Studium Generale Universiteit Utrecht

216 Artikelen
Ontmoet befaamde wetenschappers, debatteer met denkers en luister naar schrijvers die hun drijfveren blootleggen. Studium Generale is het podium van de Universiteit Utrecht, waar studenten, docenten en andere geïnteresseerden kennis kunnen maken met alle mogelijke vakgebieden.

Studium Generale biedt iedereen de mogelijkheid kennis te maken met een vakgebied zonder verdere verplichtingen. Een toegankelijk programma op academisch niveau, te volgen zonder voorkennis. Waarom vindt de universiteit dit belangrijk? Omdat academische vorming meer is dan vakinhoudelijke kennis. En omdat de wet bepaalt dat de universiteit aandacht moet schenken aan de samenhang van wetenschappen en aan de maatschappelijke aspecten van wetenschap.

Meer informatie over ons, onze lezingen en ons nieuwsblog vind je op www.sg.uu.nl.
Foto: Matthew Grapengieser (cc)

Betekenis van “zomaar een grapje”

ANALYSE - Humor is niet alleen lachen, gieren, brullen. Het kan ook op een pijnlijke manier maatschappelijke gevoeligheden in een samenleving blootleggen.

In een diverse samenleving zit je met een grapje al snel in de verkeerde hoek, zeker wanneer het over minderheden gaat. Of een grap wel of niet kan vindt cultuursocioloog prof. dr. Giselinde Kuipers (UvA) niet zo’n interessante vraag. Zij onderzoekt welke mechanismen er schuilgaan achter het maken van een grap. “Humor is een machtig middel,” zegt Kuipers. Een grap dwingt mensen direct positie in te nemen: je lacht wel of je lacht niet. Wie niet kan lachen om (soms beledigende) grapjes, heeft dan al snel “geen gevoel voor humor”, terwijl grappen wel degelijk serieuze effecten kunnen hebben. Door te lachen stellen we een norm over wat geaccepteerd wordt en wat niet.

Grappen leggen maatschappelijke breuklijnen bloot

Elk grapje bezit een kern van waarheid, klinkt de bekende uitdrukking. Dat wil zeggen dat grappen over een bepaald onderwerp niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ze gaan vaak over dingen die we heel belangrijk vinden. In het Nederlandse publieke debat zijn gevoelige onderwerpen op dit moment bijvoorbeeld etniciteit en gender.

Neem de grap die René van der Gijp in het voetbalpraatprogramma Voetbal Inside maakte eerder dit jaar. Met blonde pruik en tijgerjurk zei hij in het vervolg als Renate aangesproken te willen worden. Dit naar aanleiding van een eerdere publieke coming out van een Vlaamse journalist als transgender. Vele boze reacties waren het gevolg. Een typisch “humorschandaal”, zegt Kuipers, waarbij de scheidslijnen in de Nederlandse samenleving op het gebied van gender bloot komen te liggen. De grap van Van der Gijp kan mensen sterk verdelen, omdat iedereen gedwongen wordt positie in te nemen. Kuipers: “Humor versterkt tegenstellingen en is niet de manier om een gepolariseerde samenleving dichter bij elkaar te brengen.”

Foto: Chris Potter (cc)

De ‘war on crime’ in Nederland

VERSLAG - Hoe ziet misdaad in Nederland eruit en hoe bestrijd je het? Drie wetenschappers duiken de onderwereld in.

De ‘war on terror’, ‘war on drugs’ en ‘war on crime’: als je kijkt naar de manier waarop we in Nederland over misdaad praten, lijkt het alsof we in een onveilig land wonen. Toch is het in Nederland nog nooit zo veilig geweest als nu. “Hoe veiliger het wordt, hoe hysterischer we omgaan met het laatste beetje misdaad”, stelt filosoof en jurist dr. mr. Marc Schuilenburg (VU). Samen met criminologen prof. dr. mr. Miranda Boone (UL) en dr. Damián Zaitch (UU) ging hij tijdens het Science Café in gesprek over de Nederlandse misdaad.

Sancties en re-integratie

Het aantal gevangenen in Nederland is de laatste decennia flink gedaald. “In vergelijking met het buitenland zijn er in Nederland zelfs erg weinig gedetineerden“, licht Boone toe. Toch betekent dat niet direct dat er minder criminaliteit is. “We brengen steeds minder delicten voor de rechter. En bovendien worden er vaker maatregelen getroffen om mensen uit de gevangenis en in de samenleving te houden, zoals met een taakstraf.”

Als mensen dan toch in de gevangenis terecht komen, is het lastig om re-integratie te bevorderen. “Er wordt moord en brand geschreeuwd over de recidive-percentages, die ook werkelijk heel hoog zijn”, zegt Boone. “Maar als je kijkt naar de mensen die in de gevangenis komen, denk ik dat dat niet zo gek is”. Deze mensen hebben vaak voordat ze met het strafrecht in aanraking komen al veel problemen: verslaving, psychische problemen, schulden. De vaak korte tijd die ze in de gevangenis doorbrengen is ook niet genoeg om deze problemen aan te pakken en daarom vervallen velen van hen weer in het oude gedrag. Bovendien gaan effectieve re-integratiemaatregelen in tegen de publieke opinie: zorgen dat mensen contact met familie kunnen houden, en investeren in werk en vaardigheden. Kortom: het toesnijden van straffen op de problematiek van het individu.

Foto: McKay Savage (cc)

De Chinese Droom

China mengt zich steeds actiever op het wereldtoneel. Het Westen wantrouwt deze ontwikkelingen, maar hoe zien de Chinezen het eigenlijk zelf?

Sinds Xi Jinping in 2013 aan de macht kwam in China is de wereldwijde Chinese invloedssfeer flink uitgebreid. De militaire uitgaven zijn toegenomen en investeringen in het buitenland, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika en Afrika, zijn vergroot. De reacties in het Westen zijn argwanend. China zou zich iets te actief willen opwerpen als nieuwe wereldmacht. Maar volgens antropoloog prof. dr. Ching Lin Pang berust de westerse scepsis op een aantal misverstanden over de Chinese ambities, zegt ze in een gesprek met journalist Eelco Bosch van Rosenthal. “Xi heeft niet als doel de nieuwe supermacht te worden, maar wil wel op gelijke voet staan met andere grootmachten.”

China op het wereldtoneel

China mengt zich steeds actiever op het wereldtoneel – in politieke, economische en militaire zin. Meer dan ooit is er nu een beweging naar het buitenland te zien. Neem bijvoorbeeld het Belt and Road Initiative, een ontwikkelingsstrategie van de Chinese overheid die een groot aantal landen in Eurazië met elkaar via land en zee verbindt, voornamelijk door infrastructuur aan te leggen. Volgens Pang is dit een reactie op Amerikaans beleid, ingezet toen Obama president was.

Foto: Knar Bedian (cc)

Zelfdoding doe je niet alleen

OPINIE - Zelfdoding is al jaren een heet politiek hangijzer. Veel liberalen zeggen: de keuze ligt bij het individu. Maar wat als de keuze niet echt vrij is?

Over hulp bij zelfdoding woedt de laatste jaren een felle maatschappelijke en politieke discussie. Het gaat over ouderen die hun leven ‘voltooid’ vinden of mensen die anderszins een einde aan hun leven wensen. Zeker als het gaat om zogeheten ‘laatstewilmiddelen’ die voor iedere particulier toegankelijk zouden moeten zijn, lopen de gemoederen hoog op. Onlangs nog schreef minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) een brief naar de kamer waarin hij stelde dat het kabinet wil voorkomen dat mensen dodelijke poeders kopen om zelf uit het leven te stappen. De onderliggende vraag is natuurlijk: in hoeverre mogen we zelf beslissen over ons levenseinde? In het eerste Filosofisch Café van dit seizoen ging filosoof Fleur Jongepier (RU Nijmegen) in gesprek met haar liberale onderbuik.

Liberale onderbuik en je toekomstig ‘ik’

Als het gaat om zelfdoding is de eerste neiging van een liberaal om te zeggen: de keuze ligt volledig bij mij, ik bepaal het zelf wel. Maar alleen als dat in lijn is met het vrijheidsprincipe van de filosoof John Stuart Mill, namelijk, dat de grenzen van je vrijheid daar liggen, waar je de vrijheid van anderen beperkt. Wanneer Jongepier dit principe toepast op de zelfdodingsproblematiek, stuit ze op een diepere, filosofische kwestie. Want wat bepaalt het ‘ik’ en wat bepaalt de ‘ander’? Is je toekomstige ‘ik’ niet eigenlijk een ander persoon? En schaad je die toekomstige ‘ik’ niet door nu een radicale keuze zoals zelfdoding te maken?

Foto: Bas Bogers (cc)

Wanneer gaan er weer treinen rijden?

DATA - door Merlijn Staps.

Er gaat letterlijk geen dag voorbij zonder dat er ergens in Nederland een treinstoring is. Wanneer de treinen weer gaan rijden krijg je van de NS vaak niet te horen. Statistieken kunnen je wel helpen.

Wie regelmatig met de trein reist heeft het allemaal al eens meegemaakt. Seinstoring. Wisselstoring. Aanrijding met een persoon. Herstelwerkzaamheden. Hoewel 90% van de treinen op tijd rijdt, onthouden we vooral die keren dat het misgaat. Zoals die keer dat je uren op een station door moest brengen omdat er geen treinen rijden en een belangrijke afspraak miste.

Veel van de frustratie gaat hem zitten in gebrekkige communicatie. Wanneer er weer treinen gaan rijden, blijft meestal lang onduidelijk. Wel krijg je meestal snel de storingsoorzaak te horen. Vertelt dat je iets over hoe lang je nog moet wachten? Is een storing veroorzaakt door een defecte trein bijvoorbeeld sneller opgelost dan een seinstoring?

De website RijdenDeTreinen.nl houdt real-time alle verstoringen op het Nederlandse spoorwegnet bij. Dit zijn niet de “gewone” vertragingen van een trein die 5 of 10 minuten te laat is, maar grotere storingen waarbij het treinverkeer op een bepaald traject langer ontregeld is. Van de gemiddeld iets meer dan 10 dagelijkse storingen wordt bijgehouden waar ze door zijn veroorzaakt, hoe lang ze duren, en welke trajecten betrokken zijn.

Foto: United Nations Photo (cc)

Mensenrechten spreken niet voor zich, ook niet in Nederland

Wereldwijd staan de mensenrechten onder druk. Door overheden, maar ook door toenemende digitalisering. Daar moeten we niet te lichtzinnig over doen, waarschuwt filosoof Maxim Februari.

Ons leven speelt zich voor een steeds groter deel online af. In de digitale wereld laten we sporen na – data, die aan andere data wordt gekoppeld, of wordt verhandeld. Niet alleen bedrijven als Facebook doen eraan mee, óók de Nederlandse overheid maakt in toenemende mate gebruik van digitale systemen. Een schimmige wereld waar onze vrijheden en rechten niet wettelijk vastliggen. Maxim Februari vraagt zich af hoe we de mensenrechten ook daar kunnen waarborgen. Maar om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we eerst onderzoeken wat het nut van mensenrechten nu eigenlijk is. “Laten we het onszelf niet te gemakkelijk maken.”

Wat zijn de tekortkomingen van mensenrechten?

Om te zorgen dat er “nooit meer oorlog” zou zijn, kwam na de Tweede Wereldoorlog in razend tempo de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens tot stand. Men werd het snel eens over welke rechten erin moesten staan, zolang de vraag van het waarom van die rechten maar niet gesteld werd. En die waarom-vraag werd destijds vanwege de grote urgentie ook niet gesteld.

Foto: EuroCrisisExplained .co.uk (cc)

Hoe een nieuw digitaal geldsysteem de volgende crisis kan voorkomen

ONDERZOEK - Het lijkt ons economisch voor de wind te gaan, maar volgens experts is het wachten op de volgende bubbel die barst. Is het tijd voor een systeemverandering?

De wereldeconomie maakt gunstige tijden door, maar onder het oppervlak ontstaan grote risico’s, zo waarschuwde het IMF vorige week. Als we niet oppassen zitten we in drie jaar weer in de volgende crisis. Econoom Martijn Jeroen van der Linden (TU Delft) is niet verbaasd. Als we ons huidige systeem niet veranderen, zullen we altijd van crisis naar crisis gaan. Ja, we hebben de touwtjes strakker aangetrokken na de crisis – en zo’n 30.000 pagina’s aan regels opgesteld – maar het onderliggende probleem is daarmee niet verholpen: de instabiliteit van het verdienmodel van banken.

Toen de crisis uitbrak werkte Van der Linden bij de ING. Het viel hem op dat niemand hem daar kon uitleggen wat er op dat moment aan de hand was. Hoe kunnen banken omvallen? Hoe ontstaat financiële instabiliteit? Het motiveerde hem tot zijn promotieonderzoek naar hoe ons monetaire systeem werkt en hoe dit beter kan worden ingericht. Zijn oplossing: een nieuw digitaal cashsysteem in publiek beheer.

Wat is de rol van banken en waarom is ons systeem per defintie instabiel?

Foto: Ron Cogswell (cc)

De wetenschap heeft behoefte aan twijfelaars

OPINIE - Wie het hardste schreeuwt, krijgt de meeste aandacht. Wie blijft twijfelen raakt ondergesneeuwd. Toch zouden wetenschappers meer moeten twijfelen, vindt sociaal wetenschapper Jaap Bos.

Wetenschappers moeten zich regelmatig weren tegen twijfels van buitenaf. Wordt klimaatverandering echt door de mens veroorzaakt? Is genetisch gemodificeerd voedsel echt veilig? Zijn alternatieve geneeswijzen echt niets meer dan een placebo-effect? Wetenschappers zouden maar wat graag absolute zekerheden, of zelfs ‘waarheden’ tegenover deze twijfels zetten. Maar absolute zekerheid is in de wetenschap geen haalbare kaart. Sociaal wetenschapper dr. Jaap Bos (UU) ziet het niet eens als wenselijk. Niet zekerheid, maar twijfel is een deugd.

Absolute zekerheid is in de wetenschap geen haalbare kaart

Het idee dat de wetenschap absolute zekerheden zou leveren werd al in de eerste helft van de twintigste eeuw ontmanteld door de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein. Voor Wittgenstein leiden “zekerheden” onvermijdelijk tot twijfels.

Dat heeft te maken met ons gebruik van taal om die “zekerheden” in uit te drukken. Een logische verbinding tussen taal en de werkelijkheid is volgens Wittgenstein niet te maken. Binnen het ’taalspel’ ontstaan eigen werkelijkheden. Zinnen hebben alleen betekenis in de taal, niet in de wereld. Een fundamentele zekerheid als Descartes’ “ik denk dus ik besta” is voor Wittgenstein geen uitspraak over de werkelijkheid, omdat de begrippen ‘denken’ en ‘zijn’ alleen in het taalspel bestaan.

Foto: Lenny Flank (cc)

Goede redenen om ernaast te zitten

Wie ongelijk heeft, wordt vaak vergeten. Wie kent Jan Swammerdam en zijn theorieën nog? In zijn tijd waren zijn ideeën echter helemaal niet zo gek, betoogt filosoof Han Thomas Adriaenssen.

Veel van de vroeger gangbare wetenschappelijke ideeën zijn inmiddels achterhaald en uit de lesboeken verdwenen. Voor filosoof dr. Han Thomas Adriaenssen (RUG) is dat geen reden om zulke vergeten theorieën niet meer te bestuderen. Hadden aanhangers destijds goede redenen voor zulke theorieën? En kunnen we daarmee nog iets van hen leren?

Een mooi voorbeeld van zo’n vergeten theorie komt uit de ontwikkelingsbiologie, het vakgebied dat zich bezighoudt met de vorming van organismen tijdens de embryonale ontwikkeling. In de 17e eeuw geloofden veel biologen dat organismen ontstonden uit miniatuur-versies van zichzelf. De ontwikkeling van een mens begint volgens deze ‘preformatietheorie’ met een minuscuul mensje waar alle structuren van een volwassen mens al in zitten. Tijdens de ontwikkeling groeit dit miniatuur-mensje uit tot een volwaardig organisme. In de meest extreme versie van de preformatietheorie werden alle miniatuur-organismen van alle generaties al bij de schepping gevormd. Het eerste vrouwelijke individu van elke soort bevatte al miniatuur-versies van alle volgende generaties.

Het lijkt nu een bizar idee: dat miniatuur-versies van organismen al in al hun voorouders bevat zitten. De preformatietheorie werd door volgende generaties wetenschappers ook met de grond gelijk gemaakt, en in de 19e eeuw omschreven als “… the greatest error that ever obstructed the progress of our knowledge of development.” Maar hoe kwamen 17e-eeuwse wetenschappers als Jan Swammerdam bij deze theorie? En waren er toen misschien niet hele goede redenen om erin te geloven?

Foto: ILO in Asia and the Pacific (cc)

De ware kosten van een volle kledingkast

De kledingindustrie leunt op moderne slavernij. Eén keer in de zoveel tijd is daar ophef over, maar er verandert weinig. Zelfs al ben je bereid meer te betalen: je trui zal nooit écht duurzaam zijn.

“Je kunt zelf ook wel bedenken dat een shirt nooit 3 euro kan kosten zonder dat daar mens of milieu voor geleden heeft. Het probleem is dat dat bij een shirt van 60 euro hoogstwaarschijnlijk ook het geval is.” In de serie ‘Groene bedoelingen’ gaan we op zoek naar de verhalen achter duurzaam gedrag en de impact van een groenere lifestyle. Tijdens de lezing ‘Modebewust en goed gekleed’ drukt onderzoeker Martje Theuws (SOMO) ons met de neus op de feiten. De verhalen zijn niet altijd even opbeurend, de misstanden in de kledingsector zijn schrijnend. Toch zijn er wel degelijk initiatieven in binnen- en buitenland die verandering teweeg proberen te brengen, maar het zijn moeizame stapjes vooruit.

De impact van kleding op het milieu

Laten we vooropstellen dat de meeste Nederlanders te veel kleding hebben. Uit de studie “Measuring the Dutch Clothing Mountain” van MVO Nederland blijkt dat onze garderobe gemiddeld uit 173 kledingstukken bestaat, waarvan we er ongeveer 50 niet gedragen hebben in het afgelopen jaar. Het is daarom het beste om geen nieuwe kleren te kopen, maar bijvoorbeeld kleding te ruilen of lenen.

Foto: Bob (cc)

Waarom we ADHD nog steeds niet begrijpen

ONDERZOEK - Hersenwetenschapper Sarah Durston deed jarenlang onderzoek naar ADHD in het brein. Zonder bevredigend resultaat. Als we ADHD willen begrijpen, moeten we anders te werk gaan.

Prof. dr. Sarah Durston is hoogleraar Ontwikkelingsstoornissen van de Hersenen (UMC Utrecht). Ze sleepte grote subsidies binnen voor onderzoek en is expert op het gebied van kinderpsychiatrie en het brein. Tijdens de lezing ‘ADHD en de grenzen van wetenschap‘ legt ze uit waarom er nog steeds geen goed model is voor de manier waarop ADHD werkt. Durston stuitte op de grenzen van haar vakgebied. Tijd om het anders aan te pakken.

Bij aanvang van Durstons carrière was het idee dat je genen het risico op ADHD bepalen. Die genen veroorzaken ‘iets’ in het brein. Bijvoorbeeld een verandering in de structuur of de biologie van een deel van de hersenen, waardoor een ADHD-brein anders werkt dan een ‘normaal’ brein. Deze afwijking leidt vervolgens tot verandering van gedrag: druk zijn en geen aandacht kunnen vasthouden. Dat model wilde Durston verfijnen. Ze wilde begrijpen wat de rol van genen en erfelijkheid is. Ze wilde laten zien dat er verschillende biologische oorzaken van ADHD waren bij verschillende type kinderen. En ze wilde uitzoeken hoe hersenontwikkeling zich verhoudt tot gedrag. Maar 13 jaar en ruim 2,5 miljoen euro aan onderzoeksgeld later, komt ze tot een ontnuchterende conclusie: het model werkt niet.

Foto: Andrew Russeth (cc)

Kritiek op de consumptiemaatschappij is van alle tijden

ACHTERGROND - Steeds meer mensen zijn zich bewust van de schade die overvloedig consumeren aanricht. Het kopen van eerlijke en duurzame producten is een goed begin, maar niet genoeg.

Gepersonaliseerde reclames op Facebook van mooie schoenen en kleren; flitsend rode verpakkingen in schappen; en gadgets vol technologie die snel kapot gaan, zodat je vaker iets nieuws koopt: we worden verleid om onze portemonnee te trekken en worden constant aangesproken op onze status als consument. En het werkt. Natuurlijk moet je eten kopen en een jas dragen, maar we schaffen regelmatig producten aan die niet noodzakelijk zijn voor het primaire levensonderhoud. Dit fenomeen heet ‘consumentisme’. We leven in een hyperconsumptieve maatschappij die een diepe en grote ecologische voetprint achterlaat. Het kopen van veel producten, de behoefte om te bezitten, is slecht voor mens en milieu. Wat kunnen we daartegen doen?

Toename koopgedrag

Consumeren is iets van alle tijden, zegt historicus dr. Peter van Dam tijdens de openingslezing van de reeks ‘Groene bedoelingen’. Ons afvragen waar de consumptiemaatschappij vandaan komt heeft volgens hem dan ook geen zin. Het is in ieder geval een misverstand te denken dat het uit de Verenigde Staten komt. Vanaf de 16e eeuw zijn we in Nederland steeds meer voedsel en goederen gaan kopen en in de 20e eeuw explodeerde ons koopgedrag. Meer geld, betere transportmogelijkheden en grootschalige industriële productie maakte overdadig koopgedrag mogelijk.

Vorige Volgende