VN: veto’s en de echte leden
De VN besloot een paar weken geleden tot het stationeren van een vredesmacht in Libanon. Frankrijk, één van de architecten van het staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah zou, zo verwachtte men, de leiding nemen van de operatie en een groot aantal militairen leveren. Dus niet. Het Franse aanbod was een kaakzakkende 200 militairen bovenop de al 200 in Libanon aanwezige Franse militairen.
Een impasse was geboren. Hoe krijg je 15.000 militairen in een land als de initiatiefnemers van het staakt-het-vuren zelf niet eens met meer dan een handvol militairen over de brug komen? Gelukkig bracht Italië uitkomst en zegde 3.000 militairen toe.
En laat het dan maar aan de Fransen over om op de teentjes getrapt te zijn. Een dag later werd het aantal Fransen opgeschroeft tot 2.000. Een goed begin, één derde van het aantal militairen is dus al toegezegd. Jammer dat Israël het aanbod van militairen van diverse Islamitische landen, zoals Bangladesh en Indonesië afwees, maar het feit dat deze landen Israël niet erkennen maakt dit wel een beetje begrijpelijk.
Maar waar halen we de overige 10.000 soldaten dan vandaan? Europese landen leveren slechts mondjesmaat aan VN-missies. Op 31 juli 2006 had Nederland bijvoorbeeld slechts 54 mensen die een bijdrage leverden aan vredesmissies. De landen die het meest leveren? Ik zocht even op welke landen meer dan 1000 mensen leveren aan vredesmissies. Dat zijn Bangladesh, Benin, Brazilië, China, Ethiopië, Ghana, India, Jordanië, Kenya, Marokko, Nigeria, Pakistan, Senegal, Zuid-Afrika, Sri Lanka en Uruguay.
In Amerika wordt de roep om terugtrekking uit Irak steeds sterker. Bush