De prijs van vrouw zijn

In het Verenigd Koninkrijk is een nieuwe drempel opgeworpen voor vrouwelijke atleten. Wie wil meedoen in de vrouwencompetitie kan voortaan gevraagd worden te bewijzen dat ze daadwerkelijk vrouw is. Kosten: 185 pond. Niet voor deelname, niet voor training, niet voor materiaal. Voor het 'privilege' om te bewijzen dat je lichaam bestaat zoals het bestaat. De ironie is moeilijk te missen. Jarenlang werd beweerd dat sportorganisaties vooral vrouwen wilden beschermen. De competitie moest eerlijk blijven. De categorie ‘vrouw’ moest worden afgeschermd tegen indringers. Het verhaal werd geframed alsof het ging om het verdedigen van vrouwen. In feite was het vooral een manier om transvrouwen te straffen en uit te sluiten. Niet alleen in de praktijk, maar ook als maatschappelijk signaal om aan te geven dat ze er niet bij horen, een afwijking zijn die moest worden bestreden. Maar in plaats van dat vrouwen 'beschermd' worden, worden ze nu administratief verdacht gemaakt. Iedere vrouwelijke atleet wordt een potentieel probleem. Iedere afwijking, ieder vermoeden, ieder gerucht kan aanleiding zijn om een test te eisen. Het probleem dat hiermee zou worden bestreden is ondertussen opvallend klein. Het aantal trans atleten op topniveau is minimaal. In veel sporten gaat het om aantallen die letterlijk op één hand te tellen zijn. Daarbij, een transitie is vaker een belemmering dan hulp bij topsport. De paniek is groot. De statistische realiteit nauwelijks zichtbaar. Toch groeit de bureaucratie. Tests, regels, formulieren en medische verklaringen. En nu dus ook een prijskaartje. Wie het geld heeft kan het bewijs leveren. Wie het geld niet heeft of principieel weigert, staat buitenspel. Het patroon komt bekend voor. Eerst wordt een morele paniek gecreëerd. Daarna volgen maatregelen die zogenaamd een uitzondering moeten reguleren. Uiteindelijk treft de regelgeving de hele groep waarvoor ze bedoeld zou zijn om bescherming te bieden, en dat is geen toeval. Het patriarchaat offert vrouwen graag op als dat 'nodig' is. Vrouwen moeten zich nu legitimeren om uit te komen in hun eigen sport. De geschiedenis van geslachtstesten in de sport is al langer een verhaal van vernedering en willekeur, ook al in de tijd van voor dat transities medisch mogelijk waren. Van fysieke inspecties in de jaren zestig tot chromosoomtests en hormoonlimieten, die zonder enig wetenschappelijk bewijs moesten bewaken dat het speelveld 'eerlijk bleef'. Elke keer opnieuw met hetzelfde doel: de grens tussen man en vrouw bewaken alsof het een douanepost is, ook al is die in praktijk op zijn best diffuus. En elke keer opnieuw blijken het vooral vrouwen te zijn die door het systeem worden beschadigd. Atleten met interseksevariaties, vrouwen met afwijkende hormoonwaarden, vrouwen die simpelweg niet voldoen aan het stereotype beeld van vrouwelijkheid. Zij worden onderzocht, uitgesloten of gedwongen medische ingrepen te ondergaan. En dat terwijl topsport sowieso al een feest van afwijkingen is, waarbij transfobie blijkbaar bepaalt welke 'afwijkingen' van de norm wel en niet mogen. Nu komt er een nieuw hoofdstuk bij. De rekening. Voor elke vrouw. Het cynische resultaat van jaren cultuurstrijd is daarmee zichtbaar. Een campagne die begon met de claim dat vrouwen beschermd moesten worden eindigt met vrouwen die moeten betalen om te bewijzen dat ze vrouw zijn. Dat is geen oplossing voor een probleem. Dat is een bureaucratische parodie waar iedereen slachtoffer wordt.

Door: Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share
Foto: Ruben Aster on Unsplash

Hypocrisie als politiek sabotagemiddel

Elke poging tot maatschappelijke verandering roept tegenwoordig dezelfde reflex op. Iemand spreekt zich uit over klimaat, arbeidsomstandigheden of ongelijkheid, en binnen seconden klinkt het verwijt: hypocrisie. Je eet vlees. Je vliegt. Je bezit een smartphone. Dus zwijg. Het is een opvallend soort kritiek. Ze komt vrijwel altijd van mensen zonder alternatief, zonder plan, zonder ambitie om iets te verbeteren. Het hypocrisie-argument fungeert als moreel veto: wie zelf onderdeel is van het systeem, verliest het recht om dat systeem te bekritiseren. Betrokkenheid wordt zo omgedraaid tot schuld.

Die redenering houdt alleen stand als je het grotere plaatje negeert. Het huidige kapitalistische systeem is zo ingericht dat vrijwel elke handeling ecologische en sociale schade veroorzaakt. Energieopwekking, voedselproductie, kleding, elektronica, vervoer: alles is doordrenkt van uitstoot, uitbuiting en externalisering van kosten. Wie leeft, participeert. Wie participeert, veroorzaakt schade.

Morele zuiverheid is in zo’n systeem geen realistische optie. Er bestaat geen levensstijl zonder voetafdruk en geen consumptie zonder gevolgen. Wie dat toch eist, stelt een onhaalbare norm en kan vervolgens iedereen afserveren die die norm onvermijdelijk overschrijdt. Dat is geen principiële kritiek, dat is een techniek om verandering te blokkeren.

Toch maken mensen voortdurend keuzes die de schade beperken. Minder vlees eten. Minder vliegen. Stemmen op partijen die klimaatbeleid serieus nemen. Fast fashion mijden. Zich organiseren in vakbonden. Demonstreren. Dat gebeurt vaak inconsistent, soms tegenstrijdig, altijd onvolmaakt. Precies zoals menselijk handelen eruitziet.

Closing Time | Black&Beard @ Reeperbahn Festival 2017

Vanmiddag schreef ik een stuk over de documentaire ‘Raving Iran’. De hoofdpersonen Anoosh Rakizade en Arash Shadram vroegen en kregen uiteindelijk asiel in Zwitserland. Ze zijn een gek soort politiek vluchteling. Geen grote woorden over vrijheid of revolutie, geen romantisering van hun positie. Ze willen muziek maken, draaien, een publiek bereiken.

Juist die alledaagsheid maakt hun verhaal politiek. Hun keuzes zijn praktisch, hun frustraties concreet, hun ambities herkenbaar. Wat voor hen een carrièrepad zou moeten zijn, werd in Iran een risicoanalyse. Niet omdat ze expliciet het systeem uitdagen, maar omdat ze er simpelweg in willen bestaan.

Foto: Javier Miranda on Unsplash

De VS, kernwapens en armageddon

Decennialang gold in geopolitieke discussies een vrij simpele intuïtie. Een streng religieus regime met kernwapens vormt een risico. Het argument verscheen steeds weer in analyses over Iran. Een theocratie die zichzelf ziet als uitvoerder van een goddelijke opdracht, gecombineerd met nucleaire ambities, roept begrijpelijke nervositeit op.

De blik richtte zich daarbij vrijwel altijd op Teheran. Washington bleef meestal buiten beeld. Toch schuift daar iets. Volgens meldingen van Amerikaanse militairen hebben commandanten de recente spanningen rond Iran beschreven in religieuze termen. De oorlog zou passen binnen “Gods plan” en verwijzingen naar Bijbelse profetieën en Armageddon doken op in briefings en toespraken.

Een incident op zichzelf vormt gelukkig nog geen trend, maar de bredere context maakt dit verhaal wel relevant.

De theologie van de eindtijd
Binnen delen van het Amerikaanse evangelisme leeft namelijk een specifieke interpretatie van de Bijbel. In dat wereldbeeld speelt Israël een centrale rol in de eindtijd. De stichting van de staat Israël markeert volgens deze lezing het begin van een profetische keten die uiteindelijk leidt tot een apocalyptische oorlog in het Midden‑Oosten en daarna de wederkomst van Christus.

Deze interpretatie, vaak dispensationalisme genoemd, vormt al decennia een belangrijk element binnen evangelische politiek in de Verenigde Staten. Grote megakerken, lobbyorganisaties en mediakanalen bouwen hun politieke agenda gedeeltelijk rond dat idee.

Foto: Motor TruckRun on Pexels

Het fatbike-argument

COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.

De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.

Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Foto © Illya Soffer

Persoonlijk: verdwaald in de verdwijnende verzorgingsstaat

Illya Soffer, directeur van JINC en oud-directeur van Ieder(in), kreeg een kindje met het syndroom van Down en kwam in een jaren durende rollercoaster terecht. Terugkijkend komt ze tot een uiterst pijnlijke, tegenstrijdige en schaamtevolle conclusie.

‘Ik zie iets wat me niet helemaal bevalt.’ De verloskundige kijkt bezorgd naar het baby’tje dat ik zojuist heb gebaard. Met deze zin word ik, die ijskoude februarimorgen in 1999, welkom geheten in de wondere wereld van de handicap. Een wereld waarvan ik tot dan toe werkelijk geen weet had. Ik, die nota bene afstudeerde op maatschappelijke uitsluiting. De verloskundige vermoedt het syndroom van Down. Een oorverdovende stilte vult de kamer. ‘Nu wordt het leven nooit meer normaal’, breng ik uit.

Met de geboorte van David wordt ons bestaan in één klap kwetsbaar, afhankelijk en allesbehalve maakbaar. ‘Gelukkig wonen jullie in Nederland, tegenwoordig is er zó veel mogelijk’, bezweren mensen het ongemak. En het is waar. Gelukkig betekent dit begin niet het einde. We worden door het netwerk van ervaren Down-ouders fanatiek aangemoedigd om ervoor te gaan, om er vanaf dag één alles uit te halen met integrale vroeghulp en thuisondersteuning. En over een jaar of drie in te zetten op een persoonsgebonden budget (pgb) en inclusief onderwijs. Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, tussen speciaal en normaal, besluiten we dit varkentje te gaan wassen.

Foto: "Skate shorttrack" by Vincent Baas is licensed under CC BY 2.5

Jutta Leerdam, feminisme en verantwoordelijkheid

Op de valreep toch nog een stuk over de Olympische spelen op Sargasso. Nou ja, oké, over een randverschijnsel dat me de afgelopen dagen opviel. Want volgens een deel van feministisch Nederland zou ik mijn mond moeten houden over de relatie van Jutta Leerdam met Jake Paul. Liefde is privé. Vrouwen worden al eeuwen afgerekend op hun partners. Laat haar met rust. Dat is de lijn. En wie daar vraagtekens bij zet, zou vervallen in morele zuiverheidspolitie, of erger nog, vrouwenhaat.

Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het schuurt toch. Want het gaat hier om een publiek figuur dat zich verbindt aan een man die openlijk campagne voert voor Donald Trump, die meer dan flirt met autoritaire retoriek en een partij steunt die systematisch rechten van minderheden en vrouwen onder druk zet, hoewel hijzelf over dat laatste (maar niet dat eerste) genuanceerder lijkt te zijn. Dat is voor mij geen detail in de marge.

Leerdam is voor mij geen anonieme buurvrouw. Ze is topsporter, influencer, merk, met vijf miljoen volgers. Haar relatie is onderdeel van haar publieke imago. Sponsordeals, interviews, gezamenlijke optredens, sociale media. De romantiek is verstrengeld met zichtbaarheid en commercie. Wie dat ontkent, sluit de ogen voor hoe celebritycultuur werkt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Raving Iran - screen capture uit de film

Raving Iran: Openhartig onder druk

De documentaire Raving Iran toont een paradox die wringt en blijft hangen. Een regime dat cultuur probeert te reguleren tot op het bot, en een generatie die zich daar nauwelijks nog door laat intimideren. Wat opvalt is niet alleen de ondergrondse techno, de geheime feesten in de woestijn of de constante dreiging van arrestatie. Het is de openhartigheid. Bijna iedereen spreekt vrijuit over de overheid, en zelfs tegenover ambtenaren valt een opmerkelijke directheid op.

Die openheid lijkt op het eerste gezicht roekeloos. Twee dj’s, Anoosh Rakizade en Arash Shadram, die zonder omwegen uitleggen dat hun werk feitelijk verboden is, die hun frustratie over censuur uitspreken tegenover functionarissen die hen kunnen dwarsbomen, of erger. Toch voelt het geen moment als bravoure. Eerder als vermoeidheid. Alsof de energie om nog toneel te spelen simpelweg op is.

De documentaire is inmiddels bijna tien jaar oud, en dat gegeven schuift de film in een ander licht. Wat toen nog voelde als een ondergrondse spanning, blijkt onderdeel van een bredere ontwikkeling. De openhartigheid die in de film doorsijpelt, was geen uitzondering. Het was een voorbode.

De recente en steeds groter wordende protesten in Iran maken dat pijnlijk zichtbaar. Wat in Raving Iran nog kleinschalig en impliciet is, is inmiddels uitgegroeid tot openlijke, massale confrontatie. Vrouwen die hun hoofddoek afwerpen, jongeren die de straat op gaan, slogans die direct de kern van het regime raken. De terughoudendheid is verdwenen. De onderstroom is bovengronds gekomen en wordt daar door het regime hard weer naar teruggeslagen. Deze documentaire laat zien dat dat tevergeefs is.

Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Het Interbellum, maar dan met wifi

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen?

Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt.

De luxe van achteraf
Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn.

Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sita Magnuson (cc)

‘Hila voorbij de Taliban’ en de reflex van het wissen

Een paar weken geleden haalde de AVROTROS de Afghanistan-documentaire Hila voorbij de Taliban offline nadat een van de vrouwen die erin voorkomt door de Taliban werd opgepakt. Uit “zorg voor de veiligheid” van de deelnemers. Het klinkt empathisch. Het oogt verantwoordelijk. Het is in werkelijkheid vooral een vorm van institutionele zelfbescherming.

De vrouwen die aan deze documentaire meededen, deden dat namelijk niet in een vacuüm. Niemand die in Afghanistan publiekelijk spreekt over vrouwenrechten, onderwijs of autonomie, doet dat in de veronderstelling dat de Taliban dat sportief zullen opnemen. Dit waren geen onwetende figuranten in een Westers mediaproject. Dit waren mensen die wisten wat zichtbaarheid betekent onder een theocratisch wraakregime. Hun deelname was een bewuste daad van verzet. Politiek. Riskant. Moedig.

Op het moment dat de Taliban iemand oppakt vanwege zo’n documentaire is de schade al aangericht. De herkenning is er al. Het offline halen van het materiaal verandert daar niets meer aan. Het maakt niemand vrij. Het maakt niemand veiliger. Het wist alleen het spoor dat naar de daad leidde, en ondertussen is overal al gedocumenteerd wie wat waar heeft gedaan en gezegd.

Wat resteert, is een symbolisch gebaar dat vooral de omroep zelf moet geruststellen: kijk, wij hebben iets gedaan.

Volgende