Brand!

RECENSIE - Een pleidooi voor een radicaal nieuwe groene politiek

Een jaar of tien geleden bezocht de journaliste Naomi Klein een conferentie van het Heartland Institute, een conservatieve Amerikaanse denktank. Zij had toen al twee veelbesproken boeken geschreven met kritiek op het kapitalisme en de Amerikaanse hegemonie: No Logo over de consumptiecultuur, de merkendrift en de globalisering, en The Shockdoctrine over het misbruik dat kapitalisten maken van economische en politieke crisissen om landen naar hun hand te zetten. Het Heartland Institute is bekend geworden als bron en aanjager van degenen die de wetenschappelijke consensus over de opwarming van de aarde verwerpen. Op de conferentie die Klein bijwoonde werden de waarschuwingen tegen de klimaatbeweging in alle toonaarden gehoord. De grote noemer is het dreigende verlies van de vrije markteconomie en de American way of life. Het hele idee van klimaatverandering is een ‘Trojaans paard, bedoeld om het kapitalisme af te schaffen en door een soort ecosocialisme te vervangen’ en om ‘de Amerikaanse manier van leven te transformeren in het belang van de mondiale herverdeling van rijkdom.’

De ‘klimaatontkenners’ van het Heartland Institute hebben volgens Klein met deze waarschuwingen goed opgelet. Want daar gaat het inderdaad om. De klimaatcrisis is voortgekomen uit ‘dé grote leugen waarop ons economisch model is gebaseerd: dat de natuur oneindig is (…) De klimaatcrisis roept fundamentele vragen op over de op expansie en extractie gerichte houding die onze relatie met de natuur zo lang heeft bepaald.’ Achter het probleem van de klimaatverandering zit het probleem van de uitbuiting van mens en natuur, de kern van het dominante neoliberale economische model. Klimaatontkenners keren zich niet zomaar tegen wetenschappelijke feiten. Ze zijn bang voor de maatschappelijke en economische implicaties van die feiten. Hun politieke agenda verdient daarom meer aandacht dan hun volledig gebiased wetenschappelijk discours.

Klein’s impressies van haar bezoek aan het Heartland Institute zijn te lezen in haar nieuwste boek Brand!, een bundeling van artikelen en toespraken over de klimaatopwarming en een pleidooi voor een radicaal nieuwe, groene en sociale politiek. Het is het vervolg op haar boek uit 2014 This Changes Everything: Capitalism vs. the Climate (Nederlandse titel: No time: verander nu, voor het klimaat alles verandert). Het boek laat zien dat Klein al ver voordat dit idee gemeengoed werd een oplossing voor de klimaatopwarming niet mogelijk achtte zonder hervorming van de neoliberale vrijemarkteconomie.

Green New Deal

Klein begint Brand! met een actueel verhaal over de scholierenbeweging van Greta Thunberg en de Green New Deal van het Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez. Langzaam maar zeker dringt het besef door dat een ‘allesomvattend holistisch plan’ nodig is om de natuurbrand die gaande is te blussen. In de daarop volgende artikelen die geschreven zijn tussen 2011 en 2019 zien we Klein’s pleidooi voor zo’n holistische aanpak groeien. In de Verenigde Staten resulteert dit in een voorstel van Democratische afgevaardigden voor een Green New Deal dat verder gaat dan Timmermans’ plan voor de EU. De resolutie van Ocasio-Cortez die inmiddels door 105 leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat is ondertekend koppelt de klimaataanpak aan de bestrijding van sociaal-economische ongelijkheid. In haar epiloog schetst Klein de betekenis van de Green New Deal. Ze verwerpt de kritiek dat het sociaaleconomische program de hervormingen ten gunste van het klimaat in de weg zitten. ‘Het is precies andersom’, schrijft Klein, de sociaaleconomische onderdelen ‘geven het voorstel juist vleugels’.

Globaal

Naomi Klein is Canadese van geboorte, dochter van Amerikaanse vredesactivisten die tijdens de Vietnamoorlog het land ontvluchtten. Ze woont nu in de VS, zit in het bestuur van milieuorganisatie 350.org en was betrokken bij vele acties waaronder het protest tegen de XL Keystone oliepijplijn die in Canada gewonnen teerzandolie moet vervoeren naar raffinaderijen in het zuiden van de VS (onlangs blokkeerde het Amerikaanse Hooggerechtshof voortzetting van de bouw op het Amerikaanse traject).

Veel van Klein’s verhalen hebben gaan over de Verenigde Staten en Canada. Ze laten zien dat de milieubeweging daar ondanks (of dankzij?) Trump flink is gegroeid in de loop van de jaren. Maar Klein’s perspectief is toch wel globaal. Ze springt moeiteloos over van Noord-Amerika naar andere delen van de wereld. Bijzondere aandacht besteedt ze aan inheemse volken die zich verzetten tegen de aantasting van hun woongebieden door vervuilende multinationals (zoals in de Filippijnen) en aan grassroots bewegingen in door milieurampen getroffen gebieden die hun leefwereld onder eigen regie weer proberen op te bouwen (zoals in Puerto Rico na de orkaan Maria)

Milieuracisme

In haar Edward Said-lezing, in 2016 in Londen, kaart Klein de verwoestende invloed aan van de ongeremde exploitatie van fossiele brandstoffen ten koste van landbouw, veiligheid en mensenrechten. Risico’s van een beleid dat de uitstoot van CO2 verhoogt worden afgewenteld op bevolkingsgroepen die geen bescherming meer gegund wordt en die hun land zien verdorren, verkommeren door overstromingen of op termijn in zee zien verdwijnen. Daar ligt dan een wij-zij denken (othering) aan ten grondslag dat Said in zijn Orientalism definiëerde als ‘negeren, stereotyperen en ontkennen van de humaniteit van een andere cultuur, volk of geografisch gebied’. En, vervolgt Klein, ‘als die “ander” eenmaal duidelijk is weggezet ligt de weg vrij voor allerlei vergrijpen: gewelddadige verdrijving, landtoe-eigening, bezetting, invasie.’ Onze door fossiele brandstoffen aangedreven economie eist volgens Klein ‘opofferingszones’. Groningen, dacht ik hierbij, of is dat overdreven?

Momentum

Brand! is een politiek pamflet dat in vervolg op de Amerikaanse Green New Deal van begin vorig jaar een positieve ondertoon heeft. Een Obama-achtig ‘Yes we can’. Het momentum is nu daar, lezen we in meerdere bijdragen. Maar is dat zo? Klein zegt terecht dat de opkomst en de voorzichtige groei van de milieubeweging aan het einde van de vorige eeuw samenvielen met sociale en economische omstandigheden die alle voorwaarden voor een aanpak van de klimaatopwarming successievelijk om zeep hielpen. Terwijl die aanpak om collectief gedragen inspanningen vroeg en om een centrale regie van de overheid, werd de staat op de golven van het neoliberalisme langzaam maar zeker uitgekleed ten gunste van de macht van private, wereldwijd opererende bedrijven die geen boodschap hadden aan de milieubeweging. Ze verklaart daarmee de trage doorbraak van de aanhang van de milieubeweging.

Het verschil met de New Deal

Roosevelts New Deal uit de dertiger jaren, het grote voorbeeld van de aanhangers van de Green New Deal boekte juist succes omdat die plannen aansloten bij een hechte, collectieve arbeidersbeweging die met stakingen en andere acties aandrong op bestrijding van de ellende van de economische crisis. De mainstream milieubeweging die sinds het rapport van de Club van Rome naar oplossingen zoekt om de natuur en het klimaat te redden opereert in een geïndividualiseerd politiek klimaat. Politiek als verlengstuk van individuele keuzes. Verbeter de wereld begin bij jezelf. En met die strategie gaan we het volgens Klein niet redden. Ze maakt echter niet goed duidelijk waarom nu wel hét moment is aangebroken om die a-politieke individualistische benadering om te zetten in een collectieve beweging. En dan nog wel een die zo radicaal is en een ommekeer op zoveel verschillende gebieden moet bewerkstelligen. Roosevelt kon met zijn New Deal de verpauperde Amerikaanse bevolking concrete verbeteringen in het vooruitzicht stellen. Het succes van een Green New Deal zal ook nu weer afhangen van een perspectief op verbetering van de leefsituatie van grote groepen Amerikanen die de afgelopen decennia in hun welvaart en welzijn flink zijn achteruitgegaan.

Het boek van Klein verscheen vlak vòòr de coronacrisis. De hoop is dat deze crisis een breuk gaat betekenen, maar dat verwachtte iedereen ook na de financieel-economische crisis van 2008. Je moet het Naomi Klein in elk geval nageven: ook na meer dan tien jaar pleiten voor verandering blijft ze onveranderd optimistisch.

  1. 1

    Als ik me omdraai zie ik mijn gefromfraaide “No Logo” in de kast staan, de plank dominerend in al haar gezwollenheid nadat het hele boek ooit kletsnat was geregend tijdens een moesson, maar Klein en de roep om radicale veranderingen in het algemeen vind ik inmiddels niet meer zo interessant.

    Ik studeerde en woonde vroeger in Wageningen. Ik ken van dat soort mensen, wereldvreemd optimisme over maatschappelijke transformaties in combinatie met onbegrip voor ook maar enige terughoudendheid voor de beoogde transformatie dan ook.

    Een vriend opperde ooit aan de eettafel dat wat hem betreft alle restaurantsmenu’s verplicht veganistisch moesten zijn. Niet vegitarisch, nee, zelfs kaas en honing werd mij niet gegund. Ik lachte, maar bespeurde niets dan serieusheid in zijn ogen. Dat was een openbaring.

    Klein’s collectief is niet weggelegd voor mij. Aan het roer staat steevast de halve procent die voor wie de sympathieke minderheid niet militant genoeg is, die de rest haar verheven wil op wilt leggen. Je ziet het overal, in elk debat. Het type dat jou onverdraagzaam vind omdat je LGBT zegt, en niet LGBTQIAP, omdat je genderbevestigende operaties bij prepuberale kinderen wel wat voorbarig vind, omdat je begrip hebt voor strikte regels rond abortus in het derde trimester.

    Ik vlieg nauwelijks meer voor wat het waard is, en ik gun de sterke Ierse staat alle Apple belastingmiljarden die ze met alle macht niet wilt ontvangen. De overheid mag van mij best microbeads in shampoos en chocola van slavenarbeid verbieden, en ik verlies geen slaap als er morgen geen kleding uit brangevaarlijke fabrieken in Bangladesh bij de Primark in de schappen ligt. Bij greenwashing van multinationals neem ik optimistisch het goede bij het kwade. Gooi bij voldoende draagvlak met alle liefde het roer maar radicaal om. Ik steun het allemaal van harte. Ik geef morgen de helft van mijn welvaart op voor een “green deal” als het moet, oprecht.

    Maar ik kan echter inmiddels voor niemand meer sympathie meer opbrengen in dit debat. Dat is best een prestatie.

  2. 2

    @1: Ooit was het ook ondenkbaar dat de slavernij afgeschaft zou worden. Ik bedoel, vind van Naomi Klein en die veganistische vriend van je wat je wil natuurlijk, ik ken ze geen van beiden bijzonder goed, maar hun al dan niet wereldvreemde idealen zijn natuurlijk geen argument tegen de roep om radicale veranderingen of het bestaan van maatschappelijke transformaties überhaupt. Die laatste komen immers voor, en die worden mede-bewerkstelligd door het op het eerste gezicht onredelijke optimisme van die eerste. Defaitisme, hoewel lekker makkelijk en daarom aantrekkelijk, heeft daarentegen nog nooit wat gedaan.

  3. 4

    @3: Mao en Lenin* &c. zijn inderdaad al betere argumenten tegen (top-down) radicale veranderingen, hoewel nog steeds niet tegen radicale verandering überhaupt.

    ___
    * iedereen heeft het altijd over Stalin, maar de eerste stalinist was toch echt Lenin …

  4. 5

    @4: voor radicale veranderingen zijn de meeste mensen niet te porren, dus een kleine minderheid zal ze (met geweld of anderzins) moeten dwingen. <== dat een beter argument tegen radicale verandering?

  5. 6

    @5

    voor radicale veranderingen zijn de meeste mensen niet te porren

    Gezien de geschiedenis van radicale verandering lijkt het me wel belangrijk om te proberen dat zo te houden. Op tijd bijsturen dus, om de kans zo klein mogelijk te maken dat ooit een groot deel van de bevolking wel radicale veranderingen wil.

  6. 7

    @6: tsja, ik denk dat je als radicaal niet zoveel invloed hebt op wat de (gematigde) bevolking wil. Of je moet ze een oorlog inhitsen ofzo

  7. 8

    @1: onverdraagzaamheid is wel het laatste wat ik in het boek van Klein gelezen heb. Ik geloof best dat het bestaat bij sommige arrogante moralisten. Maar ik begrijp niet goed dat je dit koppelt aan iemand die in alle redelijkheid pleit voor ingrijpende veranderingen waar al sinds de Club van Rome om geroepen wordt.
    @4: Klein bepleit veranderingen van onderop, ze verwacht veel van grassroots bewegingen, mijlenver verwijderd van de praktijk van de figuren die jullie noemen
    @6: Hoe dat ‘bijsturen’ in de recente geschiedenis is verlopen is mooi te lezen in een van Klein’s vorige boeken, De Shockdoctrine

  8. 9

    @7

    Je zou je ook ’s af kunnen vragen hoe radicalen als Lenin of Mao ooit aan de macht hebben kunnen komen. Misschien wel omdat een flink deel van de bevolking radicaal kan worden als de omstandigheden daarnaar zijn. Of lijkt je dat onmogelijk?

  9. 11

    @10

    Er is verder vast wel iemand anders die met je wil praten

    Wie weet. Dat jij geen zin hebt in een echt gesprek blijkt wel weer uit je ontwijkende antwoorden. Ik vind het best. Dan ga ik me verder in de geschiedenis verdiepen. Ik doe al een maand of wat weinig anders. Maar wel over een heel ander onderwerp.

  10. 12

    De geschiedenis staat vol met revoluties, dat zijn toch echt radicale veranderingen. Maar als ik 7 lees, begrijp ik dat als een grootdeel van de bevolking een radicale verandering teweeg brengt, dat ze dat eigenlijk niet wilden, maar opgehitst zijn.

    wat dacht je van de Franse Revolutie?

  11. 13

    @5:

    voor radicale veranderingen zijn de meeste mensen niet te porren, dus een kleine minderheid zal ze (met geweld of anderzins) moeten dwingen. <== dat een beter argument tegen radicale verandering?

    Nee, want ten eerste heb je het nu gewoon opnieuw over top-down veranderingen à la Mao en Lenin die we in het vorige hoofdstuk al behandeld hebben. Bottom-up veranderingen zijn bijvoorbeeld plaatselijke experimenten met UBI of nieuwe vormen van werk (democratie op de werkvloer, stimuleren van coöperaties, vierdaagse werkweek, etc.) of gratis onderwijs en openbaar vervoer die, mits succesvol, kunnen uitgroeien tot radicale veranderingen op grotere schaal. Ten tweede ga je voorbij aan het kraakheldere feit dat de status quo nú al alleen door structureel geweld en massamanipulatie door een minderheid wordt opgelegd aan de meerderheid.