Na ABN moet Nederland vooruit kijken
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor interessante gastloggers, deze maal voor Lord Flasheart.
Het economische event het afgelopen jaar in Nederland was de overname van ABN Amro. Al blijken diverse ?losse eindjes? af en toe nog steeds de kranten te halen, toch zou je in de relatieve rust bijna vergeten hoe de keiharde overnamestrijd aan het begin van de zomer wekenlang het economisch nieuws en het publieke debat beheerste. In de vele bespiegelingen over dit proces kwam regelmatig de verzuchting langs dat deze overname bewees dat de uitverkoop van Nederlandse bedrijven nu echt begonnen is. In het kielzog werd alweer geroepen om beperking van de aandeelhoudersmacht en zelfs de terugkeer van gouden aandelen.
Behalve de vraag in hoeverre dit negativisme gerechtvaardigd is -immers, veel (Nederlandse) aandeelhouders van ABN Amro krijgen door de overnamestrijd ineens twee keer zoveel betaald voor hun aandelen als enkele maanden geleden; in die zin is met de huidige prijs zeker geen sprake van uitverkoop- kan je de vraag stellen of het bestrijden van overnames Nederland de beste kansen biedt om de komende decennia een concurrerende natie te blijven.
Ik denk van niet.
In de eerste plaats past de ontwikkeling naadloos in een veel grotere trend van toenemende wereldwijde economische dynamiek en verwevenheid. De Amerikaanse managementgoeroe Chris Zook voorspelt dat van de 500 grootste bedrijven ter wereld over 10 jaar ongeveer een derde niet meer bestaat en nog eens een derde zijn strategie fundamenteel veranderd heeft. Slechts voor een derde van de bedrijven is het dan nog business as usual, een belangrijk gegeven.
Les geven lijkt op toneelspelen. Een goede docent geeft een voorstelling. Hij inspireert zijn leerlingen. Hij zet ze aan het denken. Hij leest verhalen en gedichten die kunnen leiden tot lachen, huilen of huiveren. Hij laat zijn leerlingen geloven dat ze ideeën en oplossingen die hij ze min of meer in de mond heeft gelegd, zelf hebben bedacht, zodat ze vertrouwen krijgen in hun eigen capaciteiten.
Kazimir Malevitsj is vooral bekend omdat hij ooit een zwart vierkant op een wit doek schilderde dat nu zo’n twintig miljoen dollar waard heet te zijn. Geheel in de geest van zijn tijd deed hij dat niet zomaar, maar in het kader van een manifest, in zijn geval het suprematisme. Als kunstenaar in de jaren twintig van de vorige eeuw diende je, zeker als je in de Sovjet-Unie woonde, een maatschappijvisie te hebben.
Nowadays society is a so called “individualistic society”, everything moves around the individual itself. But is it still? Besides the individualistic appearance lies the upcoming network society. Is it still so individualistic as they say? Social networks are more popular then ever, and can social networks be seen as something individualistic or is it more a dualism? One man isn’t a network right, individuals should cooperate together in order to get a network started.
Veel universiteiten, en met name die in Oost Azië en de landen van het Gemenebest, kijken elk jaar in november weer vol verwachting uit naar de
Hebben politieke partijen nu wel of geen toekomst? Een tijdje terug betoogde ik – onder andere op deze plek – samen met Arno Bonte van wel. Reinder Rustema persisteerde in zijn mening dat er geen toekomst was voor deze archaïsche organisatievorm. Hij verpakte zijn beweringen in stevige taal. Daarom eerst maar even wat misverstanden uit de weg ruimen, voordat ik nog eens in ga op de centrale vraag of politieke partijen nu wel of geen toekomst hebben.
Hoger opgeleide vrouwen hebben het relatief makkelijk. Hoger opgeleide mannen trouwens ook. Hoogleraren en universitaire docenten kunnen een groot deel van hun werkweek zelf inrichten. Zij moeten colleges geven, zij hebben af en toe een vaste vergadering, maar ze kunnen zelf beslissen of ze op vrijdagmiddag in Sliedrecht een lezing willen houden. Ze kunnen in overleg met hun studenten bepalen wanneer deze langs komen om hun scriptiehoofdstukken te bespreken en als ze ?s nachts een artikel willen schrijven, zodat ze overdag hun zoon kunnen aanmoedigen bij een voetbaltoernooi, dan doet niemand daar moeilijk over.