Jona Lendering

636 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Baptiste Pons (cc)

Gedwongen prostitutie

OPINIE - ‘Als ik zinnen heb gekregen,’ zoals Rudi Kousbroek eens schijnt te hebben gezegd, ‘dan mag ik ze toch ook prikkelen?’ Het is krek zo. Niemand kan een ander verbieden van zijn of haar lichaam te genieten zoals hij of zij dat wil. Of het eigen lichaam commercieel te exploiteren. ‘It is a business doing pleasure with you,’ zoals het meisje zei voor ze de prostitutie in ging. Die keuze kun je maken, zoiets kun je willen.

Prostitutie mag dan niet ieders droombaan zijn, het is een wettelijk toegestaan beroep. Het veroorzaakt ook geen overlast. In de tijd dat mijn schooltje was gevestigd in een herenhuis op de Oudezijds Voorburgwal had ik nooit last van de prostituees in het huis naast me. Waar ik wel last van had, waren de junks die ’s morgens in het portiek stonden te pissen. Prostitutie trekt activiteiten aan die overlast veroorzaken en gezond beleid is erop gericht het een te scheiden van het ander.

De grootste misstand in de branche zelf is bekend: mensenhandel. Dat is spijkerharde criminaliteit, zoals Henk Werson beschrijft in zijn boek De fatale fuik (recensie).

Over de omvang van de gedwongen prostitutie – wat niet helemaal hetzelfde is als mensenhandel – zijn geen duidelijke cijfers: twee jaar geleden liepen de schattingen uiteen van 8% tot 90%, wat bewijst dat verschillende dingen zijn gemeten. Sindsdien is er, voor zover ik weet, één meting bijgekomen: bij de invoering van een registratiesysteem-met-intakegesprekken in Utrecht waren er signalen dat ongeveer 12% van de dames hun werk onvrijwillig deden. Hoe sterk deze verdenkingen nadien zijn gebleken, is, als ik het wel heb, niet bekendgemaakt.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Zwendel

COLUMN - Ik weet niet hoe het u vergaat, maar voor een goede zwendelaar voel ik sympathie. Voor Victor Lustig, die erin slaagde de Eiffeltoren aan een schroothandelaar te verkopen, koester ik niets dan de allergrootste bewondering, en dat geldt eveneens voor een Han van Meegeren, die de halve kunstwereld voor ’t lapje hield. Ik moest dan ook grinniken om de advertentie hieronder, die op de Italiaanse eBay heeft gestaan. Als mensen bereid zijn €675 neer te tellen om een sport te bemachtigen van de ladder die de aartsvader Jacob zou hebben gezien in een droom, dan verdienen ze het €675 te verliezen.

Te koop: een sport van de Jacobsladder.

Te koop: een sport van de Jacobsladder.

Dit was een extreem voorbeeld. Het lijkt me verder vrij menselijk dat je herinneringen tastbaar wil maken. Zelf bewaar ik een stukje van de Berlijnse Muur, een paar oude brieven, wat visitekaartjes en een handvol foto’s. Als gelovige mensen een relikwie willen vereren, lijkt mij dat alleen maar heel normaal. Het lijkt me ook heel normaal dat er altijd bedriegers zijn geweest die aan de vraag voldeden: elke middeleeuwse pelgrim keerde uit Rome terug met het gebeente van een heilige naar keuze – de catacomben lagen toch vol botten.

Grootste dino? Mooi niet dus.

ACHTERGROND - Wetenschapsvoorlichting zou zoveel eenvoudiger zijn als journalisten eens stopten met schrijven over ontdekkingen waarover nog geen officiële publicatie bestaat en als wetenschappers eens zouden afleren naar de pers te stappen voor hun onderzoek is afgerond.

Dat geldt ook als de première van “Godzilla” je een buitenkans biedt om te hengelen naar aandacht, publiciteit en fondsen.

Foto: Jan (cc)

Kantoorruimte

COLUMN - Een paar maanden geleden moest ik even bij de KNAW zijn, de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, gevestigd in het Trippenhuis aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. Een bezoek aan dat bolwerk van geleerdheid is voor mij geen routine. De zes of zeven keer dat ik er ben geweest, was ik altijd wat beduusd. Niet om de ruimte zelf, maar omdat hier het bureau van Lorentz staat, omdat daar een afgietsel ligt van de hand van Bilderdijk en omdat je overal in het gezelschap bent van degenen die onze wereld hebben helpen vormen. Ik heb hier eens staan stotteren omdat ik werd aangekeken door de buste van Brouwer.

Wie geen last hadden van beduusdheid, waren de twee heren die tegelijk met me binnen kwamen lopen. Terwijl ze in de hal wachtten om te worden afgehaald, becommentarieerden ze de locatie: ‘Op een onpraktisch punt in de Grachtengordel,’ bromde de een, en de ander vulde hem aan, ‘opdat de burger niet op het idee komt dat er geen geld wordt verspild.’

Het is dus maanden geleden, maar het is me bijgebleven. Enerzijds vond ik het wat onbeleefd dat ze zo openlijk negatief deden over het huis waar ze te gast waren, anderzijds kon ik niet ontkennen dat ze ergens wel gelijk hadden. De gemeenschap betaalt voor de wetenschap en mag verwachten dat er geen geld wordt verspild. De beste plek voor de KNAW is een bedrijvenpark bij een station, halverwege twee universiteitssteden, goed bereikbaar en zonder nodeloze poenigheid. Nieuw Vennep voor mijn part.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Licht in de duisternis

COLUMN - Het was nog lang onrustig in de Utrechtse binnenstad, op 8 december 1641. Een academisch debat over de leer van René Descartes, die destijds in De Republiek woonde, was totaal uit de hand gelopen, met scheld- en schreeuwpartijen en verhitte discussies na afloop. De introductie van de nieuwe filosofie, waarin een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de materie en de geest, was niet onopgemerkt verlopen.

Descartes is bekend gebleven. Ik fiets elke dag langs zijn standbeeld. De naam van zijn tegenstander, Gijsbert Voet (‘Voetius’ in zijn Latijnse publicaties), zal vermoedelijk alleen in gereformeerde kringen nog een belletje doen rinkelen – een standbeeld heeft hij bij mijn weten nooit gekregen. Die vergetelheid is niet helemaal terecht, want Voet had ten minste één rake tegenwerping: als de mens zou bestaan uit materie en geest, hoe grepen die dan in elkaar? Hoe kon onze geest, die materieloos zou zijn, de indrukken van onze zintuigen, die wél behoorden tot de materie, verwerken? Hoe kon onze materieloze geest instructies geven aan onze ledematen?

Baruch de Spinoza, voor wie alleen al in Amsterdam twee standbeelden zijn, bood een oplossing: die geest bestond niet. Er is alleen materie. God en de natuur zijn één. Hieruit volgde een hele reeks andere stellingen: dat natuurkunde en theologie eigenlijk één vak waren, bijvoorbeeld, maar ook dat alle traditionele vormen van religie in feite onhoudbaar waren. Het waren standpunten die je ook in de vrij liberale Republiek maar beter in het Latijn publiceerde, zoals Spinoza dan ook deed.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Lineair-B

COLUMN - Je hebt schrijfwijzen en schrijfwijzen. De oudste vormen, zoals de hiëroglyfen en het spijkerschrift, gaan ervan uit dat er voor elk begrip één teken is. Dit is uiteraard nogal complex, al heeft het ook voordelen: de diverse Chinese talen schijnen allemaal te kunnen worden geschreven met dezelfde tekens. De nadelen zijn echter ook groot: zowel het oud-Egyptische als het Mesopotamische schrift hebben zo’n 6000 tekens, waarvan zo’n 200 echt frequent in gebruik zijn.

Dat zijn enerzijds de meest gebruikte tekens en anderzijds tekens voor éénlettergreepwoorden, zoals ‘ra’, ‘nee’, ‘zie’, ‘ho’, ‘nu’ en ‘bij’. Je kunt bijvoorbeeld ‘verschillende’ ook weergeven als ‘ver’ + ‘schil’ + ‘en’ + ‘de’. Vier tekens is weliswaar meer dan één, maar je hoeft veel minder karakters uit het hoofd te leren en kunt dus toe met veel minder tekens. Het Nederlands kan met ongeveer vijfentachtig lettergreeptekens worden geschreven.

Je kunt het nog verder vereenvoudigen, door alleen de medeklinkers te schrijven. HT LZN N SCHRVN VN N NTCFRBR ZN VRGT WT FNNG MR HT LKT MT 16 TKNS (‘het lezen en schrijven van een ontcijferbare zin vergt wat oefening maar het lukt met 16 tekens’). Dan hebben we een alfabet. Deze ontdekking wordt, niet helemaal terecht, toegeschreven aan de Feniciërs en het waren daarna de Grieken die ergens in de achtste eeuw de klinkers toevoegden.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Iraans anti-Amerikanisme

COLUMN - Toen ik in 2004 voor het eerst in Iran kwam, was er een detente in de Amerikaans-Iraanse betrekkingen. De VS hadden Saddam Hussein, waartegen Iran een achtjarige oorlog had gestreden, in een handomdraai uitgeschakeld en de geïmponeerde Iraniërs noemden de Amerikaans president liefdevol George Dubya. In de bioscopen van Teheran draaiden films van Arnold Schwarzenegger en een ‘grand bargain’ leek in de maak.

Achteraf naïef. Bush Jr had Iran al bij de ‘Axis of Evil’ ingedeeld en zo de voorwaarden voor vriendschap vakkundig om zeep geholpen. President Ahmedinejad hielp zijn land even vakkundig in het isolement. Ik las laatst dat Ahmedinejads geloof te leven in de Eindtijd was geïnspireerd door Bush’ apocalyptiek en hoewel ik dat niet kan controleren, leken de twee griezelig veel op elkaar.

Voor mijn werk ben ik na 2004 elk jaar wel een keer in Iran geweest. Dat maakt me bepaald niet tot Irandeskundige, maar ik heb wel een vermoeden van wat het betekent als een land geïsoleerd raakt. De KLM heeft bijvoorbeeld geen rechtstreekse vluchten meer naar Teheran en de bankenboycot dwingt me mijn huidige reis – ik schrijf dit in Shiraz – contant te betalen. Die kleine ongemakken zijn natuurlijk niets vergeleken met wat de bevolking heeft meegemaakt. De Iraniërs leken de laatste jaren iets van hun zelfvertrouwen te verliezen. Twee jaar geleden vertrouwde een vrij hoge geestelijke me toe dat hij altijd had geloofd in de islamitische republiek maar was gaan twijfelen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 21-02-2022

Lawrence in Jordanië (4)

COLUMN - Ik heb eerder deze week driemaal geschreven over Lawrence of Arabia, de Britse officier die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevocht met de Arabische legers van Hussein van Mekka. Zij dekten de rechterflank van het Britse leger dat vanuit Egypte oprukte door Palestina. De officiële vijand was het Ottomaanse Rijk, maar er stond meer op het spel: het land van de Eufraat en de Tigris was spreekwoordelijk vruchtbaar en al in de negentiende eeuw hadden de Britten en Fransen grootse plannen gemaakt om het Midden-Oosten koloniaal te exploiteren. Dat was nog aantrekkelijker geworden toen er olie was ontdekt.

Hussein van Mekka steunde de Britten omdat de Britse Hoge Commissaris voor Egypte, Henry McMahon, hem had toegezegd dat hij zou worden erkend als heerser van een onafhankelijk koninkrijk. Zijn zonen Faysal en Abdulah, zijn generaal Sharif Nasir en zijn bondgenoot Audeh abu Tayeh: allemaal meenden ze dat de Britten daarmee hadden gedoeld op een rijk voor alle Arabieren. Misschien waren het wel de kanttekeningen van MacMahon, die erop neerkwamen dat er uitzonderingen zouden zijn voor de Joden, Druzen, Maronieten en Alawieten, die het zo geloofwaardig maakten dat de rest voor de Arabieren zou zijn.

Op 23 november 1917 publiceerden de communisten, die zojuist de macht hadden overgenomen in Rusland, de tekst van een Brits-Frans verdrag, waarin de twee mogendheden hadden afgesproken hoe ze het Midden-Oosten zouden verdelen (en let op de handtekeningen rechtsonder).

Foto: copyright ok. Gecheckt 29-09-2022

Lawrence in Jordanië (3)

COLUMN - De Arabische inname van Akaba, waarover ik gisteren schreef, zal de Turken niet echt hebben verrast. Ze wisten dat de stad bedreigd was en hadden geprobeerd haar te versterken. De Britten, die de haven zelf hadden willen overnemen, hadden gemengde gevoelens over de Arabische verovering, maar begrepen dat het in hun belang was te verhinderen dat de stad weer in Ottomaanse handen viel. Enkele uren nadat kapitein Lawrence was komen melden dat de Arabieren de haven in handen hadden, was een bevoorradingsschip naar Akaba op weg.

Voorlopig waren de Britten ook degenen die er het meeste baat van hadden. De legers van de opstandelingen trokken nu van het Arabische Schiereiland naar het noorden en dekten de flank van het Britse leger, dat vanuit Gaza Palestina wilde veroveren. Dat generaal Allenby kort voor kerstmis 1917 Jeruzalem kon innemen, was voor een deel te danken aan de parallelle bewegingen van de Arabische legers, die via Akaba werden bevoorraad.

Voor de Arabieren was de verovering van Akaba aanvankelijk eerder een probleem dan een oplossing. Zo zaten ze ineens met zeshonderd Turkse krijgsgevangenen: iets waarop ze niet waren voorbereid. Audeh abu Tayeh zette ze in als dwangarbeiders en liet ze een paleis bouwen in Ma’an, niet ver ten noordoosten van Akaba.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-03-2022

Lawrence in Jordanië (2)

COLUMN - Dit stukje is een vervolg op Lawrence in Jordanië (1).

De Arabische aanval op Akaba in de film Lawrence of Arabia is een van de spectaculairste scènes die ooit is gefilmd. Ik zou zo gauw geen tweede film kunnen noemen waarin een charge met dromedarissen wordt getoond. Graag had ik in dit stukje een videoclipje van de Youtube opgenomen, maar de rechthebbenden lijken de scène voor Nederland te hebben geblokkeerd.

Misschien maar beter ook, want het is bepaald geen realistische weergave. Sterker nog, de bestorming van Akaba is eigenlijk geen historische gebeurtenis.

Wat wel klopt is dat kapitein Lawrence en enkele soldaten van Hussein van Mekka zich voegden bij Audeh abu Tayeh in zuidelijk Jordanië en hem ervan overtuigden zijn Ottomaanse alliantie op te geven ten gunste van het Arabische nationalisme. Wat ook klopt is dat Lawrence in feite meer de Arabische dan de Britse belangen diende, aangezien zijn landgenoten Akaba graag zelf hadden willen innemen. Wat weer niet klopt, is dat Lawrence het commando van de aanval had: dat was in handen van Sharif Nasir.

De aanval kwam ook niet onverwacht. Natuurlijk wisten de commandanten van het Ottomaanse leger dat Audeh was gedeserteerd en dat hun flank onbeschermd was. Sinds de Britten in maart 1917 Gaza innamen, hielden de Turken rekening met een aanval op Akaba, aangezien de Britten nooit vanuit Gaza naar het noorden konden trekken zolang hun rechterflank vanuit Akaba kon worden aangevallen. Constantinopel stuurde versterkingen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Religie en wetenschap

COLUMN - Het is jammer dat we niet wonen in Amerika of Australië, want daar is dinsdagavond een maansverduistering te zien en dat is toch altijd indrukwekkend. Als er veel stof in de atmosfeer zit, kleurt de maan bloedrood. Geen wonder dat de oude volken er een akelig voorteken in zagen.

De Mesopotamiërs dachten dat het aangaf dat binnen honderd dagen een vorst zou sterven. Het aardige is dat dit klopt. Er zijn namelijk nogal wat staatshoofden en het zou vreemd zijn als er binnen honderd dagen niet ergens een regeringswisseling was.

Kleitablet (British Museum) met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr. Vermeld is onder de dood van de Perzische koning Xerxes.

Uit hun voortekencatalogus kennen we de betekenis die de Mesopotamiërs gaven aan allerlei hemelse verschijnselen. Als de hemelgoden bijvoorbeeld het sterrenbeeld Maagd hoog aan de hemel plaatsten, waarschuwden ze de mensen voor de naderende overstroming van de Eufraat en Tigris. Wij beschouwen dat niet als een wonder omdat wij weten dat de seizoenwisseling, smeltende sneeuw en de plaats van de sterrenbeelden allemaal samenhangen met dezelfde scheve baan van de aarde om de zon, maar dat wisten de Mesopotamiërs niet. Zij waren vooral de goden dankbaar voor het hulpmiddel om toekomstige waterstanden te voorspellen.

Vorige Volgende