De ongekende stabiliteit van de Nederlandse huizenmarkt
Een gastbijdrage van Maarten van der Molen, Hans Stegeman, werkzaam bij de Rabobank. Het stuk is overgenomen van economiesite Me Judice.
Wie de discussie over de Nederlandse woningmarkt de afgelopen jaren gevolgd heeft gaat geloven dat er in Nederland in de afgelopen twintig jaar op alle fronten alleen maar verkeerde keuzes zijn gemaakt. Veel te hoge hypotheken, absurde huizenprijzen enhet overheidsingrijpen op de woningmarkt, zoals hypotheekrenteaftrek en overdrachtsbelasingmaakt het een rommeltje. De Rabo-economen Van der Molen en Stegeman stellen dat een aantal, door velen als slecht beoordeelde instituties op de woningmarkt, de komende tijd hun waarde zullen bewijzen als de rente oploopt.
Verandert er al wat?
De bruto schuld van mensen met een koophuis was in 2010 meer dan 600 miljard euro, waarvan meer dan de helft aflossingsvrij. In nagenoeg geen enkel ander land is de hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van de woningen hoger (IMF, 2011). Dat deze hoge hypotheekschuld grotendeels fiscaal gedreven is, dat is duidelijk. En dat dit zeker op de wat langere termijn een risico vormt is inmiddels ook een bekend inzicht (DNB, 2011).
Maar het nieuwe voornemen om gedurende de looptijd van de hypotheek minstens de helft van de marktwaarde af te lossen is een eerste stap om de bruto schuldposities af te bouwen. Nog steeds niet waar Nederland wezen moet, maar we zijn wel op de goede weg. Daarnaast zorgen de nieuwe Nibud-berekeningen voor de verstrekkingsnormen onder de Nationale hypotheekgarantie ervoor dat mensen minder kunnen lenen. Dus de brutoschulden van huishoudens worden nu al lager. Daarnaast wordt deze hoge hypothecaire schuld gecompenseerd door vermogenscomponenten als spaargeld en pensioensopbouw. Wanneer de financiële schuld en financiële bezittingen met elkaar worden verrekend, sparen Nederlandse huishoudens in internationaal perspectief veel (Eurostat, 2011).
Ik heb een jaar van mijn leven besteed aan het schrijven over al-Qaida voor de New York Times. Het is het werk waarvoor ik en andere onderzoeksjournalisten, de Pulitzer Prijs hebben gewonnen. Ik heb daarna zeven jaar van mijn leven in het Midden Oosten doorgebracht. Ik was het redactiehoofd Midden Oosten voor de New York Times. Ik spreek Arabisch. En toen iemand naar me toekwam en me het nieuws vertelde, draaide mijn maag om. 





