Leoni Nijland

3 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Zwarte Pinksterdag

Ik had daar moeten zijn, op de Stadhouderskade, om mijn roekeloos fietsende jongen tegen te houden, hem op te vangen. Er was niemand in de kamer om me van iets te betichten, maar ik had geen beschuldigende vinger nodig om me tot in mijn merg schuldig te voelen, schuldig te weten. Naast Mirjam zat ik te beven en te zweten van schuldbesef om wat ik ’s ochtends vroeg zomaar had laten gebeuren.

Dit is geen fictie, maar realiteit. Het enig kind van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich komt op de Eerste Pinksterdag van 2010 bij een verkeersongeval om het leven. Van der Heijden doet het enige waar hij op dat moment toe in staat is: in zijn herinnering graven, aantekeningen maken en schrijven. Een bijna dwangmatig schrijven waaruit ruim zeshonderd bladzijdes zijn voortgekomen.

Tóóóóóóó-niii-ióóóóó…!’.

De naam waarmee de roman begint, en die nooit vaker is geroepen dan in de krap vier maanden die verstreken sinds Zwarte Pinksterdag. De dag waarop Tonio in kritieke toestand naar het AMC wordt gebracht, en diezelfde dag nog komt te overlijden. Deze roman is een nauwgezette reconstructie van een jongen die te vroeg aan zijn einde moest komen. Twee dwingende vragen blijven van der Heijden achtervolgen: wat gebeurde er met Tonio in de laatste uren en dagen voorafgaand aan de ramp, en hoe kon dit ongeluk plaatsvinden? Uit deze vragen komt een zoektocht voort die leidt langs verschillende ooggetuigen, vrienden, politiemensen, artsen en het mysterieuze meisje Jenny, dat in de laatste weken van Tonio’s leven een belangrijke rol blijkt te hebben vervuld.

Foto: Eric Heupel (cc)

Bril in evenwicht

‘Het was niet makkelijk met Martin te leven, ik zou het niemand aanraden’, zegt Anneke Stehouwer, weduwe van schrijver Martin Bril, in een interview met NRC Handelsblad. Ze bundelde een selectie van zijn columns, aangevuld met brieven, e-mails en gedichten in Het evenwicht, ineens kanker. Zeker voor hen die ook nieuwsgierig zijn naar de perceptie van weduwe Bril is het boek zeer de moeite waard. Zij is per slot van rekening degene die een keuze heeft gemaakt uit al zijn stukken, en blijkbaar de lezer de soms zware spanningen in hun relatie niet wilde onthouden.

‘Ik heb eerder kanker gehad, was technisch genezen, maar nu is the bitch terug, en erger. Dat zet onze relatie onder zware spanning. Aan mijn kant voelt het bijvoorbeeld alsof ik mijn leven letterlijk heb verkankerd met mijn egocentrische levensstijl van drankzucht, onschuldige vrouwenjacht (jacht naar aanbidding en fans) en oeverloze werklust. Aan haar kant is er het diepgewortelde idee dat ze de constant bedrogen vrouw is. Zelf nu ik ziek ben, slaag ik erin mijn gelukkige momenten zonder haar door te brengen.’

De e-mail naar hun relatiecoach is ontluisterend. Dat Bril geen lieverdje was, wisten we allemaal. Deze paar zinnen lijken de kern te raken, het evenwicht precies te omschrijven. Het evenwicht tussen privé en publiek. Anneke Stehouwer maakt, door toevoeging van deze e-mail, in ieder geval duidelijk dat Bril niet enkel de leuke, grappige schrijver was zoals dat misschien naar de buitenwereld overkomt, maar ook een mens van vlees en bloed, inclusief problemen. Het evenwicht beschrijft het leven met kanker indringend en ernstig. Soms melancholiek. Vaker met humor, zoals in het onderstaand fragment te lezen is.

Foto: Eric Heupel (cc)

Boekrecensie | Jij bent het Céline Dion

‘Dit is niet mijn 1e brief. Ik heb je al 3 dingen geschreven. Maar ik heb nog geen antwoord van jou (…) Dus ga ik je deze brief zelf geven. Want ik kom naar je toe Céline! Eindelijk. Ik zou al eerder naar je show. Ik had genoeg gespaard met mijn baan. Er kwam alleen iets tussen. Maar dat is nu opgelost’.

Met haar debuut Of hoe waarom toonde Hanna Bervoets haar schrijftalent. De hoofdpersoon Flora maakt in Bervoets nieuwe roman Lieve Céline plaats van de drieëntwintigjarige Brooke met een passie voor zangeres Céline Dion. Lieve Céline is serieuzer en meer in de stijl van haar wekelijkse column in Volkskrant Magazine, die zich kenmerkt door humoristische beschrijvingen van hedendaagse, herkenbare situaties.

De jonge, laagbegaafde Brooke woont met haar moeder Pamela en zus Sue in Amsterdam-Noord. Brooke presteert niet goed op school. Wanneer haar moeder na een ouderavond thuiskomt met enkel het rapport van Sue, zegt ze tegen Brooke: ‘Laat niemand je ooit vertellen dat je anders bent. En ook niet dat je speciaal bent, want speciaal is een woord dat mensen gebruiken die niet durven te zeggen wat ze willen zeggen en dan maar iets anders zeggen terwijl ze hetzelfde bedoelen, snap je?’. Brooke moet naar een speciale school. Dit is echter niet voor lang want het is er koud en de mensen zijn er onaardig.