7.000.000.000 (Deel 3)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De empirische basis

Tegenover Malthus’ enorme wetenschappelijke triomf staat een even grote misser. Zijn stelling dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… is namelijk uit de lucht gegrepen. In werkelijkheid blijkt economische groei een grillig proces te zijn, dat zich niet met een eenvoudige of complexe vergelijking laat beschrijven: het ene jaar kan de economie met twee procent groeien, het volgende jaar met een procent krimpen. Malthus zat er dus naast, maar hij kon weinig anders kon doen dan een ongegronde hypothese ventileren, want het voor een gefundeerde analyse benodigde cijfermateriaal was destijds niet beschikbaar.

Daardoor kon Malthus niet scherp zien dat juist in zijn eigen tijd de productie in de landbouw en industrie sterk toenam. Tijdens zijn jeugdjaren was in Europa voor het eerst de aardappel op massale schaal ingevoerd, een gewas dat veel voedzamer is dan het toenmalige volksvoedsel graan. Door het nieuwe dieet kon de bevolking groeien terwijl er minder boeren nodig waren, zodat talloze werkloze boerenknechten op zoek naar werk naar de steden trokken. Daar kwamen ze dikwijls terecht in een fabriek, waar ze tegen een hongerloontje spinmachines en weefapparaten moesten bedienen die werden aangedreven door stoommachines (de eerste goed functionerende stoommachine was gebouwd toen Malthus drie jaar oud was). De industriële productie vereenvoudigde de vervaardiging van chemicaliën, zodat op grote schaal kunstmest kon worden gemaakt en de agrarische rendementen nog verder toenamen.

Maar Malthus kon deze positieve kanten van de Industriële Revolutie nauwelijks zien. Wat hij zag in zijn parochie, was de misère van het industriële proletariaat, dat gesteld was voor de mensonterende keuze tussen enerzijds onderbetaalde fabrieksarbeid en anderzijds vechten in een van de legers die streden tegen de Fransen. Alsof het nog niet erg genoeg was gesteld met deze mensen, kregen ze bovendien de zorg voor kinderen. De zielzorger was zo met hen begaan, dat hij niet kon zien dat de samenleving als geheel rijker werd door de industrialisering. Wat hij voorspelde over de trage toename van de productie, was reeds achterhaald op het moment dat hij het publiceerde.

Het pleit voor Malthus dat hij zich realiseerde dat hij niet over alle benodigde data beschikte. Hij heeft zijn leven lang gezocht naar gegevens om zijn theorieën te onderbouwen, maar daarbij legde hij het accent meer op de demografie dan op de mogelijkheden tot economische groei. Dat het Essay on the Principle of Population bij elke herdruk dikker werd, kwam vooral doordat hij steeds nieuwe en betere bevolkingsstatistieken toevoegde.

Maar zelfs in dit beperkte onderzoeksgebied was het moeilijk feiten op te sporen. Malthus maakte in volle oorlogstijd een reis naar de Scandinavische landen, omdat de omvang van de bevolking daar in het verleden wel eens was geteld. Toen hij de Britse overheid ervan had weten te overtuigen dat het nuttig zou zijn ook in Engeland een volkstelling te houden, kwam er van alle kanten protest. Sommigen wezen op het onbijbelse karakter van deze vorm van beleidsondersteunend onderzoek – schreef de bijbel niet dat koning David ervoor was gestraft? – en anderen waren van mening dat een volkstelling een inbreuk vormde op het privéleven van de burgers. (Het begrip ‘privacy’ is in deze jaren ontstaan.) De volkstelling ging echter door en leverde het bewijs voor Malthus’ stelling dat de bevolking van de Britse eilanden in de loop der jaren was toe- en niet afgenomen.

(Wordt vervolgd)

Lees deel 1 hier en deel 2 hier.

  1. 2

    ‘Daardoor kon Malthus niet scherp zien dat juist in zijn eigen tijd de productie in de landbouw en industrie sterk toenam.’

    Dé vergissing waarmee natalisten en fallisten je triomfantelijk om de oren slaan, als je ze met die ‘vervloekte Malthus’ komt aanzetten.
    Wat ze over het hoofd zien, is dat M. locaal al vele malen in het gelijk is gesteld: Chinese hongersnoden, Paaseiland definitief, Ieren die hun honger in N. Amerika stilden, ten koste van de verdringing van de Indianen daar (iemand moest toch dood gaan), recent N. Korea en die Afrikaanse hongergebieden.

    Komt allemaal in orde, hoor je ze al zeggen; een kwestie van organiseren, een menselijker economie, een politiek van duurzaamheid. Weg met het Kapitaal, OWS!
    Misdadige nonsens die zelfs als hij dat niet zou zijn intussen nodeloos millioenen mensen in afwachting van dit pakket heilsfeiten – die nemen nogal wat tijd in beslag – doet creperen. In de ellendigste omstandigheden. Doet u ook mee?

    En zo zal Malthus ook globaal gelijk krijgen.

    En denk ook aan wat het ketterhoofd van Uqbar – of was het Tlön? – predikte: ‘spiegels en copulaties zijn walgelijk, want ze vermeerden het aantal mensen.’ Behalve aan honger, uitmergeling, weerzinwekkende ziekten, onduldbare pijnen als uitvloeisel van een anti-Malthusiaanse mentaliteit en idem handelen door barmhartige mensen, mogen we ook wel eens de (on)esthetisch factor in rekening brengen. Een te veel aan mensen devalueert mensen. Om de gedachte te bepalen: de Philippijnen. Geboortebeperking is er verboden, maar Philippijnse meisjes mogen wel in Saudi-Arabia en dat soort landen voor dienstmeisje spelen. Een slaafs tot gruwelijk lot wacht ze. Dank zij de Paus.

  2. 4

    Malthus stierf in 1834, dan is nog in de begintijd van de industrialisatie. Een industrialisatie die leidde tot urbanisatie, en meer steden betekende in die tijd meer ellende. Steden waren in de pre-industriële tijd en de vroegindustriële tijd hele ongezonde plekken die de mensen kort hielden en de sterftecijfers hoog. De productie mocht dan stijgen maar de stedelijke ellende nam niet af. Het is niet verwonderlijk dat Malthus wat pessimistisch was.