Een zwarte hoogleraar faalt nooit alleen

Jason Arday is dood. De Britse socioloog, die in 2023 op 37-jarige leeftijd de jongste zwarte hoogleraar in de geschiedenis van Cambridge werd, werd donderdag dood aangetroffen in zijn woning in Londen. De politie beschouwt zijn overlijden niet als verdacht. In de weken ervoor raakte Arday verwikkeld in een steeds breder onderzoek naar zijn academische werk en levensverhaal. Wat begon met beschuldigingen van plagiaat in zijn proefschrift, groeide uit tot vragen over publicaties, functies, fondsenwerving, sportprestaties en zelfs zijn jeugd. De Volkskrant kopte: ‘In opspraak geraakte ex-hoogleraar aan Cambridge Jason Arday dood gevonden’. Feitelijk klopt dat. Arday was in opspraak geraakt, en het artikel zet 'neutraal' neer waarvan hij beschuldigt werd. Maar de volkskrant zegt ook een hoop niet. Want wat in deze zaak niet genegeerd kan worden, is dat die opspraak zich ontwikkelde in een context waarin raciale aannames en raciale verdenking een steeds grotere rol gingen spelen. En dat begon al met de persoon die dit alles aan het licht bracht. Wie begon te graven? Een belangrijk deel van de recente beschuldigingen kwam van Nathan Cofnas, een filosoof die zelf aan Cambridge verbonden was en zich nadrukkelijk keert tegen diversiteitsbeleid. Cofnas noemt zichzelf een ‘rassenrealist’ en raakte eerder in opspraak met publicaties over ras en intelligentie. Hij haalde Ardays proefschrift door plagiaatsoftware en publiceerde zijn bevindingen onder de veelzeggende titel DEI Fraud and Cover-Up at Cambridge. Daarmee werd de verdenking vanaf het begin gekoppeld aan een politieke these: Arday was voor Cofnas niet alleen een wetenschapper die mogelijk plagiaat had gepleegd, maar een voorbeeld van wat er volgens hem misgaat wanneer universiteiten diversiteit nastreven. Wetenschappelijke integriteit interesseerde hem minder dan de zwarte persoon die daar niet had mogen zijn. Hij zocht gewoon een stok om hem mee te slaan, en vond deze. Vervolgens pakten onder meer Britse media de beschuldigingen op en werd ook naar andere onderdelen van Ardays cv en levensverhaal gegraven. Dat maakt de herkomst relevant: eventuele fraude moet op haar eigen merites worden beoordeeld, terwijl de campagne eromheen vanaf het begin onderdeel was van een veel bredere ideologische strijd over ras, meritocratie en DEI. Van werk naar persoon Opvallend is dat de beschuldigingen niet nieuw waren. Eerder was zijn werk al beoordeeld door de Liverpool John Moores Universiteit en werd Arday vrijgesproken van wetenschappelijk wangedrag en werd geoordeeld dat de overeenkomsten het gevolg waren van ‘eerlijke en begrijpelijke fouten’, veroorzaakt door een gebrek aan academische begeleiding in de beginfase. Maar dit keer bleef niet bij zijn werk. Zijn cv, zijn liefdadigheidsactiviteiten, zijn sportprestaties en uiteindelijk zijn persoonlijke levensverhaal werden opnieuw doorgelicht. Op een gegeven moment ging het niet meer alleen over wat hij had gedaan, maar over wie hij was en daarbij speelde racisme een steeds zichtbaardere rol in hoe dat “wie” werd geïnterpreteerd. Het recht op individueel falen In een interessant essay over deze zaak wijst Indie George op een ongemakkelijke realiteit: niet iedereen beschikt over het recht op individueel falen. In het geval van Jason Arday werd zijn falen niet neutraal benaderd. Omdat hij een zwarte hoogleraar was die volgens sommigen symbool stond voor diversiteitsbeleid, werd zijn mogelijke fout al snel gelezen in een raciaal kader. Zijn werk werd niet alleen beoordeeld op academische integriteit, maar ook op de vraag of een zwarte man wel “terecht” op deze positie was gekomen, of zelfs maar kon komen. Dat is een klassieke vorm van institutioneel en cultureel racisme: niet alleen openlijke discriminatie, maar het structureel anders interpreteren van dezelfde feiten afhankelijk van iemands huidskleur. Een witte academicus die plagiaat pleegt, blijft in de regel een individu die een fout heeft gemaakt. Zijn falen wordt niet automatisch een bewijs dat “witte mensen niet thuishoren in de academie” of dat “meritocratie faalt door witte benoemingen”. Bij Arday gebeurde precies dat wel. Zijn mogelijke fouten werden al snel gebruikt als bewijs tegen diversiteitsbeleid zelf. Zijn zwarte identiteit werd zo een lens waardoor zijn werk niet alleen werd onderzocht, maar ook verdacht werd gemaakt. Dat is geen neutrale analyse meer, maar een raciaal geladen verschuiving: van individuele verantwoordelijkheid naar collectieve verdenking. Wanneer racisme bepaalt wat “verdacht” is Zodra iemand niet meer alleen als individu wordt gezien, maar als representant van een raciale groep, verandert de betekenis van fouten fundamenteel. In Ardays geval werd zijn academische integriteit niet alleen getoetst, maar ook gebruikt om impliciete raciale aannames te bevestigen: dat zwarte academici “extra controle” nodig hebben, dat hun succes uitzonderlijk moet worden verklaard, en dat hun fouten systemisch betekenisvol zijn. Dat is precies hoe racisme in moderne contexten vaak werkt: niet via expliciete uitsluiting, maar via een asymmetrische last van bewijs en wantrouwen. Een onregelmatigheid wordt een patroon. Een twijfel wordt een bevestiging van een vooraf bestaand vermoeden. En dat vermoeden is in dit geval niet neutraal, maar raciaal gekleurd. En dat maakt zijn zaak groter dan alleen hemzelf: het laat zien hoe racisme niet alleen bepaalt wie ergens binnenkomt, maar ook hoe iemands fouten worden gelezen zodra die persoon er eenmaal is.

Door: Foto: AnveshPandra (cc)
Foto: "[135/365] ● international lefthanders day" by invisible_helicopter is licensed under CC BY-NC 2.0

50 jaar Internationale Dag van de Linksen

Vandaag vieren de linksen dat ze er mogen zijn, ondanks de moeilijkheden die zij vrijwel dagelijks tegenkomen.

Nee, we hebben het niet over de laatsten der revolutionaire roden. Het is vandaag de Internationale Linkshandigendag. In 1976 werd de eerste Linkshandigen Dag gehouden in Amerika. Een initiatief van Dean R. Campbell, die een jaar eerder in de V.S. de eerste belangenvereniging van linkshandigen oprichtte.

Evolutionair gesproken is het een beetje vreemd dat er nog linksen zijn. Ondanks dat de wereld van oudsher ingericht is op rechtse dominantie, blijft het aantal linkshandigen stabiel. Een op de tien mensen gebruikt bij voorkeur hun linkerhand voor dagelijkse dingen als een boodschappenlijstje schrijven, een kop koffie vastpakken of het kammen van hun haren. Dat komt overeen met ruim 1,2 miljoen mensen van 18 jaar en ouder (bron CBS 2011, data Linkshandigheid, 2007/2009).

Internationaal gezien telt Nederland iets meer linkshandigen dan andere landen als de V.S., Canada, de UK en Frankrijk (bron Statista 2020, data 2009).

Landen met de meest linkshandigen, Statista 2020, data 2009

Een kleine groep, dus een klein probleem. In ieder geval groot genoeg om er een winkel voor te beginnen waar je bijvoorbeeld computermuizen, scharen  en kurkentrekkers kunt verkrijgen, ontworpen voor linkshandigen. Voor studenten zijn er collegeblokken met een spiraal aan de andere kant, die ze overigens slecht kwijt kunnen omdat in de collegezalen het klaptafeltje bijna altijd rechts zit.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: CC BY-SA 4.0 Stephan Okhuijsen 2023

De echte erfenis

OPINIE - Er is weer eens een politiek zwaar beladen discussie over belasten van erfenissen gaande. Voor mij is het eenvoudig: schaf alle erfbelasting gewoon af. Maar…. Laten we het dan wel even hebben over wat er precies onder “erfenis” valt.

Erven is natuurlijk sowieso een niet natuurlijke constructie. Normaal als een mens dood gaat blijft er hooguit een lichaam achter en wat herinneringen bij de overlevers. De rest is later bedacht. Zoals bijvoorbeeld titels als “koning” of “baron”.
En daarbij is dan vooral de kortste erfelijke (genetische) route meestal bepalend.
Dat laatste is evolutionair gezien nog wel een beetje te verklaren. Een mens is er op gericht voort te planten en voorkeur te geven aan de eigen genen. Dus geef je ook voor de overleving het stukje grond (erf) en de paar geiten door. Ook al hebben de geiten noch de aarde daar een stem in.

En vanuit dat evolutionaire perspectief gezien, is het ook begrijpelijk dat we het dan tegenwoordig liever over een zak met geld hebben in plaats van geiten. Hoewel je dan nog een stevige filosofische boom kan opzetten over wat meer helpt bij overleven, geld of geiten… Maar dan dwalen we af.

Als erfelijk erven mag bestaan vanuit het idee dat dit goed is voor de toekomst van jouw eigen nageslacht (of breder, iedereen die na je komt), dan moet in de erfenis alles meegenomen worden uit jouw leven dat nog lang na jouw dood effect heeft op de nabestaanden.
Net als dat het normaal is dat van je (geldelijk) bezit eerst de (geldelijke) schulden afgetrokken worden.

Foto: Towfiqu barbhuiya on Unsplash

Armoede in de aanbieding

Nederland heeft van boodschappen doen een soort laagbetaalde deeltijdbaan gemaakt. Niet aan de kassa, niet in het distributiecentrum, maar thuis aan de keukentafel, met folders, apps, bonuskaarten, hamsterweken, weekdeals, persoonlijke aanbiedingen en de vraag of het wc-papier deze week bij Albert Heijn, Jumbo of Dirk strategisch verantwoord is.

Dat wordt verkocht als voordeel voor de consument. Wie oplet, wint. Wie slim koopt, bespaart. Wie aanbiedingen volgt, houdt geld over. Het probleem is dat zo’n systeem vooral vriendelijk lijkt vanuit het perspectief van iemand die genoeg geld, tijd, opslagruimte en mentale bandbreedte heeft. Voor wie weinig geld heeft, wordt die zogenaamde keuzevrijheid al snel een extra verplichting.

De actie als rookgordijn

Het meest gunstige verhaal over aanbiedingen is simpel: supermarkten concurreren, consumenten profiteren. Dat verhaal klopt voor losse producten, op losse momenten, voor consumenten die precies kopen wat toevallig scherp geprijsd is. Op systeemniveau wordt het minder overtuigend. Korting wordt gepresenteerd als cadeau, terwijl het eigenlijk vooral een prijsmechanisme is dat eerst ruimte moet maken om daarna royaal te kunnen ogen.

Een supermarkt die structureel korting geeft, moet die korting ergens terugverdienen. Via andere producten. Via hogere reguliere prijzen. Via fabrikanten die betalen voor schapruimte, promoties of zichtbaarheid. Via klanten die geen tijd hebben om de folder uit te pluizen. Via mensen die de bonuskaart vergeten, de app niet gebruiken of het geld missen om groot in te slaan wanneer de aanbieding langskomt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Aleksandr Popov on Unsplash

Alle Duitsers behalve Helmut en alle Marokkanen behalve Mo

Toen ik het artikel van gisteren las over polarisatie en de conclusie dat de meeste mensen in het eigen leven dat weinig ervaren, moest ik onwillekeurig denken aan mijn eigen jeugd. Als kleinkind van een Nederlandse veteraan die bij de Prinses Irenebrigade had gevochten, maakte ik op zijn verjaardag een huis vol met oude strijdmakkers mee. Nederlandse mannen die via de omweg van oorlog en ballingschap weer bij de bevrijding van hun eigen land betrokken raakten. Ze kenden elkaar van uniformen, kazernes, modder, angst,  kameraadschap en trauma. En ze hadden allemaal een hekel aan Duitsers.

Alle Duitsers waren klootzakken. Dat was ongeveer de regel.

Alleen gold die regel zelden voor de Duitsers die ze daadwerkelijk kenden. De Duitse kennis viel mee. De Duitse collega was een aardige vent. De Duitse vrouw op vakantie was hartelijk. De uitzondering zat altijd dichtbij. Het stereotype bleef intact, de individuele mens werd ervan vrijgesteld.

Achteraf was dat misschien mijn eerste les in de elasticiteit van vooroordelen. Een mens kan een groep wantrouwen en tegelijk prima omgaan met de leden van die groep, zodra die een naam, gezicht, stem en adres hebben. Helaas sneuvelt het vooroordeel dan meestal niet, het wordt verplaatst. Weg van de concrete persoon, terug naar de abstracte massa.

Foto: Jametlene Reskp on Unsplash

De aaibaarheidsindex voor migranten

Kiest u migrant A of B?” was de onderzoeksvraag. Een manier om bloot te leggen welke migranten burgers eerder accepteren. Opleiding, leeftijd, taalvaardigheid, religie, gezinssituatie, vluchtreden: alles kan worden gevarieerd, gemeten en netjes in grafieken gezet. En inderdaad, zulke studies kunnen iets belangrijks laten zien. Niet wat rechtvaardig is, maar wat mensen aantrekkelijk vinden.

Maar als je weet welke migrant het best verkoopt, ontstaat de verleiding om migratiebeleid daarop af te stemmen. De jonge, werkende, goed opgeleide migrant. De migrant die onze taal al spreekt. De migrant die cultureel niet te veel schuurt. De vluchteling met het begrijpelijke verhaal, het fotogenieke kind, de herkenbare wanhoop. De migrant die geen beroep doet op solidariteit, maar op sympathie.

Wie draagvlak wil behouden, moet weten waar dat draagvlak zit. Maar draagvlak is geen moreel kompas. Het kan net zo goed registreren waar onze vooroordelen, angsten en hiërarchieën zitten. Bovendien is draagvlak geen natuurverschijnsel. Het wordt gevormd door politieke keuzes, framing, media-aandacht, beleidstaal en jarenlange campagnes waarin migratie vooral als probleem, last of dreiging is gepresenteerd. Politiek hoort dus niet simpelweg achter de publieke opinie aan te hobbelen, omdat dat een cirkeltje creëert. Het is ook de taak van politiek om draagvlak te creëren voor wat juridisch noodzakelijk en moreel verdedigbaar is.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Wendy (cc)

Toenemend racisme: gelijkwaardigheid als staatsgreep

De standaard lezing van het toenemende aantal stemmen op radicaal- en extreemrechts is dat het zou gaan om angst voor achterstand, om buurten die onder druk staan, om mensen die hun land zien veranderen. Dat het dus geen ‘echt’ racisme is. Daar is natuurlijk een hoop op af te dingen, en die lezing mist iets wezenlijks. Racisme laait namelijk niet alleen op wanneer minderheden worden gezien als last, maar ook wanneer zij zichtbaarder, succesvoller en invloedrijker worden.

Dat is geen vreemde gedachte. In onderzoek naar intergroup threat en status threat komt steeds dezelfde dynamiek terug: vooroordelen nemen toe wanneer een dominante groep een andere groep ervaart als bedreiging voor macht, status, identiteit of de vertrouwde orde. Het gaat dus niet alleen om banen of woningen, maar ook om de vraag wie zichtbaar is, wie spreekt, wie beoordeelt en wie bepaalt.

Zolang migranten en hun kinderen passen in het oude schema, is er weinig aan de hand. Ze mogen schoonmaken, koken, bezorgen, bouwen, zorgen en dankbaar zijn. De spanning ontstaat zodra ze succesvoller worden en de ruimte innemen die vroeger vanzelfsprekend aan anderen werd toegekend.

Dat zie je overal. Mensen van kleur en kinderen van immigranten zijn steeds vaker niet meer het onderwerp waarover wordt gesproken, maar degenen die spreken, presenteren, besturen en duiden. Ze zitten aan talkshowtafels, in gemeenteraden, op redacties, in rechtbanken, universiteiten, raden van bestuur en politieke panels. Ze zijn geen lijdend voorwerp meer in het nationale verhaal, maar mede-auteurs ervan. Voor wie gewend was dat “de ander” hoogstens figureerde in reportages over achterstand, integratie of overlast, is dat een forse statuscorrectie.

Foto: WenPhotos on Pixabay

Polarisatie als probleem, onrecht als bijzaak

Er bestaat een heel genre aan schrijfsels waarin polarisatie wordt behandeld als een probleem van toon, empathie en sociale omgangsvormen. De conflicten zelf verdwijnen daarin naar de achtergrond. Deze column is daar een goed voorbeeld van. Het stuk presenteert zichzelf als een pleidooi voor nuance en het hervinden van ‘het echte gesprek’, maar schuift daardoor al snel van inhoud naar omgangsvormen, alsof maatschappelijke tegenstellingen vooral ontstaan doordat mensen niet aardig genoeg met elkaar praten.

Dat begint al in de openingsscène. De zoon die over Gaza begint wordt neergezet als emotioneel, absolutistisch en sociaal agressief: “Het zijn gewoon de feiten, en wie dat niet wil zien, die bestaat voor mij niet.” Opvallend genoeg is dat soort taal, en vooral dat dramatische “bestaat niet voor mij”, een positie die ik buiten columns als deze eigenlijk nooit tegenkom. Het voelt vooral toegevoegd om het standpunt radicaler en onredelijker te laten klinken. Daar tegenover staat een uitspraak die inmiddels juist overal te horen is: “Begin bij 7 oktober. Jullie laten je inpakken door Hamas-fakenieuws.” Toch behandelt de column beide reacties als equivalent bewijs van ontsporende polarisatie. Daarna positioneert de auteur zichzelf erboven, als degene die ziet hoe “beide kanten” ontsporen en reflecteert op zichzelf. Dat is een bekende journalistieke reflex: het redelijke midden claimen. Alleen is dat midden zelden neutraal.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

Foto: Max Kukurudziak on Unsplash

Brand als boodschap: van theorie naar lucifer

De onderstaande video uit Ontario, Canada voelt als een concrete, rauwe illustratie van wat How to Blow Up a Pipeline van Andreas Malm theoretisch probeert te duiden.

Een werknemer steekt een distributiecentrum in brand, filmt het moment van ontsteking en zet het online. Geen paniek, geen onsamenhangend geschreeuw. Eén zin: “All you had to do was pay us enough to live.” Daarna vuur en een gebouw dat verdwijnt.

Dat is geen uitbarsting zonder richting. Dit is communicatie, zij het in de meest destructieve vorm denkbaar.

Malm stelt dat sabotage van eigendom een rationele escalatie kan zijn wanneer politieke en sociale kanalen structureel falen. Hij plaatst dat buiten geweld tegen personen en probeert er een strategisch kader omheen te bouwen. Veel kritiek richt zich op de vraag of dat onderscheid houdbaar blijft. Tegelijk legt hij wel iets bloot: frustratie stapelt zich op tot het moment waarop symbolische actie plaatsmaakt voor materiële ingreep.

Wat in Ontario gebeurt, lijkt op een ongepolijste versie van die gedachte. Geen beweging, geen strategie, geen discipline. Wel dezelfde onderliggende conclusie: praten levert niets op, dus volgt een daad die niet genegeerd kan worden.

En eigenlijk is het logisch. In de VS ontvangen miljoenen mensen die voltijd werken bij bedrijven als McDonalds en Walmart bijvoorbeeld voedselbonnen van de staat, terwijl de bedrijven miljardenwinsten maken, en niemand die daar iets aan lijkt te willen doen. Wie decennia aan loonstagnatie, toenemende onzekerheid en structurele afhankelijkheid ondergaat, gaat hier anders tegenaan kijken. Dan verschuift de vraag van legitimiteit naar effectiviteit. Wat werkt nog? Wat dwingt aandacht af?

Foto: "Bevrijding van Sint-Michielsgestel" by Brabant Bekijken is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De parodie die 5 mei dreigt te worden

Sef wordt geen Ambassadeur van de Vrijheid. Eerst wel in beeld, daarna toch afgevallen. Volgens hem vanwege zijn uitgesproken standpunten over de genocide in Palestina. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei weigert te reageren, maar ik geloof hem, want er is al een tijdje een tendens om de herdenking los te koppelen van het heden. Vrijheid is blijkbaar prachtig, zolang je er niet al te concreet gebruik van maakt. Die afwijzing ondergraaft het hele idee van 4 en 5 mei. Als het vieren van vrijheid niet kan verdragen dat iemand die vrijheid gebruikt om actueel onrecht te benoemen, blijft er weinig meer over dan een ritueel zonder betekenis.

In theorie herdenken we op 4 mei de slachtoffers van oorlog en onderdrukking. Op 5 mei vieren we de bevrijding. De onderliggende boodschap luidt steevast dat vrijheid meer is dan een vlag, een festival en een obligate verwijzing naar “dit nooit weer”. Juist daarom is dit zo wrang. Het probleem is niet alleen de beslissing zelf, maar wat die beslissing blootlegt: dat de lessen die op 4 mei worden uitgesproken op 5 mei alweer zijn vergeten. Of misschien eigenlijk nooit zijn geleerd. Vrijheid zou ook moeten betekenen dat mensen kunnen spreken over onrecht, juist wanneer dat politiek gevoelig ligt. Maar dan blijkt ineens dat een artiest met een uitgesproken mening over de genocide in Gaza toch net iets te ingewikkeld wordt.

Trans en sport: de uitsluiting en de wetenschap die er niet is

Het Internationaal Olympisch Comité heeft besloten dat vanaf de Olympische Spelen van 2028 alleen “biologische vrouwen” nog welkom zijn in de vrouwencategorie, vastgesteld via een genetische test. Trans vrouwen worden uitgesloten. De maatregel ruikt naar het tevreden houden van de organisator van de volgende spelen, de VS, want de grootste druk en ‘verontwaardiging’ komt daarvandaan.

Maar de officiële rechtvaardiging klinkt bekend: eerlijkheid, gelijke kansen, bescherming van de vrouwensport. Alleen, er bestaat geen robuuste wetenschappelijke consensus dat trans vrouwen structureel een doorslaggevend voordeel hebben in alle of zelfs maar de meeste sporten. Sportprestaties zijn het product van een complex samenspel van training, genetische aanleg, toegang tot faciliteiten, coaching en voeding. Het idee dat één factor, een chromosoom of een verleden, dat geheel domineert, is een simplificatie die vooral politiek bruikbaar is.

Sterker nog, voor veel trans vrouwen geldt dat een medische transitie sportief gezien eerder een nadeel oplevert dan een voordeel. Hormonale therapie verlaagt spiermassa, kracht en uithoudingsvermogen, terwijl botmassa behouden blijft. Wat overblijft is zelden een superieure atleet, eerder iemand die zich opnieuw moet aanpassen aan een lichaam dat minder presteert dan voorheen.

En zelfs de voorgestelde genetische afbakening houdt geen stand. Een XY-chromosoom maakt iemand niet automatisch “man”. Intersekse variaties bestaan en zijn onderdeel van normale menselijke diversiteit. Dat zijn geen uitzonderingen die je weg kunt modelleren; dat is biologie die zich niet laat reduceren tot een binaire aan of uit.

Volgende