geen principiële kritiek, dat is een techniek om verandering te blokkeren.

Toch maken mensen voortdurend keuzes die de schade beperken. Minder vlees eten. Minder vliegen. Stemmen op partijen die klimaatbeleid serieus nemen. Fast fashion mijden. Zich organiseren in vakbonden. Demonstreren. Dat gebeurt vaak inconsistent, soms tegenstrijdig, altijd onvolmaakt. Precies zoals menselijk handelen eruitziet.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Javier Miranda on Unsplash

De VS, kernwapens en armageddon

Decennialang gold in geopolitieke discussies een vrij simpele intuïtie. Een streng religieus regime met kernwapens vormt een risico. Het argument verscheen steeds weer in analyses over Iran. Een theocratie die zichzelf ziet als uitvoerder van een goddelijke opdracht, gecombineerd met nucleaire ambities, roept begrijpelijke nervositeit op.

De blik richtte zich daarbij vrijwel altijd op Teheran. Washington bleef meestal buiten beeld. Toch schuift daar iets. Volgens meldingen van Amerikaanse militairen hebben commandanten de recente spanningen rond Iran beschreven in religieuze termen. De oorlog zou passen binnen “Gods plan” en verwijzingen naar Bijbelse profetieën en Armageddon doken op in briefings en toespraken.

Een incident op zichzelf vormt gelukkig nog geen trend, maar de bredere context maakt dit verhaal wel relevant.

De theologie van de eindtijd
Binnen delen van het Amerikaanse evangelisme leeft namelijk een specifieke interpretatie van de Bijbel. In dat wereldbeeld speelt Israël een centrale rol in de eindtijd. De stichting van de staat Israël markeert volgens deze lezing het begin van een profetische keten die uiteindelijk leidt tot een apocalyptische oorlog in het Midden‑Oosten en daarna de wederkomst van Christus.

Deze interpretatie, vaak dispensationalisme genoemd, vormt al decennia een belangrijk element binnen evangelische politiek in de Verenigde Staten. Grote megakerken, lobbyorganisaties en mediakanalen bouwen hun politieke agenda gedeeltelijk rond dat idee.

Foto: Motor TruckRun on Pexels

Het fatbike-argument

COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.

De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.

Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.

Foto: Foto © Illya Soffer

Persoonlijk: verdwaald in de verdwijnende verzorgingsstaat

Illya Soffer, directeur van JINC en oud-directeur van Ieder(in), kreeg een kindje met het syndroom van Down en kwam in een jaren durende rollercoaster terecht. Terugkijkend komt ze tot een uiterst pijnlijke, tegenstrijdige en schaamtevolle conclusie.

‘Ik zie iets wat me niet helemaal bevalt.’ De verloskundige kijkt bezorgd naar het baby’tje dat ik zojuist heb gebaard. Met deze zin word ik, die ijskoude februarimorgen in 1999, welkom geheten in de wondere wereld van de handicap. Een wereld waarvan ik tot dan toe werkelijk geen weet had. Ik, die nota bene afstudeerde op maatschappelijke uitsluiting. De verloskundige vermoedt het syndroom van Down. Een oorverdovende stilte vult de kamer. ‘Nu wordt het leven nooit meer normaal’, breng ik uit.

Met de geboorte van David wordt ons bestaan in één klap kwetsbaar, afhankelijk en allesbehalve maakbaar. ‘Gelukkig wonen jullie in Nederland, tegenwoordig is er zó veel mogelijk’, bezweren mensen het ongemak. En het is waar. Gelukkig betekent dit begin niet het einde. We worden door het netwerk van ervaren Down-ouders fanatiek aangemoedigd om ervoor te gaan, om er vanaf dag één alles uit te halen met integrale vroeghulp en thuisondersteuning. En over een jaar of drie in te zetten op een persoonsgebonden budget (pgb) en inclusief onderwijs. Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, tussen speciaal en normaal, besluiten we dit varkentje te gaan wassen.

Foto: "Skate shorttrack" by Vincent Baas is licensed under CC BY 2.5

Jutta Leerdam, feminisme en verantwoordelijkheid

Op de valreep toch nog een stuk over de Olympische spelen op Sargasso. Nou ja, oké, over een randverschijnsel dat me de afgelopen dagen opviel. Want volgens een deel van feministisch Nederland zou ik mijn mond moeten houden over de relatie van Jutta Leerdam met Jake Paul. Liefde is privé. Vrouwen worden al eeuwen afgerekend op hun partners. Laat haar met rust. Dat is de lijn. En wie daar vraagtekens bij zet, zou vervallen in morele zuiverheidspolitie, of erger nog, vrouwenhaat.

Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het schuurt toch. Want het gaat hier om een publiek figuur dat zich verbindt aan een man die openlijk campagne voert voor Donald Trump, die meer dan flirt met autoritaire retoriek en een partij steunt die systematisch rechten van minderheden en vrouwen onder druk zet, hoewel hijzelf over dat laatste (maar niet dat eerste) genuanceerder lijkt te zijn. Dat is voor mij geen detail in de marge.

Leerdam is voor mij geen anonieme buurvrouw. Ze is topsporter, influencer, merk, met vijf miljoen volgers. Haar relatie is onderdeel van haar publieke imago. Sponsordeals, interviews, gezamenlijke optredens, sociale media. De romantiek is verstrengeld met zichtbaarheid en commercie. Wie dat ontkent, sluit de ogen voor hoe celebritycultuur werkt.

Volgende