rj

19 Artikelen
203 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (7)

    Proloog, scène 14
     (De dreigende filmmuziek van Taxi Driver, gecomponeerd door Bernard Herrmann. Op een bureau een schaalmodel van een New Yorkse gele taxi, made in China, broembroemend voortbewogen door de glunderende premier. Dan herpakt hij zich en gaat hij, alsof er niets gebeurd is, verder met waar hij aan bezig was, een brief aan de schrijver Harry Mulisch. Terwijl hij schrijft, leest hij hardop voor wat hij aan het schrijven is.)
    De premier: ‘Ik heb een hoge dunk van cultuur. Vandaar mijn oproep aan kunstenaars, schrijvers en intellectuelen om niet met de rug naar de maatschappij, naar de politiek, naar de wereld te staan.’ Punt. (tevreden) Dan denk ik toch van: nou laat ik ze een aardig poepie ruiken, al zeg ik het zelf. Ook van die mensen mag je vragen iets voor een ander te betekenen. Niet de hele tijd van ‘heb je het tegen mij’ maar iets doen, iets positiefs. Een bijdrage leveren. En daar gaat het om. Wedden dat ze weer en masse over me heen zullen vallen? De intellectuelen in de gordijnen en mijn natuurlijke achterban dik tevreden. Toch? Hahaha! (Hij pakt het autootje weer op en kijkt bewonderend naar het reclamebord op het dak: een afbeelding van het Vrijheidsbeeld met daarnaast de tekst: Welcome. De muziek van Bernard Hermann zet weer in. Daaroverheen: broembroemgeluiden.)
     (changement.)

    Proloog, scène 15
    Unit 3AG van de Immigratie- en Naturalisatiedienst op de begane grond van een IND-kantoor in Zevenaar.
    Een teamlid: Heb je dat gelezen over Sir Paul en Heather Mills? Hij wou niet dat zij hun baby de borst gaf. ‘Het zijn mijn tieten,’ zou hij gezegd hebben.
    Een ander teamlid: Schrijnend.
    Een derde teamlid: Nog naar De Gouden Kooi gekeken? Wordt steeds postmenselijker, schijnt. Ik sta voor de webcam, dus ik besta. Mensen leven alleen nog maar als ze op tv zijn. Moeder Natasia leest haar kinderen verhaaltjes voor en bidt het Onze vader.
    Het tweede teamlid: Ook schrijnend, maar daar kijk ik niet naar.
    Een vierde teamlid (een van de uitzendkrachten): En heb je die foto van Marco Borsato in de Gelredome gezien? Stond op de voorpagina. Het hele publiek in het rood. Deed me denken aan dat schilderij met die rooie duiveltjes in Antwerpen of Gent, ergens in België in elk geval. Met Marco als de waarlijke Beëlzebub in het midden.
    Het eerste teamlid: Je bedoelt die met die witte engeltjes en rode duiveltjes en de madonna met de tieten.
    Het tweede teamlid: Hou toch eens op over die tieten.
    Het vierde teamlid: Schrijnend!
    Een vijfde teamlid (ook een uitzendkracht): Spelletjespresentator en roddeljournalist Albert Verlinde meent: ‘De redding van Lingo toont eens te meer aan dat er iets goed mis is met ons Publieke bestel.’
    Een zesde teamlid: Hear, hear.
    Het tweede teamlid: Wat moet ik hiermee? Een succesvolle Ethiopiër die altwaalf jaar in Nederland is.
    Het eerste teamlid (behulpzaam): Je moet het met je hart doen, staat in de instructie. Dat betekent: zorg dat de minister niet al te veel uitzonderingsgevallen op haar bureau krijgt. Ze heeft het al zo druk.
    Het tweede teamlid: En deze dan? Deze mensen wonen al jaren in Nederland en hun kinderen zijn hier geboren. Moeten die vertrekken?
    Het zesde teamlid: Kijk je ook niet naar Jensen dan?
     (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (6)

    Proloog, scène 10
    Uruzgan. De basis Tarin Kowt. Tentenkamp van het Nederland ISAF-contingent in de strijd tegen het terrorisme. Uit één tent klinkt het olélied. Een cameraploeg van RTL-4 peilt de stemming. Die is opperbest.
reporter.jpg    Majoor Vleugels: Het is natuurlik geen lolletje, een oorlog, maar als je weet wat je moet doen, en we zijn allemaal goed opgeleid, stuk voor stuk, kan er eigenlijk niks misgaan.
    De reporter: Wat zijn de dagelijkse bezigheden van de manschappen als ze niet op patrouille zijn? Hoe houden ze zich fit en alert?
    Majoor Vleugels: De manschappen hebben erg veel aan de steun van het thuisfront. Pakje hagelslag, rolletje topdrop en z’n krantje uit Groningen en soldaat Dijkhuis kan er weer helemaal tegenaan. Het zijn de kleine dingen die tellen.
    De reporter: En sport?
    Majoor Vleugels: Ik zal u meenemen naar ons voetbalveld. We hebben putten geslagen geslagen in de woestijn en daarmee houden we het gras groen. Dan doen we westrijdjes tegen de Afghaanse jongens. Vinden ze geweldig. Da’s toch waar ze Holland van kennen. Krojf, Goelit, Ven Besten, Bouhlarouz, ze kennen ze allemaal.
    (Terwijl Majoor Vleugels de cameraploeg voorgaat, vraagt de ene reporter aan de ander:)
    Eerste reporter: Moeten we hem ook niet vragen naar dat zelfmoordincident van de vorige week. Een Nederlandse soldaat die zich met z’n dienstwapen van kant heeft gemaakt, in een jeep. De vlag ging halfstok.
    Tweede reporter: Nee, laten we daar niet over beginnen. Dat wil de familie niet. En defensie trouwens ook niet.
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (5)

    Proloog, scène 9
    De studio van de Tros-Nieuwsshow in het Mediapark in Hilversum. Het laatste kwartier van het tweede uur, vlak na de boekenrubriek van Mister Interpolis, Martin ‘Glashelder’ Ros. Achter de microfoon twee historici, die zojuist het boek hebben uitgebracht ‘Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog’ en daarover nu komen te spreken met de charmante presentatrice van onbestemde maar middelbare leeftijd.
    De charmante presentatrice (inleidend): Op 2 augustus 1914 schreef Franz Kafka in zijn dagboek: ‘Duitsland heeft Rusland de oorlog verklaard. ’s Middags zwemles.’ De Tsjechische schrijver was blijkbaar niet zo onder de indruk van het uitbreken van een van de gruwelijkste oorlogen uit de geschiedenis, de Eerste Wereldoorlog. Gold dat voor meer ooggetuigen in die tijd?
    De eerste historicus: Sommigen die hebben in de gaten van: dit wordt echt iets heel bijzonders, en laten zich ook helemaal meeslepen door enthousiasme. Anderen, zoals Kafka, die hebben zoiets van: ach het is zo’n gek oorlogje op de Balkan, daar hebben we er al twee of drie van achter de rug, het zal wel loslopen. Dat is een inschatting die, nou ja, veel mensen in die tijd maakten. En op een gegeven moment blijkt na een week of wat, dat het toch echt toch wel heel erg uit de hand aan het lopen is.
    De charmante presentatrice: En het is godsgruwelijk uit de hand gelopen.
    De tweede historicus: Het begon eigenlijk zo’n beetje als een opera. Op de negentiende-eeuwse manier trokken ze ten strijde, de Fransen zelfs met rode broek. Het was eigenlijk een negentiende-eeuwse oorlog met de middelen van de twintigste eeuw.
    De charmante presentatrice: En over welke middelen hebben we het dan?
    De tweede historicus: Dan hebben we het over gas, de tank (al kwam die wat later), de artillerie
    De eerste: En het machinegeweer niet te vergeten
    De tweede: Het machinegeweer, prikkeldraad. Om met zo min mogelijk mensen een zo groot mogelijke slachting aan te kunnen richten. In je eentje kon je wel een heel leger tegenhouden, als je het goed aanpakte.
    De charmante presentatrice: En dan hebben jullie nu het boek Ooggetuigen van het Derde Rijk …
    De eerste historicus: Van de Eerste Wereldoorlog.
    De tweede (verongelijkt): Ooggetuigen van het Derde Rijk was ons vorige boek.
De charmante presentatrice (blozend): Excuses, maar daarom vergiste ik me ook. Het is een goed concept dus, dat aanslaat, die Ooggetuigen.
    De eerste historicus: Ja, maar ik moet wel zeggen dat we op een rijdende trein zijn gesprongen. We hebben voor de uitgever een deel over het Derde Rijk gemaakt, en nu dus over de Eerste Wereldoorlog. We zijn bezig, zijn we nu, zijn we flink mee aan de gang, met de Koude Oorlog.
    De tweede: Ik denk dat het zo’n succesvolle formule is, omdat we een heel breed beeld kunnen schetsen. We laten soldaten aan het woord, maar ook gewone huisvrouwen, kinderen, dichters. Bij Het Derde Rijk is dat ook heel goed gelukt.
    De charmante presentatrice: Waarvoor kies je? Wat is de invalshoek?
    De eerste historicus: Niet alleen maar de gebaande paden. Dan kom je ook op grappige dingetjes. Verdun, de Rode Baron, de Somme moeten er natuurlijk in voorkomen. Maar ook de simpele kleine dingen: de soldaat die z’n laatste woorden uitspreekt: ‘Maak die sigaret eens uit’, voordat hij door een sluipschutter wordt doodgeschoten. Ook de onbekende facetten van de oorlog.
    De tweede: Tot nu toe waren het vooral de Engelse soldaten die aan het woord kwamen, maar die hadden gewonnen, dus die waren trots, die hebben het meest gepubliceerd.
    De charmante presentatrice: De War Poets natuurlijk.
    De eerste historicus: De onvermijdelijke War Poets, zelfs in Blackadder komen die nog voor, maar we hebben ook heel erg gezocht naar de Duitsers, om die aan het woord te laten. Kijk, er rust een beetje een taboe op de Eerste Wereldoorlog in Duitsland. Ze hebben verloren, da’s altijd fout. De nazi’s zijn ermee aan de haal gegaan, dus dat ligt een beetje moeilijk. Maar gelukkig hebben we in de Universiteitsbibliotheek een aantal gepubliceerde ooggetuigenverslagen gevonden van Duitse soldaten. Nog in de oorlog en ook vlak na de oorlog gepubliceerd, en dat is dus nieuw, zeer nieuw. Daardoor hebben we die Duitse kant flink aan het woord kunnen laten.
    De charmante presentatrice: En wat blijkt dan daaruit?
    De eerste historicus: Dat de Duitsers gewoon de betere soldaten waren. Er blijkt ook dat de Duitsers veel meer nog dan de geallieerden geloven in kameraadschap. De onderlinge relatie was beter, en met de superieuren. Dat merk je uit de beschrijving van veldslagen, die we van twee kanten hadden. En als je die verslagen van de Duitse soldaten uit de loopgraven leest, blijkt daaruit dat de Duitsers het in de loopgraven veel beter hadden dan de Engelsen en de Fransen, die zaten tot hun knieën in de modder. Het moreel was bij de Duitsers ook veel hoger. Het is een wonder dat de Duitsers die oorlog hebben kunnen verliezen, eigenlijk.
    De charmante presentatrice: Maar ze hebben ze hem wel verloren.
    De eerste historicus: Dat was een kwestie van overmacht, eigenlijk, toen de Verenigde Staten erbij kwamen en Duitsland werd geblokkeerd. Er was niks meer te eten.
    De charmante presentatrice: Ik heb het bij wijze van spreken met tranen in de ogen gelezen. Het kwam nogal aan bij mij, sommige fragmenten. Was dat niet deprimerend, om al die ellende naar boven te hengelen?
    De tweede historicus: Het is gewoon fascinerend om te zien hoe mensen in zo’n situatie functioneren. Als je eenmaal de fascinatie hebt met zo’n oorlog, en de Eerste Wereldoorlog is mijn fascinatie, als het eenmaal je hobby is … (Het radiosignaal valt weg.)
(changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (4)

De Allerlaatste Dagen der Mensheid / Aart Clerkx     Proloog, scène 6
    De oudste NRC-abonnee en de een-na-oudste NRC-abonnee zitten aan de leestafel bij café Scheltema. Aan dezelfde tafel zit de kniesoor voor zich uit te somberen boven een onaangeroerd broodje kroket en een glas lauw, donker Engels bier.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben, ze hebben, ze hebben…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Als het om mensenlevens gaat, moet de staat niet voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben, ze hebben…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Optreden door aftreden. Dat is heel goed gezegd.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben Donner de laan uitgestuurd! Onze laatste integere politicus! …
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Nee, nee. HIj heeft zijn politieke verantwoordelijkheid genomen. En dat siert hem.
    De kniesoor (kijkt op uit zijn mijmering en mengt zich in het gesprek): Heren, weet u nog hoe dat ging ten tijde van de brand in het cellencomplex? Eerst zou het gaan om criminelen en toen werden het illegalen. En inmiddels zijn dat inwisselbare begrippen geworden. Een illegaal is een crimineel, alleen hij wordt nog slechter behandeld. Want als je ze goed behandelt, komen ze daarna weer terug. Maar wat is een illegaal, au fond? Het is gewoon iemand zonder papieren.
    De oudste NRC-abonnee: Ja, ze hadden er helemaal niet moeten zijn. Dan was er niks gebeurd.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Als ze er niet geweest waren, waren ze er niet geweest.
    De kniesoor: En dan waren ze er niet geweest.
(changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatstse dagen der mensheid (3)

    Proloog, scène 4
    Uruzgan. Journalist Arnie embedded aan het front. Hij wordt aangesproken door majoor Vleugels.
    Majoor Vleugels: Doe dat ding nou maar aan. Je wilt hier toch niet de held spelen, wel? Ze gebruiken echte kogels weet je.
    Soldaat Arnie: Het vloekt een beetje met m’n poloshirtje, maar allah.
    Majoor Vleugels: Inshallah. We moeten het vertrouwen van de bevolking winnen. In Rome do as the Romans do. Het is een wederopbouwmissie.
    Soldaat Arnie: Stond er hier dan nog wat om wederop te bouwen?
    Majoor Vleugels: Het vertrouwen, Arnie. Vertrouwen in de mensheid. Vertrouwen in ons. In de democratie. Doe je scherfvest aan en zet je Willempie-hellempie op.
(Soldaat Arnie krijgt een helm op, maar die is te klein. Medium is niet meer voorradig. Dus het wordt large. De helm zakt voortdurend over z’n bril.)
    Majoor Vleugels: Maar goed dat jij niet hoeft te schieten.
    Soldaat Arnie (schrijft): Het is nu nog rustig in Camp Unicorn, maar hoe lang nog? (Tegen majoor Vleugels) Best wel saai, zo’n oorlog.
    Majoor Vleugels: Het is geen oorlog, Arnie, het is een peace-keeping mission op de roadmap to freedom. Wederopbouwen. En je vooral niet in je eentje of zonder scherfvest buiten het kamp begeven. Wij zijn hier ook om jou te helpen. Want als je een goed verhaal hebt, dan moet je het ook kunnen opschrijven.
    Soldaat Arnie: Ay ay.
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der Mensheid (2)

Eerste bedrijf, scène 3
Aan de leestafel van Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Ik ben helemaal in de war.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Hoezo? Wat is er gebeurd?
    De oudste NRC-abonnee: Nou… nou… nou… Ik ben gewoon helemaal confuus… Helemaal van m’n à propos.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Wat is er dan?
    De oudste NRC-abonnee: Ik snap het niet… Ik snap het niet…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Kom op nou! Voor de draad ermee!
    De oudste NRC-abonnee: Nou, Hamas schrapt wereldwijd 4000 banen.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Dat is inderdaad vreemd. Laat eens kijken. (De oudste abonnee reikt hem de krant aan). O, wacht ik snap het al. Ha! U bent inderdaad een beetje in de war. Het is de V.N.U. die wereldwijd 4000 banen schrapt en Hamas die alle verkiezingen wint. Tenminste, dat staat er.
    De oudste NRC-abonnee: O, gelukkig maar!
    (changement.)

Proloog, scène 2
    Hoek Nieuwe Herengracht – Amstel, bij de Walter Süskindbrug. Een groepje gezagsdragers bij een peperbus met bezems in de aanslag. Aan hun voeten een emmer met stijfsel. Onder de gezagsdragers de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, hoofdcommissaris van politie Bernard Welten, het echtpaar Oranje-Blanje-Bleu, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Tjibbe Joustra, burgemeester Jan van Zanen van Amstelveen, twee aanplakkers van beroep van Bizon Buitenreclame met op hun gele pakken ‘De Bizon Kids’ en een cordon van opgetrommelde journalisten en fotografen. Wegschietende voorbijgangers. Op de grond liggen scherven van hotelporseleinen borden en mosselschalen.
    Eerste aanplakker: Volgens mij doen ze het helemaal verkeerd.
    Tweede aanplakker: Hoezo?
    Eerste: Dat moeten ze laten doen!
    Tweede: Ja, door ons. Moet je die kreukels en plooien zien. Lijkt nergens naar.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu (kijkend naar de lucht): Ik vraag me af of we het droog houden.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Ik heb toch gezegd dat we beter thuis konden blijven! Jij luistert ook nooit.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Als ik naar jou moet luisteren, gingen we nooit ergens naartoe! (Tot politiecommissaris Welten) Dat ziet er goed uit Bernard. Nou maar hopen dat het blijft plakken!
    Burgemeester Cohen: Dat hopen we allemaal.
   Fotograaf (tegen burgemeester Cohen): Kunt u even een stapje terugdoen? Ik krijg meneer Joustra er niet op zo.
    Burgemeester Cohen: O, nou ga ik in de emmer met stijfsel staan.
    Journalist (schrijft op): Onder grote belangstelling —
    Tweede journalist: — en met 11 september nog vers in het geheugen! —
    Eerste journalist: — en met 11 september nog vers in het geheugen werd vandaag gestart met een nieuwe anti-terrorismecampagne. Door middel van posters in de stad en in het openbaar vervoer wordt burgers gevraagd verdachte zaken te melden. ‘Als je iets verdachts ziet, meld het ons dan.’
    Tweede journalist: Ik vind dit heel verdacht …
    Eerste journalist: We melden het toch ook?
    Tweede journalist: Hebben we eigenlijk al een kop?
    Eerste journalist: Terreurcampagne van start in hoofdstad.
    Burgemeester Cohen: Ik ben ervan overtuigd dat de andere posters beter blijven zitten.
    Eerste aanplakker (tot de tweede): Dat plakken we zometeen wel over. Dan zie je er niks meer van.
(changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De Allerlaatste Dagen der Mensheid

De Laatste Dagen Der Mensheid noemde Karl Kraus zijn grote, 218 scènes tellende anti-oorlogssatire uit 1919. Hij liet zien hoe de Grote Oorlog van 1914-1918 in stand werd gehouden door de propaganda van de machthebbers, gesteund door een goedgelovige of juist corrupte pers. Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes vertaalden het toneelstuk, dat in het najaar van 2007 zal worden opgevoerd door t Barre Land. Intussen zijn de machinerieën en machinaties van de macht die Kraus blootlegde niet veel veranderd. Daarom nu, naar recept van Kraus, De Allerlaatste Dagen Der Mensheid: de actualiteit in ons eigen Absurdistan in scène gezet. En net als bij Kraus geldt ook hier: de ergste uitspraken zijn veelal letterlijke citaten.

De Allerlaatste Dagen der Mensheid / Aart Clerkx Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes schreven (met Frans Bakker) Wijdlopige, brede en waarachtige beschrijving van de ongelukkige reizen van het schip de Visstick en haar gezagvoerder Kapitein Iglo (op 16 met stip in de Sargasso-lijst van beste Nederlandse romans!). Ze vertaalden daarna ander andere Finnegans Wake van James Joyce en alle liedjes van The Beatles. Onlangs verscheen hun tweede evangelie, De Intocht van Christus in Amsterdam, geïllustreerd door Aart Clerkx, die ook dit feuilleton af en toe van tekeningen zal voorzien.

Vanaf vandaag zullen Bindervoet & Henkes ongeveer twee keer per week afleveringen uit De Allerlaatste Dagen der Mensheid op Sargasso posten.

Vorige