Politieke partijen hebben geen toekomst (2)

GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor interessante gastloggers, deze maal voor Reinder Rustema, docent Media aan de Universiteit van Amsterdam. Het is een reactie op de ingezonden mededeling van Rietveld en Bonte vorige week, wat ook al een reactie was op een eerder stuk van Rustema.

Rietveld en Bonte schreven een reactie op mijn betoog tegen politieke partijen. Partijen zouden onmisbaar zijn. Aan de hand van de voorbeelden Verdonk en Wilders zetten deze partijmannen hier op GeenCommentaar een nieuwe ontwikkeling weg als verwerpelijk met de redenering dat deze politici fout zijn, dus de vorm waar ze voor kiezen ook. Deze reflex doet me sterk denken aan de redenering van partijman Ruud Koole in NRC Handelsblad, waar ik zelf op reageerde.

Het lijkt erop dat de partijleden van de linkse partijen nog steeds niet willen kijken naar nieuwe ontwikkelingen, net zoals Pim Fortuyn destijds een verrassing voor ze was. Liever veroordelen dan begrijpen. Ondertussen lijkt men “op rechts” veel pragmatischer en minder dogmatisch te zijn als het om structuren gaat. Denk die partijen eens weg en kijk hoe je dan verder moet, vergeet die achterhoedegevechten op z’n minst even voor het plezier van het gedachte-experiment. Juist bij dit soort populisten zie je ontwikkelingen als in een snelkookpan. Daar zou je juist heel goed van kunnen leren om dit vervolgens te kunnen gebruiken op een constructieve manier voor de eigen zaak. Maar nee, veroordelen is makkelijker. Dat is heel jammer, want nu lijkt het vertoog tegen politieke partijen te horen bij het vocabulaire van de Verdonk en Wilders achterban. Progressieve geesten mogen van PvdA-voorman Koole dat soort dingen niet denken, laat staan zeggen. Daarmee zouden ze de democratie schaden.

Het is schadelijker voor het functioneren van ons politieke bestel als je deze nieuwe ontwikkelingen niet goed analyseert en de bevindingen inzet voor de goede zaak. Niets doen, dat is juist schadelijker. Helaas hebben Rietveld en Bonte zich diep ingegraven in hun stellingen en willen ze alvast een soort monumentenzorg voor partijen opzetten. De staat zou politieke partijen moeten gaan subsidiëren, omdat ze zichzelf niet kunnen redden. Als niemand er wat voor over heeft om die structuren in leven te houden, laat ze dan ook maar verdwijnen.

Partij of beweging?
Het is niet zo dat een volksvertegenwoordiger een partij nodig heeft om een coherente visie te kunnen formuleren. Sterker nog, de Kamerleden van grote partijen die ik spreek weten weinig te vertellen over onderwerpen die niet tot hun door de partij toegewezen portefeuille behoren. Ze verwijzen naar het programma, naar de partij, naar woordvoerders, naar degenen die het zouden moeten weten. Een goede volksvertegenwoordiger is een algemeen ontwikkelde persoon die van heel veel dingen de belangrijke politieke aspecten weet en ze in een groter geheel weet te plaatsen. De details zijn voor de bestuurders en de ambtenaren.

Het stuk van Rietveld en Bonte sluit af met een interessant dreigement. Partijfinanciering krijg je alleen als je gehoorzaamt aan het voorschrift voor een politieke partij zoals zij die graag zien. Verdonk en Wilders voldoen niet aan deze eisen, dus zullen de bestaande partijen wel het geld krijgen. Dit is niet waar ik aan denk bij gelijkheid voor de wet. Die volksvertegenwoordigers die nog geloven in de fictie van achterhaalde 20e eeuwse structuren zijn door deze regel iets gelijker dan de volksvertegenwoordigers die het, heel knap, lukt om op eigen houtje zetels te verwerven. In plaats van het aangaan van de concurrentie om de zetels willen de auteurs kennelijk de spelregels veranderen ten gunste van de verliezers.

De auteurs verwijzen naar de ondergang van de LPF om aan te geven dat een goede klassieke partij nodig is. Het is beter te verwijzen naar het verdwijnen van Pim Fortuyn zelf. Hij zou een goede volksvertegenwoordiger zijn geweest die zijn zetel niet snel zou zijn kwijt geraakt. Hij had een achterban en heeft dat waarschijnlijk nog steeds. Hij had dan ook een uitgebreider programma dan de populisten die zich nu aandienen op het politieke toneel.

Op zich was het verdwijnen van een LPF in een post-partijen tijd ook helemaal niet erg, want die partijen zijn wat mij betreft niet nodig. De ondergang van de LPF zou ik zelf juist willen gebruiken om te illustreren dat je tegenwoordig niet meer een partij kan opzetten omdat niemand zich nog vrijwillig zo laat disciplineren zoals dat nog in de oude partijen lijkt te kunnen. Vooral in de grotere klassieke politieke partijen hoeft de partijtop maar wat te roepen en de gelederen sluiten zich weer, zoals Koole laatst deed in NRC Handelsblad.

Dat disciplineren is wat Rietveld en Bonte scouten, selecteren en opleiden noemen. Waarom zouden wij dat als kiezers niet kunnen? Iemand die goed kan redeneren en praten in het openbaar wordt wel herkend. Dat is overigens een kwaliteit die niet gewaardeerd wordt als je binnen de huidige politieke partijen carrière wilt maken. Het talent om partijpolitiek te bedrijven en je te laten disciplineren is helaas veel belangrijker, met een lage kwaliteit Kamerleden tot gevolg.

Consensusdemocratie
Tweede Kamer (Foto:Flickr/linkselente)In de consensusdemocratie zouden de partijen volgens Rietveld en Bonte ook onmisbaar zijn om draagvlak te creëren voor compromissen. Maar als je 150 verschillende mensen bij elkaar jaagt in een afgesloten ruimte met de opdracht om door onderhandelingen tot een werkbare oplossing te komen zie je ook compromissen ontstaan. Als maar twee van de 150 samen ergens overeenstemming over vinden dan hebben ze al iets aan macht en invloed gewonnen ten opzichte van de rest. Dat meegaan met anderen om deals te maken kan niet oneindig, want zo’n volksvertegenwoordiger blijft gebonden aan beloftes aan de achterban. Op de gebieden waar geen beloftes over zijn gedaan blijft een ouderwetse koehandel goed mogelijk, dat is de vieze, pragmatische werkelijkheid van het politieke bedrijf. “Stem jij mee tegen artikel 23, dan stem ik wel mee met je voorstel over de diertjes, die mij en mijn achterban onverschillig laat.” “Deal! Mijn dierenliefhebbende achterban hebben we toch niets beloofd over het in stand houden van het bijzonder onderwijs, dus dat kunnen we wel laten sneuvelen voor meer dierenwelzijn.” Op die manier zijn er dingen mogelijk die nu door de partijdiscipline al decennia onmogelijk zijn. Bij een hoofdelijke stemming is er veel meer mogelijk, maar nu sluiten alleen de blokken compromissen met elkaar. Op die manier kan een blok met een minderheidstandpunt binnen de vergadering van 150 wel het overwicht krijgen door een deal te sluiten met een ander blok. Een schadelijke zaak, want zo kunnen bevolkingsgroepen die absoluut in de minderheid zijn, maar zich braver laten disciplineren in een partij, meer macht uitoefenen. Denk aan christenen, socialisten of ‘stem tegen’-stemmers.

Dan de kwestie van de kabinetsformatie. “Ziet u Rutte, Wilders en Verdonk in één kabinet zitten?” vragen Rietveld en Bonte. Nee, maar dat zijn dan ook volksvertegenwoordigers, mensen stemmen op ze. Prima volksvertegenwoordigers in de zin dat mensen zich door hen vertegenwoordigd voelen. Maar het zijn zeker geen bestuurders. Dergelijke radicalen moet je nooit en te nimmer een land laten besturen.

Dat kan nu wel gebeuren als ze met een boel zetels vol met vriendjes een ander groot, waarschijnlijk gematigder blok met het mes op de keel tot samenwerking dwingen. Als die blokken er niet meer zijn, of niet meer te disciplineren zijn, dan zijn ze machteloos en moet de plenaire Tweede Kamer een zakenkabinet samenstellen met ministers die niet loyaal zijn aan wat voor partij dan ook. Een goede bestuurder die solliciteert naar een vacature om te mogen besturen in opdracht van de volksvertegenwoordiging.

  1. 1

    Zwak stuk. Nauwelijks nieuwe argumenten en vooral zwart maken van de tegenstanders. Geen antwoorden op eerder gestelde vragen.

    Voorbeelden: waarom moeten Rietveld en Bonte als partijmannen gekwalificeerd worden? Daarmee suggereer je, dat iemand lid van een politieke partij zou moeten zijn om hun conclusies te ondersteunen. dat is gewoon stemmingmakerij. Ik zelf heb niets met welke politiek partij dan ook (om niet te zeggen, dat ik een afkeer van politieke partijen heb), maar onderschrijf hun conclusie, dat, wanneer we kiezen voor een parlementair democratisch systeem, onderhandelingen in dat parlement vlotter en systematischer zullen verlopen, wanneer de leden van het parlement in groepen al over veel zaken overeenstemming hebben bereikt, voordat daar in het parlement over onderhandeld hoeft te worden. Onderhandelen met 5 personen is nu eenmaal een stuk eenvoudiger dan dezelfde onderhandelingen voeren met 150 personen. Tegenwerpen, dat die 150 er ook wel uit zullen komen, is daar geen reactie op. tegenwerpen, dat er groeps en coalitievorming plaats zal vinden in die groep van 150 personen, is in feite het argument van Rietveld en Bonte onderschrijven. Die groepen zijn dan immers nauwelijks nog van partijen te onderscheiden. En een hoofdelijke stemming is nu ook al mogelijk. Ik ben het met je eens, dat we ons moeten verzetten en wapenen tegen kadaverdiscipline bij partijen, en dat hoofdelijke stemmingen (en publicatie van de uitslagen) daar een goed middel tegen zijn. Maar dat leidt tot omslachtige en tijdrovende stemmingen, ook over de meest futiele zaken. Dat schaadt het aanzien van de politiek.

    En ik ben uiterst benieuwd, hoe je gaat verhinderen, dat mensen zich buiten het parlement om toch in politieke partijen organiseren? Die mensen kunnen ook gekozen worden. Ze kunnen benaderd worden om minister te worden (of en hoe wil je dat verbieden?). Dat is ook precies de manier, waarop partijen gegroeid zijn en in het parlement terecht zijn gekomen.

    Imho moeten we van de huidige en zo gegroeide realiteit uit gaan. Hoofdelijke stemmingen vind ik al vele jaren een uitstekend idee om de kadaverdiscipline tegen te gaan, omdat parlementsleden dan persoonlijk verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun stem. We moeten dan wel nog een oplossing vinden voor het feit, dat we onmogelijk alle kleine details hoofdelijk af kunnen laten stemmen (en daar heb ik nog nooit een oplossing voor kunnen bedenken of voor gehoord).

  2. 2

    Ik heb Rietveld en Bonte als ‘partijmannen’ neergezet omdat op hun websites staat dat ze namens GroenLinks in een gemeenteraad zitten.

    Onderhandelen met een een paar personen is makkelijker dan met 150. Ja, maar als het goed is ken je de posities van de anderen op grond van hun programma’s, dus je kan wel op ze rekenen. Aan de stemuitslagen kan je direct zien hoe overtuigend je voorstel was. Soms heel ontnuchterend, zelfs de mensen die steun hebben toegezegd laten het afweten bij een stemming. Heel interessant en belangrijk, een garantie voor inhoudelijke discussie. Kadaverdiscipline is dat vanzelfsprekend niet.

    Natuurlijk moet het individuele stemgedrag ook geregistreerd worden (maak een foto van de handen in de lucht). Dat is nu niet het geval omdat er zelden hoofdelijk gestemd wordt, er wordt per fractie gestemd. Het zou goed zijn als er consequent hoofdelijke stemmingen bij de voorzitter aangevraagd worden. Dat moet de oppositie vaker doen dan altijd maar alleen die kamervragen.

    Uiteindelijk zal er zonder partijen ook nog steeds in blokken gestemd worden, maar het gaat mij erom dat de exacte samenstelling elke keer net iets anders kan liggen. Wat mij betreft mogen ze die samenwerkingsverbanden die de Kamerleden in de wandelgangen afspreken gerust ‘partij’ noemen als ze dat gelukkig maakt, maar het betekent dan weinig meer dan dat ze het vaak met elkaar eens hopen te zijn. Voor mij is het een reden om niet op een kandidaat te stemmen als hij of zij zich bij een partij aansluit. Een beweging of bond klinkt al beter. Dat laatste is wat Dick Pels in de november aflevering van Waterstof zal beargumenteren en maandag in NRC Handelsblad deed, in reactie op eerdergenoemde Koole.

    Het breken van de partijdiscipline is van het allergrootste belang. Die blijft bestaan zolang we nog het gebruik hebben dat de grootste blokken ministers mogen aanleveren. Die ministers moeten solliciteren bij de plenaire kamer, mogen niet via een partij gelanceerd worden. Overweeg eens de boven deze bijdrage gelinkte petitie hierover te tekenen.

    Met ministers die moeten solliciteren krijg je ook niet die drama’s zoals we bij het onderwijs gezien hebben. Praatjesmakers die allerlei, in theorie, prachtig beleid lanceren maar die geen boodschap hebben aan de uitvoering. Typische politici. Getalenteerde bestuurders hebben wel interesse voor de uitvoering, die weten door hun achtergrond dat dat nog wel belangrijker is dan politieke overwegingen die eraan vooraf zijn gegaan.

  3. 3

    OK. Met deze reactie (#2) kan ik het nagenoeg geheel eens zijn. maar ik zou mezelf niet zijn, als ik niet toch een paar puntjes aan wil stippen.

    Hoofdelijke stemmingen worden op dit moment dacht ik niet d.m.v. handopsteken geregeld, maar door het opnoemen van de naam van het fractielid en zijn of haar daaropvolgende stem (voor tegen onthouding). Een foto kan er voor zorgen, dat dit enorm trage proces versneld kan worden, maar op een foto zal juist weer veel onduidelijker zijn, wie precies voor of tegen een voorstel heeft gestemd. Misschien moeten die stemmingen gewoon geautomatiseerd worden: 3 knopjes op ieder bankje. Een bepaalde mate van kadaverdiscipline zal er ondanks dat altijd blijven. Er zullen immers altijd personen of groepen zijn, die mensen zullen proberen te dwingen een bepaald stemgedrag te vertonen (vergelijk het met mafia praktijken, of de stemadviezen, die vroeger in de kerken werden afgegeven).

    Een zakenkabinet is een interessant idee, maar of zo´n kabinet onafhankelijk kan opereren, waag ik te betwijfelen. net als nu ook gebeurt, zal zo´n kabinet ook niet aan koehandel ontkomen, omdat de competenties van verschillende ministeries elkaar overlappen en omdat zij nog steeds steun van de kamer nodig hebben. Een ´er door gedrukte´ impopulaire maatregel kan er voor zorgen, dat andere maatregels af worden gewezen. Het gevaar, dat beslissingen eerder op de waan van de dag gebaseerd zijn, neemt daardoor toe (zo´n zakenminister heeft immers bepaalde speerpunten, die gerealiseerd moeten worden: om dat te realiseren is steun nodig, snelle steun kan worden verkregen door op andere punten populistische oplossingen te nemen). Aan de ene kant worden zij dus onafhankelijker, maar aan de andere kant worden ze ook niet meer door enige groep (partij) terug gefloten. Hoe dat in de praktijk uit al pakken, valt dus nog te bezien. Voor een groot deel zal dat afhankelijk zijn van de sollicitatieprocedure: neemt de kamer sterke, onafhankelijke kandidaten aan, of zijn zij meer geïnteresseerd in zwakke, kneedbare marionetten?

    Dat de politiek gedomineerd wordt door praatjesmakers is de basis van mijn afkeer van de politiek. Maar wat betreft is de politiek niet anders dan de rest van de maatschappij, waar het ´jezelf goed kunnen verkopen´ en ´netwerken´ de laatste decennia belangrijker is geworden dan je kennis. En zo lang wie je kent en hoe je jezelf verkoopt belangrijker blijven dan wat je kent, zal dat niet veranderen

  4. 4

    Ik vind het ? opnieuw ? een erg zwak stuk. Reinder Rustema beweert niet dat hij politicoloog is, maar hij beroept zich wel op zijn status als wetenschapper. Die status maakt hij niet waar, zijn stukken zijn niet wetenschappelijk onderbouwd. Voorbeeldje:

    Iemand die goed kan redeneren en praten in het openbaar wordt wel herkend. Dat is overigens een kwaliteit die niet gewaardeerd wordt als je binnen de huidige politieke partijen carrière wilt maken.

    Waar baseert RR zich op? Degelijk en deugdelijk onderzoek? Of is hij er nu eenmaal van overtuigd dat politieke partijen allemaal lijden aan een verstikkende partijdiscipline, en redeneert hij terug? Ik denk dat laatste, al was het maar vanwege het opmerkelijke gebrek aan citaten. Ik ken persoonlijk ook geen verhalen van politici die uit hun partij zijn gegooid omdat ze zo goed konden redeneren en praten in het openbaar. In mijn partij worden mensen juist om dat soort eigenschappen gescout.

    Nog een leuke:

    De ondergang van de LPF zou ik zelf juist willen gebruiken om te illustreren dat je tegenwoordig niet meer een partij kan opzetten omdat niemand zich nog vrijwillig zo laat disciplineren zoals dat nog in de oude partijen lijkt te kunnen.

    Om te beginnen is er weer die niet gestaafde aanname dat mensen in ?de oude partijen? (welke precies? Ondanks alle cultuurverschillen tussen de partijen is dat overal hetzelfde?) gedisciplineerd worden. Een vreemde aanname ? in mijn partij heerst het gevoel dat we met een gezamelijk doel bezig zijn, en dat daar alle ruimte is voor discussie, maar dat er ook gewerkt moet worden. Liefst met z’n allen dezelfde kant uit. Dat mag je disciplineren noemen, ik zie er hetzelfde verschijnsel dat in een groepje samenwerkende mensen teamwerk genoemd wordt.

    En dan is er de tweede aanname: ?dat je tegenwoordig niet meer een partij kan opzetten?. Het feit dat Wilders en Verdonk de moeite niet nemen vatten we gemakshalve maar op als bewijs van het feit dat het niet kan? Of hebben ze het niet geprobeerd omdat ze geen behoefte hebben aan een kritische achterban waar ze voortdurend verantwoording aan moeten afleggen? Maar nee, Reinder weet hoe het komt: omdat mensen zich niet meer vrijwillig laten disciplineren. En hoe zit dat dan precies met die stijgende lijn in de ledentallen van de SP, toont dat niet aan dat je best een succesvolle politieke partij kunt zijn? 50.432 leden, op dit moment. Goed, er zit een hapering in die stijgende lijn naar boven, maar daaruit kunnen we toch niet concluderen dat mensen niet meer bij een politieke partij zouden willen horen.

    Nou vooruit, eentje nog. Weer zo’n mening die gepresenteerd wordt als feit:

    Een goede volksvertegenwoordiger is een algemeen ontwikkelde persoon die van heel veel dingen de belangrijke politieke aspecten weet en ze in een groter geheel weet te plaatsen. De details zijn voor de bestuurders en de ambtenaren.

    Dat je zoiets hebt als specialisten en generalisten, daar walsen we onbekommerd overheen, dat politieke partijen fractiemedewerkers hebben, wetenschappelijke bureaus, netwerken en denktanks, daar gaan we aan voorbij ? nee, leve de oppervlakkigheid, leve de lege leuzen. Het moet vooral nergens over gaan.

    Reinder Rustema geeft een mooi voorbeeld van wat hij bedoeld: leeg geblaat. Dank u zeer, ik pas.

  5. 5

    Een goede volksvertegenwoordiger is een algemeen ontwikkelde persoon die van heel veel dingen de belangrijke politieke aspecten weet en ze in een groter geheel weet te plaatsen. De details zijn voor de bestuurders en de ambtenaren.

    Dat lijkt me geen goede ontwikkeling. Als je bijvoorbeeld het klimaatdebat wilt volgen met al zijn tegenstrijdige berichtgeving, dan moet je je behoorlijk inlezen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld genetische modificatie en stamcelonderzoek, maar ook economische onderwerpen vereisen de nodige vakkennis. Partijen hebben wetenschappelijke bureaus en fractiemedewerkers en nog klagen experts vaak over hoe ver de politiek achter ligt op kennisvlak. Dan moeten 150 individuele kamerleden met elk een kleine staf dat allemaal gaan bijhouden? Dan verwacht je wel veel van ze.

    Bovendien lijkt het me een systeem dat gevoelig is voor lobbygroepen. Als het om een maatregel gaat die een oliemaatschappij of een farmaceutisch bedrijf miljoenen kan kosten, dan loont het de moeite om een paar ton uit te trekken om die 30 twijfelende kamerleden flink te fêteren. In die gevallen is partijdiscipline positief.

    Een schadelijke zaak, want zo kunnen bevolkingsgroepen die absoluut in de minderheid zijn, maar zich braver laten disciplineren in een partij, meer macht uitoefenen. Denk aan christenen, socialisten of ‘stem tegen’-stemmers.

    Dat is een voor een flink deel technisch mankement. Het lijkt logisch dat als een partij 20% van de stemmen haalt je die partij ook 20% van de zetels moet geven voor 20% van de macht, maar dat is dus niet zo. Je blijkt uit te moeten gaan van de wortel van het aantal stemmen. Zie dit artikel (gaat over de EU, maar is net zo goed toepasbaar op de Tweede Kamer) of google op ‘Banzhaf index’.

  6. 6

    Ik ken persoonlijk ook geen verhalen van politici die uit hun partij zijn gegooid omdat ze zo goed konden redeneren en praten in het openbaar. In mijn partij worden mensen juist om dat soort eigenschappen gescout.

    Nee, zo ver komen ze niet. In een vroeger stadium geven ze het al op. Er zijn wel genoeg makkelijk te citeren praatjesmakers die voor grote groepen mensen en voor de camera kunnen praten, worden inderdaad ook vast wel de partij binnen gesleept, maar onafhankelijke denkers zie ik weinig binnen de Tweede Kamer. Het belangrijkste talent dat beloond wordt is nog steeds het handig opereren binnen de partij.

    Met lobbywerk, als begeleider van petitionarissen van petities.nl, in openbare discussies en wat niet al heb ik genoeg Tweede Kamerleden meegemaakt.

    Het ‘teamwerk’ is goed voor bestuurlijk werk, maar het gaat mij in eerste plaats om volksvertegenwoordiging. Dat is nu veel onbelangrijker. Besturen en volksvertegenwoordiging (controlerend en wetgevend) moet je scheiden wat mij betreft.

    Goede leestip over de partij van binnenuit blijft wat mij nog steeds Gerard van Westerloo’s boek ‘Niet Spreken met de Bestuurder.’

    Maar inderdaad, meer onderzoek is wenselijk. Alleen je moet ook experimenteren. Dat is niet zo makkelijk in de Tweede Kamer. Een simulatie met een online-game met 150 spelers die volgens de huidige en de door mij voorgestelde spelregels moeten spelen lijkt me een goede methode om mijn voorstellen te gaan testen.

    Specialisten, generalisten, denktanks, adviseurs, assistenten, wetenschappelijke bureau’s zijn allemaal heel belangrijk en ik zie ze ook zeker niet verdwijnen, integendeel. Alleen er is geen enkele dwingende noodzaak om dat binnen een politieke partij te doen. Dat kan op veel meer manieren, flexibeler ook. Niet langer de eigen denktank, onderzoekers en dergelijke.

    Zelfs de huidige politieke partijen, met maar 2% of minder van de bevolking dat er lid van wil worden, kan nog een functie blijven vervullen op afstand van de Kamer. Als denktank, als ideologisch baken of als leuke debatingclug. Maar de Kamerleden moeten helemaal onafhankelijk zijn. Nu moeten ze partij kiezen, je bijvoorbeeld niet eens van twee of drie partijen tegelijk lid zijn! Je mag geen open mind hebben, je moet je opsluiten binnen een “team.”

  7. 7

    “onafhankelijke denkers zie ik weinig binnen de Tweede Kamer. Het belangrijkste talent dat beloond wordt is nog steeds het handig opereren binnen de partij”. Dat is de e makke van de hele huidige maatschappij, niet alleen van de politiek. Of zoals ik het eerder schreef: “het ´jezelf goed kunnen verkopen´ en ´netwerken´ de laatste decennia belangrijker is geworden dan je kennis”.

    Zo lang we economie als een min of meer exacte wetenschap blijven beschouwen en niet als de politieke gedragswetenschap, die het eigenlijk is, zal het kapitalisme als economisch systeem de boventoon blijven voeren (de keuze voor een economisch systeem is een politieke keuze). Het kapitalisme is namelijk gericht op het ophopen van kapitaal op een beperkt aantal plaatsen, waardoor dat kapitaal steeds het snelst ingezet kan worden om meteen de nieuwste ontwikkelingen te implementeren, zonder dat je je verder hoeft te bekommeren over het het nut of de schade aan de maatschappij. Het kapitalisme draait op verkopers: wie het beste verkoopt, hoopt het meeste kapitaal op. De kwaliteit van de producten en de gevolgen voor de maatschappij (vervuiling, arbeidsongeschiktheid, enz) zijn daar ondergeschikt aan.

  8. 8

    het ´jezelf goed kunnen verkopen´ en ´netwerken´ de laatste decennia belangrijker is geworden dan je kennis.

    Met die constatering ben ik het eens, maar de oorzaak daarvan ligt wat mij betreft niet in het kapitalisme, maar met een uitwas van het kapitalisme dat door wetgeving gecorrigeerd moet worden.

    De ‘handel in aandacht’ maakt het mogelijk om aandacht te verwerven terwijl je die niet zou krijgen als je het zou moeten verdienen. In dit systeem wordt aandacht bij kijkers/lezers ‘ingekocht’ met aantrekkelijke ‘content’ en die wordt doorverkocht aan adverteerders. Zie mijn verhaal elders op deze site.

    Edit redactie: de link is gefixt!

  9. 9

    “de oorzaak daarvan ligt wat mij betreft niet in het kapitalisme, maar met een uitwas van het kapitalisme dat door wetgeving gecorrigeerd moet worden”. Ik geloof niet zo in verschillende soorten kapitalisme. Een staat, waarin het kapitalisme door wetgeving wordt gecorrigeerd, heeft een gemengde economie met daarin trekken van zowel het kapitalisme als van het socialisme (de 2 belangrijkste economische systemen). De te corrigeren ´uitwas van het kapitalisme´ is geen uitwas, maar gewoon kapitalisme, in pure vorm. Maar dat is slechts mijn mening over deze definitiekwestie.

    De ´verkopersmentaliteit´wordt inderdaad niet veroorzaakt door het kapitalisme (dat bedoelde ik niet), maar de ´verkopersmentaliteit´ past bij het kapitalisme als een racefiets bij een wielrenner. Je kunt de wielrenner wel op een opoefiets zetten, maar daar win je geen prijzen mee. Als de term verkopersmentaliteit je niet bevalt, mag je het ook winnaarsmentaliteit noemen (het gaat om de inhoud, niet om het label).

    Eigenlijk zou ik het ´verhaal´, waar je naar verwijst, ook willen lezen, maar ik krijg een ´404 not found´. Met de zin “De ‘handel in aandacht’ maakt het mogelijk om aandacht te verwerven terwijl je die niet zou krijgen als je het zou moeten verdienen” ben ik het op het eerste gezicht grotendeels eens. Maar ik vermoed ook dat mijn interpretatie van die zin een stuk negatiever is dan de jouwe. Ik lees deze zin namelijk meer als de mogelijkheid om d.m.v. de handel in aandacht (de ´verkopersmentaliteit´) aandacht te verwerven, die je niet verdient en niet waar kunt maken. Dankzij die handel in aandacht worden ´sterren´ als BSpears wereldberoemd en gigantisch rijk, terwijl ze op grond van hun talent niet verder horen te komen dan een tweewekelijks optreden voor vrienden en bekenden in een groezelig achterbuurtcafé (OK, misschien wat overdreven, maar het benadrukt de stelling).

  10. 10

    Vandaag werkte de link wel, Reinder. De inhoud lag veel dichter bij mijn eigen gedachten daarover dan ik vermoedde. Je ideeën, hoe pril ook, over hoe we een groot deel van deze handel terug zouden kunnen dringen, gaan zelfs al verder dan wat ik daar over tot nu toe bedacht heb. Ik kwam op dit gebied nog niet veel verder dan het uiten van mijn afkeer en het daar ook al beschreven afschermen van mezelf voor de handel. Plus het advies aan iedereen, om de producten, waar reclame voor gemaakt wordt, juist links te laten liggen.

    In het artikel en de discussie miste ik echter een onderwerp, dat ik in discussies met anderen over dit soort onderwerpen vaak gebruik. het werd wel aangestipt, maar zou imho een prominentere plaats verdienen in je betoog, juist omdat het de mensen aanspreekt, die normaal voor ´gratis´ producten gaan en / of die zich verzetten tegen het door jou gesuggereerde ´betalen voor informatie´. En dat zijn natuurlijk de kosten. Reclame kost immers gewoon heel veel geld. Het maakt producten duurder. ´Gratis´ bestaat niet. Zonder die ruim 20 minuten reclame per uur, is er geen ´gratis´ commerciële tv. Per minuut kost die reclame gemiddeld al gauw 2000 euro. Per uur dus 40.000 euro en per dag wordt er zo ruim een miljoen per zender voor reclame betaald. En dat is dan nog maar één van de mogelijkheden om reclame te maken. Wanneer die kosten inzichtelijker worden, zal het verzet tegen de reclameterreur vanzelf toenemen. Als alle mensen, die nu voor gratis producten gaan, zich realiseren, dat ze duizenden euro´s per jaar betalen voor alle reclame, zullen ze zich nog wel eens op het hoofd krabben, of ze het daar eigenlijk wel mee eens zijn.

  11. 12

    Dank voor je ondertekening! Ja, het ontkrachten van die ‘gratis’ mythe is heel erg belangrijk om het bestrijden van de aandachtseconomie kracht te geven. Eigenlijk zou ik er graag wat studenten op willen zetten om daar veel cijfers over verzamelen, alleen zit ik net in de verkeerde afdeling wat dit betreft. Ik moet het zelf doen en het maakt maar een klein onderdeel uit van mijn proefschrift.

    Als iemand toevallig berekeningen tegenkomt over ‘de prijs van marketing’ voor de burgers of de samenleving dan hoor ik dat graag.

    En als er nog iemand is die de petitie zou willen ondertekenen dan zou dat prachtig zijn. Dan zijn we met z’n tienen! Vink ook aan dat je erover op de hoogte wilt worden gehouden, dan kunnen we dit idee gezamenlijk verder ontwikkelen op een eigen Mailman. Of er op het web ergens een hoekje voor inruimen.

  12. 13

    Reinder: In jouw wereld zouden weblogs als GeenCommentaar niet kunnen bestaan. Er zou zoveel geld in moeten worden gestoken dat het alleen nog door bedrijven gedaan zou kunnen worden. Waarom zou je als consument gaan betalen voor GC?

  13. 14

    We betalen nu ook al voor Geen Commentaar, Spuyt, alleen realiseren de meeste mensen zich dat niet. Wie een product koopt, betaalt mee aan de reclame, die er voor wordt gemaakt.

    “Waarom zou je als consument gaan betalen voor GC?” is een probleem, waar je rekening mee zult moeten of willen houden. En het is eigenlijk niet de vraag, wie er wil betalen, maar hoe de kosten van een weblog gefinancierd worden, als dat niet via reclame kan. Je zou daarbij aan een systeem van donaties kunnen denken. Allerlei manieren van organisatie mogelijk, van compleet vrijwillige donaties tot aan een systeem waarbij voor iedere bezochte pagina een donatie gegeven wordt (dat systeem is bij mobiele telefoons al lang bekend en geaccepteerd: kijk maar hoe vaak je ziet staan ´dit telefoonnummer koste … euro / minuut´). Ik denk dat weblogs als GS zich veel meer zorgen zouden moeten maken dan jullie.