Zijn tijd nu voorbij?
De tijd lost alles op was een zepen beeldje van Geert Wilders. Was het een profetisch sculptuurtje?
Het filmpje maakt onderdeel uit van Kunst op Zondag | Regeerakkoord.
De tijd lost alles op was een zepen beeldje van Geert Wilders. Was het een profetisch sculptuurtje?
Het filmpje maakt onderdeel uit van Kunst op Zondag | Regeerakkoord.
Handzaam apparaat voor partijcongresgangers, ontworpen door Laikingland – Martin Smith.
Het filmpje maakt onderdeel uit van Kunst op Zondag | Regeerakkoord.
ANALYSE - Dertig jaar Nationale Ombudsman is niet alleen dertig jaar jaarverslagen met klachten over de behoorlijkheid van het overheidsbestuur. Het is ook dertig jaar discussie over de positie en bevoegdheden van dit onafhankelijke instituut.
Bij de presentatie van zijn eerste jaarverslag verzuchtte Jacob Rang, de in 1982 benoemde Nationale Ombudsman, dat er veel tijd verloren ging met discussies over zijn bevoegdheden. Bij de dertigste verjaardag van de Nationale Ombudsman lijkt er niet veel veranderd. Dat bleek tijdens een Kamerdebat op 10 oktober jl., toen VVD-Kamerlid Litjens een harde aanval pleegde op dit Hoog College van Staat.
VVD pleitbezorger en criticus
In de zeventiger jaren was de VVD een warm pleitbezorger voor de totstandkoming van een Nationale Ombudsman. In 1971 diende VVD-kamerlid Koos Rietkerk een motie in (pdf) waarin de VVD het profiel van een nationale ombudsman scherp omlijnde.
De ombudsman moest ‘een band met het parlement’ hebben, geheel onafhankelijk kunnen functioneren over ‘een zo breed mogelijk terrein van overheidsoptreden’ en moest de vrijheid hebben ook op eigen initiatief onderzoek te verrichten. De motie Rietkerk onderstreepte tevens dat ‘het met name gewenst is dat ieder zich met een klacht over de vervulling van de overheidstaak rechtstreeks tot de ombudsman kan wenden en dat een parlementaire zeef daarbij onnodig en ongewenst is.’
Het stilleven is het genre van de dooie boel. Door sommigen als een wat minderwaardig genre omschreven. Want waarom zou je iets aan de muur hangen, dat je bijvoorbeeld op tafel hebt staan?
Volgens de Van Dale: “schilderij dat een combinatie van levenloze voorwerpen voorstelt”. Volgens de Wikipedia: “Een stilleven is een artistieke compositie (schilderij, tekening, foto) van roerloze of levenloze voorwerpen, die met zorg zijn belicht”.
Het stilleven door de eeuwen heen. Uit respect voor het genre doen we er verder het zwijgen toe.
Jacopo de’ Barbari, Stilleven met patrijs en ijzeren handschoenen, 1504.

Giuseppe Arcimboldo, schaal met groenten, (omgekeerd – de groenteboer), 1590.
![Giuseppe Arcimboldo [Public domain], via Wikimedia Commons](https://sg-images.nl/2012/10/Giuseppe-Arcimboldo-Public-domain-via-Wikimedia-Commons-439x300.jpg)
Plaatje boven dit artikel: Willem Claesz. Heda , Stilleven met vergulde bokaal, 1635.
Juan Gris, Stilleven met gitaar, 1913.

Joan Miró, Stilleven met oude schoen, 1937.

Salvador Dali, Still Life – Fast Moving, 1956.

Johan Lorbeer, Still-Life Preformance, Tarzan 2001, ook hier en daar gefilmd.

Ron Mueck, Still Life, 2009.

Andrew McNeile Jones, In this way we remember, 2010.

Scott Garner, interactief stilleven, 2012.
Altijd al beweging in een stilleven willen krijgen? Dat kan met Scott Garners interactief stilleven.
Ook te zien in Sargasso Kunst op Zondag van 28 oktober 2012.
Boston Brass met hun versie van Autumn Leaves. Hulde voor de tubaspeler!
De vallende blaadjes zweven langs het raam. Les feuilles mortes. Autumn Leaves. Wie kent dat herfstlied niet?
De herfst inspireert op de een of andere manier tot kunstzinnigheden. Mensen maken de fraaiste foto’s, kinderen verzamelen blaadjes, eikels en wat er zoal meer naar beneden is gevallen, om herfststukjes te componeren.
Of je ruimt de zooi gewoon op. Waarschijnlijk zijn de kinderen op ‘Autumn Leaves’ (1856) van John Everett Millais dat van plan (zie afbeelding boven dit artikel).
Maar kinderen toch! Er valt zoveel meer te doen met gevallen bladeren.
Walter Mason bewerkt bladeren alvorens hij ze fotografeert. Meer op zijn Flickr-pagina.

James Grigg ordent de bladertroep in ‘Geometric Autumn’. Meer op DevianArt.com.

Onder het motto ‘Mondriaan meets Mother Nature’ arrangeerde Owen Mortensen herfstblaadjes in een eveneens geometrische vorm en noemde het ‘Cropped Maple Circle’.

Symboliseert ‘Fallen leaves’ van Fenmei Hu de herfstwind die rond kan spoken in ons hoofd of is het juist genieten geblazen?

Van een heel andere orde is de installatie ‘Fallen Leaves’ van Menasle Kadishman in het Joods Museum in Berlijn.

Meer blaadjeskunst (maar om copyright redenen niet direct hier te vertonen) vind je bij Lorenzo Duran, die in bladeren snijdt en zowel tot figuratieve als geometrische vormen komt en Judith Brotman.
In haar skelettenproject brengt Nicole Moné Autumn Leaves in verband met de dood.
OPINIE - ‘De VVD zal de Nationale Ombudsman en daarbij ook de substituut ombudsmannen waaronder de Kinderombudsman, scherp in de gaten blijven houden op de depolitisering van hun uitspraken, juist om te waken over het recht van de burger op een onafhankelijke en onpartijdige ombudsman.’
Daarmee sloot Pieter Litjens zijn maidenspeech af, die hij mocht houden in het Kamerdebat over de laatste twee jaarverslagen van de Nationale Ombudsman. Litjens voerde twee bewijsstukken aan op grond waarvan het VVD- toezicht gerechtvaardigd zou zijn.
Naar aanleiding van een op 7 april verschenen NRC-interview met Alex Brenninkmeijer, de huidige Ombudsman, beschuldigt Litjens de Ombudsman er van de wet te willen overtreden. Uit de notulen: ‘(…) put ik graag uit een artikel in NRC Handelsblad van 7 april van dit jaar (…). De Ombudsman geeft daarmee met zoveel woorden aan dat hij zich eigenlijk niet aan die wet zou willen houden. Dat zou toch niet zo horen te zijn.’
Litjens wees er tevens op dat een Kamermeerderheid eerder dit jaar de Ombudsman bekritiseerde toen deze in datzelfde interview Brenninkmeijer een aantal regeringsmaatregelen symbolische wetsvoorstellen noemde. Litjens trekt het lerend vermogen van de Ombudsman in twijfel: ‘Liever had ik gehoopt dat het lerend vermogen van de Ombudsman zodanig was geweest dat ik hier niet over hoefde te beginnen.’
Kunst als een warm bad. Een eigenaardige omschrijving die bewonderaars hanteren als ze een tentoonstelling hebben doorlopen en voldaan en gelouterd een museum verlaten. Eigenaardig, want waarom zou je van kunst ook niet de koude rillingen kunnen krijgen?
In de kunstgeschiedenis diende het bad vooral als excuus om schone nymfen af te beelden en het naakt door de censuur te krijgen. Laten we eens beginnen met de badkuip. Niet te verwarren met het in september geopende (Stedelijk) museum als badkuip, waarvan architect Mel Crouwels in het NRC zei: “Toen we het materiaal gekozen hadden en de vorm bepaald, dachten we: Amsterdammers gaan als het goed is dit gebouw een bijnaam geven. Dus laten we het zelf maar verzinnen”.
Onder het motto ‘Dat verzin je niet” een selectie badkuipen.
Frida Kahlo, ‘What the water gave me’, 1922.

Claes Oldenburg, Soft Bathtub, 1966.

Leonie Muller, badkuip uit installatie ‘Door de rafels van tijd’ (Oerol, 2012).

Karin ter Waarbeek, stoel badkuip, 2002.

Jan Ros, Meetbaar Water, een ‘zwembad’ in de gracht bij de Groentemarkt in Leeuwarden. Meer informatie vind je hier.

Street Art kunstenaar D’Farce trommelde wat vrienden op, die met skateborden patronen te maakten in zijn badkuip/zwembad.
COLUMN, NIEUWS - Lieve jongens en meisjes van het Nobelcomité,
We zijn diep geroerd dat al uw wijsheid ons als vredestichter van het jaar heeft aangewezen. Graag hadden we de Nobelprijs in ontvangst genomen. Eerlijkheid gebied ons echter hier van af te zien.
We kunnen niet altijd open en eerlijk zijn, maar dit is een moment waarop dat meer dan gepast is. In deze roerige tijden willen we voorkomen dat al onze inwoners dit als de risee van het jaar zullen kwalificeren.
Het is waar: we hebben op ons grondgebied heel wat oorlogen meegemaakt. Gelukkig horen de meesten tot het verleden. Helaas zijn er nog gebieden waar die rust erg betrekkelijk is.
Het is waar: we hebben de laatste decennia menig bijdrage geleverd aan de oplossing van conflicten. Helaas verdienden niet alle bijdragen een schoonheidsprijs, laat staan de Nobelprijs voor de Vrede.
Het is aardig van u dat u de periode na de Tweede Wereldoorlog als een tijdperk van rust en vrede beschouwt. Zoals gesteld: binnen ons grondgebied is dat uiterst betrekkelijk. Maar ook over ons aandeel aan de wereldvrede mogen we ons niet op de borst roffelen.
Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij herhaaldelijk een bijdrage geleverd aan conflicten ver van onze bedden. U herinnert zich misschien Korea en Vietnam nog? Maar ook zeer recent hebben wij blind een van onze bondgenoten gevolgd in oorlogen die nu door velen als twijfelachtig worden gezien. En hoe wij ons best ook doen vrede te stichten in het Midden-Oosten, het lijkt nog nergens op, mede door onze interne verdeeldheid hoe wij dat moeten aanpakken.
Behalve van god, zijn mensen ook aardig van dieren los. Om dat te repareren versierde Tinkebell (het alias voor Katinka Simonse) slakken. Het resultaat is dat haar buurman geen slakkenkorrels meer strooit en kinderen ineens een bijzondere belangstelling voor de slijmdiertjes hebben. Ze redt slakken, maar wordt beschuldigd van dierenleed.
Dat beweert Tinkebell in haar artikel op Joop.nl. Zo bekeken brengt de kunstenaar de dieren dus dichter bij de mensen. TV Rijmond, het AD en de Dierenbescherming denken daar anders over en zo was er op de laatste Werelddierendag een relletje dierenleed.
Een verslaggever van TV Rijmond jatte twee slakken van Tinkebells installatie ‘Save the snails”, onderdeel van de tentoonstelling “Ah, wat lief!” in museum Villa Zebra. Hij bracht ze bij de Dierenbescherming die gaat onderzoeken hoeveel leed er de slakken is aangedaan.
In Kunst op Zondag hadden we al slakken in de aflevering over miniatuurkunst: de inner city snail van Slinkachu. Geen haan die er naar kraaide. Hanen en kraaien hoor je nooit over kunst. Mensen wel. Zeker zodra het dier geen afbeelding, maar dood of levend basismateriaal van de kunstenaar is. En dat gaat dan niet over kwasten en penselen van paarden-, marter-, of eekhoornhaar.
Het dievengilde blijkt uit te blinken in hedendaags marktdenken. Niet altijd even briljant, want nu worden er ineens putdeksels gestolen. Een grote putdeksel levert rond de vijf euro op bij de schroothandelaar. IJzer doet 17 cent per kilo. Een grote putdeksel weegt tussen de 20 en 50 kilo.
Die cijfers komen uit nieuwsberichten van de afgelopen jaren. In Arnhem en Velp werden in de nacht van 1 op 2 oktober 88 putdeksels van 20 kg. per stuk gestolen. De NOS maakte er later 120 van. Dat zou de dief dan ruim 400 euro opleveren. Met aftrek van de kosten voor de auto misschien net onder de 400 euro als de dief binnen een straal van 30 kilometer van de gestolen waar woont.
Als deze ondernemer een bedrag reserveert voor het bedrijfsrisico, de zogenaamde pakkans, dan is het de moeite eigenlijk niet waard. Op een door één persoon gepleegde diefstal staat een boete van maximaal 18.500 euro of een gevangenisstraf van maximaal vier jaar. De maximale boete heeft een dief er pas uit als hij bij één actie 5442 putdeksels van 20 kg. per stuk ontvreemd.
Niet bij ijzer alleen, lijkt het dievengilde te denken. Uit de beursnoteringen voor schroot op staalprijzen.nl, blijkt dat koper veel lucratiever is.