Brief aan Hero Brinkman

Beste Hero, Ik weet het nooit zo goed met u. Moet ik u nou serieus nemen of niet? Ben u nou dapper of dom? Een Don Quichot die verwikkeld is in een gevecht dat hij niet kan winnen, of de man die eigenhandig een van de grootste politieke partijen van Nederland gaat hervormen? Eén ding is zeker: u bent de enige PVV’er die nog wel eens een glimlach op mijn gezicht weet te toveren. Brinkman wil PVV jongerendag. Brinkman wil de PVV democratiseren. Brinkman wil PVV leidersverkiezingen. Brinkman wil het PVV Polenmeldpunt uit de lucht. U wilt van alles, zoveel is duidelijk. U mag alleen nooit wat van Wilders. En dus vindt u dat de PVV pervers in elkaar zit.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Is kritiek op huftergedrag een beperking van de vrije meningsuiting?

Op het (niet zo heel erg maar ze doen hun best) pro-hufterige blog ‘De Reaguurder’, verscheen een artikel tegen fatsoensridders en moraalfascisten. Ik was al een tijdje niet op De Reaguurder geweest, maar de auteur probeerde op Twitter  mijn aandacht te trekken, dus ik ging weer eens kijken. Ik voelde me aangesproken en reageerde als volgt:

Ik ben inderdaad zo’n zelfverklaarde fatsoensridder, een moralfag die steeds klaar staat met zijn wijsvingertje als hij vindt dat hufters over de schreef gaan. Laat me eens wat dieper in gaan op jouw persoonlijke ‘huftermanifest’, waarmee je dat van Bert Brussen op GeenStijl nog eens dunnetjes over doet. Heel dunnetjes, want een echte hardcore hufter ben je zomaar niet.

Allereerst zet ik graag een vraagteken bij de centrale premisse van je stuk. Je begint met uitgebreid uitleggen dat wij fatsoensridders alles mogen zeggen en schrijven. Dat is fideel van je. Maar dan zeg je: “jullie menen dat jullie de enigen zijn met dat recht op vrije meningsuiting”. Dat is de kern van je betoog, die nog eens terug komt in je conclusie: “(…)dat wij jullie niks willen ontzeggen, jullie het recht op een bepaalde manier van uiten niet proberen te ontnemen of ondermijnen. Zoals de fatsoensridders en moralisatienazi’s dat constant op verkapte wijze trachten te doen.”

Digitale schaduw: poppetje van nullen en enen?

Het idee dat onze gegevens worden opgeslagen en gedeeld is al jarenlang een hot topic in Nederland. Onder ICT’ers en digitale burgerrechtenactivisten is de term ‘digitale schaduw’ al langer bekend. Maar ‘gewone burgers’ zoals ik snappen er vaak de ballen van. Hoe bedoel je een digitale identiteit? Is dat een soort poppetje gemaakt van en nullen en enen? Wat betekent het voor mij? En wat kan ik er zelf aan doen, vraagt Mariette Hummel zich af.

In juni 2011 begon ik met het DigiMe-project. Met dit onderzoek – gecrowdfund via Nieuwspost.nl – wil ik meer inzicht krijgen in mijn digitale schaduw. De term ‘digitale schaduw’ zal ongetwijfeld bekend zijn onder de Sargassolezers, dankzij hoofdredacteur Dimitri Tokmetzis en zijn nieuwe boek. Toen ik mijn project op Nieuwspost zette was het debat omtrent het Elektronisch Patiënten Dossier nog in volle gang, ook was er net een wetsvoorstel voor een landelijke DNA-bank afgewezen. Mijn Facebook newsfeed stond op dat moment vol met discussies over onze privacy en hoe we deze langzaam aan het verliezen zijn. Maar zoals Dimitri al vaak schreef: dit debat over privacy is eigenlijk achterhaald. Onze gegevens zijn namelijk al overal opgeslagen. Ze worden doorverkocht aan bedrijven of gekoppeld door overheden.

Mijn zoektocht begon met het meest voor de hand liggende: ik googelde mijzelf. En ik schrok me kapot: op mijn scherm verscheen een kaartje, met een virtuele punaise op mijn huis gericht – op de meter nauwkeurig. Naast het kaartje stonden mijn mobiele telefoonnummer en mijn privéadres. Het klopte als een bus. Deze informatie was via de website van TomTom op internet gekomen. Maar ik had geen TomTom; sterker nog: ik had geen auto en zelfs geen rijbewijs. Ik mailde ex-rechercheur Wilfred van Roij van het digitaal opsporingsbedrijf Com-Connect en vroeg hem hoe die gegevens bij TomTom waren gekomen. “Kamer van Koophandel”, schreef hij. Verrek, dacht ik, als freelance journalist sta ik inderdaad ingeschreven bij de KvK. Deze verkoopt je adresgegevens en telefoonnummer dus door, tenzij je nadrukkelijk aangeeft dat je dat niet wilt. Toen ik mij in 2010 bij de KvK inschreef, is mij dat niet verteld. Het bleek vervolgens een hels karwei om mijn privégegevens weer privé te krijgen. TomTom heeft mijn adres uit het systeem gehaald maar in no time had een volgend bedrijf mijn adres en mobiele nummer weer gepubliceerd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Vorige Volgende