Minderheidsregering Zweden mogelijk hersteld
Maandag viel de minderheidsregering van de sociaaldemocratische premier Löfven over liberalisering van de huren. Löfven wilde huisbazen toestaan markttarieven te vragen voor nieuwe huurappartementen. Dat zou projectontwikkelaars moeten stimuleren om meer te bouwen. Ook in Zweden is er een tekort aan huurhuizen. Maar juist op het punt van de huren had de Vänsterpartiet (Linkspartij, vgl. de Nederlandse SP) een rode lijn getrokken in ruil voor gedoogsteun. Met de nieuwe huurplannen overschreed Löfven de grens die door de gedoogpartij was getrokken. Een motie van wantrouwen van de extreemrechtse Zweden Democraten kreeg daarom ook de steun van links. Woensdag gloorde er weer enige hoop voor Löfven toen zijn bondgenoten in de Centrumpartij aankondigden dat ze het omstreden voorstel voor huurhervorming willen laten vallen.
De Zweedse politiek lijkt sinds enkele jaren gegijzeld door de Zweden Democraten. Na de verkiezingen in de herfst van 2018 volgde een uiterst moeilijk proces van coalitievorming. Dat eindigde begin 2019 met de vorming van een minderheidsregering van sociaaldemocraten en de groene Miljöpartiet op basis van een neoliberaal regeringsprogram dat twee centrumrechtse partijen hadden afgedwongen voor hun steun. Plus de noodzakelijke gedoogsteun van de Vänsterpartiet die overigens volgens datzelfde regeringsprogramma, het Januari-akkoord, geen enkele invloed op de regering zou mogen hebben. En dat alles om te voorkomen dat extreemrechts zou kunnen regeren.