Chili loopt voorop met netneutraliteit
In de Verenigde Staten is de strijd nog niet gestreden. De EU is nog in het stadium van informatie verzamelen. Nederland lijkt er geen boodschap aan te hebben. Netneutraliteit, de verplichting van Internet Service Providers om alle informatie zonder onderscheid door te geven, is min of meer de basis voor de digitale burgerrechten. Het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat een land als Chili nu als eerste dit principe in de wet heeft vastgelegd.
In wezen gaat het bij netneutraliteit om publieke belangen versus het grote geld. Internetproviders kunnen door machtige partijen met veel geld in de verleiding worden gebracht bepaalde data sneller door te geven of bepaalde andere data langzamer af te handelen (zie de filmpjes op de website van de NRC).
Een van de motieven van de Chileens initiatiefnemer, parlementslid Gonzalo Arenas, was het verhinderen van het selectief ‘afknijpen’ van het downloaden van muziek en films door providers. Daar staat nu in Chili een boete op. Burgers moeten ongelimiteerde toegang krijgen tot het internet. De belangrijkste waarde van het internet is volgens oorspronkelijk ontwerper Vint Cerf nu juist dat het zonder poortwachters functioneert.
De strijd om de netneutraliteit is vergelijkbaar met de strijd om burgerlijke vrijheidsrechten in de 19e eeuw. Het gaat immers om de vrijheid van burgers om informatie te vergaren zonder tussenkomst van andere partijen. Toen ging het om de vrijheid van de burger ten opzichte van de macht van de staat. Nu lijkt het meer te gaan om het behoud van de publieke ruimte die onze voorouders hebben bevochten. Een publieke ruimte, die wezenlijk is voor een democratie van vrije burgers, en die door de staat zou moeten worden beschermd.





