In deze serie worden acht presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis behandeld die volgens de auteur als voorbeeld zouden moeten dienen voor tegenwoordige en toekomstige ambtsdragers. Enkele van deze historische leiders zijn helaas relatief onbekend; de meesten zeer ondergewaardeerd.
James K. Polk (1795-1849) was een fervent aanhanger van Andrew Jackson en wordt vaak de laatste sterke president van voor de Burgeroorlog genoemd. Omdat hij het grondgebied van de Verenigde Staten aanzienlijk uitbreidde en een aaneenschakeling van cruciale overwinningen boekte op buitenlands beleid wordt hij verder door historici gewoonlijk als één van de meest succesvolle presidenten bestempeld.
Gedurende zijn vier jaar als president (1845-1849) verlaagde Polk import- en exporttarieven waardoor de handel opbloeide en de belastingopbrengst met maar liefst de helft toenamen. Verder weerhield hij de instelling van een nieuwe centrale bank, iets waartegen ook Jackson had geageerd, en handhaafde hij een onafhankelijke staatskas. Polk ambieerde geen tweede termijn en stierf, geslaagd maar uitgeput, minder dan een jaar na zijn aftreden. De presidenten na hem, tot Lincoln meer dan tien jaar later werd gekozen, slaagden er niet in de almaar groeiende kloof tussen het industriële Noorden van het land en het slavenhoudende Zuiden te dichten.
De Burgeroorlog betekende een gigantische tegenslag voor de republiek. De daaropvolgende Reconstructie werd in het Zuiden als een economische kwelling ervaren terwijl de segregatie het offer van elke gesneuvelde soldaat van de Unie onteerde.