Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | De god van de gaten

COLUMN - In de achttiende eeuw stelden geleerden voor het eerst de vraag waar religie vandaan kwam. Ze opperden dat het iets te maken had met angst voor onbegrepen natuurkrachten. Voor die theorie konden ze teruggrijpen op het oude Griekenland, waar Zeus de dondergod was, Demeter de kiemkracht vertegenwoordigde en Poseidon werd geacht aardbevingen te veroorzaken. Wetenschappers hebben sindsdien uiteraard ontdekt dat bliksem, vruchtbaarheid en aardbevingen natuurlijke oorzaken hadden.

Er bleven echter voldoende onverklaarde zaken over en menig gelovige greep die aan als argument dat God toch bestond. De negentiende eeuw zag zo een leuk debat tussen enerzijds conservatieve gelovigen, die de aandacht vestigden op zaken die de wetenschap niet kon verklaren – zoals de genezingen in Lourdes – en die dan het bestaan van een welwillende godheid moesten bewijzen, en anderzijds wetenschappers die deze mysteriën een voor een toch verklaarden. Zeker nadat Darwin de evolutieleer had geformuleerd, was Gods bestaan een hypothese waaraan men weinig behoefte meer had.

Rond 1900 wezen sommige theologen op het schrale Godsbeeld achter deze discussie. Wie werkelijk meende dat God de wereld stuurde met een wonder links of een natuurkracht rechts, reduceerde Hem naar de laatste gaten in de wetenschappelijke kennis. Met hun waarschuwing tegen de ‘God van de gaten’ spoorden de theologen de mensen aan de moderne wetenschap te aanvaarden en religie te gebruiken als basis voor een humane ethiek.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rotterdam CS

COLUMN - Ik zou zo verschrikkelijk graag eens iets aardigs willen schrijven over het – zoals ik me werkelijk kan herinneren – ooit prachtige voormalige rijksspoorwegbedrijf. Soms gaan op de rails de zaken namelijk nog altijd gewoon goed en ik heb ook wel eens iets aardigs kunnen vertellen. Als zich een gelegenheid voordoet, zal ik dat zeker nog eens doen, bijvoorbeeld als in de nieuwe dubbeldektreinstellen inderdaad een duidelijk onderscheid komt tussen werkplekken en gezelligheidsplekken.

Even leek het erop dat ik vandaag al iets leuks zou kunnen melden. Ik moest gisteren namelijk in Rotterdam zijn en verheugde me op het nieuwe station, dat ik in de afgelopen jaren heb zien veranderen. Het leek mooi te worden.

Het bleek ook mooi te zijn. Het gebouw is licht en ruim. De natuursteen op de grond heeft een zachte kleur en lijkt nauwelijks geluid te weerkaatsen. Er hangt een echt fijne sfeer. Ik liep er met een goed humeur doorheen, drentelde nog wat rond en constateerde met een glimlach dat op het eerste perron niet minder dan vier conducteurs zich verdrongen om een opvallend mooie vrouw te helpen: die kerels voelden zich op hun gemak en de dame leek het niet erg te vinden. Er is een ‘stationshuiskamer’ die weliswaar is bedoeld om je laptop neer te zetten en te werken, maar die me herinnerde aan de oude stationsrestauraties.

Foto: Mickey_Liaw (cc)

Peuter

COLUMN - Ik heb wel eens eerder geblogd over een tweejarig meisje in mijn omgeving, de dochter van een goede vriendin. Ik zal ze eens in de maand zien en zo zie ik hoe het kind met sprongen vooruitgaat. Het blijft me verbazen dat zo’n kleine uk al een volledig mens is, iemand die kan denken, communiceren, vragen kan stellen, zelfs als ze die nog niet zo snel kan uitspreken als een volwassene.

Zondag kreeg ik een sms’je van haar moeder, die even was neergestreken in de Brakke Grond, waar ik regelmatig zit. Toen ze na de lunch weer verder was gegaan, had het meisje gevraagd “Jona is weg hè”. Ze heeft me daar één of twee keer gezien, niet vaker, maar had dus onthouden dat ik daar wel eens kom.

Ik ging zondagavond nog even op IJburg bij de dames langs. Het meisje was wat verlegen, zoals ze steeds is als er gasten in haar huis komen, maar al snel lagen we op de grond om van plaatjes van auto’s de kleuren aan te wijzen en vervolgens de kleuren van de koplampen te identificeren. Daarna deden we een puzzel en toen de moeder en ik even kletsten, haalde ze een gigantisch knuffeldier tevoorschijn.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Verouderde informatie

COLUMN - De opvattingen van Jezus van Nazaret waren niet die van de kerk die in zijn naam werd gesticht: dat is het vertrekpunt van de speurtocht naar de historische Jezus. Die speurtocht is nogal frustrerend. Al een eeuw geleden concludeerde Albert Schweitzer dat we alleen zeker wisten dat de Joodse wijsheidsleraar had verwacht dat het einde der tijden nabij was. De Duitse theoloog wees er verder op dat wetenschappers, doordat er zo weinig zekerheid bestond, konden wegredeneren wat ze niet beviel en konden selecteren wat in hun straatje paste. Jezusportretten zeiden daarom meer over degene die ze schetste dan over de man uit Nazaret.

Dat was 1906. Een halve eeuw verkeerde het onderzoek in een impasse, maar het werd hernomen na de ontdekking van de Dode Zee-rollen, waardoor Jezus beter in zijn Joodse context kon worden geplaatst. Tegelijk werden criteria geformuleerd die moesten verhinderen dat onderzoekers selectief met hun informatie omgaan.

In Europa heeft niemand, christelijk of anders, hier veel moeite mee. Zelfs evangelische christenen, die de Bijbel wat letterlijker nemen dan gebruikelijk is, zullen niet snel insinueren dat dit onderzoek dient ter bestrijding van hun geloof. Dat ligt anders in de Verenigde Staten, waar menigeen geschokt reageerde toen Reza Aslan vorig jaar zijn boek Zealot. The Life and Times of Jesus of Nazareth publiceerde. Een academicus! Een moslim! Uit Iran! Axis of Evil!

Foto: kayepants (cc)

Haatzaaien

COLUMN - Zie het plaatje hieronder. Ik kreeg het op Facebook en besloot het te ‘sharen’. Verschillende mensen ‘liken’ het dan. Daar is niets mis mee. Het is vergelijkbaar met een vriendschappelijke por: een bevestiging dat je het met elkaar eens bent. Zonder dat soort gebaren zouden we ons geïsoleerd voelen. Nogmaals, er is niks mis mee.

haatzaaierij

Maar het levert natuurlijk ook niet zoveel op. De vraag is: wat doe je wérkelijk? Ik ben in elk geval geen held. Ik kan alleen antwoorden dat ik onlangs iemand heb aangesproken op een evident racistische uitlating. Het helpt dat ik bijna vijftig ben, dat geeft je enig (onverdiend) gezag. En ik heb dus een plaatje ‘geshared’. Niet bepaald veel.

Ik zou misschien méér doen als ik beter zou begrijpen wat er feitelijk speelt. Ik snap echter maar een paar dingen:

  • Met zijn uitspraak dat er minder Marokkanen in Nederland zouden moeten zijn, is Wilders een grens over gegaan.
  • Het zat eraan te komen. Op een in september vorig jaar in Den Haag georganiseerde PVV-manifestatie doken verschillende extreemrechtse types op, waarvan Wilders zich toen niet distantieerde. Dat kan hij ook niet, want dat zou politieke zelfmoord zijn. Nu lijkt hij dus in hun kamp beland.
  • Foto: copyright ok. Gecheckt 06-09-2022

    Pseudocitaten

    COLUMN - Ergens in de elfde eeuw drong in Europa het bewustzijn door dat alles minder was dan in de Oudheid. Koningen begrepen dat de glorie van het Romeinse Rijk voorgoed voorbij was, geestelijken beseften dat ze de ideeën van de kerkvaders eigenlijk niet meer begrepen.

    Vreemd was dit minderwaardigheidsgevoel niet. De levensduurverwachting was evident lager dan in de Oudheid, toen mensen zo oud werden als Metusalem. De mensheid was echter niet alleen fysiek in verval, maar ook intellectueel: wijsheid komt immers met de jaren. Daarom vonden elfde-eeuwers zichzelf de minderen van de oude Joden, Grieken, Romeinen en kerkvaders.

    Het was dus verstandig waarde te hechten aan de antieke auteurs. Zo ontstond een autoriteitsgeloof dat nog eeuwenlang de westerse wereld zou beïnvloeden. In de beroemde woorden van Bernard van Chartres:

    Wij zijn als dwergen, terechtgekomen op de schouders van reuzen. Wanneer we meer of verder kunnen zien dan zij, is het in geen geval door de scherpte van onze eigen blik of onze fysieke kwaliteiten, maar omdat we omhoog worden getild en zo de reuzenhoogte overtreffen.

    Dit minderwaardigheidsgevoel had gevolgen. Enerzijds schiep het een Europese cultuur die openstond voor andere ideeën – antiek of Arabisch of Byzantijns – en anderzijds werd het citeren van antieke autoriteiten een Europese intellectuelenhobby. Dat Cervantes de praktijk in de proloog van de Quichot volslagen belachelijk maakte, heeft weinig uitgehaald, misschien omdat het gezag van de ouden groter bleef dan dat van de uitvinder van de moderne roman.

    Foto: Post-Atheïst

    Post-atheïst | De Turijnse lijkwade

    COLUMN - Het voorjaar begon dit jaar al in de winter en de traditionele paashoax is ook veel te vroeg. In de week voor pasen is er altijd wel een wetenschapper die zichzelf aan exposure en de pers aan bladvulling helpt met een sappig nieuwtje over Jezus. Het zijn doorgaans niet de beste onderzoeksresultaten die zo publiciteit krijgen. Zeg maar gerust dat elk Jezusbericht in de aanloop naar pasen een hoax is.

    Zo werd eens aangekondigd dat “de” wetenschap had geconcludeerd dat Judas Jezus niet kon hebben verraden. Twee jaar geleden was er de claim dat Jezus een hermafrodiet kon zijn geweest. Het jaar ervoor mochten we lezen dat Jezus het Laatste Avondmaal niet op (witte) donderdag zou hebben gevierd maar een dag eerder. Allemaal academici van het tweede echelon, allemaal kul, allemaal slim getimed, allemaal in de media, allemaal schadelijk voor de echte wetenschap.

    Elk jaar vliegen de media er weer in. Dit keer waren ze er zelfs vroeg bij met een hoax die toch wel heel herkenbaar was: de Lijkwade van Turijn. Een Italiaans onderzoeksteam heeft namelijk bedacht dat de afbeelding van de gekruisigde op het doek kwam door neutronenstraling.

    Voor het goede begrip: ze bieden de oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Het is inderdaad onduidelijk hoe de lijkwade precies is vervaardigd, maar verschillende onderzoekers (voorbeeld) hebben gedemonstreerd dat er geen technieken nodig zijn die buiten het bereik van een middeleeuwse vervalser lagen.

    KORT | Bussemakers fooi

    OPINIE - Als je appels en peren vergelijkt, zie je tenminste of mensen appels belangrijker vinden of peren. De bonus van Rijkman Groenink was 26 miljoen. Vandaag maakt minister van Onderwijs Bussemaker bekend dat ze wel 5 miljoen in het onderwijs wil investeren.

    Bonussen en onderwijs zijn twee onvergelijkbare zaken, maar we zien nu wel hoe in de roofstaat aan de zee tussen Oostfriesland en de Schelde wordt gekeken naar een ondernemer en een onderwijzer. De een krijgt bij zijn afscheid per Nederlander €1,52 euro mee terwijl tweehonderd docenten het samen met €0,29 moeten doen.

    Ik weet dat het geld voor Rijkman Groenink kwam uit de middelen van een bank en dat het geld voor docenten door onszelf wordt betaald. Ik vergelijk appels en peren maar de conclusie dat Nederland schijt heeft aan het onderwijs, lijkt me grosso modo wel juist.

    Foto: hans thijs (cc)

    Koot en Bie

    OPINIE - Er is iets vreemds aan de hand met de laatste nog bestaande kranten. Om hun correspondenten te betalen, hebben ze geld nodig en dat halen ze binnen met onder andere advertenties. Om die advertenties te plaatsen, moet de krant een zekere omvang hebben. Om een zekere omvang te bereiken, moet er kopij zijn. En dus worden we opgezadeld met een veelvoud aan columnisten. Het echte nieuws vernemen we bij de gratie van het onnieuws.

    Columns zijn een hondsmoeilijk genre. Een blogger kan een stukje precies de lengte geven die nodig is om zijn punt te maken. In een krant is de columnist, die in feite hetzelfde soort stukjes schrijft, echter gehouden aan een exact aantal woorden, meestal rond de driehonderd. Dat betekent dat hij of te weinig of te veel woorden heeft voor zijn betoog. Alleen echt goede schrijvers kunnen daarmee omgaan. De meeste columnisten hebben dat talent niet en zijn vervelend.

    Eergisteren zadelde het NRC Handelsblad ons op met de diepe inzichten van Arjan van Veelen in stationstoiletten. Echt een onderwerp waarvoor je een krant koopt. Erger nog was de lofzang op Koot en Bie die we aantroffen op de mediapagina – in feite ook geen al te noodzakelijk stuk kopij.

    Foto: copyright ok. Gecheckt 21-02-2022

    Forza Pim

    COLUMN - Vele jaren geleden, toen wij nog jong waren en de wereld nog onschuldig was, stelde Silvio Berlusconi zich kandidaat voor het Italiaanse premierschap. De clublokalen van zijn voetbalclub, AC Milan, werden de lokale hoofdkwartieren van een politieke partij, Forza Italia. Zijn televisiezenders droegen de blijde boodschap uit.

    Ik kende veel Italianen die het ballonnetje meteen doorprikten. Ze hebben gelijk gekregen. Ik heb er ook gekend die, niet eens naïef of nodeloos cynisch, wilden geloven dat iemand die als zakenman succes had, ook leiding zou kunnen geven aan een rijksoverheid. Zo’n raar idee was het immers niet: er zijn wel meer politici uit het bedrijfsleven gekomen en daartussen waren er die het aardig deden.

    Welke standpunten Berlusconi had, werd me ondertussen nooit echt duidelijk. Behalve dan dat hij zijn ambt gebruikte om juridische vervolging te vermijden. Veel lijn heb ik verder niet in zijn beleid kunnen ontdekken. ‘Forza Italia’ was de perfecte naam van zijn partij. Holler kon een slagzin niet zijn.

    Toen kwam Pim Fortuyn.

    Wat je ook van hem mag denken, hij hád hart voor de publieke zaak. En de TV hield zo veel van hem dat ze hem zijn gang liet gaan. Het is mijn stellige overtuiging dat als Paul Witteman in het televisiedebat van 6 maart 2002 wat neutraler was geweest, Fortuyn voor een Volkert van der G. minder bedreigend zou hebben geleken.

    Foto: Post-Atheïst

    Post-atheïst | Zelfvergoddelijking

    COLUMN - Het was net de IJssel bij Zutphen, dacht ik, alleen was de stroom breder en was het landschap wijdser. Ik realiseerde me tegelijk hoe belachelijk de associatie was. Ik stond namelijk in Pakistan en keek uit over de rivier de Jhelum. Het was veertig graden en ik moest uitkijken voor tropenkolder.

    Misschien was ik niet overweldigd door de warmte maar door het belang van de plaats: dit was waar de Macedonische koning Alexander de Grote in de vroege zomer van 326 v.Chr. de Indische radja Poros versloeg. Militair stelde die campagne weinig voor, maar religieus was ze des te significanter.

    Een paar jaar daarvoor had de radja van Taxila, niet ver van het huidige Islamabad, Alexander uitgenodigd hem te helpen in een oorlog tegen zijn buurman, Poros, die zijn residentie ergens in Lahore moet hebben gehad. De Macedoniër had aan een half woord genoeg en rukte door de valleien van de Kaboel en de Swat op naar de Punjab.

    Poros wachtte hem op aan de oevers van de Jhelum. Hij moet hebben geweten dat hij kansloos was, maar had één troef: de moesson was vroeg begonnen en de rivier zou snel veranderen in een onoversteekbaar brede stroom. En de regens vielen hard.

    Foto: Kemal Y. (cc)

    Wageningse wirwar

    OPINIE - Ik schreef al eerder over die malle kwestie in Wageningen, waar een promovendus in zijn proefschrift God niet mocht noemen. Ik meende in eerste instantie dat het ging om anticonfessionele scherpslijperij; in tweede instantie dacht ik eerder aan een decaan die, toen er eenmaal grote woorden als ‘scheiding van wetenschap en religie’ waren gebruikt, overreageerde.

    Een tweet van wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout van twee dagen geleden maakt de zaak pas goed merkwaardig. Naar aanleiding van de rubriek ‘Twistgesprek’ in de Volkskrant van vanmorgen (waarin het gaat over scherpslijperij) twittert Van Calmthout:

    wur

    Zou het werkelijk? Bij mij gaan alarmbellen af. Ik heb al een kwart eeuw professioneel redelijk vaak met moslims te maken en heb in al die jaren één keer meegemaakt dat een Nederlandse moslim zich beklaagde over een christelijke geloofsuiting. Dat was in de brochure die de moskee bij mij om de hoek, de Tawheed, in de wijk verspreidde om de dialoog met de buurt te openen. Daarin legde men uit dat Jezus ook in de Koran werd genoemd en dat er dus veel gemeenschappelijks was tussen christenen en moslims. In een voetnoot viel te lezen dat christenen eens moesten ophouden met hun rare idee dat Jezus wijn zou hebben gedronken, want dat kon natuurlijk niet waar zijn.

    Vorige Volgende