De allerlaatste dagen der mensheid (13)

    Proloog, scène 37
    Aan de leestafel in café Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Het is een logische straf. Als je kijkt naar de ernst van de misdrijven, is het logisch dat hij de maximumstraf krijgt. Er wordt recht gedaan over datgene wat hij heeft gedaan. Het is een zwaar oordeel, maar hij heeft het er zelf naar gemaakt. Hij is onder humane condities berecht en gevangen gehouden.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Natuurlijk verdient hij het zwaar te worden gestraft…
    De oudste NRC-abonnee: Oog om oog, tand om tand. Het past bij de schrikdaden die hij wilde plegen, bij het schrikbewind dat hij wilde vestigen.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Zeg, over wie heeft u het eigenlijk?
    De oudste NRC-abonnee: Over die kwajongen…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Saddam H…
    De oudste NRC-abonnee: Nee, kom, die snotaap… Samir A.!
    (changement.)

     Proloog, scène 38
    Een rustige, om niet te zeggen doodstille werkkamer in het Instituut voor Migratie en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam. Twee mensen zitten tegenover elkaar achter computerbeeldschermen, een mannelijke hoofdonderzoeker en een vrouwelijke junior-onderzoeker. Een baliemedewerker van Noord-Afrikaanse afkomst komt de post brengen.
    Eerste onderzoeker: Hé poppelepee, een brief van de AIVD.
    Tweede onderzoeker: Voor ons?
    Eerste onderzoeker: Nee, voor Maurice de Hond. Natuurlijk voor ons.
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    Eerste onderzoeker (snijdt met een vouwbeen de envelop open, haalt de brief eruit en leest hem, daarbij geluiden mompelend): Blablabla …. hm… hm … nee hè …. Dat is toch werkelijk hondsbrutaal. Alsof ze dat zelf niet kunnen! … De Inlichtendienst wil inlichtingen!
    Tweede onderzoeker: Van ons?
    Eerste onderzoeker: Nee, van de firma Blokker. Natuurlijk van ons!
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    Eerste onderzoeker: Ze willen meekijken met ons onderzoek naar de radicalisering van jonge moslims, want ze zijn erachter gekomen dat wij contact hebben met twee mensen die voor ons in alle openheid aanwezig zijn bij een soort Hofstadgroep. Daarin lopen twaalf of dertien man rond die door de AIVD al een tijdje in de gaten worden gehouden, en ze zien dat er ineens twee bij zijn gekomen. Ze vragen zich af of het ook radicale moslims zijn. Zou je er ook niet van radicaliseren?
    Tweede onderzoeker: Wie, wij?
    Eerste onderzoeker: Nee, de AIVD! Zij natuurlijk!
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    (changement.)

    Proloog, scène 39
    De kniesoor en de kunstenaar in gesprek.
    De kniesoor: Ik roep alle Irakezen op zich met elkaar te verzoenen en elkaar de hand te schudden. Daar kan onze premier nog wat van leren, qua intelligent leiderschap.
    De kunstenaar: Hij heeft bijgeleerd. Hij heeft meer in z’n mars dan je denkt. Hij heeft de tijd gehad om rustig na te denken. Je moet hem niet onderschatten.
    De kniesoor: Wie?
    De kunstenaar: Berend Botje, nou goed?
    (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::

Reacties zijn uitgeschakeld