De allerlaatste dagen der mensheid (17)

    Proloog, scène 49
    In de fractiekamer van de christendemocraten.
    Christendemocraat Van der Camp: Zoals elke keer zal ik beginnen met een bijbellezing. Lucas 2:7 lijkt me op dit moment niet zo opportuun… (hilariteit) Het zou maar valse hoop wekken en dat is gemeen!
(nog meer hilariteit) Lezen wij daarom Romeinen 13: 1-7. Daar worden we allemaal wijzer van. (geklap, geroffel en getrommel op de tafels, instemmend gemompel, overgaand in gejoel. Er worden gebakjes binnengebracht. Christendemocraat Van der Camp schraapt zijn keel.)
    (changement.)

    Proloog, scène 50
    Aan de leestafel in Café Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Nee, dat… dat… dat… dat kunnen ze toch niet maken!
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Wat niet?
    De oudste NRC-abonnee: Dat… dat… dat… dat schept toch grote rechtsongelijkheid!
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Wat dan?
    De oudste NRC-abonnee: Nou, zo’n pardon voor een specifieke groep van inmiddels meer dan 26.000 asielzoekers plus hun nakomelingen, die voor een deel het land hebben verlaten.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: En hulde aan onze krant dat ze dat ondubbelzinnig in het hoofdcommentaar melden. Petje af! Altijd weer mooi om te lezen wat je zelf ook dacht maar het niet zo goed kon formuleren. De krant moet luidop zeggen wat jij slechts durft te denken.
    De kniesoor: Pardon? Een pardon voor mensen die het land hebben verlaten? Worden die dan teruggehaald?
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Komt Gümüs dan weer terug? Ik heb nog wel een oude ruitjesjas die nodig versteld moet worden. De voering hangt erbij…
    De oudste NRC-abonnee: Ik vind het onverstandig dat een krappe, toevallige meerderhaat, pardon meerderheid in de Tweede Kamer gisteren met een motie alvast een voorschot heeft genomen op zo’n pardon door het kabinet te verbieden door te gaan met het afhandelen van deze gevallen. Die oude zaken zijn al grotendeels afgehandeld en die afhandeling was genuanceerd en coulant: bijna de helft van de behandelde gevallen heeft alsnog een verblijfsstatus gekregen.
    De kniesoor: Dat waren gevallen die op de stapel waren blijven liggen en sowieso een verblijfsstatus hadden moeten krijgen. Maar dan veel eerder. In slechts 1000 gevallen is echt ‘coulantie’ betracht, de ‘schrijnende’ gevallen waarmee de minister haar geweten behangt.
    De oudste NRC-abonnee: En wat is er gebeurd met die 7650 afgewezen asielzoekers die met onbestemde bestemming zijn vetrokken?
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Dat zullen er volgens het hoofdartikel inmiddels trouwens wel meer geworden zijn, doordat er kinderen zijn geboren.
    De oudste NRC-abonnee: Ze planten zich voort als konijnen. De natuur hou je niet tegem hè.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Van mij mag Gümüs ook wel terugkomen.
    De oudste NRC-abonnee: Nee toch! Dat was een grapje van mij! Pour épater le bourgeois! Guumüs laten terugkomen? Dan is het einde zoek. Vergeet ook de aanzuigende werking niet.
    De kniesoor: Pardon? Spreekt u namens de stofzuiger? Dat is precies de ontmenselijkende beeldspraak die van sommigen kanonnenvoer maakt en van anderen kampbeulen.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Nou draaft u wel een beetje door.
    De kniesoor: Het gaat om mensen! Niet om stofmijten.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Dat zal de Partij voor de Dieren niet leuk vinden, dat u dat zegt.
    De kniesoor: Om vuil dan, stof, kruimels. En dan nog, ten tweede: denkt u dat de rest van de wereld voor 1 april 2001 een verblijfsvergunning heeft aangevraagd en nu smachtend voor de poorten staat?
    De oudste NRC-abonnee: De overheid moet ondubbelzinnig zijn, zeker nu het aantal asielaanvragen in Nederland binnen één jaar met 71 procent is gestegen.
    De kniesoor: U liegt…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Het stikt in de wereld van de schrijnende gevallen…
    De oudste abonnee: En vergeet u de rechtsongelijkheid niet! Het is niet eerlijk tegenover al degenen die inmiddels het land zijn uitgezet als we nu een generaal pardon afkondigen.
    De een-na-oudste abonnee: Jaja, zoals het hoofdartikel het zo pregnant formuleert: ‘Door zich niet te storen aan de Nederlandse wet en tegen beter weten in hier te blijven, behalen deze illegalen een voordeel boven de duizenden die inmiddels wel naar elders zijn vertrokken.’
    De kniesoor: Weet u waar me dat aan doet denken? Aan de ganzenjager die trekkende ganzen uit de lucht schiet en ons verzekert dat het heel humaan gebeurt omdat zijn schoten onmiddellijk dodelijk zijn. Mocht er dan eens per ongeluk een gans neerstorten die met een kapotgeschoten vleugel ligt te kreperen in het knollenveld, dan komt de ganzenjager er onmiddellijk op af gerend en hij zal de gans heel humaan de nek omdraaien, zeggende: ‘Nu is er een heel andere situatie ingetreden. Nu moeten we hem zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen.’
    De een-na-oudste abonnee: Ik ben bang dat ik u niet begrijp?
    De kniesoor: Had dan meteen niet geschoten! Had dan meteen geen mensen uitgetzet! Beleid is van zichzelf nooit reden om het beleid niet te veranderen. Dan zouden we geen enkele wet meer mogen veranderen omdat het oneerlijk is tegenover degenen die onder de oude wet vielen. Dan hielden we de doodstraf omdat het zielig was voor degenen die er nog wel hun leven door verloren. Dan leefden we met andere woorden nog in de middeleeuwen. Lux et libertas! Zonder pardon!
    (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::