Bijbelse plagen en de zen-meester

Mali en Niger worden bedreigd door een enorme sprinkhanenplaag. De oorzaak ligt onder andere aan de Arabische Lente.

Sprinkhanenplagen zijn een bijna jaarlijks verschijnsel in landen rondom de Sahara. De plagen die Mali bedreigen komen doorgaans uit het noorden. Algerije en Libië bestrijden doorgaans een flink deel van de plagen, maar dit jaar ligt dat anders. Algerije worstelt met een aantal schermutselingen aan de grenzen. In Libië had men dit jaar even wat anders aan het hoofd.

Bijkomend probleem is de politieke onrust in Mali. Een Touareg-opstand bemoeilijkt de bestrijding van de sprinkhanen. Internationale hulpverleners van de Food and Agriculture Organization krijgen geen toegang tot het gebied. De plattelandsbevolking is op zichzelf aangewezen in een toch al moeilijke situatie.

Vorige week bleek al dat de onrust in Libië meer onvoorziene gevolgen had, namelijk dat veel Touareg-huurlingen ineens werkloos waren en terugkeerden naar Mali, alwaar ze even een coup pleegden.

Ik moet bij dit soort berichten altijd terugdenken aan een fenomenale scene uit Charlie Wilson’s War (helaas niet op youtube oid). Charlie Wilson (gespeeld door Tom Hanks) is een nogal komisch Congreslid dat voor weinig deugt, maar wel de Mujehadin in Afghanistan weet te bewapenen met luchtafweergeschut en zo en passant de Russische nederlaag en daarmee het einde van de Koude Oorlog helpt bespoedigen. Hij wordt hierin bijgestaan door Gust Avrakatos (gespeeld door een magistrale Philip Seymour Hoffman), een übercynische CIA-agent. Avrakatos probeert Wilson nog zo te waarschuwen, maar pas aan het einde van de film, als de Russen de benen hebben genomen uit Afghanistan en de overwinning van de Mujehadin wordt gevierd, pas dan mag Avrakatos zijn parabel van de Zen-meester vertellen:

Gust Avrakotos: Listen, not for nothing, but do you know the story about the Zen master and the little boy?

Charlie Wilson: Oh is this something from Nitsa the Greek witch of Aliquippa, Pennsylvania?

Gust: Yeah as a matter of fact it is.

There’s a little boy. Now on his 14th birthday he gets a horse, and everybody in the village says “How wonderful the boy got a horse,” and the Zen master says “We’ll see.”

Two years later the boy falls off the horse, breaks his leg, and everybody in the village says “How terrible,” and the Zen master says “We’ll see.”

Then a war breaks out and all the young men have to go off and fight, except the boy can’t cause his leg’s all messed up, and everybody in the village says “How wonderful”…

Charlie: Now the Zen master says “We’ll see.”

Gust: So you get it?

Charlie: No. No, cause I’m stupid…

Gust: You’re not stupid, you’re just in Congress.

Er is iets in beweging gezet vorig jaar, in de straten van Tunis, Cairo, Tripoli, Damascus. Wordt het mooi? Ja. Gaan er nog veel nare verrassingen uit de hoge hoed komen? We’ll see.

Hier een paar filmpjes over plagen. Waarom ontstaan er zwermen?

Het is te hopen dat Mali en Niger niet bevolkt worden door dit soort tutjes:

  1. 2

    Hmm Zen verhalen…. mijn favoriete gaat over de Tibetaanse lama Kalu Rinpoche, die een Dharma combat had met de Zen-meester Seung Sahn. Valt nog lang niet mee om een Zen meester te pownen, maar Rinpoche slaagde erin :-)

    “The teachers, seventy-year-old Kalu Rinpoche of Tibet, a veteran of years of solitary retreat, and the Zen master Seung Sahn, the first Korean Zen master to teach in the United States, were to test each other’s understanding of the Buddha’s teachings for the benefit of the onlooking Western students. This was to be a high form of what was being called dharma combat (the clashing of great minds sharpened by years of study and meditation), and we were waiting with all the anticipation that such a historic encounter deserved. The two monks entered with swirling robes — maroon and yellow for the Tibetan, austere grey and black for the Korean — and were followed by retinues of younger monks and translators with shaven heads. They settled onto cushions in the familiar cross-legged positions, and the host made it clear that the younger Zen master was to begin. The Tibetan lama sat very still, fingering a wooden rosary (mala) with one hand while murmuring, “Om mani padme hum” continuously under his breath.

    The Zen master, who was already gaining renown for his method of hurling questions at his students until they were forced to admit their ignorance and then bellowing, “Keep that don’t know mind!” at them, reached deep inside his robes and drew out an orange. “What is this?” he demanded of the lama. “What is this?” This was a typical opening question, and we could feel him ready to pounce on whatever response he was given.

    The Tibetan sat quietly fingering his mala and made no move to respond.
    “What is this?” the Zen master insisted, holding the orange up to the Tibetan’s nose.

    Kalu Rinpoche bent very slowly to the Tibetan monk near to him who was serving as the translator, and they whispered back and forth for several minutes. Finally the translator addressed the room: “Rinpoche says, ‘What is the matter with him? Don’t they have oranges where he comes from?”

    The dialog progressed no further.”