Jona Lendering

637 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De grootste geleerde van Nederland

Scaligers portret in Leiden

Sommigen zullen Huygens, Boerhave, Van der Waals of Brouwer de grootste geleerde noemen die ooit in Nederland leefde, maar ik denk eerlijk gezegd dat de totaal vergeten Joseph Justus Scaliger (1540-1609) nog net een tikje belangrijker was.

Zijn oeuvre is, net als dat van de apostel Paulus, te vergelijken met een tijdbom: in beide gevallen gaat het om ogenschijnlijk eenvoudige innovaties die pas na enige tijd leidden tot een explosie van vrijheid. In het geval van Paulus gaat het om de simpele constatering dat alle christenen onderling gelijk moeten zijn, een constatering die in de christelijke tijd steeds weer werd herhaald en eerst leidde tot verbetering van de positie van slaven en uiteindelijk tot het einde van de slavernij. De Leidse geleerde Scaliger hield zich bezig met de chronologie van de Oudheid, maakte een einde aan het autoriteitsgeloof en ontketende de secularisering van het wereldbeeld.

Het probleem was al een kleine eeuw oud toen Scaliger zich ermee begon bezig te houden. Het was ontstaan toen de Renaissance-geleerde Giovanni Nanni een reeks teksten uit de Oudheid had gepubliceerd, die alle het gelijke van de Bijbel bevestigden en (met één uitzondering) alle vervalst zouden blijken te zijn. De hele zestiende eeuw zocht men naar criteria om kaf en koren te scheiden, en één instrument was de inconsistente chronologie van Nanni’s materiaal.

7.000.000.000 (Deel 4)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De actualiteit van Malthus

Malthus’ idee dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… mocht dan onjuist zijn, hij had in elk geval scherp gezien dat deze kon achterblijven bij de vraag en dat al te snelle bevolkingsgroei afschuwelijke gevolgen kon hebben. De Zwarte Dood die in 1347-1350 een derde van de Europese bevolking wegnam, hing samen met ondervoeding.

Malthus’ inzicht werd echter lang genegeerd. In de negentiende en twintigste eeuw groeide de Europese economie namelijk sneller dan de bevolking. Door de industrialisering nam de welvaart toe en dat leek voldoende bewijs om Malthus’ zwartgallige profetie te weerleggen. Helaas was dit wat al te eurocentrisch geredeneerd, zoals bleek na de dekolonisatie in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

De verschillende koloniale mogendheden hadden de bevolkingsgegevens van hun bezittingen in Afrika en Azië nooit met elkaar gedeeld, zodat demografen geen zicht hadden op de groei van de wereldbevolking. De Verenigde Naties slaagden er wel in de cijfers van de nieuwe landen te krijgen. Hierdoor werd ontdekt dat de bevolking van de derdewereldlanden zeer sterk toenam.

7.000.000.000 (Deel 3)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De empirische basis

Tegenover Malthus’ enorme wetenschappelijke triomf staat een even grote misser. Zijn stelling dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… is namelijk uit de lucht gegrepen. In werkelijkheid blijkt economische groei een grillig proces te zijn, dat zich niet met een eenvoudige of complexe vergelijking laat beschrijven: het ene jaar kan de economie met twee procent groeien, het volgende jaar met een procent krimpen. Malthus zat er dus naast, maar hij kon weinig anders kon doen dan een ongegronde hypothese ventileren, want het voor een gefundeerde analyse benodigde cijfermateriaal was destijds niet beschikbaar.

Daardoor kon Malthus niet scherp zien dat juist in zijn eigen tijd de productie in de landbouw en industrie sterk toenam. Tijdens zijn jeugdjaren was in Europa voor het eerst de aardappel op massale schaal ingevoerd, een gewas dat veel voedzamer is dan het toenmalige volksvoedsel graan. Door het nieuwe dieet kon de bevolking groeien terwijl er minder boeren nodig waren, zodat talloze werkloze boerenknechten op zoek naar werk naar de steden trokken. Daar kwamen ze dikwijls terecht in een fabriek, waar ze tegen een hongerloontje spinmachines en weefapparaten moesten bedienen die werden aangedreven door stoommachines (de eerste goed functionerende stoommachine was gebouwd toen Malthus drie jaar oud was). De industriële productie vereenvoudigde de vervaardiging van chemicaliën, zodat op grote schaal kunstmest kon worden gemaakt en de agrarische rendementen nog verder toenamen.

7.000.000.000 (Deel 2)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Natuurwetten en menswetenschappen

Om het revolutionaire karakter van Malthus’ vorm van wetenschapsbeoefening te begrijpen, moeten we een flinke stap terugdoen in de tijd en ons bezighouden met enkele oude antwoorden op de vraag hoe we kunnen weten dat iets waar is.

In de Middeleeuwen bestond daarover geen twijfel. Alles wat in de bijbel stond, was waar. Als daarin over een bepaald onderwerp niets te lezen viel, kon men terecht bij een van de christelijke filosofen uit de Late Oudheid en als ook zij het antwoord schuldig bleven, dan waren er nog de Griekse en Romeinse geleerden. De middeleeuwers deden dus weinig om zelf kennis te vergaren, maar zochten het bij grotere deskundigen. De twaalfde-eeuwse filosoof Bernard van Chartres zei dat wij zijn als dwergen, terechtgekomen op de schouders van reuzen. Wanneer we meer of verder kunnen zien dan zij, is het in geen geval door de scherpte van onze eigen blik of onze fysieke kwaliteiten, maar omdat we omhoog worden getild en zo de reuzenhoogte overtreffen.

7.000.000.000 (Deel 1)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Het Essay on the Principle of Population

Oorlog maakt vindingrijk. Niet zelden dwingt hij een minister van financiën de posten op de rijksbegroting te herschikken om soldaten te betalen. Creatief boekhouden is iets van alle tijden, maar de vindingrijkheid was nooit zo groot als in de laatste jaren van de achttiende eeuw. De oorlogen waren toen massaler dan ooit tevoren en ministers werden nog niet gehinderd door inzicht in de staatshuishouding. Onze economische wetenschappen zijn ontstaan uit verontwaardiging over de treurige staat van de toenmalige overheidsfinanciën.

Creatief was bijvoorbeeld het Engelse kabinet dat in 1795 te maken kreeg met een groeiend gat in de rijksbegroting. Engeland had twee jaar eerder de oorlog verklaard aan het door burgeroorlog en revolutie verscheurde Frankrijk. De Europese mogendheden hadden zich gezamenlijk op het weerloze land gestort, rekenend op een profijtelijke oorlog zonder veel bloedvergieten. Maar het was anders gelopen. De Franse bevolking was massaal in het geweer gekomen tegen de vijandelijke overmacht en de meeste aanvallers hadden zich schielijk uit de oorlog moeten terugtrekken. Engeland stond er nagenoeg alleen voor en het kabinet moest op zoek naar bezuinigingen. Zoals in zulke situaties vaker is gebeurd, besloot de regering onder het mom van decentralisering de sociale zekerheid uit te kleden. En zoals ook vaker is gebeurd, pakte dat verkeerd uit.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het probleem met Piet-Hein Donner

Zoals iedereen heb ik drie soorten meningen: tientallen voor consumptie aan de borreltafel, een handvol politieke en een paar echte. In de eerste categorie vallen de stelling dat de Nobelprijs voor de letteren moet worden toegekend aan Bob Dylan en dat dikke mensen gezelliger zijn dan sportieve. Zoals ik al zei: dit is voor de borreltafel. Voor een grappiger mening geef ik de mijne graag op.

Aan andere oordelen houd ik langer vast. Als het om politiek gaat ben ik, om eens iets te noemen, een voorstander van het redden van onze planeet. Daarom ben ik voor elke maatregel die het produceren van afval en baby’s ontmoedigt. Die mening geef ik niet zo makkelijk op, maar het is niet onmogelijk. Misschien duurt het een dag voor ik toegeef, maar als iemand met argumenten komt, akkoord.

En ik heb ook een paar echt serieuze opvattingen, die ik voor geen argument ter wereld zal opgeven, omdat logica er irrelevant bij is. Ik heb het dan over religie, het onberedeneerbare gevoel dat elke wijsheid en logica van deze wereld tekortschiet. Sommige mensen zijn linkshandig, anderen zijn homoseksueel, weer anderen hebben religie “opgelopen”. Hoe dat zo komt weet ik niet, het maakt ze niet tot betere of slechtere mensen, het ís er gewoon, en het is nogal basaal.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De plek en het verhaal

 

Rabbi Yisroel ben Eliezer, beter bekend als de Baal Shem Tov, was gewend om, steeds wanneer er een calamiteit dreigde voor zijn volk, naar een geheime plaats in het bos te gaan. Daar stak hij vuur aan, en hij richtte een bepaald gebed naar de Maker van het Universum. Dan werd de catastrofe afgewend.

Maar toen hij er niet meer was, en weer een ongeluk zijn volk bedreigde, ging een van zijn leerlingen naar dezelfde plek in het bos, en zei: “Maker van het Universum, ik weet niet hoe ik het vuur moet ontsteken. Maar ik kan nog wel de weg vinden, en het gebed zeggen. En dat zal genoeg moeten zijn.”

En dat was het. De ramp werd afgewend.

Maar toen nogmaals ongeluk de mensen dreigde te overspoelen, ging er een andere leerling naar de plek in het bos. En hij zei: “Maker van het Universum, ik weet niet hoe ik het vuur moet aanmaken. En ik kan me het gebed niet herinneren. Maar ik kan wel de geheime plek vinden. Dat moet voldoende zijn!”

En weer was het genoeg, en werd de ramp verijdeld.

Vele jaren later, toen er weer een ramp dreigde, zat een andere leerling treurig in zijn stoel, en hij zei: “Maker van het Universum, ik heb geen idee hoe ik het licht moet ontsteken. Ik ken het gebed niet. Ik kan me niet eens de geheime plek herinneren. Alles wat ik kan doen is het verhaal vertellen. En moge dat genoeg zijn.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Turkse TV

De Turkse TV-zender Kanal T had onlangs een opvallend idee: een TV-show met tien atheïsten, die worden toegesproken door een joodse rabbi, een islamitische imam, een boeddhistische monnik en een christelijke priester. Wat voor een priester staat er niet bij: het kan een grieks-orthodoxe pope zijn maar ook een vertegenwoordiger van een van de oosterse kerken. Aan het einde van de show bepalen de atheïsten wie ze het meest overtuigend vonden. De winnaar krijgt als prijs een reis naar Rome, Jeruzalem, Mekka of Tibet.

De bekende Amerikaanse blogger Jim West presenteerde dit als “stupid news of the week”, en hoewel hij me vaak stof tot nadenken geeft, ben ik het dit keer niet met hem eens. We moeten als de wiedeweerga zo’n show organiseren in Nederland. Voor zo’n programma zou ik een TV kopen, of op zijn minst even aanschuiven bij mijn buurmeisje, want dit is iets wat ik wil zien: hoe een geestelijk leider zijn geloof uitlegt als hij niet kan preken voor de eigen gemeente. Niks is immers makkelijker dan zeggen dat Christus is gestorven voor onze zonden als je publiek dat al gelooft; het wordt pas de moeite waard om het uit te leggen aan een publiek dat vragen stelt als “wat is zonde?” Dit kan alleen maar briljant worden.

Wat zou Jezus met de banken doen?

In evangelische kringen wil men in ingewikkelde situaties nog wel eens vragen “Wat zou Jezus nu doen?” Als het gaat om onze bankiers, weten we het antwoord met enige zekerheid:

Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ (Marcus 11.15-18)

De grote vraag is natuurlijk hoe belangrijk deze passage is voor een hedendaagse christelijke gelovige. Er zijn twee problemen. In de eerste plaats documenteert de Bijbel een ruim een millennium durend proces van religieuze vernieuwing. Daardoor zit de Bijbel vol tegenspraken (vergelijk deze en deze passage), en dat maakt het voor gelovigen lastig om er één boodschap uit te halen. In de tweede plaats is zelfs het jongste deel een kleine negentien eeuwen oud. Heilig of niet, de Bijbel is een boek uit een heel andere tijd.

In het geval van de bankiers is het eerste probleem oplosbaar en weten we vrij zeker wat een gelovige jood als Jezus zou hebben gedacht. Vanaf het oudste deel, het boek Spreuken, via de ‘kleine’ profeten en Jesaja, tot het jongste deel, het Evangelie van Johannes, zijn er legio passages die rijkdom veroordelen: de parabel van de arme Lazarus is een voorbeeld. Er is in de Bijbel consistent sprake van een veroordeling van excessieve rijkdom en zorg voor de armen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De slag bij Manzikert

 

Eindelijk gelukt: kort voor zonsondergang stond ik gisteren op de plaats waar in augustus 1071 de slag bij Manzikert werd gestreden. De liefhebber kan de vlakte vinden ten zuidoosten van het huidige Malizgert in oostelijk Turkije (hier). Vanuit Tatvan, waar mijn hotel was, was het ruim anderhalf uur rijden over een weg die tot Ahlat uitstekend was en daarna zeer snel verslechterde. De chaotische rit over de bergen, met steeds de aanblik van de besneeuwde berg Süphan, was er een om nooit te vergeten.

Waarom wilde ik erheen? Omdat de slag bij Manzikert een van de weinige écht beslissende veldslagen is uit de wereldgeschiedenis. Aan de ene kant stonden de Turken, net overgegaan tot de islam en gecommandeerd door de Seljukische sultan Alp Arsan, ‘de Leeuw’. Hij was de machtigste man in de soennitische wereld en streefde er, met de geloofsijver van een jonge bekeerling, naar om de sji’itische moslims op het rechte soennitische pad te brengen. Zijn doel was daarom de verovering van Egypte, waar een sji’itische vorst de titel van kalief voerde. Voor Alp was het onaanvaardbaar dat een niet-soenniet claimde de heerser der gelovigen te zijn.

Hij was dus vanuit Iran op weg naar Egypte en bevond zich in Syrië, toen hij vernam dat de keizer van het Byzantijnse Rijk, Romanos IV Diogenes, met een leger van 70.000 man op weg was naar Armenië, een bufferstaat tussen de Seljuken en de Byzantijnen. Zou het een kleiner leger zijn geweest, Alp de Leeuw zou zich niet van zijn tocht naar Egypte hebben laten weerhouden, maar dit oogde gevaarlijk. Wilden de Byzantijnen doorstoten naar het Seljukische kernland?

http://www.youtube.com/watch?v=FHjrMwK-6Ao

Schradinova

Eigenlijk had ik een pesthumeur moeten hebben. Om vijf uur was ik opgestaan om naar de luchthaven te gaan. Ik had maar vier uur geslapen en normaal gesproken ben ik dan de rest van de dag weinig waard. Maar ik neuriede toen ik de bewakingsdienst voor de eerste keer mijn bagage liet controleren – “Take off” van Schradinova. Sinds ik dat liedje voor de eerste keer hoorde, heb ik het steeds opnieuw in mijn hoofd als de Airport Security zijn irritante werk doet.

Het vliegtuig naar Trabzon was overbooked. Of ik maar elf uur wilde wachten. Mijn humeur had nu totaal verziekt moeten zijn, maar bleef uitstekend. Het moet zijn gekomen door de muzak in de luchthaven. Ik geloof dat ik alle sublieme klassieke melodieën wel heb horen langskomen: de Brandenburgse concerten, het Zwanenmeer, Für Elise en de Walkürenritt. De Vier Jaargetijden hadden nog niet geklonken of ik mocht luisteren naar de Vijfde van Beethoven, die weer werd gevolgd door het adagietto uit Mahlers Vijfde. De Moldau stroomde uit in de Schöne blaue Donau en de Hongaarse Dans werd gevolgd door Anitra’s Dans. Mijn Turkse gastheren deden hun best.

Maar nou het rare: toen ik aan het begin van de avond voor de tweede keer langs de security moest, sprong meteen “Take off” weer in mijn hoofd. Blijkbaar treft dat liedje me meer dan alle muziek die ik de hele dag had mogen beluisteren.

Wetenschap en fact-free politics

Er bestaat een flauwe mop over een dronkaard die ’s nachts zijn fietssleutels kwijtraakt in een donkere steeg en even verderop bij een lantaarnpaal gaat zoeken, aangezien het daar tenminste licht is. Ik zei al dat de mop flauw was, maar ze is een redelijke metafoor voor het hedendaagse wetenschapsbeleid.

Hoe meten we de kwaliteit van het onderzoek? In principe door te kijken naar citaties. We verwachten van alle onderzoekers dat ze elk jaar een bepaald aantal publicaties doen in respectabele internationale tijdschriften. We gaan er daarbij van uit dat redacties alleen artikelen plaatsen die de moeite waard zijn. De dwang tot publicatie dwingt onderzoekers dus een bepaalde norm te halen.

Nederlandse wetenschappers doen het, zo bezien, helemaal niet slecht. n een recent interview in De groene Amsterdammer-prijst Robbert Dijkgraaf, de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, de hoge productiviteit van onze geleerden en het feit dat ze publiceren in ’s werelds meest-geciteerde tijdschriften.

Dat is allemaal heel mooi – ik schrijf dat zonder ironie. Het probleem is echter dat dit een bijzaak is. Het gaat erom dat u en ik in de bibliotheken, in kranten, op het internet accurate informatie kunnen vinden. Wat we moeten meten is of desinformatie wordt teruggedrongen. Daar is ook alle aanleiding toe, zolang Kamerleden de domste dingen kunnen zeggen over het klimaatbeleid, de islam, obesitas, migratiecijfers en wat dies meer zij. Academici die niet meten hoe inzichten worden overgedragen, zijn medeverantwoordelijk voor fact free politics.

Vorige Volgende