President Klaas Knot van de Nederlandse Bank: bezuinigingen en loonmatiging maken crisis erger
Inkomensmatiging maakt de boel ook nog eens erger. Hypotheekrente-aftrek een ramp. Oud profiteert terwijl jong klem zit.
Zijn volledige presentatie (PDF)
Recent suggereerde Peter de Waard in De Volkskrant (´Was Toyoda het grootste autogenie?` d.d. 24-9-2013) dat het succes van de Japanse autofabrikant Toyota niet zozeer aan het collectief en kaderdiscipline toe te schrijven zou zijn, maar veel meer aan het genie van de leider Eiji Toyada en de door hem geïntroduceerde en toegepaste managementfilosofie, de zogenaamde ‘kaizen’. Dit staat ook wel bekend als het Toyota Production System (TPS). In de TPS-leer zijn alleen die productiehandelingen waardevol die ‘waarde toevoegen voor de klant’, dat wil zeggen waarvoor deze bereid is te betalen: "de klantvraag staat centraal," heet het dan. Alle overige handelingen ("uit het raam kijken," etcetera) zijn verspilling en dienen door tegenmaatregelen ("kranten voor de ramen, oogkleppen?") te worden geëlimineerd. Vandaar dat de TPS-leer ook wel bekend staat onder de naam ‘Lean’. Andere essentiële elementen in het TPS zouden bestaan in het zoveel mogelijk medewerkers zelf laten nadenken over de manier waarop ze werken en het daarbij voortdurend stimuleren van innovatieve ideeën, bij voorkeur van de werkvloer, om zodoende een zichzelf versterkende cultuur van ‘continu verbeteren’ te bewerkstelligen. Wie kan daar nou tegen zijn? En dan hebben we er ook nog de Toyota Corolla aan te danken!
Inkomensmatiging maakt de boel ook nog eens erger. Hypotheekrente-aftrek een ramp. Oud profiteert terwijl jong klem zit.
Zijn volledige presentatie (PDF)
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
COLUMN - Onlangs verscheen Vandaag staat niet alleen, een bloemlezing uit de meer dan 160 essays en memoires die de bekende econoom Jan Pen (1921-2010) vanaf de jaren ’60 schreef voor Hollands Maandblad. Pen vond dat veel van zijn werk geen eeuwigheidswaarde bevat, maar wie zijn essays, columns en boeken leest moet toegeven dat Pen relevant blijft. Aan economen zoals Pen is zelfs steeds meer behoefte.
Jan Pen was Neerlands beste ‘uitlegger’ van de economie. Denk aan Moderne Economie uit 1958, Het aardige van economie (1966) of Kijk, economie (1979). Het was ook zijn ambitie: ‘orator didacticus’ zijn. Maar op de een of andere manier stond de rol van ‘uitlegger’ bij hem zelf niet in hoog aanzien. Pen afficheerde zichzelf ook wel eens als ‘economisch journalist’, waarmee hij zichzelf toch echt tekort deed. Pen was een orator didacticus, is mijn stelling, juist omdat hij wetenschappelijk gevormd was. Pen had daardoor een glasheldere stijl van redeneren, maar ook de kundigheid die hem autoriteit verschafte.
Er is veel behoefte aan economen die met toegankelijke economische concepten de wereld begrijpelijker maken. Neem de financiële crisis of de onlangs opgelaaide Nederlandse pensioendiscussie. Mijn inschatting is dat de meerderheid van de Nederlanders eigenlijk in het duister tast en graag te raden zou gaan bij een publiekseconoom die de complexiteit behapbaar kan maken met heldere taal en treffende beelden.
COLUMN - De economen Eugene Fama, Robert Shiller en Lars Peter Hansen wonnen afgelopen maandag “de Nobelprijs van de economie” (dat bekt lekkerder dan Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel). Het is opvallend hoe divers de winnaars zijn. Kort door de bocht kun je zeggen dat Fama de efficiënte markthypothese heeft bedacht, Shiller heeft laten zien wanneer deze opgaat en vooral ook wanneer deze niet opgaat, en Hansen het mogelijk heeft gemaakt om de hypothese goed te testen. De keuze voor met name Fama is gedurfd, omdat de efficiënte markthypothese niet zo’n goede naam meer heeft sinds de financiële crisis.
Het ‘efficiënte’ deel van de efficiënte markthypothese wil zeggen dat informatie in aandelenprijzen wordt doorgerekend. Dit heeft dan weer alles te maken met concurrentie: zodra een beurshandelaar bijvoorbeeld hoort dat Shell een nieuw olieveld heeft gevonden, zal hij snel het aandeel proberen te kopen. Hierdoor stijgt de prijs van het aandeel zodat de nieuwe informatie meteen verwerkt is. Concurrentie is de kracht van het model, want op zich hoeft er maar één belegger nieuwe informatie te hebben om de informatie efficiënt te verwerken, als hij tenminste over voldoende geld beschikt. De efficiënte markthypothese wil zeggen dat je in principe geen hoger rendement kan halen dan in de marktportefeuille (bijvoorbeeld de AEX of Dow Jones), tenzij je extra risico neemt.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Zie voor meer informatie over het Basisinkomen onze serie Onvoorwaardelijk Basisinkomen
OPINIE - De EU stelt maar liefst acht miljard euro beschikbaar voor projecten om jongeren beter naar de arbeidsmarkt te begeleiden, las ik vorige week in dit stuk van mijn Sargasso-collega Jos van Dijk. Ook lidstaat Nederland laat zich niet onbetuigd. Onlangs maakte de overheid bekend dat er ter bestrijding van de oplopende jeugdwerkloosheid nog eens vijftig miljoen euro extra zal worden geïnvesteerd in leerbanen, stageplekken en beter onderwijs voor jongeren.
Hoewel sympathiek, is het nutteloze geldverspilling. Als we bijvoorbeeld kijken naar deze publicatie (pdf) van het CBS, dan zien we dat tussen 2002 en 2009 zowel de kort- als langdurige werkloosheid voor alle leeftijdsgroepen min of meer gelijk opgaat met de macro-economische conjunctuur. Ook na 2009 is deze relatie natuurlijk gewoon intact gebleven.
Overigens is het natuurlijk helemaal niet vreemd dat met name de jeugdwerkloosheid sterk conjunctuurgevoelig is. Jongeren zijn immers afhankelijk van nieuwe of nieuw openvallende banen. In een periode van laagconjunctuur zullen er daar vanzelfsprekend maar weinig van zijn.
We kunnen er veilig vanuit gaan dat sinds 2009, toen de jeugdwerkloosheid nog onmiskenbaar conjunctuurafhankelijk was, de arbeidsvaardigheden van de Nederlandse jongeren niet wezenlijk zijn veranderd. Het probleem zit ‘m dus niet in het aanbod van arbeid, maar in de vraag naar arbeid. De maatregelen die de onze overheid voorstelt – kort gezegd: betere training voor jongeren – lossen op dit moment dan ook geen enkel probleem op.
ELDERS - Jeugdwerkloosheid is een bom onder de Europese economie.
De wereld is rijker dan ooit, volgens een rapport van Credit Suisse. Zwitserland staat bovenaan en alhoewel de grootste groeiers elders te vinden zijn, staan Europese landen als Zweden, Frankrijk, België en Denemarken nog steeds in de top tien. De verdeling van al die rijkdom is natuurlijk een heel ander verhaal. In veel Europese landen wordt de verdeling van de welvaart tussen jong en oud een groeiend probleem. De jeugdwerkloosheid kwam begin dit jaar op een hoogtepunt van bijna een kwart van alle jongeren. De eurozone scoort zelfs nog iets hoger dan de EU in z’n geheel. De hoogste aantallen werkloze jongeren zijn – niet onverwacht- te vinden in Griekenland, Spanje en Portugal.
In Polen is de jeugdwerkloosheid iets hoger dan het Europese gemiddelde, maar veel hoger dan de werkloosheid onder ouderen: 26,5% tegen 8,5%. De “grote Poolse uittocht gaat door” schrijft de Poolse krant Rzeczpospolita deze week. Steeds meer Polen zoeken het buitenland op, vooral jongeren. Dziennik Gazeta Prawna, een andere Poolse krant, maakt zich onder de titel “Jongeren gezocht” zorgen over de demografische ontwikkeling in Polen.
Polen vergrijst en telt dit jaar naar verwachting voor het eerst minder inwoners dan vorig jaar. Het wordt een land waarvan de economie maar weinig gewicht in de Europese politieke schaal legt, en waar je meer gepensioneerden op een bankje ziet dan spelende kinderen, schrijft Dziennik Gazeta Prawna. De krant wijt deze ontwikkeling aan de anti-gezinsstemming in het land. Het concept van het traditionele gezin is in crisis. Er wordt minder getrouwd en meer gescheiden. De hoogste katholieke geestelijke in Polen, bisschop Józef Michalik waarschuwde deze week dat kinderen van gescheiden ouders extra kwetsbaar zijn en gemakkelijker slachtoffer worden van seksueel misbruik. De bisschop moest zijn uitspraken nuanceren, maar het laat wel zien dat Polen nog niet klaar is met zijn katholieke verleden. En dat het traditionele gezin er nog steeds heilig is. Het gematigd conservatieve Rzeczpospolita pleit voor een pro-gezinsbeleid. Het is de “bestaansreden van de staat. Met een geboortecijfer van 1,3 kinderen per vrouw bekleedt Polen de 212e positie op de lijst van 224 landen.” Maar meer kinderen zal zonder verbeterde economische perspectieven leiden tot een nog hogere jeugdwerkloosheid en een nog grotere uittocht naar het buitenland.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Het shockerende verhaal hoe Griekse banken ‘gered’ worden, hoe bankiers in de watten gelegd worden terwijl voor de rest van de mensen de harde wet van de vrij markt geldt.
COLUMN - Afschrijvingen is voorlopig uitgeschreven. Na een klein jaar, en in totaal twee jaar aan wekelijkse stukken, moet ik helaas minderen in verband met een groter schrijfproject. Voor deze slotaflevering kan ik niet anders dan terugblikken op de belangrijkste les die ik tijdens het schrijven heb geleerd. Niet uit zelfbevlekking, maar uit hoop om de urgentie ervan levend te houden. Want de urgentie is, ook bij de boven ons gestelden, ver te zoeken.
De les is deze: ‘de economie’ is niet het bbp, maar het vermogen om het bbp te maken. Het bbp registreert slechts een stroom van goederen en diensten (waarvoor betaald is). De economie is het vermogen om deze stroom op gang te brengen, jaar in jaar uit, en niet het bbp zelf.
Dit vermogen heeft veel te maken met de balans van de BV Nederland, de ‘onderliggende’ bezittingen en schulden die we sinds de crisis gelukkig goed op ons netvlies hebben. Die balans staat er op zich goed voor, want ons spaargeld, pensioenvermogen en huizenbezit zijn veel meer waard dan onze schulden, ook als je de overheidsschuld meetelt. Hoe beter de balans, hoe hoger ons ‘eigen vermogen’, hoe meer toekomstig inkomen we daaruit mogen onttrekken.
COLUMN - Ik ben hard bezig mijn hypotheek versneld af te lossen. Niet omdat, zoals je de laatste tijd in de media hoort, ik mijn schuldenlast wil verlagen. Nee, ik doe het omdat ik de banken niet langer vertrouw en omdat ik het ze niet langer gun van mijn geld te profiteren.
Laat ik maar eerst toegeven dat ik naïef geweest ben en me begin deze eeuw zo’n aflossingsvrije beleggingshypotheek heb laten aansmeren. Ik heb niet doorgevraagd wat nou al die extra verzekerings- en administratieve kosten waren. Stom stom stom.
Maar goed. Ik heb die hypotheek nu. En die hypotheek is bij een financiële instelling die tot nu toe geen enkele blijk heeft gegeven van haar verantwoordelijkheid in de crisis van de afgelopen jaren. Laat staan van haar verantwoordelijkheid jegens haar klanten.
Daarmee kom ik dus op de twee punten die me dwars zitten. Ik vertrouw ze niet. Ik vertrouw ze helemaal niet. Zolang alles goed gaat, zijn ze poeslief. Maar als het slechter gaat, bij hen of bij mij, dan zullen ze er alles aan doen om als winnaar uit de bus te komen. En dat maakt mij kwetsbaar.
Meest sprekende voorbeeld was de brief een jaar of twee geleden. Het beleggingsresultaat bleef achter bij de verwachtingen. Of ik toch vooral maar wat meer geld wilde overmaken zodat later de hypotheek gedekt zou zijn. De beleggingen zijn hun unique selling point. Daar vangen ze van mij naast een jaarlijkse inleg ook nog eens honderden euro’s “administratiekosten” voor. En toch zijn ze niet in staat om het product te leveren wat ze beloofd hadden. Maar erger nog, ze zijn ook niet bereid om iets aan de kosten kant te doen om het rendement te verbeteren. Nee, of ik maar meer geld wil dokken.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.