Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De stiltecoupé

Een treinreis kan het heerlijkste zijn wat er is. Je zit lekker, je leest wat, je kunt er een kop koffie bij nemen, en aan het einde van de rit ben je in een andere stad. Treinreizen kunnen ook gruwelijk zijn. Bijvoorbeeld als naast je twee mensen een gesprek voeren, zodat jij niet kunt lezen. Trouwens, met mobiele telefoons is één spreker voldoende om het bloed onder je nagels vandaan te halen.

Kortom, ik ga als het even kan zitten in de stiltecoupé. Dat lost de problemen echter niet op. Te vaak moet je mensen erop aanspreken dat het in dit deel van de trein de bedoeling is dat het enigszins rustig blijft, maar ik merk dat mijn niet geringe frustratie over het gekwaak in de regel wordt overtroffen door woede dat mensen zo onbeschoft zijn. Dus ik houd mijn mond maar. Het komt regelmatig voor dat ik, als ik een drukke stiltecoupé voor me zie, ergens anders ga zitten om de stress te vermijden: dan maar geen rust, als ik, door me niet kwaad te maken, een hartaanval vermijd.

Er is bovendien iets geks aan de hand met de stiltecoupé. Zo snel je de Randstad uit bent, wordt het luidruchtiger. Ik reis wel eens vanuit Amsterdam naar mijn ouders in Apeldoorn, en Amersfoort is dan echt een keerpunt. Daarvóór is het rustig, daarna niet meer.

Beeldspraken en manipulatie

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is niet optimistisch over de toekomst, zo lees ik. Er zouden “donkere wolken boven ons land” hangen. Er zijn beeldspraken die je nooit mag gebruiken, en dit is er daarvan een.

De kwestie is heel simpel. Wolken zijn een natuurmetafoor. Ze suggereren dat dingen even onvermijdelijk zijn als het weer. Maar de problemen waarin ons land zich bevindt, hebben noch iets natuurlijks, noch iets onvermijdelijks. Er zijn welbewuste keuzes gemaakt – we verlagen de belastingen, we liberaliseren de markten, we privatiseren de nutsbedrijven, we geven mensen die vóór 1960 zijn geboren een korting op de aflossing van hun studiefinanciering en vullen het gat op de onderwijsbegroting met een hogere rente voor mensen die zijn geboren na 1960.

Een variant op de “donkere wolken” zijn de “oorlogswolken” die zich samenpakken boven deze of gene natie. Het suggereert dat het besluit ten strijde te trekken, niet wordt genomen door politici met concrete belangen, maar dat geweldsuitbarstingen de natuurlijke gang van zaken zijn. Wie leest over samenpakkende oorlogswolken, weet dat iemand zijn verantwoordelijkheid ontwijkt.

Natuurmetaforen verdoezelen de werkelijkheid dat economische en politieke problemen door mensen worden gecreëerd. De lezer die er een ziet, weet dat hij óf om de tuin wordt geleid, óf te maken heeft met een totaal incompetente schrijver (“As the storm clouds of seeming Persian invincibility loomed ever darker over Ionia, so strange shadows from the past returned to haunt Athens, too” – Tom Holland denkt dat als je maar twee metaforen in één zin stopt, je literatuur schrijft). Welke optie van toepassing is op het SCP, laat ik ter beoordeling aan de lezer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Arabische complottheorieën

Vroeger bestuurde God de wereld. Tegenwoordig wordt ze geregeerd door de vrijmetselaars, de joden, de illuminati, de priorij van Sion of de Bilderberggroep. Ik denk dat de populariteit van complottheorieën vooral wil zeggen dat mensen het leven onbegrijpelijk en chaotisch vinden, en tot elke prijs een verklaring willen hebben.

Er is geen regio waar samenzweringen zo geliefd zijn als in het Nabije Oosten.Wellicht is dat een ander bewijs voor de stelling dat de islam geen antwoord heeft op de moderne tijd, zoals enkele Vlaamse onderzoekers al in de jaren negentig beweerden; wellicht is een reden dat het Nabije Oosten een geschiedenis heeft van reële complotten. Denk aan het Sykes-Picot-verdrag en Operation Ajax.

Het idee van de Grote Joodse Samenzwering is razend populair in het Nabije Oosten. Je hoeft er niet lang te reizen voordat je van iemand verneemt dat de Joden de wereld regeren, of althans behoorlijke invloed hebben. De bloedlegende, het sprookje dat joden met Pesach babybloed zouden drinken, wordt vrij breed geloofd; de theoloog Hans Jansen heeft een collectie aangelegd van spotprenten uit het Nabije Oosten die ernaar verwijzen. Die collectie is beangstigend groot.

Iets lichtvoetiger is het bericht dat ik vandaag las: de grote piramide is op 11-11-’11 gesloten geweest om te verhinderen dat joden of vrijmetselaars er een geheimzinnig ritueel zouden uitvoeren.

Wantrouw/vertrouw onderzoeksresultaten

Elke eerstejaarsstudent krijgt op een gegeven moment, meestal al in de eerste maand, uitgelegd waarom de overdracht van wetenschappelijke informatie zo moeilijk is. De onderzoeker doet het namelijk nooit goed.

1. Stemt zijn onderzoeksconclusie overeen met iets wat we al op onze klompen aanvoelden, dan zeggen we dat hij zich de moeite had kunnen besparen.
2. Ontkent de geleerde iets dat volgens ons wel het geval is, dan vinden we hem een dwarsligger.
3. Als hij iets beweert dat we onwaarschijnlijk achten, dan beschouwen we hem als een fantast.
4. Bevestigt een onderzoeker onze mening dat iets niet zo is, dan vragen we wat hem bewoog het te onderzoeken.

Er zijn dus vier manieren om onderzoeksresultaten weg te redeneren. Ondertussen is het onderzoek natuurlijk wel degelijk nuttig. In het eerste en vierde geval is een subjectief vermoeden bevestigd en onze kennis kwalitatief verbeterd. In het tweede en derde geval zijn veronderstelde zekerheden ter discussie gesteld.

Elke wetenschapper weet dit en kent ook de gevolgtrekking: zijn eigen ongeloof over andermans onderzoek zegt op voorhand niet heel veel. Je moet als wetenschapper natuurlijk een zeker wantrouwen behouden, maar als een andere geleerde zijn onderzoek goed uitvoert, moet je je persoonlijke ongeloof opofferen en aanvaarden dat het anders is dan je vermoedde.

7.000.000.000 (Deel 7)

Vorige week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit is het zevende en laatste deel van het stuk, het geheel verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Cairo

De politieke wil om iets aan de groeiende wereldbevolking te doen en zo de opmars van ‘het grote leger der vernietiging’ te beletten, blijkt in de westerse landen tegenwoordig veel geringer te zijn dan in de jaren vijftig, maar is niet geheel afwezig. Dankzij de consensus die in Cairo is geschapen, mogen we voorzichtig gaan hopen dat de pessimistische VN-prognose niet bewaarheid zal worden. In elk geval kunnen we er zeker van zijn, dat de voorspellingen uit de vroege jaren vijftig niet in vervulling zullen gaan. Toen werd namelijk verwacht dat de bevolkingsgroei onveranderd op twee procent per jaar zou liggen, zodat er in 2050 twintig miljard mensen zouden zijn.

Voor het eerst in de wereldgeschiedenis is de bevolkingsgroei geremd. Maar het is slechts een eerste stap en het valt te hopen dat de mensheid er in de komende decennia in slaagt de groei tot stilstand te brengen. Als dat lukt, zullen toekomstige, ongetwijfeld talrijke, generaties die op het laatste kwart van de twintigste eeuw terugkijken, misschien vaststellen dat toen een prestatie van formaat is geleverd.

7.000.000.000 (Deel 6)

Vorige week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Bevolkingspolitiek

Vanaf de jaren vijftig was de noodzaak iets te doen aan de almaar toenemende omvang van de wereldbevolking evident, maar een antwoord was nog niet zo snel gevonden. De vrijheid om kinderen te verwekken en op te voeden is een erkend mensenrecht en het uitvoeren van een bevolkingspolitiek is op het eerste gezicht onmenselijk. Gelukkig komt er – met China in de jaren zeventig als belangrijkste uitzondering – in de praktijk weinig dwang aan te pas. De meeste echtparen willen namelijk helemaal geen groot gezin, en in veel westerse landen bestaat het tweekindergezin al lang. Dat dit ook elders als ideaal geldt, blijkt uit een enorm onderzoek waarbij driehonderdduizend vrouwen in vijftig derdewereldlanden werd gevraagd hoeveel kinderen ze wilden. In nagenoeg alle gevallen was dat de helft van het landelijk gemiddelde. (De wrange conclusie is dat een groot deel van de 400.000 kinderen die elke dag geboren worden, ongewenst is.)

7.000.000.000 (Deel 5)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De toekomst

Hoewel het voorspellen van de toekomst een notoir lastige aangelegenheid is, is het voor beleidsmakers noodzakelijk althans een vermoeden te hebben van de komende ontwikkelingen. En over demografie zijn gelukkig redelijk betrouwbare uitspraken te doen.

In 1998 publiceerden de Verenigde Naties een uitgebreide studie naar de toekomstige demografische ontwikkelingen. Hierin werden diverse toekomstverwachtingen voor verschillende werelddelen doorberekend. De eerste, meest optimistische prognose gaat ervan uit dat elk echtpaar, waar ook ter wereld, in 1995 heeft besloten het bij 2,1 kinderen te laten. Dit wil zeggen dat de generaties vanaf 1995 allemaal even groot zullen zijn, maar wil niet zeggen dat de bevolkingsgroei meteen stopt, aangezien er nog ruim twee miljard kinderen zijn die nog kinderen zullen krijgen. Dus zal de wereldbevolking doorgroeien en leven we in 2050 met ruim acht miljard mensen op deze planeet en honderd jaar later met nog eens een miljard meer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De grootste geleerde van Nederland

Scaligers portret in Leiden

Sommigen zullen Huygens, Boerhave, Van der Waals of Brouwer de grootste geleerde noemen die ooit in Nederland leefde, maar ik denk eerlijk gezegd dat de totaal vergeten Joseph Justus Scaliger (1540-1609) nog net een tikje belangrijker was.

Zijn oeuvre is, net als dat van de apostel Paulus, te vergelijken met een tijdbom: in beide gevallen gaat het om ogenschijnlijk eenvoudige innovaties die pas na enige tijd leidden tot een explosie van vrijheid. In het geval van Paulus gaat het om de simpele constatering dat alle christenen onderling gelijk moeten zijn, een constatering die in de christelijke tijd steeds weer werd herhaald en eerst leidde tot verbetering van de positie van slaven en uiteindelijk tot het einde van de slavernij. De Leidse geleerde Scaliger hield zich bezig met de chronologie van de Oudheid, maakte een einde aan het autoriteitsgeloof en ontketende de secularisering van het wereldbeeld.

Het probleem was al een kleine eeuw oud toen Scaliger zich ermee begon bezig te houden. Het was ontstaan toen de Renaissance-geleerde Giovanni Nanni een reeks teksten uit de Oudheid had gepubliceerd, die alle het gelijke van de Bijbel bevestigden en (met één uitzondering) alle vervalst zouden blijken te zijn. De hele zestiende eeuw zocht men naar criteria om kaf en koren te scheiden, en één instrument was de inconsistente chronologie van Nanni’s materiaal.

7.000.000.000 (Deel 4)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De actualiteit van Malthus

Malthus’ idee dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… mocht dan onjuist zijn, hij had in elk geval scherp gezien dat deze kon achterblijven bij de vraag en dat al te snelle bevolkingsgroei afschuwelijke gevolgen kon hebben. De Zwarte Dood die in 1347-1350 een derde van de Europese bevolking wegnam, hing samen met ondervoeding.

Malthus’ inzicht werd echter lang genegeerd. In de negentiende en twintigste eeuw groeide de Europese economie namelijk sneller dan de bevolking. Door de industrialisering nam de welvaart toe en dat leek voldoende bewijs om Malthus’ zwartgallige profetie te weerleggen. Helaas was dit wat al te eurocentrisch geredeneerd, zoals bleek na de dekolonisatie in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

De verschillende koloniale mogendheden hadden de bevolkingsgegevens van hun bezittingen in Afrika en Azië nooit met elkaar gedeeld, zodat demografen geen zicht hadden op de groei van de wereldbevolking. De Verenigde Naties slaagden er wel in de cijfers van de nieuwe landen te krijgen. Hierdoor werd ontdekt dat de bevolking van de derdewereldlanden zeer sterk toenam.

7.000.000.000 (Deel 3)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

De empirische basis

Tegenover Malthus’ enorme wetenschappelijke triomf staat een even grote misser. Zijn stelling dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… is namelijk uit de lucht gegrepen. In werkelijkheid blijkt economische groei een grillig proces te zijn, dat zich niet met een eenvoudige of complexe vergelijking laat beschrijven: het ene jaar kan de economie met twee procent groeien, het volgende jaar met een procent krimpen. Malthus zat er dus naast, maar hij kon weinig anders kon doen dan een ongegronde hypothese ventileren, want het voor een gefundeerde analyse benodigde cijfermateriaal was destijds niet beschikbaar.

Daardoor kon Malthus niet scherp zien dat juist in zijn eigen tijd de productie in de landbouw en industrie sterk toenam. Tijdens zijn jeugdjaren was in Europa voor het eerst de aardappel op massale schaal ingevoerd, een gewas dat veel voedzamer is dan het toenmalige volksvoedsel graan. Door het nieuwe dieet kon de bevolking groeien terwijl er minder boeren nodig waren, zodat talloze werkloze boerenknechten op zoek naar werk naar de steden trokken. Daar kwamen ze dikwijls terecht in een fabriek, waar ze tegen een hongerloontje spinmachines en weefapparaten moesten bedienen die werden aangedreven door stoommachines (de eerste goed functionerende stoommachine was gebouwd toen Malthus drie jaar oud was). De industriële productie vereenvoudigde de vervaardiging van chemicaliën, zodat op grote schaal kunstmest kon worden gemaakt en de agrarische rendementen nog verder toenamen.

7.000.000.000 (Deel 2)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Natuurwetten en menswetenschappen

Om het revolutionaire karakter van Malthus’ vorm van wetenschapsbeoefening te begrijpen, moeten we een flinke stap terugdoen in de tijd en ons bezighouden met enkele oude antwoorden op de vraag hoe we kunnen weten dat iets waar is.

In de Middeleeuwen bestond daarover geen twijfel. Alles wat in de bijbel stond, was waar. Als daarin over een bepaald onderwerp niets te lezen viel, kon men terecht bij een van de christelijke filosofen uit de Late Oudheid en als ook zij het antwoord schuldig bleven, dan waren er nog de Griekse en Romeinse geleerden. De middeleeuwers deden dus weinig om zelf kennis te vergaren, maar zochten het bij grotere deskundigen. De twaalfde-eeuwse filosoof Bernard van Chartres zei dat wij zijn als dwergen, terechtgekomen op de schouders van reuzen. Wanneer we meer of verder kunnen zien dan zij, is het in geen geval door de scherpte van onze eigen blik of onze fysieke kwaliteiten, maar omdat we omhoog worden getild en zo de reuzenhoogte overtreffen.

7.000.000.000 (Deel 1)

Deze week heeft onze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus (1766-1834), demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Malthus is als een van de weinigen erin geslaagd het natuurwetenschappelijke, wetmatige verklaringsmodel toe te passen in de menswetenschappen. Dit stuk bestaat uit zeven delen en verscheen eerder in 2007 in Filosofie en bedrijf.

Het Essay on the Principle of Population

Oorlog maakt vindingrijk. Niet zelden dwingt hij een minister van financiën de posten op de rijksbegroting te herschikken om soldaten te betalen. Creatief boekhouden is iets van alle tijden, maar de vindingrijkheid was nooit zo groot als in de laatste jaren van de achttiende eeuw. De oorlogen waren toen massaler dan ooit tevoren en ministers werden nog niet gehinderd door inzicht in de staatshuishouding. Onze economische wetenschappen zijn ontstaan uit verontwaardiging over de treurige staat van de toenmalige overheidsfinanciën.

Creatief was bijvoorbeeld het Engelse kabinet dat in 1795 te maken kreeg met een groeiend gat in de rijksbegroting. Engeland had twee jaar eerder de oorlog verklaard aan het door burgeroorlog en revolutie verscheurde Frankrijk. De Europese mogendheden hadden zich gezamenlijk op het weerloze land gestort, rekenend op een profijtelijke oorlog zonder veel bloedvergieten. Maar het was anders gelopen. De Franse bevolking was massaal in het geweer gekomen tegen de vijandelijke overmacht en de meeste aanvallers hadden zich schielijk uit de oorlog moeten terugtrekken. Engeland stond er nagenoeg alleen voor en het kabinet moest op zoek naar bezuinigingen. Zoals in zulke situaties vaker is gebeurd, besloot de regering onder het mom van decentralisering de sociale zekerheid uit te kleden. En zoals ook vaker is gebeurd, pakte dat verkeerd uit.

Vorige Volgende